Europa en Internationale Politiek

STANDPUNTEN IN DE KIJKER:

 

VISIE

Jong Groen gelooft in Europese en bij uitbreiding ook internationale samenwerking om de problemen van morgen aan te pakken. We willen daarom coherente en vooral ook duurzame regels in verband met internationale handel, nemen duidelijke standpunten in rond ruimtevaart en stellen mensenrechten voorop bij elke internationale interventie. Samenwerking binnen de internationale gemeenschap is cruciaal, maar geweld, mensenrechtenschendingen en interventies met onduidelijke redenen kunnen voor ons niet door de beugel.

Jong Groen gelooft in Europese en bij uitbreiding ook internationale samenwerking om de problemen van morgen aan te pakken.

We geloven in een sterk Europa, maar om te kunnen spreken van een sterk Europa moeten er wel wat hervormingen worden doorgevoerd. Wanneer we een sterke Europese Unie willen is het belangrijk dat alle inwoners van de EU samen kunnen bepalen wie hen vertegenwoordigt en daarom willen we één Europese kieskring voor het hele Europese Parlement. We willen ook een democratisch verkozen Europees president die aan het hoofd van de uitvoerende macht van de Europese Unie staat alsook een nieuw systeem voor de vorming van de Europese Commissie.

De versterking van Europa moet niet enkel intern gebeuren maar moet ook op het internationale toneel gebeuren. Daarom moet er volgens Jong Groen worden ingezet op een Europees defensiebeleid dat vooral moet focussen op humanitaire opdrachten alsook op duurzame ontwikkeling. Mensenrechten zijn voor Jong Groen dus de duidelijke rode draad doorheen het internationale speelveld. Deze staan centraal in onze visie en zijn voor ons dé belangrijkste waarde en deze moeten ten allen tijde gerespecteerd worden.


ALLE STANDPUNTEN VAN JONG GROEN BINNEN HET THEMA 'EUROPA EN INTERNATIONALE POLITIEK':

  1. Jong Groen pleit voor een nieuw Verdrag via een Grondwettelijke Raad en een pan-Europees referendum.

    Jong Groen en Ecolo J willen de kloof tussen burger en Europese politiek dichten. Debat en betrokkenheid realiseren is daarvoor cruciaal. Een nieuw Verdrag over de toekomst van Europa moet voorwerp zijn van een breed opgezet en intens debat. In een eerste fase willen we een Grondwettelijke Raad rechtstreeks laten verkiezen. Die Raad moet een Verdrag uitwerken over de (institutionele) toekomst van de EU. Over dit Verdrag volgt nadien in heel Europa een breed maatschappelijk debat, waarbij een belangrijke rol is weggelegd voor het onderwijs en de media. Als sluitstuk volgt een pan-Europees referendum over het Verdrag. Dat referendum vindt gelijktijdig plaats in alle lidstaten. Wanneer er unanimiteit is tussen alle lidstaten treedt dit verdrag in werking.

  2. Jong Groen pleit voor de invoering van één Europese kieskring voor de verkiezing van het Europees Parlement.

    We willen voor de Europese verkiezingen een Europese kieskring. Alleen zo realiseer je immers een Europese politieke ruimte. Zo'n kieskring betekent een motor voor sterke Europese partijen en persoonlijkheden. Politici op Europees niveau zullen zo verplicht worden een supranationale attitude aan te nemen. Via de Europese kieskring leggen ze verantwoording af aan de hele Europese bevolking.

    Via deze Europese kieskring wordt 10% van de zetels ingevuld. De overige zetels worden per lidstaat verdeeld in verhouding tot de bevolking, met een minimum van 4 zetels per lidstaat om ook voor de kleine lidstaten een pluralistische afvaardiging toe te laten. Voor die overige zetels geldt een kieskring op lidstaatniveau, zijn de verkiezingen representatief en is er geen artificiële kiesdrempel. Iedere burger heeft dus 2 stemmen: één voor de Europese kieskring en één voor het niveau van de lidstaat.

  3. Jong Groen pleit voor een rechtstreeks verkozen Europese President. Deze President vervangt de huidige Voorzitter van de Europese Commissie en staat aan het hoofd van de uitvoerende macht op Europees niveau.

    De verkiezing vindt plaats in een Europese kieskring volgens het principe one person, one vote. De verkiezing vindt plaats in meerdere rondes.

    In de eerste ronde mag iedere stemgerechtigde de kandidaten rangschikken naar volgorde van voorkeur, naar analogie met het Ierse systeem van Single Transferable Voting. De kiezer is niet verplicht alle kandidaten in de voorkeursrangschikking op te nemen.

    Als volgt worden alle kandidaten gerangschikt naar het aantal eerste stemmen (wanneer de kiezer de betreffende kandidaat als eerste voorkeur heeft aangegeven). De kandidaat met het laagste aantal eerste stemmen wordt geschrapt. Op die stembiljetten wordt gekeken naar de tweede stem. Die tweede stemmen worden bij de desbetreffende kandidaten opgeteld, waarna de kandidaten opnieuw gerangschikt worden en de kandidaat die nu het laagste aantal stemmen heeft geschrapt wordt. Zo herhaalt het telproces zich totdat één kandidaat meer dan 50% van de stemmen heeft of dat er nog maar twee kandidaten overblijven, waarbij geenenkele kandidaat meer dan 50% van de stemmen heeft.

    Indien er twee kandidaten overblijven, komt er een tweede ronde waarin de kandidaat met het meeste aantal stemmen wint.

    Bijgevolg kan de term van 'Europees President' niet meer gebruikt worden voor de voorzitter van de Raad van de Europese Unie.

  4. Jong Groen pleit ervoor dat de lidstaatregeringen niet langer de Europese Commissarissen aanduiden, maar dat de Commissarissen echt alle Europese burgers gaan vertegenwoordigen.

    Daarom zal de Europese President/Voorzitter van de Europese Commissie zelf Commissarissen voorstellen aan het Europees Parlement. Het Europees Parlement moet dan iedere kandidaat-Commissaris afzonderlijk goed- of afkeuren. De Europese Commissie bestaat dan uit maximaal 15 leden.



  5. Jong Groen wil eerst duidelijkheid over het toekomstproject van de Europese Unie, dan kan er pas sprake zijn van een uitbreiding.

    Kwaliteit krijgt voor ons, jonge ecologisten, voorrang op kwantiteit. Voorlopig willen we geen verdere uitbreiding van de EU, tot we weten wat de toekomst van Europa brengt. Voor ons moet die toekomst er één zijn van meer integratie, harmonisering en supranationale besluitvorming. Elke toekomstige uitbreiding van de EU moet positief zijn, zowel voor de EU als voor het toetredend land. Bij toetreding van nieuwe landen willen we geen nivellering van normen naar onder. Op sociaaleconomisch, humanitair en ecologisch vlak worden lidstaten verplicht om te streven naar de strengste, meest ambitieuze normen, zonder de mogelijkheid voor lidstaten om achteraf opnieuw een stap achteruit te zetten. Volgens Jong Groen dient er tevens een hervorming van Artikel 7 van het Verdrag van de EU komen. Dit zou de unanimiteit die nodig is voor de aanzet tot een schendingsprocedure schrappen.

  6. We willen naar een duurzaam en coherent internationaal handels- en samenwerkingsbeleid.

    Voor Jong Groen en Ecolo J mag het Europese handels- en samenwerkingsbeleid nooit gebaseerd zijn op louter economische motieven. In haar contacten met landen in het globale zuiden moet de EU actief ecologische, sociale, humanitaire en democratische waarden promoten. Op dit moment is het handels- en samenwerkingsbeleid weinig coherent. Zo heeft het Europese landbouwbeleid een bijzonder nefaste impact economie en landbouw in het globale Zuiden. Handelsmaatregelen en samenwerkingsbeleid dienen voortaan beter op elkaar te worden afgestemd. Mondiale herverdeling, eerlijke handel en echte duurzame ontwikkeling moeten.

  7. Jong Groen pleit voor een Europees defensiebeleid.

    Om de positie van de EU op het internationale toneel te versterken pleiten Jong Groen en Ecolo J voor een Europees defensiebeleid. Een sterk Europees defensiebeleid kan zich opwerpen als tegenkracht voor andere mogendheden. De defensiepolitiek moet vooral focussen op humanitaire opdrachten en duurzame ontwikkeling. Louter militaire strategieën zijn zelden succesvol. Daarom is een Europese defensiemacht voor ons, jonge ecologisten, alleen zinvol als zij deel uitmaakt van een gemeenschappelijk Europees Buitenlands- en Veiligheidsbeleid. Belangrijk is ook de democratische controle. Militaire missies moeten ten allen tijden de goedkeuring krijgen van het Europees Parlement, dat ook nadien steeds kan ingrijpen over de aard en de duur van missies.

    Daarnaast focust het Europese defensiebeleid ook op de cyberveiligheid van burgers, bedrijven en publieke instellingen. Daarvoor richt ze een Europese Cyberdefensie-eenheid (ECDE) op.

  8. Energierevolutie is noodzakelijk voor een ambitieus klimaatbeleid.

    De klimaatverandering vraagt een radicale ommekeer, in het bijzonder in de manier waarop we energie opwekken en verbruiken. Een ware energierevolutie is noodzakelijk: radicale energiebesparing, meer energie-efficiëntie en drastische toename van het aandeel hernieuwbare energie. Om dit te realiseren pleiten Jong Groen en Ecolo J voor de oprichting van een Europees Agentschap voor Groene Energie, naar analogie met de EGKS en Euratom. Als jonge ecologisten blijven we consequent pleiten voor een hernieuwbaar Europa.

  9. Groene productpolitiek is de bouwsteen voor de duurzaamheidstransitie.

    Cruciaal voor een radicale duurzaamheidstransitie zijn andere productie- en consumptiepatronen. Er moet niet alleen minder geconsumeerd worden, ook wat we consumeren moet veranderen. Voor Jong Groen en Ecolo J is er daarom nood aan een doorgedreven Europese productpolitiek waarbij duurzaamheid centraal staat. Keuzes mogen immers niet zomaar afgewenteld worden op de individuele consument. Om een groene productpolitiek te realiseren wordt gewerkt met positieve en negatieve incentives.

    Producenten worden verplicht om het, binnen een bepaalde termijn, minstens even goed te doen als de meest groene variant op de markt. Importregels voor niet-Europese producten en diensten kunnen, maar enkel omwille van duurzaamheidscriteria. Deze criteria gelden vanzelfsprekend ook voor de eigen producten en diensten. De Europese productpolitiek mag verder nooit aangewend worden om duurzame producten uit andere regio's te boycotten.

  10. De EU lidstaten mogen geen objecten rond de aarde plaatsen die nucleaire wapens, of eender welk ander massavernietigingswapen, dragen.

    In 1967 werd de eerste ruimte wet van de Verenigde Naties goedgekeurd. De belangrijkste verdragen van die wetgeving gaan over het vredevol gebruik van de ruimte (100 km boven de zeespiegel). Recent kondigden zowel de VS als Frankrijk aan om een ‘space force’ op te richten. Daarnaast wil de NAVO tegen 2020 de ruimte erkennen als domein voor oorlogsvoering. Oorlog in de ruimte behoort binnen het decennium tot de mogelijkheden. De huidige politieke agenda’s van verschillende actoren ondermijnen het verdrag dat in 1967 werd gesloten.

    Sommigen denken misschien: “de ruimte is een ver-van-mijn-bedshow, wat maakt het nu uit dat ze daar oorlog voeren?” De vernietiging van 1 satelliet kan een sneeuwbaleffect van afval creëren en een einde maken aan: GPS, mobiel bellen, draadloze TV, het internet, klimaatdata, weerdata, geologische data, coördinatie tussen hulpdiensten bij rampen… Het detoneren van 1 kernbom op 400 km hoogte zal een EMP golf creëren dat elk toestel voorzien van elektriciteit kan doen stukgaan/ontploffen. Een volledig land kan worden lamgelegd in slechts enkele minuten.

  11. De EU lidstaten zullen het gebruik van de maan en andere hemellichamen enkel voor vredevolle doeleinden gebruiken. Militaire acties die geen wetenschappelijk onderzoek of vrede beogen, worden verboden. De EU krijgt dan ook het recht om hier toezicht op uit te oefenen.

  12. De EU zet in op een actief beleid om landen buiten de EU af te houden van ruimte bewapening.

  13. De EU maakt wetgeving voor niet-gouvernementele organisaties, bedrijven en entiteiten om bewapening van de ruimte onmogelijk te maken.

  14. Ruimtevaart mag alleen dienen voor wetenschappelijk onderzoek, innovatie en exporatie.

  15. België en de EU moeten hun 'soft power' - economische maatregelen en diplomatie - offensiever aanwenden om oorlogen en mensenrechtenschendingen te voorkomen.

    We demonstreren het potentieel van deze aanpak met een aantal gemiste en geslaagde voorbeelden. Het noemen van een conflict dient ter illustratie en heeft niet tot doel dit conflict als belangrijker voor te stellen dan niet-genoemde conflicten elders in de wereld. Wij zijn van mening dat België en de EU overal, zeker waar ze invloed en belangen hebben, verantwoordelijkheid hebben.

    • Er zijn aanwijzingen dat IS, zeker in vroegere stadia, financiering ontving uit omliggende landen. Een internationaal onderzoek naar dergelijke praktijken en internationale druk op zulke financiers, had IS mogelijk in een vroeger stadium geweldloos kunnen verzwakken.

    • In het onevenwichtige conflict in de Gazastrook in de zomer van 2014, hadden België en de EU een belangrijke invloed op Israël kunnen uitoefenen, dat zeer afhankelijk is van zijn Westerse bondgenoten.

    • In het conflict in Oost-Oekraïne en de Krim, werden economische sancties getroffen tegen Rusland waarvan men kan aannemen dat ze een verdere escalatie van het conflict hebben voorkomen.

    • In de kwestie van de nucleaire dreiging die uitging van Iran, hebben een combinatie van zware economische sancties en actieve diplomatie op vreedzame wijze geleid tot een internationale overeenkomst waar de meeste betrokken landen zich bij kunnen neerleggen.

  16. België en zijn bondgenoten moeten omzichtig omspringen met het aanvangen, uitvoeren en afsluiten van militaire interventies. Op elk bestuursniveau dat een leger kan inzetten, is een sterke parlementaire controle en een grote transparantie tegenover het parlement, in elk stadium een vereiste. Bij het afsluiten van een interventie, dragen de interveniërende landen verantwoordelijkheid voor het verzekeren van stabiliteit na hun vertrek. De EU zou altijd paraat moeten staan om landen te ondersteunen bij de opbouw van stabiele, democratische overheden.

    Een militaire ingreep kan erger geweld voorkomen, maar kan omgekeerd ook - zeker indien de ‘collateral damage’ groot is - verdere haat en geweld aanwakkeren. Bij de beslissing om al dan niet een interventie aan te vangen, moet deze afweging nauwgezet gemaakt worden en is een uitgebreid parlementair debat noodzakelijk. Het doel van elke interventie moet duidelijk zijn.

    De uitvoering van een interventie moet gebeuren met respect voor het internationaal recht. Het parlement moet kunnen nagaan of dit het geval is. Bij het afsluiten van een militaire interventie moeten de interveniërende landen erop toezien dat het land ter plaatse niet implodeert. De ervaring met Libië en met de Arabische Lente in het algemeen, toont dat de EU altijd paraat zou moeten staan om landen te ondersteunen bij de opbouw van stabiele, democratische overheden.

  17. België en de EU moeten (economische) belangen bij oorlog, geweld en mensenrechtenschendingen uitsluiten.

    De Belgische wapenproductie is hierbij een oud zeer. FN Herstal, maar ook andere producenten van militair materieel in de verschillende gewesten, moeten met hoogdringendheid op zoek naar civiele toepassingen van hun (soms wereldvermaarde) expertise. In afwachting mogen we niet toegeven aan de economische belangen van deze bedrijven en moet wapenexport naar landen die gewelddadige conflicten op de spits drijven, verboden worden. Hetzelfde principe geldt op het niveau van de EU.

    Ook onze afhankelijkheid van bepaalde olie- en gasleveranciers is een terugkerend probleem en een bijkomende reden om haast te maken van de omschakeling naar hernieuwbare energie.

    Verder moeten we vermijden dat we afhankelijk worden van bedenkelijke regimes voor de bescherming van onze buitengrenzen.

  18. Jong Groen pleit voor meer aandacht voor mensenrechten in het beleid rond handel, buitenlandse zaken en ontwikkelingssamenwerking, bij voorkeur op Europees niveau.

    Men zoekt slechts naar een zo groot mogelijke markt zonder oog voor mogelijke geopolitieke gevolgen. Het handelsbeleid moet kaderen binnen een politieke dialoog gericht op het respecteren van de universele verklaring van de rechten van de mens en het creëren van een sterke middenklasse in landen van het globale zuiden.

  19. Verbied en bestraf de eenzijdige sluiting of militarisering van de Europese grenzen door lidstaten zoals Hongarije, die tevens lid zijn van de Schengenzone. Europa moet hier kordaat in optreden.

    Europa moet hulp bieden om de vluchtelingenproblematiek ter plaatse te ondersteunen. Daarnaast dient het vooral in te zetten op een sterke strategie die gezamenlijk is uitgedacht tussen de lidstaten. De lidstaten moeten dan samen dit afgesproken migratiebeleid implementeren, lidstaten kunnen en mogen niet alleen handelen. Een doelgerichte en gezamenlijke aanpak is opportuun.


 

 

 

 

Overzicht van alle standpunten van Jong Groen per thema:

armoedebestrijding en leefomstandighedendeMOcratie en staatsstructuureuropa en internationale politiekgender en diversiteitENergieLokaalMIgratiemilieu en klimaatonderwijs, jeugd en vrijetijdsbestedingvoedselsystemenwelzijn en samenlevenwerk en economiemobiliteitinterne richtlijnen

 

Check hier de standpuntenbundel met alle standpunten van Jong Groen.
(pdf, laatste update Amendementencongres 2021)


Word 'standpuntenliefhebber' bij Jong Groen

Als standpuntenliefhebber werk je mee aan het opstellen van nieuwe standpunten die ter goedkeuring worden voorgesteld aan leden. Je denkt mee na over wat we doen met de huidige standpunten of over hoe we leden meer kunnen betrekken bij het stemmen van onze standpunten via e-democracy. Je bent ook zeker welkom als je mee wil werken aan de voorbereiding van ons congres of gewoon heel wat wil opsteken over Jong Groen standpunten.

Check hier de vrijwilligersvacature en ... doe mee!

 

Contact

Kilian Vandenhirtz

bestuurslid Basisdemocratie & Standpuntenbepaling
[email protected]

 


Paola Travella

covoorzitster Jong Groen (perscontact)
[email protected]

#detoekomstisvanons