Congres 2.0 - Jongeren en geld

Naar een andere activering van starters

Een eerste baan vinden is niet eenvoudig: niet voor jongeren met een hoger diploma en al helemaal niet voor laaggeschoolden en schoolverlaters zonder diploma. Tewerkstelling voor starters, hooggeschoold en laaggeschoold, is een specifiek probleem dat ook bijzondere aandacht vraagt. Om hen aan een baan te helpen moet onze arbeidsmarkt veranderen, zowel aan de vraag- als de aanbodzijde. Concrete maatregelen dringen zich op, zeker in de huidige context. Anders dreigen jongeren de prijs te betalen voor de economische recessie.

Ook nu al worden heel wat initiatieven ontwikkeld om jonge werkzoekenden tewerk te stellen. Toch blijkt de overheid zelf een extra drempel op te werpen, namelijk met het activeringsbeleid zoals het sinds 2004 wordt toegepast. Activering is uitgegroeid tot een mantra voor de traditionele politieke partijen, zowel linkse als rechtse. Het motto is eenvoudig: de echte werkwilligen zullen beloond worden, terwijl de profiteurs worden gestraft. Althans dat is wat de activering van werklozen claimt te doen.

In de praktijk blijkt dit beleid een kwalijke keerzijde te hebben. Het aantal schorsingen steeg de laatste jaren enorm. De reden is voornamelijk het niet opdagen voor een gesprek. Het zijn vooral laaggeschoolde jongeren, die niet beschikken over de noodzakelijke administratieve en maatschappelijke vaardigheden, die worden geschorst. Deze jongeren verdwijnen weliswaar uit de werkloosheidsstatistieken, maar nadat ze zijn geschorst, loopt het vaak helemaal mis. Ze moeten aankloppen bij het OCMW voor een leefloon. Vaak verdwijnen ze zelfs definitief van de arbeidsmarkt. Jong Groen! pleit er dan ook voor om deze vorm van activering simpelweg stop te zetten. Uitzonderlijk kan men iemands uitkering intrekken, maar schorsingen steevast als activeringsinstrument aanwenden kan voor Jong Groen! niet. In een sociale trajectbegeleiding staan opleiding en informatie op maat centraal. Het schrappen van werklozen is immers veelal het gevolg van het niet naleven van administratieve afspraken. Die afspraken worden vaak eenzijdig aan de werkloze opgedrongen en zijn daarnaast vaak in een niet-aangepaste en onbegrijpelijke taal. Jong Groen! ijvert er daarom voor dat het huidige communicatiebeleid volledig wordt afgestemd op de werkzoekenden met de laagste scholingsgraad.

Jong Groen! heeft ook fundamentele vragen bij welke jobs er op dit moment worden aangeboden. Steeds meer bestaat dat aanbod uit minderwaardige jobs die weinig of geen gevoel van eigenwaarde voor de werknemer creëren. Maar liefst 60% van de eerste jobs zijn tijdelijk, waardoor te veel starters in een onzekere cyclus van interim-arbeid en werkloosheid vervallen. Aanhangers van de interim-arbeid zien geen graten in het onzekere, weinig duurzame karakter van vele uitzendjobs. Zij menen dat uitzendwerk voor jongeren geen probleem vormt. Bedrijven maken op hun beurt graag gebruik van deze flexibele en goedkope arbeidskrachten. Interim-werk mag niet de norm worden. Het is nu voor bedrijven te eenvoudig om interim-krachten à la carte te gebruiken en te dumpen zodra het moet. Daarom pleit Jong Groen! voor een maximaal aantal interim-krachten binnen een bepaalde termijn per bedrijf.

De realiteit voor de betrokken jongeren is echter minder rooskleurig. Jonge uitzendkrachten komen vaak terecht in een werkomgeving die enkel rekening houdt met de tijdelijk geleverde arbeidsproductiviteit. Omkadering en begeleiding zijn dan niet van belang, want wie wil er nu investeren in iets tijdelijks? Nochtans is net die begeleiding voor jongeren, zeker voor schoolverlaters zonder diploma, zo cruciaal. Bovendien verwerft een uitzendkracht minder rechten dan iemand die een vaste baan heeft. Zo verkrijgt men geen anciënniteit en misloopt men pensioensparen, groeps- en hospitalisatieverzekeringen.

Voor Jong Groen! moet het aandeel starters dat zich tevreden moet stellen met een interim-baan gevoelig afnemen. Daarnaast pleit Jong Groen! voor een betere controle en regulering van de interim-sector. Uitzendkantoren moeten hun wettelijke verplichtingen nakomen. Dat betekent ondermeer een tijdig ondertekend contract en een correcte uitbetaling van de verschuldigde feestdagen. Uitzendkrachten moeten ook dezelfde rechten en voordelen (maaltijdcheques, ziekte-uitkeringen, verplaatsingskosten, ... ) genieten als hun vaste collega's. Jong Groen! wil ook komaf maken met de langdurige interims. Een uitzendkracht die in een periode van drie maanden 50 dagen bij dezelfde onderneming werkt, heeft recht op een contract van onbepaalde duur. De gepresteerde dagen als interim-kracht moeten bovendien meetellen als proefperiode en voor het berekenen van de anciënniteit.

Jonge allochtonen worden nog al te vaak gediscrimineerd bij het zoeken naar een job. Om komaf te maken met deze situatie moeten er praktijktesten op racisme georganiseerd worden. Daarnaast pleit Jong Groen! voor het invoeren van anoniem solliciteren voor iedereen. Als tijdelijke maatregel, om de huidige situatie recht te trekken, stelt Jong Groen! ook voor om quota te hanteren voor de aanwerving van allochtonen bij overheidsinstanties- en bedrijven. Het bestrijden van racisme op de arbeidsmarkt is voor ons immers een prioritair punt.

Om ook ex-gedetineerden een kans tot rehabilitatie te bieden mag het model 1 van het uitreksel uit het strafregister niet meer opgevraagd worden tijdens een selectieprocedure. Model 2 blijft echter noodzakelijk bij specifieke jobs met minderjarigen.

Jong Groen! roept alle overheden van het land op om af te stappen van de erg strenge diplomavereisten. Wij pleiten voor de invoering van het competentiedenken.

Een Groene New Deal: de koevoet in mensenhanden

Niet alleen op welke manier en hoe lang jongeren aan een baan worden geholpen is belangrijk. Ook de sectoren waarin starters terecht komen, kunnen cruciaal zijn voor hun kansen op de arbeidsmarkt. Alleen de groene sectoren van de toekomst bieden hen perspectieven op langdurige en kwalitatieve tewerkstelling. In dit kader verwijzen we graag naar de Groene New Deal, het antwoord op de huidige multicrisis (de ecologische, sociale en financieel-economische crises) dat alle groene Europese partijen samen vooruitschuiven. Zo'n New Deal zal Vlaanderen en haar bevolking veel meer opleveren dan Vlaanderen in Actie (ViA). Door van Vlaanderen de logistieke draaischijf van Europa te maken zadelt de Vlaamse Regering de huidige en toekomstige generaties op met een milieu- en mobiliteitsinfarct. De winst aan werkgelegenheid is bovendien beperkt en slechts tijdelijk. Bovendien is deze vorm van economie zeer afhankelijk van buitenlandse economieën. En dus ook zeer gevoelig voor schommelingen daarin, met alle gevolgen van dien...

De Groene New Deal daarentegen zet massaal in op de sectoren van de toekomst: hernieuwbare energie, isolatie, groene high tech, recyclagesector,... Zo kunnen we niet alleen bestaande arbeidsplaatsen veilig stellen, maar ook een heleboel nieuwe jobs realiseren. Als we in Vlaanderen de komende tien jaar jaarlijks één miljard euro investeren, kunnen we tegen 2020 maar liefst 100.000 groene jobs creëren. Voor deze nieuwe jobs moeten starters actief gerekruteerd worden. In de huidige economische context zijn zij immers extra kwetsbaar.

Jong Groen! benadert de huidige economische crisis als een kans om onze economie radicaal te vergroenen. Die transitie biedt niet alleen perspectieven voor de hooggeschoolde ingenieur of de creatieve ondernemer, maar ook voor laaggeschoolde jongeren op zoek naar een baan. Al zal dat niet spontaan het geval zijn. Daarvoor moeten werkgevers, vakbonden, jongerenorganisaties en onderwijsinstellingen betrokken worden bij de opmaak van een Groene New Deal. Werkgevers moeten zich daarbij via een pact met jongerenorganisaties formeel engageren om hun terughoudendheid tegenover jongeren eindelijk te laten varen. Vakbonden en VDAB moeten de handen in elkaar slaan voor een ambitieus groen (bij)scholingsprogramma voor werknemers en werkzoekenden. In het onderwijs moeten bestaande technische richtingen worden gepromoot en, indien nodig, nieuwe richtingen worden geïntroduceerd. Via stages en werkbezoeken moeten jongeren al tijdens hun schoolloopbaan kunnen kennismaken met de groene economie. De uitwisseling van kennis, materiaal en infrastructuur tussen onderwijs en bedrijfsleven moet vlotter verlopen.

Betaalbare huisvesting absolute prioriteit

Een betaalbare woning vinden is voor veel jongeren anno 2009 erg moeilijk. Meteen een huis kopen is voor heel wat starters immers niet haalbaar. Door het beperkte aanbod en de lange wachtperiodes bij sociale huisvestingsmaatschappijen zijn ze aangewezen op de dure private huurmarkt. Jongeren spenderen zo een steeds groter aandeel van hun inkomen aan huisvesting. Huurwoningen hebben bovendien gemiddeld een lagere kwaliteit. Voor heel wat jongeren, maar ook voor minder jonge mensen met een laag inkomen is kwalitatieve en betaalbare huisvesting momenteel geen realiteit.

Voor Jong Groen! moet dit veranderen. Wonen is immers een grondrecht. Het huisvestingsbeleid in ons land is van oudsher gericht op eigendomsverwerving. Resultaat is dat bijna 75% van de Vlamingen een eigen huis heeft. Een grote groep zal echter nooit een eigen woning kunnen kopen. Prioriteit voor Jong Groen! is dan ook het realiseren van betaalbare en kwalitatieve huisvesting voor de meest kwetsbaren. Concreet pleit Jong Groen! voor een ruimer aanbod aan sociale huisvesting en een regulering van de huurprijzen op de private markt. Jong Groen! wil ook de leegstand aanpakken. Als een pand een bepaalde tijd leeg staat, mag de overheid eisen de woning te verkopen.

Op dit moment bedraagt het aandeel sociale huisvesting in Vlaanderen nog geen 6%. De plannen van de huidige Vlaamse regering om tegen 2020 7,5% sociale huurwoningen te hebben zijn voor Jong Groen! lang niet voldoende. De ambitie moet zijn om tegen dan een aandeel van 15% te realiseren. Ook het aanbod via sociale verhuurkantoren moet gevoelig uitgebreid worden. De eerste beleidsdaad van de nieuwe Vlaamse Regering moet dan ook een ambitieus investeringsprogramma voor de sociale huisvesting zijn. De middelen die jaarlijks vrijgemaakt worden, om bestaande huizen te renoveren en het aanbod uit te breiden, moeten voor Jong Groen! minstens verdubbelen. In de huidige context is zo'n investeringsprogramma ook een uitstekende manier om onze economie aan te zwengelen en nieuwe banen te realiseren.

Ook de kwaliteit van de sociale huisvesting is belangrijk. Het realiseren van extra aanbod mag noodzakelijke renovaties niet verdringen. Cruciaal bij zulke renovaties zijn energiebesparende maatregelen. Ook de toewijzingspolitiek is belangrijk. Taal en het hebben van een job kunnen voor Jong Groen! daarbij nooit als criteria worden gebruikt. Om de slagkracht van de huisvestingsmaatschappijen te vergroten pleit Jong Groen! voor een herverkaveling. Een gepaste herschikking van het sociale verhuurlandschap kan her en der zorgen voor een betere afstemming op andere samenwerkingsverbanden. Om problemen van leefbaarheid aan te pakken pleit Jong Groen! voor decentrale ombudsdiensten en het inzetten van sociaal werkers en huisbewaarders. Om de leefbaarheid in sociale huisvesting te garanderen is een evenwichtige spreiding en een gezonde sociaal-economische mix aangewezen. Dit kan door een goede regionale spreiding van het aantal sociale woningen (niet alleen in grote steden) en een goede spreiding van het aantal woningen binnen een stad of gemeente. Bij grote sociale woningprojecten moet men een sociaal-economische mix verwezenlijken.

Er is ook nood aan een betere regulering van de private huurmarkt. De overheid moet voor Jong Groen! actiever ingrijpen op de private huurmarkt. Zo moeten er strikte en afdwingbare kwaliteitscriteria opgelegd worden aan verhuurders. Daarnaast moeten er ook maximumprijzen worden ingevoerd. Vanzelfsprekend moet men daarbij rekening houden met de kwaliteit en de ligging van de betrokken huurwoning. In combinatie met een systeem van huursubsidies zorgt een maximumfactuur ervoor dat huren op de private markt weer betaalbaar wordt. Mensen met een laag inkomen die recht hebben op een sociale huurwoning moeten de ganse wachttijd van een huursubsidie kunnen genieten.

Specifiek voor jongeren pleit Jong Groen! voor het inrichten van starterswoningen, eerste woningen voor jongeren tot 30 jaar. Via zo'n starterswoningen wordt het voor hen weer mogelijk om betaalbaar te huren in afwachting van een eigen huis. Als proefproject moet er de komende legislatuur starterswoningen worden gerealiseerd in enkele centrumsteden, waar wonen op dit moment peperduur is.

Daarnaast is het ook hoog tijd om meer creatieve, eigentijdse woonvormen te promoten. Het klassieke ideaalbeeld van een huisje voor elk gezin is niet meer van deze tijd. Jong Groen! wil daarom nieuwe woonvormen als kangoeroewonen, samenhuizen, friendswonen, ... zoveel mogelijk aanmoedigen. Dit kan via financiële stimuli. In de eerste plaats is er echter nood aan duidelijke regelgeving die deze woonvormen mogelijk maakt.

De Vlaamse Overheid moet studentenvoorzieningen van universiteiten en hogescholen ondersteunen om hun patrimonium van peda's, residenties en studentenhomes uit te bouwen. Op die manier wordt er goedkope huisvesting voor studenten voorzien. Tegelijk kunnen de prijzen op de private markt beïnvloed worden, omdat er minder studenten moeten huren op de private huurmarkt.

Mobiliteit is geen luxeproduct

Heel wat scholieren en studenten zijn gebruikers van het openbaar vervoer. Jong Groen! wil dit zoveel mogelijk aanmoedigen. Openbaar vervoer is immers de meest duurzame vorm van mobiliteit. Voor Jong Groen! moeten trein, tram en bus de meest toegankelijke en democratische manier worden om zich te verplaatsen. Alleen zo zorg je ervoor dat jongeren ook na hun studieloopbaan massaal het openbaar vervoer blijven gebruiken. Om dit te realiseren moet het tarievenbeleid gewijzigd worden en het aanbod uitgebreid worden.

De verschillende vervoersmaatschappijen in België maken het de reiziger niet eenvoudig. Elke maatschappij heeft een ander ticket of abonnement. Bovendien zijn de regels om als jongere korting te krijgen steeds verschillend. Jong Groen! wil dat hier verandering in komt en onderschrijft daarom ook de invoering van één openbare vervoerskaart voor alle vervoersmaatschappijen: De Lijn, MIVB, TEC en NMBS. Met die kaart kan men altijd en overal het openbaar vervoer gebruiken. Studenten en werkzoekenden moeten de kaart kunnen aanschaffen voor €50 per jaar. Tot 18 jaar is alle openbaar vervoer gratis. Deze stimuli voor het openbaar vervoer zullen de druk op de overbezette piekuurtreinen wel doen toenemen. Jong Groen! pleit daarom voor het afschaffen van de eerste klasse om dit probleem gedeeltelijk op te lossen. Bovendien achten we dit systeem niet meer van deze tijd.

Om jongeren aan te sporen gebruik te maken van het openbaar vervoer moet ook de frequentie van vervoer tussen de centrumsteden en het hinterland fors opgetrokken worden. Het aanbod moet daarnaast beter afgestemd worden op de zogenaamde kotstudenten-spitsuren: vrijdag- en zondagavond. Aangezien het studentenleven zich voor een stuk ook 's avonds en 's nachts afspeelt, moet het aanbod ook daaraan aangepast worden. Jong Groen! wil daarom ook tijdens de week verbindingen tussen de grote centrumsteden tot 2u 's nachts. In het weekend moet er een uitgebreid aanbod gerealiseerd worden van nachtbussen en -treinen.

Jong Groen! dringt er op aan dat Infrabel versneld werk maakt van de verdere uitbouw van voldoende en comfortabele parkeergelegenheid voor fiets én auto aan haar stations. Tevens pleit Jong Groen! ervoor dat Infrabel een voorlopersrol vervult door autoparkings uit te rusten met faciliteiten om elektrische auto's op te laden.

Met een beter openbaar vervoer wil Jong Groen! het autogebruik zo veel mogelijk terugdringen. Een struikelblok voor heel wat jongeren is de dure auto-opleiding. Rijscholen worden steeds duurder, zodat veel jongeren zich geen of onvoldoende professionele lessen kunnen veroorloven. Nochtans zijn zo'n lessen de beste manier om veilig te leren rijden. De prijzen voor auto-opleidingen moeten daarom een stuk democratischer. Jongeren die zulke hoge bedragen niet in één keer kunnen betalen, moeten de kans krijgen om de betaling te spreiden. Daarnaast moet ook de discriminatie van jonge autobestuurders door verzekeringsmaatschappijen stoppen. Voor alleenstaande jongeren en jonge gezinnen zonder kinderen kan autodelen een duurzame en goedkope oplossing zijn. Tegen 2015 wil Jong Groen! in elke gemeente met meer dan 10.000 inwoners een autodeelproject. Daarenboven moeten jongeren en jonge gezinnen aangemoedigd worden om groene en milieuvriendelijke wagens te gebruiken. Jong Groen! wil dat de wagenparken van bedrijven groener worden en dat in projecten van autodelen gebruik wordt gemaakt van milieuvriendelijke wagens. Deze initiatieven kunnen dan ook in dit kader extra financiële middelen krijgen.

Om fietsvriendelijke basismobiliteit een meer prominente rol te bedelen wil Jong Groen! dat iedere gemeente en stad bestaande fietspaden opwaardeert en blijft onderhouden. Bij de aanleg van nieuwe fietspaden dient de veiligheid van de fietser voorop te staan. Jong Groen! wil daarom dat nieuwe fietspaden alleen nog als apart en afgescheiden pad worden aangelegd. De aanleg van nieuwe fietspaden op drukke en veelgebruikte routes naar scholen, jeugd-, sport- en cultuurcentra moet voorrang krijgen.

Naar een rechtvaardig systeem van studentenarbeid

Heel wat studenten klussen bij als jobstudent, tijdens de zomermaanden, maar ook meer en meer tijdens het schooljaar. De wetgeving op studentenarbeid laat hen immers toe om een beperkt aantal dagen te werken aan verminderde sociale zekerheidsbijdrage en behoud van kindergeld. Concreet mogen studenten 46 dagen werken, waarvan 23 tijdens juli, augustus en september en 23 tijdens de rest van het jaar. In de zomer moet men slechts een solidariteitsbijdrage van 2,5% betalen, buiten de zomermaanden bedraagt die 4,5%. Voor de studenten gaat het om een aantrekkelijk regime omdat het nettoloon bijna gelijk is aan het brutoloon. Werkgevers maken dankbaar gebruik van de goedkope, vaak zeer flexibele jonge werkkrachten.

Omdat de huidige regeling complex en moeilijk controleerbaar is, dringt Jong Groen! aan op hervorming en vereenvoudiging. Bij zo'n hervorming moet zeker ook rekening gehouden worden met de gevolgen voor reguliere werknemers en de grote groep jonge werkzoekenden. Om die reden stapt Jong Groen!, in tegenstelling tot andere politieke jongerenorganisaties, niet mee in het opbod van uren en dagen. Studentenarbeid aan sterk verminderde sociale bijdragen kan voor Jong Groen! enkel nog in de zomermaanden. Jongeren mogen dan voortaan 30 dagen werken tijdens de periode 1 juli tot 30 september. Doorheen het jaar kan men nog steeds bijklussen, maar dan als werkstudent aan normale tarieven voor de sociale zekerheidsbijdrage, met behoud van het kindergeld. Alleen op die manier vermijd je oneerlijke concurrentie en een verdringing van werkzoekenden. Werkgevers die zulke werkstudenten aanwerven kunnen dan wel genieten van een korting op werkgeversbijdrage. Deze verlaagde sociale bijdrage, zeg maar een sociaal tarief, wordt ook ingevoerd voor schoolverlaters en oudere werkzoekenden. Zo realiseer je voor deze groepen een concurrentieel voordeel, zonder hen tegen elkaar uit te spelen.

Jonge consumenten beschermen

Kinderen en jongeren zijn een belangrijke doelgroep voor marketeers. Dagelijks worden ze via televisie, radio, internet en gsm bestookt met reclameberichten over de nieuwste hippe producten. Kinderen en jongeren zijn echter extra kwetsbaar en afhankelijk. Ons land loopt helaas achter op het vlak van consumentenbescherming van jongeren. Volgens Jong Groen! moeten politici, het onderwijs, bedrijven en ouders de handen in elkaar slaan om hierin verandering te brengen.

Ouders moeten kinderen al snel leren hoe ze met een budget moeten omgaan. Zakgeld is hiervoor een nuttig instrument. Kinderen die regelmatig zakgeld krijgen, krijgen immers een betere kennis over het beheren van geld. Ook het onderwijs moet jongeren sensibiliseren omtrent aankopen en de daaraan verbonden risico's. Dit moet al starten in de lagere school. Via het beheer van een klasbudget of via schoolwinkels kan je deze sensibilisering aangenaam en concretiseren. In het secundair onderwijs moet elke leerling een basis van economische en financiële vorming genieten. Ook reclame-educatie kan plaatsvinden op de schoolbanken. Jong Groen! pleit ervoor om de bestaande reclamewetgeving strikter te maken en beter te reguleren en jongeren zo beter tegen reclame te beschermen. Jong Groen! wil geen reclame die zich richt op kinderen jonger dan twaalf jaar. Zo mogen er geen reclameblokken zijn rond kinderprogramma's op televisie. Voor kinderen, maar ook voor volwassenen, pleit Jong Groen! voor reclamevrije ruimtes (school, bibliotheek, cultuur- en sportcentra, ...).

Op latere leeftijd moet men ook aandacht hebben voor de elektronische handel (via internet en gsm) en de gevolgen daarvan. Bepaalde nieuwe gsm-toepassingen stellen jongeren bloot aan risico's op commercieel misbruik of consumentenbedrog. Zo worden vele sms-diensten tegen een hoog tarief gefactureerd en blijkt de ontvangst van vervolg-sms'jes moeilijk te stoppen. Kinderen en jongeren krijgen per sms ook reclameboodschappen. Vaak kan men dan voor bepaalde reclamediensten betalen met het belkrediet. Deze praktijken maken een betere bescherming van minderjarigen noodzakelijk. De huidige zelfregulering door de sector via gedragscodes gaat niet ver genoeg. Er moet daarom een wetgevend kader worden uitgewerkt.

De jonge consument is ook steeds meer een onlineconsument, ze kopen en verkopen via het net. Vaak duiken er problemen op: producten die bij ontvangst defect zijn of niet beantwoorden aan de beschrijving, gemanipuleerde verkoopsprofielen en problemen met de levering of betaling. Jongeren zijn ook snel geneigd persoonlijke informatie door te geven. Ook inzake e-commerce en online reclame is er dus dringend nood aan wetgevende initiatieven. Jong Groen! pleit daarnaast voor een charter voor gendergelijkheid, waarin aan alle media- en reclamebureaus wordt gevraagd om bestaande rolpatronen en de genderstereotypes te doorbreken.

Thema: