Werk en Economie

ALLE STANDPUNTEN VAN JONG GROEN BINNEN HET THEMA 'WERK EN ECONOMIE':

  1. Anders gaan werken is een voorwaarde om langer te kunnen werken. Om dat te realiseren wordt er een nieuwe pijler van de sociale zekerheid uitgebouwd: de publieke tijdsverzekering.

    De tijdsverzekering is een vereenvoudiging, want het bundelt de bestaande tijdsstelsels (ouderschapsverlof, educatief verlof, etc). Het creëert ook ruimte voor het opnemen van zorgtaken. Het geeft mensen bovendien de kans om tijdens de loopbaan andere keuzes te maken, zuurstofmomenten in te bouwen.

  2. Iedereen heeft recht op 3 jaar tijdsverzekering en men kan zelf bepalen hoe men dat krediet opneemt (voltijds of deeltijds, gespreid of meteen helemaal, ...). De uitkering gekoppeld aan de tijdsverzekering moet voldoende hoog zijn, want anders zal het nooit een succes worden.

  3. Om de jongerenwerkloosheid aan te pakken dringt zich een hervorming op van de wachttijd.

    De periode na het afstuderen moet in het teken staan van toeleiding, opleiding en ervaring. Wanneer een starter zich werkwillig verklaart, krijgt zij/hij meteen een uitkering. In ruil daarvoor vat men een bijkomende opleiding of stage aan. Zo’n stelsel met een jongerencontract kan ook gebruikt worden om relevante ervaring op te doen in het buitenland.

  4. Steeds meer studenten klussen bij. Omdat de huidige regeling complex en moeilijk controleerbaar is, moet er een hervorming en vereenvoudiging komen.

    Bij zo’n hervorming moet zeker ook rekening gehouden worden met de gevolgen voor reguliere werknemers en de grote groep jonge werkzoekenden. Studentenarbeid aan sterk verminderde sociale bijdragen kan enkel nog in de zomermaanden. Jongeren mogen dan voortaan 30 dagen werken tijdens de periode 1 juli tot 30 september.

  5. Jong Groen dringt aan op een hervorming en vereenvoudiging van het systeem van studentenarbeid.

    Bij zo’n hervorming moet zeker ook rekening gehouden worden met de gevolgen voor reguliere werknemers en de grote groep jonge werkzoekenden. Om die reden stapt Jong Groen, in tegenstelling tot andere politieke jongerenorganisaties, niet mee in het opbod van uren en dagen. Studentenarbeid aan sterk verminderde sociale bijdragen kan voor Jong Groen enkel nog in de zomermaanden. Jongeren mogen dan voortaan 30 dagen werken tijdens de periode 1 juli tot 30 september. Doorheen het jaar kan men nog steeds bijklussen, maar dan als werkstudent aan normale tarieven voor de sociale zekerheidsbijdrage. Alleen op die manier vermijd je oneerlijke concurrentie en verdringing van werkzoekenden.

  6. Jong Groen pleit voor een betere controle en regulering van de interimsector. Uitzendkantoren moeten hun wettelijke verplichtingen nakomen.

    Dat betekent onder meer een tijdig ondertekend contract en een correcte uitbetaling van de verschuldigde feestdagen. Uitzendkrachten moeten ook dezelfde rechten en voordelen (maaltijdcheques, ziekte‐uitkeringen, verplaatsingskosten, ... ) genieten als hun vaste collega's.

  7. Jong Groen wil komaf maken met de langdurige interims.

    Een uitzendkracht die in een periode van drie maanden 50 dagen bij dezelfde onderneming werkt, heeft recht op een contract van onbepaalde duur. De gepresteerde dagen als interim kracht moeten bovendien meetellen als proefperiode en voor het berekenen van de anciënniteit.

  8. Om komaf te maken met de discriminatie van jonge allochtonen op de arbeidsmarkt moeten er praktijktesten op racisme worden georganiseerd.

  9. Allochtonen moeten kunnen solliciteren onder een andere naam (het alias‐principe).

  10. Jong Groen pleit voor quota’s voor aanwerving van allochtonen in overheidsinstanties‐ en bedrijven.

  11. Werkgevers, vakbonden, jongerenorganisaties en onderwijsinstellingen betrokken worden bij de opmaak van een Groene New Deal.

    Werkgevers moeten zich daarbij via een pact met jongerenorganisaties formeel engageren om hun terughoudendheid ten aanzien van jongeren eindelijk te laten varen. Vakbonden en VDAB moeten de handen in elkaar slaan voor een ambitieus groen (bij)scholingsprogramma voor werknemers en werkzoekenden. In het onderwijs moeten bestaande technische richtingen worden gepromoot en, indien nodig, nieuwe richtingen worden geïntroduceerd. Via stages en werkbezoeken moeten jongeren al tijdens hun schoolloopbaan kunnen kennismaken met de groene economie. De uitwisseling van kennis, materiaal en infrastructuur tussen onderwijs en bedrijfsleven moet vlotter verlopen.

  12. Jong Groen pleit voor het oprichten van een website die jonge ondernemers en zelfstandigen informatie aanbiedt over allerlei facetten van het ondernemerschap, zoals (enkelvoudige) boekhouding, btw-aangifte procedures, belastingen, verplichte attesten en formulieren, etc. Daarenboven moet aan elke starter met een diploma hoger onderwijs de mogelijkheid gegeven worden om een korte opleiding te volgen die hen het attest bedrijfsbeheer oplevert. Hierin worden zij wegwijs gemaakt in allerlei administratieve elementen en taken die komen kijken bij het oprichten van een onderneming of het zelfstandige statuut.

    Omdat we als jong groenen een groene ecologische economie belangrijk vinden willen we jongeren die zelf een bedrijf opstarten of overnemen stimuleren. Voor veel jongeren is dit vaak geen eenvoudige zaak.

    Gedurende de eerste jaren komt men vaak voor problemen te staan die geen eenvoudige oplossing hebben. Daarom willen we als jong groen een klimaat creëren waarin jongeren zelf een eigen bedrijf kunnen opstarten om zo op langere termijn een volwaardige groene economie uit te bouwen.

    Voor veel startende ondernemers is het vinden van een financiering vaak een probleem. Zeker bij het oprichten van een bedrijf dat zware investeringen vraagt. Veel jongeren haken af omdat zij niet kunnen voldoen aan de eisen die banken stellen naar borgstelling. Vaak moet niet alleen de jongere zelf, maar ook de ouders zich persoonlijk garant stellen als de jongere kans wil maken op het verkrijgen van een lening. Daarom pleiten we voor het oprichten van een overheidsinstelling die een borgstelling geeft voor leningen aan jongeren die een bedrijf oprichten. Dit naar analogie met de landbouw waar men het VLIF (Vlaams Landbouw Investeringsfonds) kent. Ook naar regelingen voor subsidies en dergelijke moeten jongeren hier terecht kunnen. Een optie hier zou het uitbreiden van de takenpakket van het ondernemersloket zijn.

    Bij het betalen van belastingen duiken er ook vaak problemen op. Momenteel is het zo dat deze uitgesteld worden naar het derde jaar dat het bedrijf bestaat. Dat jaar komen de aanslagen van twee jaar samen en moet het bedrijf in kwestie het volledige bedrag betalen. Dit legt vaak een hypotheek op het voortbestaan van het bedrijf. Veel startende ondernemers vergeten dit en plannen investeringen waardoor ze in financiële problemen geraken. Er is momenteel de mogelijkheid tot het betalen van voorafnames maar hier wordt vaak geen gebruik van gemaakt. Deze bijdrage is immers vrijwillig. We pleiten voor een vast bedrag aan voorafnames die betaald moeten worden gedurende de eerste twee jaar dat een bedrijf start. Dit bedrag kan dan door de ondernemer vrijwillig verhoogd worden indien hij vermoedt dat hij na drie jaar meer zal moeten betalen.

  13. Afval als basis voor een groene economie

    Afval hoeft geen probleem te zijn. In een economie waarin grondstoffen eindig zijn, biedt eeuwig recycleren de oplossing. Afvalstoffen kunnen opnieuw grondstoffen worden, op deze manier sluiten we een vicieuze cirkel die steeds meer en meer roofbouw pleegt op de aarde. Een groene economie moedigt bedrijven aan om producten zo te maken dat ze 100% recyclebaar zijn. Nadien moet de gemeente instaan voor een gescheiden afvalophaling. Deze grondstof komt nadien opnieuw bij bedrijven terecht.

    De gemeente werkt samen met een Kringwinkel in de buurt en stimuleert hergebruik van meubelen, huisraad en kledij door deze goederen op te halen en af te leveren bij de Kringwinkel.

    Op producten in de winkel wordt een verpakkingstaks toegevoegd op basis van de hoeveelheid verpakking. Zo worden consumenten en bedrijven bewust gemaakt en verkleint de afvalberg.

    Door een eerlijk systeem zoals DIFTAR, waar afval individueel wordt gewogen, betaalt iedereen naar gelang de hoeveelheid afval die hij buitenzet. Regelmatige ophaling van alle fracties maakt dat vooral mensen die klein behuisd zijn of op een appartement wonen niet te lang tussen hun afval moeten leven.

    Voldoende en toegankelijke containerparken stimuleren het sorteren en zorgen ervoor dat mensen gemakkelijk van hun groot afval af geraken.

  14. Pestbelastingen hervormen tot één belasting die bedrijven aanzet te vergroenen

    We moeten bedrijven niet pesten. Belastingen waar meer administratieve kosten aan verbonden zijn dan dat ze geld opbrengen hebben weinig zin.

    Bedrijven en vennootschappen die eerlijk hun vennootschapsbelasting betalen, leveren een goede inspanning voor de omgeving waarin ze gelegen zijn. 

    Anderzijds kunnen belastingen wel nuttig zijn om bedrijven aan te zetten zichzelf te vergroenen. Bedrijven die groene keuzes maken kunnen zo een heel stuk belastingen uitsparen. 

    De oude belasting op drijfkracht kan het best vervangen worden door een belasting op energie. Bedrijven kunnen die belasting zelf onder controle houden door hun energieverbruik te laten dalen en worden zo gestimuleerd aanpassingen door te voeren.

    Een belasting op bedrijfsoppervlakten zet bedrijven aan tot een efficiënt ruimtegebruik en een belasting op leegstand voorkomt verpaupering van kantoorgebouwen, winkelstraten en bedrijfsterreinen. Gerichte fiscale stimuli kunnen de lokale economie op het juiste pad brengen. Gevelverfraaiing kan aangemoedigd worden met een premie. Aan wie een handelsactiviteit start in een leegstaand pand kan een starterstoelage toegekend worden.

  15. De belangrijkste opdracht van de noodzakelijke pensioenhervorming is het versterken van het wettelijk pensioen. Waardige wettelijke pensioenen zijn cruciaal voor de geloofwaardigheid van ons sociaal systeem. Een leefbare oude dag mag niet afhangen van het al dan niet hebben van aanvullende pensioenen of een eigen woning.

  16. Net zoals alle andere sociale uitkeringen moet het wettelijk pensioen welvaartsvast worden. Als het gemiddelde loon stijgt, dan moeten ook de sociale uitkeringen stijgen. Alleen zo voorkomen we dat de kloof tussen lonen en uitkeringen telkens weer toeneemt.

  17. Het wettelijk pensioen mag niet verder evolueren tot een minimumstelsel met een even hoog (even laag) basispensioen voor iedereen.

    Integendeel, de verzekeringsfunctie van het wettelijk pensioen moet opnieuw versterkt worden. Het verschil tussen het loon dat iemand tijdens haar/zijn loopbaan verdient (en dus ook haar of zijn bijdragen) en het pensioen moet weer kleiner worden.

  18. Het budget van de sociale zekerheid is beperkt, dus moeten de prioriteiten duidelijk worden bepaald. De minimumpensioenen moeten in elk geval opgetrokken worden. Beschikbare middelen voor de pensioenen moeten daarom in de eerste plaats gebruikt worden om de minimumpensioenen boven de Europese armoedegrens te brengen.

  19. Wanneer de laagste pensioenen zijn verhoogd, moeten de overige beschikbare middelen gebruikt worden om alle pensioenen met 10% te verhogen door aanpassingen aan de formule waarmee pensioenen berekend worden.

  20. Pas wanneer de laagste pensioenen verhoogd zijn én de gemiddelde vervangingsratio is opgekrikt, kunnen de hoogste pensioenen worden verhoogd.

    Dat kan door de maximumgrens voor het inkomen bij de berekening van de pensioenen te verhogen. Een verhoging van alle pensioenen én van de hoogste pensioenen zal het verschil tussen het loon tijdens de loopbaan en het pensioen verkleinen.

  21. Het systeem van de ambtenarenpensioenen moet geleidelijk hervormd worden.

    Statutaire ambtenaren hebben vandaag veel betere pensioenen dan gewone werknemers én dan contractuele ambtenaren. Contractuele ambtenaren krijgen immers een pensioen volgens de regeling voor werknemers, terwijl statutaire ambtenaren een ambtenarenpensioen krijgen.. Voor nieuwe ambtenaren moet het pensioen voortaan berekend worden volgens en nieuw systeem, gelijkaardig aan het systeem om de werknemerspensioenen te berekenen.

  22. De pensioenleeftijd moet variabel worden: het moment waarop men op pensioen moet afhankelijk worden van de duur van de loopbaan.

    De wettelijke pensioenleeftijd is vandaag 65 jaar, maar men kan ook vroeger of later op pensioen gaan. Wie later tot de arbeidsmarkt toetreedt, zal later op pensioen kunnen gaan. Zo’n systeem is rechtvaardiger, aangezien het rekening houdt met de periode van bijdragen en onrechtstreeks ook met de fysische intensiteit van bepaalde sectoren. Een volledige loopbaan bedraagt 45 jaar.

