Stad2030 - Groene en publieke ruimte

Vlaanderen gebruikt het concept van ‘de 13 centrumsteden plus Brussel'. Wie de werkelijke structuur van Vlaanderen bekijkt, merkt dat de bebouwing in Vlaanderen sterk verspreid is. De Vlaamse Ruit, het gebied tussen Gent, Antwerpen, Brussel en Leuven is een zeer dichtbevolkt gebied. Jarenlang hield het beleid mensen weg uit de stad en stimuleerde hen om een eigen (vrijstaande) woning te kopen in een dorpje onder de kerktoren. Daarnaast ontstond een uiterst fijnmazig wegen- en spoorweggennet. Vlaanderen is zo uitgegroeid tot één grote vernevelde stad.

In die vernevelde stad is kwaliteitsvolle open ruimte en groene-blauwe ruimte cruciaal. We moeten bestaande open ruimte opwaarderen, maar ook nieuwe collectieve ruimtes ontwikkelen.

Het is belangrijk om plaatsen te creëren voor ontmoeting en spelen. Ook moet het ontwerp rekening houden met een grotere diversiteit in aanbod om het leven in een stad aantrekkelijk en verrijkend te maken. Jong Groen eist dat de expertise van eindgebruikers en andere actoren in het ontwerpproces aan bod komt.

Willen alle Vlamingen in fermettes wonen?
Multifunctioneel gebruik "24/7"
Moet auto nummer 1 blijven?
Bereken uw snelste route: de fiets?
Wanneer het kot te klein wordt, de deur uit...
Wat met lege gebieden?
Wijkvereniging, trek je plan?
Jeugdwerk in een hoekje drummen?
Hangjongeren behandelen als criminelen?

Willen alle Vlamingen in fermettes wonen?

Ondanks de investering in talrijke projecten in de binnenstad zoals de wagen terugdringen, de verbeterde luchtkwaliteit, meer aandacht voor openbare ruimte en de vele nieuwbouwprojecten, blijkt de centrumstad kampen met imagoproblemen. Voor gezinnen met kinderen bijvoorbeeld is het moeilijk om er een voldoende ruime woning met buitenruimte te vinden die ook betaalbaar is, het openbaar vervoer is in vele gevallen nog niet voldoende en te weinig flexibel uitgebouwd,... Wie zoekt naar een veilige, gezonde, rustige en aangename leefomgeving, zoekt die vaak niet in de stad.

Wonen in een vrijstaande woning in een groene omgeving lijkt nog steeds het ideaal van vele Vlamingen. Maar is dit wel zo ideaal? Het bevolkingsaantal stijgt en gezinnen verkleinen. De afgelopen jaren kenden we een bouwdrift. Daardoor wordt bouwgrond schaarser en dus ook duurder. In verkavelingen zijn de woningen dan wel vrijstaand, maar slechts omringd door een schaamlapje van groen. Het ideaal van wonen in het groen, met garantie op privacy en rust is dus ver te zoeken.

Jong Groen is ervan overtuigd dat de stad een waardig alternatief is en het potentieel heeft voor het nieuwe ‘ideale' wonen. In Vlaanderen is 60% van de woningen gelegen in ‘stedelijk gebied'*. Een groot deel van de bewoners van de binnenstad bestaat uit jonge mensen of gezinnen die zich geen eigen woning kunnen permitteren en daarom huren in de stad. Na verloop van tijd trekken vele van die ‘jonge mensen' terug weg uit de stad.

Nochtans heeft die stad heel wat troeven: de nabijheid van allerlei diensten en een groot cultuuraanbod, de verscheidenheid aan mensen en culturen die de samenleving verrijken, een plek waar ideeën en energieën samenkomen, waar omwentelingen of initiatieven ontstaan.

Jong Groen wil die stadsvlucht tegengaan en nieuwe bewoners aantrekken door werk te maken van betere, diverse en betaalbare woonomgevingen en door troeven van wonen in de stad in de verf te zetten.

* definitie stedelijk gebied zie herziening van RSV uit 2003

Multifunctioneel gebruik "24/7"

Multifunctioneel gebruik van (bestaande) infrastructuur genereert automatisch interactie tussen verschillende groepen in de samenleving. Een plek groeit op die manier uit tot een knooppunt voor interessante kruisbestuivingen.

Een mooi voorbeeld daarvan is een seniorenclubhuis in Gent dat uitbreidde tot jeugdlokaal.

Zeker gezien het tekort aan jeugdwerkinfrastructuur is het interessant om ruimtes polyvalent te gebruiken.

Moet auto nummer 1 blijven?

De openbare ruimte in de stad mag niet langer enkel op maat van de auto ingericht zijn (wegen en parkeerplaatsen). We willen parkeerplaatsen zoveel mogelijk ondergronds en buiten de stad voorzien. De vrijgekomen ruimte gebruiken we voor een beter openbaar vervoer, voor trage weggebruikers en meer groen in de stad.

Bereken uw snelste route: de fiets?

De stad is al te vaak ontworpen op maat van koning auto. We willen woon-en werkomgevingen aangenamer maken en het individuele en niet duurzame gebruik van de wagen terugdringen. Daarom moeten steden in eerste plaats op maat van voetgangers en fietsers zijn.

Een aantal eenvoudige ingrepen maakt de stad aangenaam voor fietsers en voetgangers. We denken aan verkeerslichten op de snelheid van de fietser afstemmen of eerder op groen springen voor fietsers dan voor wagens, veilige oversteekplaatsen, gescheiden fietspaden,...

Te voet of met de fiets moet de evidente en snelste optie zijn. Daarom pleiten we voor een aaneengesloten netwerk van autovrije en autoluwe fiets- en wandelroutes.

Niet enkel binnen de stad is de fiets een goed vervoermiddel, ook tussen stad en periferie of tussen gemeenten onderling kunnen ‘fietssnelwegen' voor een snelle verbinding zorgen.

Wanneer het kot te klein wordt, de deur uit...

Jong Groen pleit dan wel voor een hogere woondichtheid, maar alleen op enkele voorwaarden. Het optrekken van de dichtheid gaat samen met evalueren en herwaarderen van de publieke stadsruimte.

Jong Groen denkt hierbij aan een reeks maatregelen die de stad kan nemen op het publieke domein. Dat zijn randvoorwaarden die de stad oplegt aan privé-ontwikkelaars via aanbestedingen, wedstrijden of vergunningen. We kunnen volledig dichtgebouwde blokken terug openbreken om voor voldoende licht, lucht en buitenruimte te zorgen. Binnentuinen kunnen gedeeld worden. Terrassen kunnen meer zijn dan een afvalberging.

Straten moeten een aangename en veilige leefomgeving worden met plaats voor voetgangers, fietsers en spelende kinderen. Grote maar vaak onderbenutte tuinen van openbare gebouwen willen we openstellen voor buurtbewoners, ... Dan zijn afspraken over onderhoud, openingsuren natuurlijk nodig.

Wat met lege gebieden?

De ‘lege' gebieden waaronder nu groen, bos, landouw en recreatie vallen, lijken te vaak ‘restruimte': het gebied dat overblijft nadat de lijnen voor bebouwde ontwikkeling zijn uitgezet.

De open ruimte mag een eigen project en invulling krijgen. We hebben die plaats nodig voor voedselproductie, voor recreatie, maar ook om ecosystemen en de biodiversiteit in stand te houden.

Bij een verdere uitbouw van een regionaal openbaar vervoer grijpen we de kans om groengebieden beter bereikbaar te maken voor stadsbewoners. We tekenen niet alleen een structuur voor nieuwe bebouwing, ook voor vergroening. We willen meer of beter groen, bos en overstromingsgebieden realiseren. Strategische projecten spelen hierin een cruciale rol.

Wijkvereniging, trek je plan?

Bewoners weten het best wat er leeft in hun wijk. Zij leven, wonen, werken, leren en spelen er en kennen vanuit die ervaring het best de noden en behoeften in de wijk. De wijk krijgt een budget toegewezen dat de bewoners, buurtwerkingen en middenveldorganisaties in overleg met elkaar en de gemeenteraad naar wens kunnen besteden.

Jeugdwerk in een hoekje drummen?

Zowel in de binnen- als buitenstad wil Jong Groen dat er voldoende ruimte is voor jeugdwerk en andere initiatieven van jongeren. Dat gaat over jeugdhuizen, een fuifzaal, repeititielokalen en andere ontmoetingsplekken.

Hangjongeren behandelen als criminelen?

Jongeren die in hun vrije tijd samenkomen op straat of op openbaar domein krijgen vandaag vaak een label opgeplakt: ‘overlast', ‘potentieel gevaarlijk'. Een extreme en strenge aanpak van hangjongeren berokkent schade aan alle jongeren. Verdraagzaamheid tegenover jongeren vermindert. Nog voor er iets misloopt, krijgt een groepje ‘hangjongeren' al negatieve blikken toegeworpen. Dit lokt aversie uit.

Jong Groen wil overtredingen uiteraard aanpakken, maar niet door strengere straffen en nultolerantie. Jongeren die uit de bocht gaan, moeten ook goed begeleid worden.

De stedelijke overheden moeten het recht op ‘rondhangen' erkennen. Ze moeten plaatsen voorzien waar jongeren kunnen samenkomen in de publieke ruimte. Bij grensoverschrijdend gedrag komt overleg op de eerste plaats. Om mogelijke problemen met ‘samen leven' op te lossen, is het buurtopbouwwerk een belangrijke partner.

Lees hier meer standpunten over Stad2030

Thema: