Mobiliteit

VISIE

We verplaatsen ons allemaal constant en op verschillende manieren: te voet, met de fiets of de auto, met de bus, de trein of de tram of zelf met het vliegtuig. Voor Jong Groen is het belangrijk om te investeren en in te zetten op de meest ecologische manieren van verplaatsen. De trein, de tram en de bus moeten voor ons dan ook speciale aandacht krijgen en moeten de meest toegankelijke en democratische manier van verplaatsen zijn. Daarom pleiten we met Jong Groen bv. voor een invoeren van één openbare vervoerskaart voor al deze vervoersmaatschappijen. Maar daar stopt het niet, ze moeten ook breder worden uitgerold zodat er ook meer treinen in het weekend rijden maar ook ’s avonds en op momenten waarvan geweten is dat die een groter verkeer veroorzaken (zoals bv. de kotstudenten-spitsuren).

Voor Jong Groen is het belangrijk om te investeren en in te zetten op de meest ecologische manieren van verplaatsen.

Alhoewel we dus 100% willen inzetten op deze manieren van verplaatsen hebben we de auto nog steeds in het oog. Voor ons moeten de prijzen voor auto-opleidingen bv. naar omlaag en willen we autodeelprojecten in alle gemeenten met meer dan 10.000 inwoners. We proberen deze echter wel uit het centrum te houden en investeren bv. in parkings aan de rand van gemeenten en steden wat zorgt voor meer open ruimte in de wijken. Daardoor kunnen we ook in de centra de fietser en voetganger centraal stellen. De gemeenten en steden moeten volgens ons immers op hun maat worden ingericht met autoluwe straten en fietssnelwegen die worden gecreëerd.

We kijken ook naar het breder plaatje en naar het reizen over lange afstanden. Het basisprincipe is hier voor Jong Groen dat de vervuiler betaalt. We zien het verkeer over lange afstanden ook liever veranderen van vliegtuigen naar treinen, want ja dat kan! Sterker nog deze treinreizen moeten de norm worden voor alle afstanden die kleiner dan 1000 kilometer zijn de prijzen van deze treinritten moeten dan ook naar omlaag terwijl we de ridicuul lage vliegtuig prijzen liever zien stijgen. Het is dus duidelijk, auto en vliegtuig zijn voor ons niet langer koning! Voer deze switch nu door.

 


ALLE STANDPUNTEN VAN JONG GROEN BINNEN HET THEMA 'MOBILITEIT':

  1. Voor Jong Groen moet trein, tram en bus de meest toegankelijke en democratische manier worden om zich te verplaatsen. Alleen zo zorg je ervoor dat jongeren ook na hun studieloopbaan massaal het openbaar vervoer blijven gebruiken. Om dit te realiseren moet het tarievenbeleid wijzigen en het aanbod uitgebreid worden.

  2. Jong Groen pleit voor het invoeren van één openbare vervoerskaart voor alle vervoersmaatschappijen: De Lijn, MIVB, TEC en NMBS. Met de kaart kan men altijd en overal het openbaar vervoer gebruiken. Jongeren tot 26 jaar en werkzoekenden moeten deze kaart kunnen aanschaffen voor €50/jaar.

  3. Om jongeren aan te sporen gebruik te maken van het openbaar vervoer moet de frequentie van vervoer tussen de centrumsteden en hun hinterland fors opgetrokken worden.

  4. Het aanbod van het openbaar vervoer moet beter afgestemd worden op de zogenaamde kotstudenten‐spitsuren: vrijdag‐ en zondagavond. Aangezien het studentenleven zich voor een stuk ook ’s avonds en ’s nachts afspeelt, moet het aanbod ook daaraan aangepast worden.

  5. Jong Groen wil ook tijdens de week verbindingen tussen de grote centrumsteden tot 2u ’s nachts. In het weekend moet er een uitgebreid aanbod gerealiseerd worden van nachtbussen‐ en treinen.

  6. De prijzen voor auto‐opleidingen moeten een stuk democratischer worden.

    Een struikelblok voor heel wat jongeren is de dure auto‐opleiding. Rijscholen worden steeds duurder, zodat veel jongeren zich geen of onvoldoende professionele lessen kunnen veroorloven. Nochtans zijn zo’n lessen de beste manier om veilig te leren rijden. 

    Jongeren die zulke hoge bedragen niet in één keer kunnen ophoesten, moeten de kans krijgen om de betaling te spreiden.

  7. De discriminatie van jonge autobestuurders door verzekeringsmaatschappijen moet stoppen.

  8. Tegen 2015 wil Jong Groen in elke gemeente met meer dan 10.000 inwoners een autodeelproject.

  9. Jong Groen pleit ervoor om het aanbod openbaar vervoer tijdens de weekends en ’s nachts gevoelig uit te breiden.

    Wanneer jongeren uitgaan doen ze dat vaak met de fiets of te voet. Maar heel veel jongeren verplaatsen zich ook regelmatig verder om uit te gaan. Op dit moment kunnen zij dat vaak niet doen met het openbaar vervoer.

    Duurzame en veilige mobiliteit is immers ook na 23u belangrijk. In elke centrumstad moeten er op vrijdag‐ en zaterdagavond twee bussen (2u en 4u) zijn die jongeren naar de omliggende gemeenten brengen. Ook in de steden zelf moeten er nachtbussen‐ of trams rijden. In de niet‐verstedelijkte gebieden wenst Jong Groen het taxigebruik te promoten via een algemeen taxinummer en taxicheques.

  10. Openbaar vervoer op maat van jongeren

    Jong geleerd is oud gedaan. Steden en gemeenten spelen een belangrijke rol bij het aanmoedigen van jongeren om openbaar vervoer te gebruiken. Het doel moet zijn om mensen levenslange klanten te maken van kwaliteitsvol openbaar vervoer. Daarom wil Jong Groen dat er één gemeenschappelijk openbaar vervoersabonnement, zowel voor trein, tram, bus als metro, komt met een tarief op maat van jongeren.

    Jong Groen pleit voor een gemeentelijk openbaar vervoerplan dat integreert in het speelweefsel. Overal waar jongeren komen moeten bus- en tramhalten te vinden zijn: scholen, jeugdhuizen en fuifzalen, pleinen en speeltuinen,... Om de verkeersveiligheid te bevorderen wordt er over gewaakt dat de routes van openbaar vervoer zo veel mogelijk gescheiden blijven van die van de trage weggebruikers.

    Om te vermijden dat jongeren 's avonds met auto uitgaan, doet elke gemeente inspanningen om in het weekend nachtvervoer te voorzien. Het studentenleven speelt zich ook ’s avonds en 's nachts af, en dus wil Jong Groen in studentensteden ook op weekdagen nachtbussen.

    Collectieve taxi's die op forfaitaire basis feestgangers thuis afzetten zijn een aanvulling op het aanbod van nachtbussen.

  11. Een gemeente op maat van de fietser

    Onze steden en dorpen zijn nog al te vaak ontworpen op maat van koning auto. Als we woon-en werkomgevingen aangenamer willen maken en het individuele gebruik van de wagen willen terugdringen, moeten gemeenten in eerste plaats ontworpen worden in functie van de voetganger en de fietser.

    Te voet of met de fiets moet de meest evidente en snelste optie worden. Door een aantal eenvoudige ingrepen zoals het afstemmen van verkeerslichten op de snelheid van de fietser, verkeerslichten die ook eerder groen worden voor fietsers dan voor wagens, veilige oversteekplaatsen, van de autoweg gescheiden fietspaden, voldoende fietsstallingen,... maak je het leven van voetgangers en fietsers veiliger en aangenamer.

    Doorheen vele gemeenten loopt een recreatief fietsknopennetwerk. Willen we dat meer mensen de fiets gebruiken voor woon-werkverkeer, is het nodig ook voor de snelle fietser voorzieningen te treffen.
    Fietssnelwegen verbinden de binnensteden met randgemeenten. Het recreatieve fietsknopennetwerk is dan voor de trage genietende fietser. Het functionele fietsknopennetwerk is er voor snelle verplaatsingen.
    In straten waar de snelheid van het autoverkeer hoger ligt dan 30km/u komen veilige en kwalitatieve fietspaden..

    Een fietsenstallingenplan zorgt dat fietsers overal in de gemeente hun fiets op een comfortabele en veilige manier kunnen stallen. Dit plan houdt eveneens rekening met alle soorten fietsen, zoals de bakfiets, fietskar, elektrische fiets, ... Fietsenstallingen komen er in woonwijken, bij winkelcentra en bij administratieve diensten en zijn op druk bezochte plekken overdekt. Het voorzien van makkelijk bereikbare fietsenstallingen geldt als voorwaarde voor bouwvergunningen van appartementen en andere grote complexen.

