De vraag die verloren ging

De afgelopen weken werd lustig gedebatteerd over allerhande nieuwe of oude gentechnologieën. We verloren onderweg echter de essentie van de discussie: met welk soort landbouwsysteem willen we ons voedsel produceren? En dat is net waar we, Groen en Jong Groen, elkaar vinden. We zijn ervan overtuigd dat ons huidig systeem doorgedraaid is en dat we moeten evolueren naar een kleinschalig en duurzaam voedselsysteem want boeren verdienen beter.

De link tussen het eten op ons bord en het eten dat hier wordt gekweekt, is vaak een abstract iets geworden. Ook landbouwers hebben steeds minder in de pap te brokken. Zij worden meer en meer de speelbal van verschillende externe partijen. Zowel aan de input- als de outputzijde. Zo wordt de prijs van zaad bepaald door grote multinationals zoals Bayer en zijn nieuwe, grote en dure machines nodig om mee te kunnen met de competitie van schaalvergroting. Tegelijkertijd heeft de boer zelf geen zeg meer in hoeveel zijn of haar producten opbrengen. Hier spelen de wereldmarkt en de grootwarenhuisketens een grote rol. Dit landbouwsysteem is helemaal niet klaar voor de uitdagingen van morgen. Meer van hetzelfde aanmoedigen, zou betekenen dat boeren focussen op schaalvergroting en op specialisatie. Het eerste betekent een monsterproductie, het laatste betekent een vermindering van biodiversiteit, een snellere uitputting van bodems, enzoverder. Beiden zijn nefast voor onze gezondheid en het milieu. Ze bieden helemaal geen oplossing voor de problemen die ons te wachten staan.

Vandaag zien we echter dat het anders kan. We hoeven niet te investeren in dit industrieel systeem. We kunnen ook inzetten op kleinschalige landbouw. Voorbeelden hiervan zijn er voldoende in Vlaanderen. Meer nog, zoals uit het opiniestuk van Lien Vrijders en Greet Lambrecht bleek, is reeds 70% van ons voedsel afkomstig van landbouw die niet afhankelijk is van grootschalige input en die gemakkelijk te verzoenen is met natuurherstel en klimaatadaptatie. Dat is de toekomst. Dit soort landbouw moet een overheid ondersteunen.  We investeren in landbouwsystemen die eerst en vooral veerkrachtig genoeg zijn om externe schokken op te vangen (zoals de boslandbouw van de boer in Westouter) en die ook de boer opnieuw centraal stellen. Zo leggen we een basis voor een voedselsysteem dat heerlijk voedsel produceert met respect voor alles wat de natuur ons te bieden heeft. Allemaal volgens de principes van de agro-ecologie waarbij een brug tussen landbouw, natuur en de economische en de sociale realiteit wordt geslaan.

Investeren in dit landbouwmodel betekent ook investeren in onderzoek hiernaar. Dat gebeurt helaas vandaag nog te weinig. Daarom pleiten we er samen voor om meer geld naar agro-ecologisch onderzoek te laten vloeien, eventueel via de oprichting van een Vlaams agro-ecologisch instituut. Op die manier kunnen we de toekomst van onze landbouw in een breder plaatje bekijken en écht alle alternatieven in overweging nemen. Hierover zou het debat moeten gaan: de toekomst van onze landbouw verdient veel meer aandacht dan of er al dan niet een generatieconflict is.

 

Opiniestuk geschreven door Petra De Sutter, Bart Staes, Stefanie De Bock en Belinda Torres Leclerq


Kom langs op één van onze evenementen...

Sociale media

Ontvang het laatste nieuws