"We zijn niet uniek. Ik ben niet uniek."

Abdalla Omari, Syrische kunstenaar in Brussel

Hij werkte eerder in Syrië en Georgië, zijn schilderijen ver­spreiden zich sindsdien lang­zaam over de ganse wereld. Nu legt Abdalla Omari (29) in een klein atelier in hartje Brussel de laatste hand aan een machtige nieuwe reeks, ‘The Vulnerability Series’. Op de houten vloer ontrolt hij één voor één de enorme doeken. “Als je je schoenen uittrekt, mag je er wel over wandelen, hoor.”

Hoe kwam je in Georgië terecht?

“Ik was schilder in Damascus, maar daar werd het almaar gevaarlijker. Het was steeds lastiger om je mening tegen het regime te kunnen uiten, zelfs via kunst. Bovendien stond de militaire dienstplicht me nog te wachten. Dus heb ik op een bepaald moment zonder lang nadenken beslist om weg te trekken. Mijn broer woonde toen in Tbilisi en het leek me een goed idee om zo ver mogelijk van Syrië weg te reizen. Toen ik op de kaart zag dat Georgië ergens bij Rusland lag, dacht ik: dat zal wel ver genoeg zijn.”

Wat betekent Brussel voor jou?

“In de eerste plaats ben ik naar hier gekomen om ‘The Vulnerability Series’ te maken. Dat is een reeks schilderijen waarin ik politieke leiders als kwetsbare personen voorstel. Daarvoor heb je rondom je democratie en vrijheid nodig, je kan er moeilijk aan beginnen werken in Syrië of Noord-Korea. Het zou Kim Jong-un behoorlijk storen als hij zijn portret als verwend kind zou zien. Dan kan je als schilder maar beter in Brussel zitten.”

“Prettig is bovendien dat het zo kosmopolitisch is, niemand is hier buitenlander. En zo’n vreemde stad, ook: alles loopt door elkaar, je kan nooit voorspellen hoe de stad er enkele honderden meter verder of binnen een paar jaar zal uitzien. Ik hoorde eens een uitdrukking die ik graag herhaal: Brussel is de beste vergissing die Europa ooit heeft begaan.”

“Voor de rest vraag ik niet veel van de plek waar ik woon. Een balkon, mooi licht dat binnenvalt, een goede omgeving om te schilderen. En een keuken, ik kook graag.”

Hoe lang denk je nog te werken aan ‘The Vulnerability Series’?

“Nu ben ik nog volop bezig met het portret van Merkel, maar ik zou alles graag zo snel mogelijk afwerken. Het is tijd om de reeks tentoon te stellen. Daar kruipt veel tijd in, ik werk als onafhankelijk kunstenaar zonder manager of agent, dus ik moet ook zelf op zoek naar locaties en contracten afsluiten, al dat gedoe.”

“De lijst met leiders die ik zou kunnen schilderen, groeit alle dagen aan. Nog ideeën voor machtige mensen die niet mogen ontbreken? Ik vind het wel interessant om nieuwe slachtof­fers te bedenken. Maar op een bepaald moment moet ik gewoon stoppen. Misschien doe ik nog wel een Belgisch politicus. Die minister van migratie, bijvoorbeeld."

Welk deel van ‘The Vulnerability Series’ is je het dierbaarst?

“De beeltenis van de Syrische president Assad als bootvluchteling vind ik conceptueel en artistiek de beste, maar een woord als ‘dierbaar’ zou ik er niet voor gebruiken. Ik heb niet, zoals veel andere kunstenaars, het gevoel dat mijn schilderijen als kinderen zijn voor mij, ik heb er geen heilige band mee. Maar in ieder geval denk ik dat beeld, idee en uitvoering het beste samenkomen bij Assad. Wellicht omdat ik bij hem geen research moest doen zoals bij andere leiders, omdat ik natuurlijk erg verbonden ben met hem en heel het Syrische verhaal.”

Vertrekken je kunstwerken van een concreet beeld of van het verhaal dat je wil delen?

“Ik vertrek altijd van een verhaal. Het beeld is maar een medium om te vertellen. Iedereen heeft verhalen te vertellen, het is belangrijk die te delen.”

Wat is je ambitie als kunstenaar?

“Gehoord worden. Dat is alles. Ik zou graag bekend zijn louter om gehoord te worden en zo meer invloed te heb­ben door mijn werk. Om te kunnen doen wat ik graag doe. Ik hoor graag wat mensen zien in mijn schilderijen en hoop toch een paar dingen te kunnen overbrengen. Ik denk dat appreciatie voor veel mensen belangrijk is. Ik wil geen grote dingen veranderen, maar ik hoop af en toe iets kleins te kunnen doen.”

Je lijkt in je atelier enkel relatief nieuwe schilderijen te hebben liggen. Heb je nog doeken van je vorige project, ‘Charms of war’?

“Nee, de schilderijen van die reeks zijn allemaal ergens anders. Ik kon ze niet meer bijhouden. Gedurende twee jaar leefde ik tussen beelden van Syrische kinderen met trauma-tische oorlogservaringen, ze omringden mij wanneer ik opstond en wanneer ik terug ging slapen. Dat was op de duur te veel.

Alle schilderijen van dat project zijn gebaseerd op echte kinderen, verhalen die ik zelf verzamelde of die bevriende journalisten met me deelden. Heftige beelden.”

“Zo is er Nayef, een jongetje dat bij een aanval op zijn dorp nabij Aleppo in een ogenblik veertig familieleden verloor. Een raket was per abuis op het dorp gevallen. Toen Nayef voor een televisiecamera vertelde over zijn tragedie, plengde hij niet één traan. Het was indrukwekkend en waanzinnig dat een kind, elf jaar oud, niet eens meer kon huilen na zo’n gebeurtenis.”

“De eerste keer dat ik het project in zijn geheel aan het publiek toonde, was in Tbilisi. Ik was natuurlijk dolgelukkig tijdens de opening van de tentoonstelling, blij dat ik mijn beelden eindelijk kon delen. En door zo lang tussen die schilderijen te heb­ben geleefd, was ik me er niet meer goed van bewust hoe shockerend ze wel waren. Dus ik dacht: waarom is

iedereen hier zo depressief? Mensen zagen de schilderijen, lazen de verhalen en liepen huilend op me af, ik moest de hele tijd sussen. Best een grappig moment.”

Heb je al plannen voor een volgend project?

“Naakte vrouwen. Zoiets zit al lang in mijn achterhoofd, maar het wil er maar niet uitkomen. Ach, we zien wel wat komt. De keuze voor een project loopt altijd via vreemde kronkels.”

Je maakt ook video’s waarin je schilderijen en jijzelf figureren. Zo kunnen we je in ‘Extremely happy about war’ (2012) zien dansen bij het maken van het gelijknamige schilderij. Heb je die ontlading soms nodig?

“Dat was razend slecht, ondertussen dans ik veel beter! Maar inderdaad, je hebt genoeg humor nodig om met sommige toestanden om te gaan. Sarcasme is voor mij vaak zelfs de enige manier om tragedies als de aanhoudende oorlog in Syrië te benaderen. Je moet niet altijd respect tonen voor tragedies door ernstig te blijven. Met die dans en het schilderij vertel ik iets over mijn verhaal, mijn land, mijn tragedie.”

“Humor is voor veel mensen nodig om de dag door te komen. Lachen, dansen, drinken.”

Je hele leven lijkt kunst te ademen, maar toch studeerde je eerst Engelse literatuur in Damascus. Waarom?

“Ik was jong en naïef. Rondom mij zeiden mensen dat ik naar de uni­versiteit kon gaan. Dat streelde mijn ego, maar achteraf bekeken was het niet zo’n goede beslissing. Tegelijk heb ik dan maar een kunstopleiding gevolgd en meegewerkt aan kunst­video’s en animatiefilms. Tekenen deed ik wel al van toen ik nog niet kon lopen. De literatuuropleiding heb ik afgewerkt en vervolgens naast me neergelegd. Ik heb er geen spijt van, maar ik doe er niets meer mee.”

Keer op keer komt in je werk de confrontatie met macht terug. Wat is macht voor jou?

“Macht is wat ik niet heb. Als individu sta ik zwak. Ik hou niet van machts-relaties, in politiek, economie, religie … Zo ontstellend veel ongelijke verhou­dingen tussen mensen die gelijk­waardig zouden moeten zijn. Daarom heb ik veel kinderen geschilderd. Om een andere vorm van macht te laten zien. Geen klassieke macht, gelinkt aan agressie en overheersing, maar macht in kwetsbaarheid. In toegeven dat je kwetsbaar bent, zwaktes hebt.”

Wat is jouw zwakte?

“Dat ik een mens ben, zeker? Ik heb geen extreme ideeën ofzo. Ik lijk op jou, op anderen. We hebben misschien verschillende karakters en levens, maar in de grond lijken mensen op elkaar. We zijn niet uniek. Ik ben niet uniek. Zwak zijn is mense­lijk zijn.”

Focussen je schilderijen daarom zo vaak op de ogen? Om die macht en kwetsbaarheid van mensen het publiek direct te doen aanspreken? Om de herken­baarheid te vergroten?

“De ogen zijn in mijn werken meestal het scherpst geschilderd. Ogen geven leven aan mensen en trekken meteen de aandacht. Ik vind het ook prettig om niet het hele schilderij met dezelfde scherpte schilderen.”

MACHT EN KWETSBAARHEID

‘Charms of war’ is de reeks schilderijen waarmee Omari een groter publiek vond. Begrijpelijk: de beelden van Syrische kinderen in oorlogssituaties grijpen onmid­dellijk aan. Omari laat hen recht in de ogen van de toeschouwer kijken, waardoor ze ondanks de vaak zichtbare pijn nooit iets onderda­nigs krijgen. Zowel de kinderge­zichten als de situaties baseerde de schilder op bestaande slachtoffers van het oorlogsgeweld.

In ‘The Vulnerability Series’ toont Omari dan weer de kwetsbaarheid van wereldleiders. Hij geeft landlo­pers, hooligans en andere randfigu-ren de herkenbare gelaatstrekken van Obama (zie foto voorpagina), Poetin, Ahmadinejad, Merkel of Erdogan. François Hollande en Nicolas Sarkozy zitten als clochards naast elkaar in de goot. Toch worden de schilderijen nergens karikaturaal. Er spreekt een zacht-heid en humor uit die de kwets­baarheid nog meer in de verf zet.

Het meest beladen beeld is ongetwij­feld dat van de Syrische president Bashar al-Assad, met doorweekte kleren en een papieren bootje op zijn hoofd. Een brave huisvader, gevlucht uit zijn eigen land.

Bekijk enkele van Omari’s werken op www.abdallaomari.com


Auteur: Simon Horsten