Stad 2030

Staat de stad onder druk van sociale, demografische en ecologische uitdagingen? Of kan de stad net een oplossing zijn voor die uitdagingen. Volgens Jong Groen! ligt de toekomst in duurzame steden die opgewassen zijn tegen de demografische en ecologische druk, waar levenskwaliteit centraal staat. Dat is de korte samenvatting van een jaartraject, een debattenreeks, een congres en het werk dat de werkgroep verzette.

Kiezen voor de stad is de toekomst kansen geven

Steden met een welvarende economie, wetenschap en cultuur hebben doorheen de geschiedenis een aantrekkingskracht op mensen die zoeken naar een beter leven. De stad was en is tegelijk ook het decor van eenzaamheid, armoede, criminaliteit, vervuiling en overlast. In die steden zorgde een emancipatiebeweging van arbeiders tot betere verdeling van de welvaart en toegang tot het onderwijs en de gezondheidszorg.

Vandaag woont meer dan 50% van de wereldbevolking in steden, die vaak nieuwe vormen aannemen: gigantische metropolen of - zoals in Europa - verschillende kernen aan elkaar gegroeid tot één verstedelijkt gebied, zoals ook in Vlaanderen realiteit is. Bezitten die nieuwe stadsvormen ook de veerkracht om de bewoners meer kansen te geven binnen de stad?

Bestaande problemen stellen zich scherper in de steden, waar iedereen dichter bij elkaar woont. Het is daar dat we de grote uitdagingen voor de toekomst moeten aanpakken.

De stad begint en eindigt bij haar inwoners en gebruikers

De definitie van ‘de stad' lokte op het congres onmiddellijk discussie uit. Wat maakt deel uit van de stad? Aan wie komen de voorgestelde maatregelen ten goede? En wat is de positie van het platteland ten opzichte van de stad? Een beleidsvisie voor de stad moet een afbakening van dit begrip definiëren. Joachim Declerck ging hier op in tijdens het tweede debat:  "De realiteit in Vlaanderen: een doorgedreven fragmentatie van het landschap waarin ruimte voor wonen, werken, recreatie, landbouw en groen versnipperd zijn geraakt. Niet enkel de historische stadskernen hebben een hoge bebouwingsdichtheid, ook de randen en dorpskernen raken verstedelijkt."

Jong Groen! erkent die realiteit in haar stadsvisie en gaat ervan uit dat we die fysieke afbakening of begrenzing van de stad moeten overstijgen. De realiteit van Vlaanderen vandaag is een verweving van bebouwde en open ruimte, de zogenoemde ‘vernevelde stad'. Verdichten is noodzakelijk, maar mag de schaarse open ruimte niet schaden. Jong Groen! wil de verdichting sturen rond de bestaande bebouwing. De reeds dense lintbebouwing kan bijvoorbeeld een ruggengraat voor verstedelijking zijn waarrond ‘slimme verdichting' en openbaar vervoer kunnen worden uitgebouwd.  "Als we de huidige stadskernen leefbaar willen houden, zullen de randen een groot deel van die woningnood moeten opvangen" , stelt Declerck tijdens datzelfde debat.

In Stad 2030 verlaat Jong Groen! de grens tussen de stad en de rand, omdat deze grens een groeiende sociaal-economsiche tegenstelling als gevolg heeft. Binnen de stad is het compact maar duur wonen, is de kwaliteit van wonen lager, is er verkeersoverlast, is er een tekort aan groen en betalen inwoners hogere gemeentebelasting. Buiten de stad is het ruimer en relatief goedkoper om te wonen in een groenere omgeving en betaalt de inwoner een lagere gemeentebelasting. Toch zijn de randbewoners intensieve gebruikers van de stad voor cultuur en onderwijs, werk en winkelen. De kunstmatige opdeling zorgt voor een ongelijke verdeling van kosten en baten.

De visie van Jong Groen! op de stad gaat uit van levenskwaliteit voor iedereen. Die staat voor een kwaliteit en diversiteit van woningen, leefomgeving, functiemenging en toegang tot verschillende faciliteiten zoals openbaar vervoer, onderwijs, gezondheidszorg, cultuur en werk.

Om zo'n visie te kunnen realiseren denkt Jong Groen! aan een niveau dat de stad en de lokale belangen overstijgt. Stads- en streekgewesten kunnen de ruimtelijke realiteit en een integrale visie omzetten in een doeltreffend beleid. Om nieuw ontwikkelende stadsgewesten alle kansen te geven wil Jong Groen! deze gewesten een ‘recht op experiment' toekennen. Daarbij krijgt een stad(sgewest) het recht om binnen een afgebakend terrein en tijdspanne bestaande regelgeving niet na te leven.

Betaalbaarheidsprobleem

Jonge gezinnen op zoek naar een eigen koopwoning vinden in de stad vaak niet waar ze naar op zoek zijn. Het betaalbaarheidsprobleem is een belangrijke oorzaak, maar ook het woningaanbod in de stad - vaak te kleine woningen en appartementen - is niet afgestemd op de woonwensen van die gezinnen. Door die selectieve stadsvlucht verdwijnt een deel van ‘het kapitaal' uit de steden.

Daarbij komt dat gezinnen uit de rand vaak met de wagen naar die steden komen om er te winkelen of aan cultuur te doen. En ze zorgen zo ook voor overlast en vervuiling. Die bezoekers maken wel gebruik van de faciliteiten maar betalen niet mee. Het gevaar bestaat dat er geen middelen meer voorhanden zijn om het patrimonium van de stad te onderhouden en te verbeteren. Daardoor zal de sociale segregatie nog verder gaan. Ook Erik Rombaut haalt tijdens het debat ‘Is er nog plaats voor mij' een fiscale aanpassing aan:  "De gemeentebelasting in de steden is hoger terwijl de rand wel profiteert van de cultuur in de stad: ook dit moet aangepast worden."

De congrestekst stelt een aantal fiscale maatregelen voor die wonen in de stad bevorderen. Dergelijke maatregelen leiden duidelijk tot controverse, wat ook zichtbaar was in de amendementen van de afdelingen. Toch zijn fiscale maatregelen noodzakelijk om een sterke en coherente visie daadwerkelijk te realiseren en om de verdere versnippering en suburbanisatie tegen te gaan.

Compactheid en densiteit

Erik Rombaut legt tijdens ‘Is er nog plaats voor mij' de vinger op de wonde:  "Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen gaat nu uit van 25 woningen per hectare voor stedelijke gebieden. Dit is veel te laag."  Om de 300.000 nieuwe woningen nodig voor 2030 te kunnen voorzien, moet de bebouwingsdichtheid omhoog: we moeten dichter bij elkaar wonen. Hoe die doelstelling precies gerealiseerd kan worden, hangt af van de aanwezige bebouwing en faciliteiten, en van de noden en verzuchtingen van bewoners. Daarin is elke stad en gemeente verschillend van elkaar.

Jong Groen! vindt het belangrijk om niet bij voorbaat woonvormen te gaan uitsluiten, maar kwaliteit van wonen en leven steeds voorop te stellen. De gemiddelde woonhoogte moet in elk geval omhoog. We moeten daarom op zoek naar creatieve vormen van gegroepeerd wonen. Compacter wonen kan de druk op de open ruimte verlagen en heeft een lager energieverbruik tot gevolg. Maar we mogen zeker ook de sociale dimensie niet uit het oog verliezen. Het wordt een belangrijke opdracht voor ontwerpers, beleidsmakers en bewoners om het samenleven zo aangenaam mogelijk te organiseren.

Kwaliteit in wonen, herverdeling en sociale mix

Kwaliteitsvol wonen houdt naast duurzaamheid en energiezuinigheid ook een streven naar een beter ruimtelijk evenwicht en diversiteit in. Zo stelt Mieke Vogels tijdens het eerste debat:  "We moeten op zoek naar een ander samenlevingsmodel, duurzame wijken waar er terug aandacht is voor sociale samenhang: voor jong en oud, waar ‘samenhuizen' onder diverse vormen aangemoedigd wordt en makkelijker realiseerbaar is."

Wie vandaag op zoek gaat naar een huurwoning wordt al te vaak geconfronteerd met een te klein aanbod, lage kwaliteit en hoge huurprijzen. Dat is een schril contrast met de vele fiscale voordelen die eigenaars toekomen. Voor Jong Groen! is het zeer belangrijk om deze onevenwichtige situatie recht te trekken en in een groter en kwalitatief huuraanbod te voorzien.

Een andere manier om kwaliteitsvol wonen voor iedereen te realiseren, ontdekte Jong Groen! tijdens het eerste debat in de vzw Bonnevie. Geert De Pauw vertelde gedreven over één van hun realisaties in Brussel:  "Met onze vzw realiseren we in Brussel een collectief woonproject en dit volgens de passiefhuisprincipes. Om passiefbouw ook toegankelijk te maken voor de ‘armen in de stad' werd de financiering hiervan gebaseerd op een Amerikaans principe, dat van Community Land Trust (CLT)."  Een CLT is een fonds dat als doel heeft grond en eigendommen te verwerven, op een manier waarop ze beschikbaar en betaalbaar blijven, vooral voor lage inkomens. Door bij verkoop van woningen een percentage van de meeropbrengst terug te laten vloeien naar de CLT, kunnen die middelen opnieuw geïnvesteerd en omgezet worden in kansen voor nieuwe kopers. Een CLT voor sociale koopwoningen houdt in dat de grond en de gecreëerde meerwaarde eigendom blijven van de CLT. Zo krijgen mensen de kans om een eigen woning te kopen, zonder dat de overheid telkens nieuwe middelen moet aanreiken.

Conflictmodel

Op een vraag over culturele spanningen antwoordt Dirk Geldof tijdens het debat ‘Kleuren binnen de lijntjes' duidelijk:  "Interculturaliseren gebeurt niet harmonieus. De stad is een bron van conflict. En het conflict kan constructief of destructief zijn, kan emanciperend werken of niet. Een stadsbeleid moet conflicten beheren en de mogelijkheden van het conflictmodel inzien."  De stad is een plek waar verschillende mensen en ideeën leven en elkaar ontmoeten. De ideale harmonieuze stad waar alle gemeenschappen samen leven bestaat niet. Het conflict is eigen aan de stad. We springen er dan ook niet angstvallig mee om. Het conflictmodel is een katalysator om sociale en culturele uitdagingen aan te gaan.

Participatie

Jong Groen! ziet de burger als coproducent van het beleid en wil dat die burger meer verantwoordelijkheid kan krijgen. Daarvoor is natuurlijk tijd in de beleidsplanning, ruimte in het stadsbeleid en optimale ondersteuning nodig. Jong Groen! heeft hier concrete ideeën voor, zoals het aanstellen van een participatieambtenaar in elke stad die als regisseur van participatieprocessen beleidsoverschrijdend werkt. Met wijkbudgetten kunnen burgers hun eigen projecten en ideeën voor de buurt waarmaken. De verantwoordelijkheid die burgers mogen opnemen creëert een grote betrokkenheid bij het project en de ruimere buurt. Projecten die de stad zelf niet kan realiseren, kunnen van onderuit groeien, vanuit de expertise en het enthousiasme bij de burgers.

Speciale aandacht gaat naar kinderen en jongeren. Zij moeten de kans krijgen om te participeren aan het stadsontwikkelingsproces. Een stad op kindermaat is een stad op mensenmaat.

Verenigingen voeden het weefsel van de stad

Socio-culturele organisaties spelen een belangrijke rol in het sociale weefsel van de stad, maar ook in veranderingsprocessen zoals de transitie naar een duurzame stad. Verenigingen hebben de knowhow en ervaring om gebruikers te informeren, te vormen en te mobiliseren. Die organisaties zijn een leer- en ervaringsplek en daarom wil Jong Groen! het verenigingsleven nog meer ondersteunen.

Dirk Geldof had het tijdens het debat ‘Kleuren binnen de lijntjes' over het risico van toeleidingsprojecten naar o.a. ‘het verenigingsleven' en culturele initiatieven:  "Als we het hebben over participatie aan cultuur, verstaan we dat debat nog te vaak als participatie van ‘hen' aan ‘onze' cultuur."  Jong Groen! erkent dat individuen en sociale groepen eigen vormen van participatie en expressie hebben. Daarom is het belangrijk om kansen te geven aan verschillende vormen van expressie en participatie, en meer bottom-up te werken.

The moving city

Jong Groen! wil in de toekomst onze mobiliteitsbehoefte op een andere manier invullen. In stadskernen blijkt dat investeren in duurzame vervoersmiddelen alleen niet volstaat, het is ook cruciaal om maatregelen te nemen die onze vervoersvraag reduceren. Jong Groen! pleit in de tekst voor autoluwe stadskernen en park & rides met goede fietsverhuurpunten en een vlotte aansluiting op het openbaar vervoer aan de poorten van de stad. Een veilig en uitgebreid netwerk van knooppunten en faciliteiten voor wandelaars en fietsers wordt uitgebouwd in de stad. Stedelijke functies bundelen, meer thuiswerk en satellietkantoren creëren, beperkt de vervoersvraag.

Traject Stad 2030

Aan het congres ging een hele voorbereiding vooraf. In het najaar 2010 startte een werkgroep van Jong Groen!- leden die zich enthousiast hebben verdiept in het thema ‘de stad' en alle subthema's. Als onderdompeling in het thema organiseerde Jong Groen! in februari vier debatten: ‘Huizen op stelten' (met Mieke Vogels, Geert De Pauw en Filip Canfyn), ‘Is er nog plaats voor mij' (met Erik Rombaut en Joachim Declerck), ‘Kleuren binnen de lijntjes' (met Dirk Geldof en Pascal Debruyne) en ‘Energie voor de stad' (met Johan Albrecht, Dirk Vansintjan en Kristof Calvo).

Eind april legde de werkgroep een ontwerp-congrestekst op tafel. Na de toelichting op de provinciale fora gingen leden en afdelingen aan de slag en dienden 260 amendementen in. Die amendementen waren voorwerp van debat tijdens het congres zelf. Aan het einde van de dag keurde het congres de volledige tekst goed, een mooi resultaat van een jaar werk.

Toch is het traject nog niet afgelopen. Van het inhoudelijke dossier met voorstellen wil Jong Groen! nu een bruikbaar instrument maken voor jonge kandidaten en campagnevoerders in 2012. We zullen dit doen door formats uit te werken voor lokale acties, voorstellen te vertalen naar de lokale politiek, ...

Auteurs: Lies Corneillie en Julie Mabilde

#detoekomstisvanons