    De stad voorziet huurfietsen op belangrijke plaatsen. Ook bij de fietsinrijpunten in de gemeenten en bij stations van de NMBS worden fietsverhuurdiensten aangemoedigd.

  12. Parkeren op randparkings zorgt voor meer open ruimte in de wijken

    Om steden en grotere gemeenten leefbaar te houden, dienen auto's zo veel mogelijk uit het centrum geweerd te worden. Onder andere door het promoten van de fiets, het openbaar vervoer, carpoolen, ... maar ook door een slim parkeerbeleid.

    Parkings aan de rand van steden en grote dorpscentra moeten gratis zijn. Parkeren in stads- of dorpscentra wordt daarentegen duurder gemaakt. Zo kan het aantal parkeerplaatsen op de openbare weg worden verlaagd. Zo komt er meer openbare ruimte vrij.

    Betaalbaar en frequent openbaar vervoer en veilige fietsverbindingen vanaf deze randparkings naar de centra moet gegarandeerd worden.

    Parkeren is het gebruiken van de openbare ruimte. Aangezien deze schaars is, is deze ook waardevol en kan daar dus geld voor worden gevraagd. Een jaarabonnement voor het parkeren van een eerste auto op de openbare weg blijft relatief goedkoop. Een tweede auto parkeren worden ontraden met een gevoelig hoger tarief. Mensen kunnen hun auto’s daarentegen wel gratis parkeren op randparkings, vanaf waar openbaar vervoer naar het centrum is gegarandeerd.

    Dorpspleinen dienen heroverd te worden van de auto. Deze pleinen mogen niet langer dienst doen als parking, maar worden opnieuw het echte centrum van de gemeente.

  13. Design for all - In elk ontwerpproces staat volgende vraag voorop: ‘Hoe kan de publieke ruimte zowel esthetisch als functioneel zijn voor een divers publiek?’ Expertise van eindgebruikers en andere actoren zijn hierbij het uitgangspunt.

  14. De openbare ruimte in de stad wordt niet langer voornamelijk op maat van de auto ingericht (wegen en parkeerplaatsen).

    Parkeerplaatsen worden zoveel mogelijk ondergronds en buiten de stad voorzien. Een deel van de ruimte die nu door de auto wordt ingenomen wordt omgezet in ruimte voor een beter openbaar vervoer, voor trage weggebruikers en meer groen in de stad.

  15. Elke stad ontwikkelt een aaneengesloten netwerk van autovrije of autoluwe fiets- en wandelzones dat de stad ook met zijn rand verbindt.

    Dit netwerk van traag verkeer wordt gekoppeld aan een verbinding van groene en waterstructuren in de stad. Zo worden wandelen en fietsen de logische keuze voor vele verplaatsingen tussen stad en rand. We zorgen tegelijkertijd voor een betere ‘ventilatie’ van die stad en voor een verbetering van de luchtkwaliteit en van de biodiversiteit.

  16. De fiets kan ook een logisch vervoersmiddel zijn voor verplaatsingen tussen steden en gemeenten, zowel voor woon-werkverkeer als recreatief. Daarom pleit Jong Groen Voor een aaneengesloten netwerk van autovrije fietssnelwegen tussen steden en gemeenten.

  17. Dat er verschillende bedrijven bestaan die het openbaar en collectief vervoer verzorgen, mag geen last zijn voor de gebruiker. Via een verregaande samenwerking moet men het aanbod van de verschillende openbare vervoersnetwerken (De Lijn, MIVB, TEC, NMBS, Cambio, Villo) op elkaar afstemmen en uitbreiden.

    Hierdoor wordt de stad duurzaam verbonden met de rand en het groene buitengebied. Er wordt één mobiliteitspas ingevoerd waarmee reizigers bij alle vervoersmaatschappijen terecht kunnen.

    Informatie omtrent verplaatsingstrajecten moet via diverse kanalen beschikbaar en zo toegankelijk mogelijk zijn (online, apps voor smartphones,...). De kostprijs van de mobiliteitspas moet laag genoeg gehouden worden, zeker voor jongeren en andere belangrijke doelgroepen voor het openbaar vervoer.

  18. Vergoedingen voor het woon-werkverkeer worden aangepast door gebruik te maken van een mobiliteitsbudget voor iedereen waardoor openbaar vervoer, fiets of dichter bij werk wonen gestimuleerd wordt.

  19. Het stop-principe is het uitgangspunt van het mobiliteitsbeleid (stappers, trappers, openbaar vervoer en daarna pas de personenwagen).

    Wandelen, fietsen en het openbaar vervoer nemen, zijn de manieren om je binnen de stad te verplaatsen. De wagen speelt slechts een beperkte rol in een scherp afgelijnd kader. Jong Groen pleit voor autoluwe stadskernen en park-en-rides met goede fietsverhuurpunten en een vlotte aansluiting op het openbaar vervoer aan de poorten van de stad.

    Een veilig en uitgebreid netwerk van knooppunten en faciliteiten voor wandelaars en fietsers worden uitgebouwd in de stad. De wagen mag slechts een beperkte rol spelen, maar cambio en autodelen mogen niet vergeten worden.

  20. Terreinwagens horen niet thuis in de stad en parkeren verplicht op randparkings. Bewonerskaarten zijn niet verkrijgbaar voor terreinwagens.

  21. Fietstaxi’s en waar mogelijk milieuvriendelijke watertaxi’s zijn een aantrekkelijk verkeersmiddel. Ze zorgen voor snelle verbindingen binnen de stad en met de rand. De lokale overheid zorgt voor een brede en goedkope beschikbaarheid.

  22. In de stad in het jaar 2030 hebben heel wat mensen toegang tot heel wat middelen om de stadsdiensten te bereiken zonder een verplaatsing noodzakelijk te maken.

    Dit is efficiënt voor de burger en goed voor het leefmilieu. Het is echter wel belangrijk dat alle diensten voldoende toegankelijk zijn. Daarom kunnen de stadsdiensten naar de burger komen. Dit is vooral handig voor mensen die niet mobiel zijn of de administratieve en/of technische trein niet kunnen volgen.

  23. Jong Groen pleit voor een Modal Shift. Er moeten meer investeringen komen voor meer trein, tram en fiets in dagelijkse verplaatsingen.

    Wij pleiten ervoor in 1e instantie deze ‘modal shift’ op een positieve manier te verwezenlijken, namelijk door forse investeringen in voornamelijk trein, tram en fiets. Positieve investeringen in de spoorwegen (aanleg nieuwe spoorwegen, uitbreiding capaciteit treinen, stiptere treinen, hogere frequentie op bepaalde lijnen en langere service-uren voor een aantal lijnen inclusief nachttreinen op de grote lijnen).

    Ook de aanleg van tramnetwerken in centrumsteden zoals Leuven en Mechelen wordt onderzocht (steden met gelijkaardige grootte zoals Lille, Dijon, Reims hebben allen tramnetwerken, ook in Luik staat een tramnetwerk op de planning).

    Ook in veilige en fietsinfrastructuur wordt enorm geïnvesteerd. Veel studies tonen aan dat dergelijke positieve investeringen zeer positief zijn om het autogebruik te reduceren. Als aanvulling op deze positieve investeringen, pleiten we voor het afschaffen van het fiscaal gunstregime voor salariswagens. Hoewel een vergroening (elektrificatie) van het wagenpark wel voordelen heeft voor klimaat en luchtkwaliteit (vergeleken met fossiele auto’s), is de uitstoot van elektrische wagens (wanneer het volledige productieproces wordt beschouwd) nog steeds niet te verwaarlozen en veel hoger vergeleken met openbaar vervoer zoals de trein. Deze investeringen hebben tal van voordelen voor onze samenleving waaronder voor: Het klimaat: minder uitstoot van koolstofdioxide door modal shift (minder wagens). De luchtkwaliteit: minder uitstoot door modal shift (minder wagens) Congestie: minder files, minder frustraties. De economie: externe kosten gerelateerd aan wagengebruik zeer hoog (congestiekosten, ruimtebeslag kosten, milieukosten, gezondheidskosten, …).

    Een modal shift reduceert deze kosten en zorgt na verloop van tijd op die manier voor structurele economische groei. Ruimtebeslag: de wagen is een zeer inefficiënt transportmiddel dat zeer veel ruimte in beslag neemt. Een modal shift kan helpen een betonstop te verwezenlijken, de verharde oppervlakte te reduceren en steden en suburbane gebieden te ontwikkelen in functie van mensen in plaats van auto’s, met meer ruimte voor groene oases, parken, recreatie, e.d. Verkeersveiligheid: De combinatie van een modal shift (minder wagens op de baan) met meer, betere en veiligere fietsinfrastructuur heeft het potentieel om zowel het aantal auto-ongelukken als fietsongelukken fors te reduceren.

    Op verschillende manieren proberen we de noodzaak en voordelen van een ‘modal shift’ onder aandacht te brengen bij de bevolking. We zoeken samenwerking met milieuorganisaties en mobiliteitsexperten om het thema zoveel mogelijk onder de aandacht te brengen. Dit is een klimaatmaatregel met ook zeer gunstige effecten op luchtkwaliteit, leefbaarheid van steden en woonwijken, ruimtelijke ordening, verkeersveiligheid, economie, …. die het welzijn van miljoenen Belgen ten goede komt. Op middellange termijn levert het bovendien netto geld op door forse reducties van congestiekosten, gezondheidskosten, milieukosten, kosten gerelateerd aan ruimtelijke ordening, …

  24. Openbaar vervoer moet toegankelijk zijn voor iedereen en gratis voor mensen in armoede.

    Door een beperkte mobiliteit zijn sommige diensten letterlijk en figuurlijk onbereikbaar. Vervoersarmoede leidt ook tot isolement. Jong Groen wil dit aanpakken door openbaar vervoer voor iedereen toegankelijk te maken.

    Trein, tram en bus moeten gratis zijn voor diegene die minder dan 19 645 euro op jaarbasis verdienen. Dit is de bovenschijf van de eerste belastingschijf. Daarnaast moet het aanbod worden uitgebreid. Elke Vlaming en Brusselaar die in een woongebied woont, moet binnen een straal van maximum 750 meter een bus-tram –en/of metrohalte in de buurt hebben.

  25. Om ecologisch reizen op alle afstanden te stimuleren, hanteren we het principe ‘de vervuiler betaalt’. We pleiten dus voor een milieu taks op vliegtuig reizen. Dit om de luchtvaartindustrie, technologie en consumenten in een ecologische richting te duwen.

    Momenteel domineren Ryanair en Easyjet het Europese vliegverkeer. Beide zetten echter vooral in op de korte vluchten, en halen daar heel wat voordelen uit. (Zo bestaat Ryanairs vloot uit slechts 1 type vliegtuig, besparen ze op onderhoud, brandstof en maaltijden aan boord. Bovendien ontvangen ze veel geld van Europese luchthavens om te blijven komen, terwijl buiten de EU die regels nogal anders liggen.)

  26. Er moet geïnvesteerd worden in duurzame alternatieven voor korte vliegtuigreizen (zoals internationale treinreizen).

    Treinstations en luchthavens horen zo veel mogelijk samen te werken: met vlotte connecties worden korte afstandsvluchten minder interessant en gebeuren grote investeringen in infrastructuur efficiënter. Beide sectoren worden op deze manier uitgedaagd innovatie. Ook wil Jong groen het debat aangaan over het verbieden/extra belasten van vliegtuigreizen korten dan 1.000km.

  27. De ridicuul goedkope vliegprijzen moeten omhoog en de prijzen van treinritten naar beneden. Er moet volop ingezet worden op het Europese treinverkeer.

  28. Jong Groen pleit voor een slimme milieu taks, dit wil zeggen dan je betaalt wat je vervuilt zodat innovatie in vliegindustrie gestimuleerd wordt en de echte maatschappelijke kost gedekt wordt. Inkomsten kunnen in groene initiatieven geïnvesteerd worden.

  29. Korte vluchten worden niet verboden maar extra belast door een minimumprijs: per luchthaven wordt er onderzocht wat een korte vlucht is bv. <1000km over land reizen. Deze minimumprijs is te wijten aan opstijgen en landen.

  30. Jong Groen pleit tegen het uitbreiden van de luchthaven van Zaventem. We pleiten voor het afbouwen van regionale luchthavens.

    Jong Groen is tegen elke vorm van overheidssteun aan de vervuilende luchtvaartsector, aangezien dit nefast is voor het klimaat. De uitstoot van de luchtvaart zal met 300 procent stijgen tegen 2030 en wij willen niet dat Zaventem daaraan bijdraagt. België en de EU dienen daarentegen sterk te investeren in het bestaande treinnet om zo internationale treinreizen eenvoudiger, sneller en goedkoper te maken. Dit komt niet enkel het klimaat ten goede: het verhoogt ook de efficiëntie voor reizen binnen de EU en kan heel wat jobs creëren.

  31. Langeafstands(nacht)trein goedkoper en de norm voor reizen van minder dan 1.000 kilometer.

    We worden steeds mobieler. Minder dan 10% van de wereldbevolking heeft ooit de mogelijkheid gehad om een vlucht te nemen, wat betekent dat slechts een klein deel van de samenleving verantwoordelijk is voor de milieueffecten van vliegen die iedereen treft. Transport and Environment voorziet een groei van 300% de komende jaren van het vliegtuiggebruik.

    Gezondheidsproblemen door geluid en uitstoot en de opwarming van het klimaat treffen echter iedereen. Reizen met de trein voor afstanden van minder dan 1.000 kilometer is een haalbare en duurzame optie, zelfs als het een langzamere manier van reizen is. Het verbindt Europese burgers met de landen waar ze doorheen reizen, met hun landschappen en culturen. Wanneer we de trein boven het vliegtuig kiezen, zijn de afstanden die we afleggen niet langer abstract en ‘zappen’ we niet van de ene naar andere plaats. We willen middellangeafstandsreizen met de trein van minder dan 1000 kilometer aantrekkelijker en goedkoper maken en er zo voor zorgen dat deze vervoerswijze meer wordt overwogen en genomen.

    Als Jong Groen willen we een vanuit de EU en gesteund door de Belgische overheid geïnitieerde TreinUnie om de middelen goed te beheren en niet alleen commerciële doelen na te streven. Deze organisatie moet onder andere volgende punten ontwikkelen en bewaken:

    • Goedkopere en efficiëntere aaneensluitende (nacht)treinreizen ontwikkelen en bewaken. Onder duizend kilometer reisafstand over land moeten reizen via de trein steeds goedkoper zijn dan vliegen.

    • Een gedeelde visie op routes, infrastructuur en investeringen

    • Beperking van vertragingen en het voorzien van gegarandeerde aansluitingen

    • Uitwisseling van informatie

    • Continue ontwikkeling van het aanbod

    • Harmonisatie van de verschillende nationale wetgevingen voor treinreizen

    • De aanschaf van nacht- en internationale treinwagons die reizen met het nodige comfort, veiligheidsgevoel en privacy mogelijk maken

    • Een eenduidig ticketsysteem en routeplanner. Die routeplanner moet onder toezicht van de Europese Unie het net als zoals bij vliegreizen op enkele seconden mogelijk maken

    • Een beter overzicht van de treinverbindingen, een geharmoniseerd terugbetalingssysteem voor tickets en een betere communicatie met passagiers in geval van vertraging

    • Door alles te bundelen in één organisatie voor langeafstands reizen per trein kunnen de (nog) schaarse middelen efficiënter en gestructureerder worden beheerd

    • Onder duizend kilometer reisafstand over land moeten reizen via de trein steeds goedkoper zijn dan vliegen.




 

Overzicht van alle standpunten van Jong Groen per thema:

armoedebestrijding en leefomstandighedendeMOcratie en staatsstructuureuropa en internationale politiekgender en diversiteitENergieLokaalMIgratiemilieu en klimaatonderwijs, jeugd en vrijetijdsbestedingvoedselsystemenwelzijn en samenlevenwerk en economiemobiliteitinterne richtlijnen

 

Check hier de standpuntenbundel met alle standpunten van Jong Groen.
(pdf, laatste update Amendementencongres 2021)


Word 'standpuntenliefhebber' bij Jong Groen

Als standpuntenliefhebber werk je mee aan het opstellen van nieuwe standpunten die ter goedkeuring worden voorgesteld aan leden. Je denkt mee na over wat we doen met de huidige standpunten of over hoe we leden meer kunnen betrekken bij het stemmen van onze standpunten via e-democracy. Je bent ook zeker welkom als je mee wil werken aan de voorbereiding van ons congres of gewoon heel wat wil opsteken over Jong Groen standpunten.

Check hier de vrijwilligersvacature en ... doe mee!

 

Contact

Kilian Vandenhirtz

bestuurslid Basisdemocratie & Standpuntenbepaling
[email protected]

 


Paola Travella

covoorzitster Jong Groen (perscontact)
[email protected]

#detoekomstisvanons