  23. Het blijft mogelijk om op pensioen te gaan na een kortere loopbaan. Bij de berekening van het pensioen wordt echter uitgegaan van een volledige loopbaan. Om een volledig pensioen te krijgen moet men dus 45 jaar hebben gewerkt.

    Wie na een onvolledige loopbaan (korter dan 45 jaar) op pensioen gaat, zal minder pensioen ontvangen. Het is ook mogelijk om langer te werken. Voor wie langer werkt, wordt rekening gehouden met de 45 meest gunstige jaren.

  24. Pensionering na een loopbaan van minder dan 42 jaar wordt best sterk ontmoedigd.

    Dat gebeurt door het pensioen, dat sowieso lager is omdat het berekend is op een loopbaan van minder dan 45 jaar, in dat geval bijkomend te verminderen met een bepaald percentage, een malus. Zo’n systeem bestaat vandaag enkel voor de zelfstandigen.

  25. Wie na pensionering nog wil werken moet dit kunnen. Inkomsten uit arbeid mogen vandaag slechts in beperkte mate gecombineerd worden met een pensioen. De bestaande regeling moet verder versoepeld worden.

  26. De gedeeltelijke vrijstelling van belastingen en sociale zekerheidsbijdragen van (bijdragen voor) pensioenen uit de 2e pijler wordt verminderd.

    Anders gaan er middelen verloren voor het wettelijk pensioen en blijven de beleidskeuzes op vlak van pensioenen onduidelijk. Bovendien kunnen pensioenen uit de 2e pijler enkel gedeeltelijk vrijgesteld worden van belastingen en sociale zekerheidsbijdragen als die pensioenfondsen en verzekeringen hun middelen ethisch en duurzaam investeren.

  27. Belgen zijn goede spaarders. Alles samen wordt er circa 10 miljard euro per maand gespaard. Het is dus niet nodig om burgers extra financieel aan te moedigen om zelf aan pensioensparen te doen. De fiscale aftrekbaarheid van het individueel pensioensparen, de 3e pijler, wordt daarom afgeschaft.

    De overheid kan de fiscale inkomsten beter gebruiken voor de wettelijke pensioenen. Dit zal ook helpen om het vertrouwen in het wettelijke pensioen te versterken, want banken en verzekeringsinstellingen maken vandaag mensen bang voor hun pensioen om zo zoveel mogelijk vormen van pensioensparen te kunnen verkopen.

  28. De burger moet beter geïnformeerd worden over zijn wettelijk pensioen. Elke burger moet op elk moment kunnen raadplegen hoeveel pensioenrechten zij/hij al heeft opgebouwd via www.mijnpensioen.be. Daarnaast moet men simulaties kunnen maken om de impact van bepaalde carrièrekeuzes op zijn pensioen te kunnen bepalen.

  29. Bij een echtscheiding worden de pensioenrechten die beide partners opgebouwd hebben, verdeeld. Hiervoor dient een regeling te worden uitgewerkt. Dat kan door de invoering van een ‘gemeenschap van sociale rechten’.

  30. Het geheel van pensioen geldstelsels en aparte regelingen voor mijnwerkers, journalisten, magistraten, militairen, personeel van de burgerluchtvaart… moet vereenvoudigd worden. Die vereenvoudiging moet leiden tot meer transparantie, cruciaal voor de geloofwaardigheid en toegankelijkheid van ons pensioenstelsel.

  31. Opteer langs vraagzijde voor bundeling van functies, satellietkantoren en thuiswerk.




 

Overzicht van alle standpunten van Jong Groen per thema:

armoedebestrijding en leefomstandighedendeMOcratie en staatsstructuureuropa en internationale politiekgender en diversiteitENergieLokaalMIgratiemilieu en klimaatonderwijs, jeugd en vrijetijdsbestedingvoedselsystemenwelzijn en samenlevenwerk en economiemobiliteitinterne richtlijnen

 

Check hier de standpuntenbundel met alle standpunten van Jong Groen.
(pdf, laatste update Amendementencongres 2021)


Word 'standpuntenliefhebber' bij Jong Groen

Als standpuntenliefhebber werk je mee aan het opstellen van nieuwe standpunten die ter goedkeuring worden voorgesteld aan leden. Je denkt mee na over wat we doen met de huidige standpunten of over hoe we leden meer kunnen betrekken bij het stemmen van onze standpunten via e-democracy. Je bent ook zeker welkom als je mee wil werken aan de voorbereiding van ons congres of gewoon heel wat wil opsteken over Jong Groen standpunten.

Check hier de vrijwilligersvacature en ... doe mee!

 

Contact

Kilian Vandenhirtz

bestuurslid Basisdemocratie & Standpuntenbepaling
[email protected]

 


Paola Travella

covoorzitster Jong Groen (perscontact)
[email protected]

#detoekomstisvanons