Congres Actief Pluralisme


Deel 1: Visie op actief pluralisme

De maatschappij is de laatste jaren ingrijpend veranderd. Superdiversiteit is in de meeste steden – en steeds meer gemeentes – vandaag de norm geworden. Het dwingt onze samenleving ertoe zich opnieuw in vraag te stellen. Op dit moment is de trend echter duidelijk: assimileren is de boodschap. Nieuwkomers worden klaargestoomd voor een snelcursus ‘Vlaming worden’. Tegelijk laat het taalbeleid het voor heel wat diensten niet toe in een andere taal dan het Nederlands te communiceren.  Is dit de weg die we moeten bewandelen? Of kan het anders? Jong Groen gaat voor een model dat vertrekt vanuit het zogenoemde “Actief Pluralisme”. Maar wat is dat nu precies?

Actief Pluralisme is een basishouding of ingesteldheid die ons helpt om samen te leven in diversiteit, vooral uit respect voor die alle vormen van diversiteit. De invulling van het woord is dus afhankelijk van de context. We baseren we ons op de volgende krachtlijnen:

VOORSTEL 1.1: De samenleving is een diverse constructie en wordt door iedereen samen opgebouwd, los van ideologie, verblijfsstatus of sociale status: iedereen oefent wel degelijk invloed uit. Toch heerst ook hier sociale ongelijkheid waardoor niet elke groep in de samenleving op dezelfde manier invloed kan uitoefenen en over dezelfde kansen beschikt.

VOORSTEL 1.2: Een samenleving verandert voortdurend. Daarom kan je mensen niet in vaststaande groepen indelen. Dat leidt al te vaak tot een wij-zij denken. Een gemeenschap krijgt vorm door iedereen die er mee te maken heeft en is daardoor voortdurend in verandering. Mensen hebben schrik van het onbekende en daarom moet je het onbekende bekend maken.

VOORSTEL 1.3: De wettelijke basisprincipes van de samenleving ontstaan steeds vanuit een context. Ze liggen dus niet voor eeuwig vast en moeten onderwerp kunnen zijn van debat en onderhandeling. Alles moet bespreekbaar zijn.

Deel 2 Beleidsvoorstellen

VOORSTEL 2.1: Taalverwerving is geen doel op zich, maar wel een manier om de communicatie in de samenleving te bevorderen. De overheid moet alle mogelijkheden om een landstaal te oefenen aanbieden en tegelijk anderstaligen actief ondersteunen.

VOORSTEL 2.2: Kinderen, jongeren en leerkrachten mogen op school meerdere talen spreken, zowel in de klas als op de speelplaats. Om het onderwijs te faciliteren wordt er in afgesproken talen onderwezen.

VOORSTEL 2.3: De overheid moet af van het zogenaamde neutraliteitsprincipe en kan zich geen passieve houding veroorloven. Diversiteit voor en achter het loket moet bijvoorbeeld kunnen. We kiezen voor mensen die hun job goed doen.

VOORSTEL 2.4: We passen het subsidie- en wettelijke kader aan om zelforganisatie mogelijk te maken.

Thema: