Stad2030 - Afvalstromen

De stad heeft een grote behoefte aan in- en uitstromende materialen. 90% van de gekochte spullen ligt binnen het half jaar weer in de vuilnisbak. Op stortplaatsen zijn nog vele, kostbare materialen te vinden.

Volgens Jong Groen kan dit efficiënter. Afval dat nog bruikbaar is, moet maximaal gerecupereerd worden.

Stads- en streekgewesten zijn verantwoordelijk voor het afvalbeleid. Zo voorkomen we een wirwar aan regels, die per gemeente verschillend zijn. Naast containerparken moeten er kleinere inzamelpunten zijn in de stad, bereikbaar zonder auto. Een containerbus die geregeld langskomt, is een alternatief.

Renovatie hergebruikt en recycleert zoveel mogelijk materialen. Ook bij nieuwbouw moeten we vooruit denken en kiezen voor duurzame producten en materialen.

Eerst het land volbouwen en dan de gaatjes opvullen?
Oud of nieuw?
Energie verliezen of hergebruiken?
Afbreken en opbouwen, weggooien en recycleren?
Afval beperken en vlotter inzamelen
The hungry and thirsty city?

Eerst het land volbouwen en dan de gaatjes opvullen?

Vaak is het - voor projectontwikkelaars en de Vlaming met een baksteen in de maag - makkelijker en goedkoper om te bouwen op nog grote lege terreinen buiten de stad. Nochtans zijn er nog vele terreinen vrij in de steden, aparte percelen en grote vervuilde sites. Het principe ‘de vervuiler betaalt' geldt vaak niet: firma's die eigenaar zijn van vervuilde sites en de oorzaak van de vervuiling gaan vaak failliet. Daardoor is de overheid verantwoordelijk voor de reiniging.

Toch is het belangrijk om te investeren in die terreinen, anders zadelen we de toekomstige generaties op met de vervuiling en raakt langzamerhand het hele land volgebouwd. Ook leegstaande panden, kantoorruimtes, ruimtes boven winkels kunnen het nijpend tekort aan betaalbare woon- of werkruimte in de stad opvangen.

Oud of nieuw?

Stedenbouwkundige en erfgoeddiensten moeten hun beleid beter op elkaar afstemmen. Overleg over wat waardevol is om te behouden en hoe oude gebouwen energie-efficiënt kunnen worden, is noodzakelijk.

Vandaag gebeurt het vaak dat 1 gevel van een woning behouden blijft om binnen de 6% btw regel voor renovatie te vallen. Om dubbelzinnige toestanden te vermijden, willen we de 6% regel toepassen op renovaties en nieuwbouw binnen de stad. De keuze tussen verbouwing of nieuwbouw is dan een afweging van architecten, de stedenbouwkundige dienst en monumentenzorg.

Energie verliezen of hergebruiken?

In een stad gaat erg veel energie verloren. Nochtans zijn er al heel wat mogelijkheden om energie te recupereren. Energie hergebruiken is een duurzame oplossing.

Jong Groen pleit voor collectieve stadsverwarming, die warmte uit industriële processen of afkomstig van grote koelsystemen gebruikt voor woningverwarming. Ook komt er een belasting op het verlies van energie bij industriële processen en grote koelsystemen. Jong Groen pleit voor collectieve verwarming door middel van wijk-WKK's (warmtekrachtkoppeling), die warmte ontrekt van wegen en andere systemen.

Afbreken en opbouwen, weggooien en recycleren? 

Zowel renovatie als nieuwbouw moet afvalstromen beter controleren. Bij renovatie kijken we naar hergerbuik en recyclage, bij nieuwbouw naar een duurzame materiaalkeuze die rekening houdt met verwerking of recyclage achteraf.

Nieuwe gebouwen moeten zo gemaakt worden dat ze makkelijk te ontmantelen zijn, en dat de verschillende recycleerbare materialen eenvoudig te scheiden zijn.

Subsidies en premies voor renovaties zijn niet enkel afhankelijk van het energiegebruik van de woning zelf, maar ook van de milieu-impact van de productie, het transport en recyclage van de gekozen bouwmaterialen.

Afval beperken en vlotter inzamelen

Naast containerparken, die vaak buiten de stad liggen en/of enkel met de auto bereikbaar zijn, komen er kleinere inzamelpunten. Naast de reguliere afvalophaling passeert er ook een containerbus voor andere categorieën van afval.

The hungry and thirsty city?

Als alle stadsbewoners op de huidige manier doorgaan met voedselvoorziening, dreigen de olie-, water-, vis-, grond- en regenwoudreserves op te geraken. Het is belangrijk dat steden zich voorbereiden door in de stad of nabije omgeving lokale en seizoensgebonden productie te ondersteunen. Er is nood aan een cultuur- en mentaliteitswijziging over voedselproductie en -consumptie.

Vleesconsumptie verminderen is een evidente manier om de uitstoot van broeikasgassen in de landbouw terug te dringen. Daar is zowat iedereen het over eens. Nochtans blijft het moelijk om mensen aan te sporen om minder vlees te eten. De gedragsverandering is niet evident. Vlees eten blijft een individueel recht en lijkt nog steeds de norm.

De stad neemt een voorbeeldfunctie op door vegetarische maaltijden aan te bieden in openbare instellingen (zoals scholen, ziekenhuizen,...) en door vegetarische alternatieven te promoten.

Jong Groen pleit voor een sterke band tussen stad en platteland door regelmatige biomarkten en voedselcoöperatieven in de steden te promoten, of verkoop op parkings langs drukke wegen te stimuleren. Op weg naar huis kan de klant rechtstreeks bij de boer kopen. Ook avondmarkten hebben een meerwaarde.

De stad creëert plaats voor stads-, dak- en balkontuintjes en voor zelfplukboerderijen. Waar mogelijk staan in parken fruitbomen en -struiken. Op verschillende plaatsen in de stad komen compostpunten voor keukenafval en producenten kunnen op deze plaatsen gratis compost verkrijgen.

Lees hier meer standpunten over Stad2030

Thema: