Congres 2.0 - Jeugd en Cultuur

Jeugd is een categorie, geen sector

Jeugdbeleid staat niet op zich. Heel veel beleidsbeslissingen hebben invloed op kinderen en jongeren. Er is dus meer nodig dan een goed jeugdbeleid. Jong Groen pleit dan ook voor een geïntegreerde aanpak waarbij ook in andere beleidsdomeinen aandacht is voor jeugd. Beslissingen betreffende cultuur en sport, maar ook inzake ruimtelijke ordening, milieu en openbare werken hebben immers een impact hebben op de levenssfeer van kinderen en jongeren. Op lokaal vlak moet het gemeentebestuur de jeugdraad dus ook over deze thema's om advies vragen.

Jong Groen vraagt ook een formele jongerentoets voor beleidsinitiatieven op alle niveaus. Op Vlaams niveau bestaat reeds de kinder- en jongeren-effectrapportage (JoKER). Voor regelgeving die een impact heeft op kinderen en jongeren worden de effecten voor deze doelgroep in kaart gebracht. Jong Groen! wil een gelijkaardig instrument introduceren op federaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. Alleen zo zorg je voor een echte jongerenreflex bij beleidsmakers van andere sectoren. Deze JoKER moet geïntegreerd worden in de reguleringsimpactanalyse (RIA).

Beleidsparticipatie uitbreiden en versterken

Jong Groen gelooft in de kracht van participatie van kinderen en jongeren aan beleid. Participatie versterkt immers het beleid en heeft positieve gevolgen voor de betrokken kinderen en jongeren. Zo leren ze waar beleidsmakers mee bezig zijn. Resultaat is een grotere bewustwording, die er voor kan zorgen dat ze ook in de toekomst de richting van het beleid richting willen bepalen.

Lokale jeugdraden bestaan al lang en bewijzen ook vandaag nog hun nut binnen de gemeentelijke context. Jongeren krijgen er de kans om hun mening te laten horen. Toch staan jeugdraden ook onder druk. Niet alle lokale besturen zijn immers oprecht geïnteresseerd in de adviezen van hun jeugdraad. De inbreng van jongeren wordt lang niet altijd gevalideerd. Vaak wordt de jeugdraad pas in laatste instantie gevraagd om een advies, terwijl een procesmatige benadering met ook een consultatie bij het begin van de beleidscyclus meer oplevert. In zo'n context wordt het moeilijk om jongeren te blijven motiveren en de werking van de jeugdraad verder uit te bouwen.

Ook de formele participatieprocedures staan onder druk. In het kader van de administratieve vereenvoudiging voor lokale besturen, onder meer via het zogenaamde planlastverminderingsdecreet, dreigt de betrokkenheid van adviesraden overgelaten te worden aan de goodwill van het gemeentebestuur. Volgens Jong Groen kan dit niet de bedoeling zijn. De lokale jeugdraad is en blijft hét instrument om jongeren bij lokaal beleid te betrekken. Bij belangrijke dossiers en de opmaak van een jeugdbeleidsplan moeten zij geraadpleegd worden. De participatie van kinderen en jongeren moet geformaliseerd, verplicht en controleerbaar blijven.

Naast de jeugdraden wil Jong Groen ook de mogelijkheden van andere participatie-instrumenten verkennen. In onze internetsamenleving moet het bijvoorbeeld mogelijk zijn om e-participatie te organiseren. Online surveys, polls en fora zijn een eigentijdse methodiek om jongeren te raadplegen. Zo kunnen kinderen en jongeren in het kader van het jeugdbeleidsplan bevraagd worden via een online enquête.

Het pleidooi van Jong Groen! om de participatie van kinderen en jongeren te versterken maakt deel uit van een bredere visie op participatie. Burgers moeten meer en beter betrokken worden bij politiek en beleid. Om de participatie op lokaal vlak uit te bouwen moet voor Jong Groen! elke gemeente met minstens 10.000 inwoners een participatieambtenaar hebben. De participatieambtenaar wordt de regisseur van alle participatieprocessen die zich in de gemeente afspelen. Haar of zijn werkterrein is dus niet beperkt zijn tot het jeugdbeleid of één bepaalde dienst.

Jong Groen! wil ook de politieke participatie van jongeren versterken. Politieke vorming op de schoolbanken is daarvoor essentieel. In het secundair onderwijs moeten jongeren via projectweken kennismaken met de werking van politieke instellingen en partijstandpunten. Jong Groen! is ook voorstander van stemrecht op 16 jaar. De verlaging van de kiesleeftijd zou een belangrijke stap zijn in het realiseren van volwaardig aandeelhouderschap van jongeren in onze samenleving. Bovendien geef je impliciet de boodschap dat politieke participatie nuttig en belangrijk is. Aangezien het om stemrecht gaat, zou het om een authentieke en gemotiveerde keuze gaan. Het toekennen van stemrecht is echter niet voldoende. Stemrecht vanaf 16 jaar mag geen alibi worden van beleidsmakers om geen werk meer te maken van andere vormen van betrokkenheid.

Eenvoudig en veilig fuiven

Een fuif organiseren brengt heel wat administratie met zich mee. Een fuiforganisator moet aan heel wat verplichtingen voldoen: SABAM, billijke vergoeding, het voorzien van security of fuifbuddy's, meldingsplicht in bepaalde gemeenten,... Voor de fuif zelf is het vaak nodig om extra materiaal te bestellen bij de gemeentelijke uitleendienst. Om het administratieve en organisatorische werk van fuiforganisatoren te verminderen, pleit Jong Groen! voor de algemene invoering van een feestloket per gemeente. Bij dit feestloket kunnen organisatoren terecht met alle vragen van organisatorische aard. Ze hoeven dan niet meer van de ene dienst naar de andere te lopen. Bij het feestloket krijgen ze alle nodige documenten in één keer.

Die feestloketten kunnen ook een motor zijn voor het vergroenen van fuiven. Zo kan er gebruik gemaakt worden van milieuvriendelijke verlichting en herbruikbare bekers. Fuiforganisatoren die zulke initiatieven ontwikkelen moeten beloond worden met een subsidie. Ook bij het bouwen of verbouwen van fuifinfrastructuur verdienen duurzaamheidcriteria meer aandacht. Voldoende fietsenstallingen, betere isolatie en zuinige verwarmingsinstallaties zijn hier goede voorbeelden van.

Daarnaast is de veiligheid op fuiven belangrijk. De lokale overheden moeten hiervoor een intensieve samenwerking aangaan met de fuiforganisatoren, de politie en andere veiligheidsdiensten. Er zijn gemeenten waar dit reeds gebeurt, maar dit overlegmodel zou overal gepromoot en toegepast moeten worden. Zo'n overleg is belangrijk: elke fuif is immers verschillend en vereist een andere aanpak. Door in dialoog te treden met organisatoren kunnen mogelijke problemen vooraf vermeden worden. Jong Groen! houdt echter niet van al te strenge veiligheidsmaatregelen. Fuiven moet immers aangenaam blijven. Een beperkte aanwezigheid van fuifbuddy's, politie- en andere veiligheidsdiensten bij grote en risicovolle fuiven is wel aangewezen.

Drugs en alcohol zijn van alle tijden en komen ook nu nog veel voor op optredens, festivals en fuiven. Een betuttelende of repressieve aanpak werkt vaak contraproductief. Een preventieve aanpak die jongeren op de gevaren wijst, is wel de juiste aanpak. Jong Groen! is daarom ook voorstander van drugstesten op festivals en andere grote events, waardoor bezoekers kunnen nagaan of hun drugs wel veilig zijn.

Wanneer jongeren uitgaan, doen ze dat vaak met de fiets of te voet. Maar heel veel jongeren verplaatsen zich ook regelmatig verder om uit te gaan. Momenteel kunnen zij dat vaak niet doen met het openbaar vervoer. Jong Groen! pleit er daarom voor om het aanbod openbaar vervoer tijdens de weekends en 's nachts gevoelig uit te breiden. Duurzame en veilige mobiliteit is immers ook na 23u belangrijk. In elke centrumstad moeten er op vrijdag- en zaterdagavond twee bussen (om 2u en 4u) zijn die jongeren naar de omliggende gemeenten brengen. Ook in de steden zelf moeten er nachtbussen- of trams rijden. In de niet-verstedelijkte gebieden wenst Jong Groen! het taxigebruik te promoten via een algemeen taxinummer en taxicheques.

Kwalitatieve cultuurparticipatie van onderuit

Participatie is een hip begrip, het duikt te pas en te onpas op. Er wordt echter te weinig voor echte participatie gekozen. Naast werk maken van beleidsparticipatie moet de overheid ook een participatiebeleid voeren naar specifieke sectoren, zoals cultuur. Het gaat wel om een participatiebeleid waarin kwaliteit centraal staat.

Jong Groen! wil niet alleen zoveel mogelijk mensen laten participeren aan cultuur, maar wil vooral dat iedereen in aanraking kan komen met diverse cultuurvormen. Het is net het veelzijdige van cultuur dat een verrijking vormt. Dit doe je niet door een volledige vermarkting van de culturele sector en een afbouw van het subsidiebeleid waar de liberalen voor pleiten. Mocht je het liberale discours in de praktijk brengen, heb je binnen de kortste keren commerciële eenheidsworst.

Voor Jong Groen! is cultuur geen waspoeder. Kunst en cultuur zijn te belangrijk om over te laten aan de grillen van de markt. Ze vervullen een essentiële rol in een levende democratie door een bijdrage te leveren tot de persoonlijke ontplooiing van elke mens. Kunst en cultuur zitten ingebed in emancipatie en burgerschap. Vanuit die visie staat Jong Groen! voor een cultuurbeleid waarbij de overheid zich niet moeit met de inhoud, maar een ondersteunend kader creëert met heldere criteria.

Een cultuurbeleid dat oog heeft voor de vraag vertrekt uiteraard van onderuit, vertrekt uit wat leeft in buurten en wijken. Het huidige cultuurparticipatiebeleid vertrekt echter vanuit het aanbod. Jong Groen! kiest voor een vraaggestuurd beleid. Wat leeft bij de mensen? Het zijn veelal de lokale initiatieven die erin slagen jong en oud, allochtoon en autochtoon samen te brengen. De overheid mag die initiatieven niet recupereren, niet inkapselen, maar moet ze ondersteunen en prikkelen waar nodig.

Kwalitatieve sociaal-artistieke praktijken, die zich specifiek richten op vergeten en kwetsbare groepen in de stad, moeten extra ondersteund worden. Het is die werkvorm en het zijn die werkingen die erin slagen doelgroepen te bereiken, die anders niet tot zeer moeilijk bereikt worden.

Het gaat natuurlijk niet alleen over zoveel mogelijk mensen laten proeven van cultuur, maar ook iedereen de kans geven om zelf te creëren, om zelf kunstenaar te zijn én een publiek te bereiken. Culturele centra zouden veel meer naar buurten en wijken moeten trekken in plaats van te vertrekken uit hun infrastructuur. Naast het meer op locatie gaan, moeten culturele centra ook meer aandacht besteden aan lokale actoren. Zo kunnen de lokale jonge muziekanten in plaats van in papa's garage misschien eens spelen in de moderne, nieuwe architectuur van het Cultureel Centrum.

Jonge kunstenaars kansen geven

Vlaanderen en Brussel hebben veel kunstenaarstalent: muzikanten, acteurs, beeldende kunstenaars,... Overal zijn jonge mensen bezig hun talenten te ontplooien. Jong Groen! wil hen zo goed mogelijk ondersteunen in hun artistieke ontplooiing en in hun eventuele loopbaan. Daarom is het essentieel om podiumkansen te bieden aan beginnende artiesten. Jong Groen! wil een cultuurbeleid dat structureel aandacht besteedt aan beginnende muzikanten, acteurs of beeldende kunstenaars. Via een aanpassing aan het decreet Lokaal Cultuurbeleid, kunnen we steden en gemeenten stimuleren om aandacht te schenken aan die groep jongeren door hen fora te geven.

Maar de Vlaamse Regering kan ook zelf actief jonge kunstenaar aanmoedigen. De laatste jaren loopt het aantal optredens van jonge muziekgroepen in cafés en jeugdhuizen sterk terug. Jong Groen! wil daarom een muzieksubsidie voor de horeca en jeugdcentra in het leven roepen. Dit is een kleine financiële ondersteuning (100 euro per optreden) die de Vlaamse overheid geeft aan cafés en jeugdhuizen die beginnend talent een podium bieden. In ruil moeten ze de toegang laagdrempelig houden (ondermeer door een laag entreegeld te vragen) en promotie maken bij een ruime groep. Een gelijkaardige subsidie kan uitgewerkt worden voor kleine initiatieven die acteurs, klassieke muzikanten of beeldende kunstenaars uit hun zolderkamer halen en in de publieke ruimte brengen. Ook de media kunnen een belangrijke rol spelen in het ondersteunen en bekendmaken van jong talent.

Cultuur mag nooit verworden tot handelswaar, maar met de opkomst van enkele grote mediaconcerns begint het er wel steeds meer op te lijken. Zowel de ticketverkoop, de boekingen als de programmering van vele muziekfestivals worden vaker gemonopoliseerd. Omdat de winstlogica bij deze multinationals voorop staat, krijgen jonge muziekgroepen steeds minder de kans om op te treden op grote festivals. Een bekende naam uit eigen huis is immers een veiligere investering. Jong Groen! wil deze evolutie tegengaan door een anti-trustbeleid dat de concerns niet langer de markt laat beheersen.

Tot slot wil Jong Groen dat er opnieuw werk gemaakt wordt van het zogenaamde "Kunstenaarsstatuut". Nadat de paars-groene regering een eerste voorlopige regeling had uitgewerkt, ligt dit dossier sinds 2004 helemaal stil. Een degelijke ondersteuning van de vele duizenden mensen die in de kunstensector werken is aangewezen. Jong Groen! wil dan ook dat de federale regering eindelijk weer werk maakt van dit dossier door de regeling te verfijnen en door het onderscheid tussen scheppende en uitvoerende kunstenaars definitief op te heffen.