Natalie Eggermont, machinist van de Climate Express

“Uitgedaagd worden in je denken is van onschatbare waarde”

Het zijn hectische tijden voor Natalie Eggermont. De spoedarts in opleiding, filosofe en alpiniste zit achter het stuur van Climate Express. De klimaattrein ver­trok voor de internationale top eind 2015 naar Parijs, werd en cours de route afge­leid naar Brussel en strandde uiteindelijk in Oostende. Met succes: meer dan 10.000 klimaatbetogers bereikten de kust. In tussentijd vond Eggermont nog de ruimte om een boek te schrijven en pakt ze volop dozen in om zich voor te bereiden op haar verhuis naar Kortrijk. Een blitzgesprek dan maar.

De klimaattop in Parijs is afge­lopen. Wat gebeurt er nu met Climate Express?

We zitten in een heroriënteringsfase. Wat kunnen we doen als organisatie die strijdt voor het klimaat en sociale rechtvaardigheid en die aan massa-mobilisatie wil doen? Rond welke thema’s gaan we werken? Daar denken we dezer maanden met de organisatie over na.

De klimaattop en de internationale onderhandelingen zijn voor ons niet je van het. De top in Parijs was een handig opstapje om klimaat opnieuw op de agenda te krijgen. Nu willen we ons terug richten op de Belgische context. België is één van de slechtste leerlingen van de klas, terwijl we wel een sterke klimaatbeweging hebben: dat moet anders.

De komende jaren gaan we een waakhond zijn die de regering bijt. Bij dossiers als pakweg de kernuitstap, bedrijfswagens of de besparingen bij NMBS en De Lijn willen we kunnen wegen op het debat.

Massamobilisatie gaat voor ons verder dan een jaarlijkse betoging van A naar B. We willen alle acties die er zijn naar boven brengen om te tonen hoe hard klimaat leeft.

Hoe zie je die mobilisatie lukken?

Het klimaatthema leeft sowieso al meer dan vroeger. We kiezen ervoor om een positief verhaal te brengen. Geen doemverhalen over overstromingen vertellen, maar ‘ja’ zeggen tegen de veranderingen die we willen. We pleiten voor een nieuwe maatschappij, met bestaande alternatieven.

De klimaatbetoging in Oostende is ook een succes geweest doordat de regering ons de weken voordien een paar grote cadeaus heeft gegeven: minister Marghem die de klimaat­trein mist omdat ze met Electrabel onderhandelt, het uitblijven van het Belgische klimaatakkoord, de beslissingen rond Uplace … Allemaal zaken waar mensen terecht zeer verontwaardigd over waren.

DE CONTEXT VERANDEREN

Hoe denk je over het klimaatak­koord van Parijs?

Genuanceerd. De onderhandelingen vinden niet plaats in een vacuüm, maar in een wereld met extreme ongelijkheid, gedreven door winst-bejag en kortetermijndenken. Bovendien zijn het geen wetenschap­pers die onderhandelen, maar politici. Zelfs de fossiele brandstoffenindus­trie is betrokken bij zo’n top. In die context is het een mirakel dat er een akkoord uit komt met de ambitie om de opwarming van de aarde te beperken tot een stijging van 1,5° C.

“Het is de opdracht van politici om de democratie uit te breiden, mee op straat te komen, naar de mensen te luisteren”

Maar de vraag is: zie je als klimaat­beweging die lastige context als een gegeven waarin je naar het best mogelijke akkoord streeft, of wil je net die context aanpakken? Moeten we niet strijden voor een wereld waarin landen als gelijken aan tafel zitten, zonder privébelangen of winstbejag, een wereld waarin mens en milieu centraal staan? Met die ambitie in het achterhoofd is dat akkoord zonder meer slecht.

Hoe denk je dat te veranderen?

De klimaatbeweging ademde vroeger op het ritme van de jaarlijkse klimaat­toppen. Dat is iets waar we meer en meer van af willen stappen. We gaan tussendoor meer gezamenlijke campagnes voeren. In mei doen we dat bijvoorbeeld wereldwijd tégen fossiele brandstoffen en kernenergie, vóór hernieuwbare energie in de handen van het volk.

Werken jullie dan ook samen met concrete klimaatinitiatie­ven, energiecoöperatieven, transitiegroepen?

We willen onze samenwerkingen in België verder uitbouwen. Voor de klimaatmars hadden we al meer dan honderd partnerorganisaties: van de Klimaatcoalitie en Oxfam, over de AB en de Vooruit, tot Ecokerk en de Gezinsbond. De bedoeling is natuurlijk om die partners te behouden. Onze grote mobilisatiekracht komt van die organisaties.

Voorlopig hebben we vooral druk gezet op de regeringen. Nu willen we ook verder bouwen aan het kenbaar maken en verspreiden van de alterna­tieven, zoals energiecoöperatieven.

NIET LOUTER POLITIEK, NIET ZONDER POLITIEK

Politici worden vaak in groep als zondebok beschouwd, terwijl er ook in het parlement een duide­lijke oppositie is. Welke rol zie je weggelegd voor politieke partijen?

Tja, politici moeten natuurlijk bezig zijn met klimaat. Sommige partijen doen dat meer dan andere. Het zou goed zijn als die aan de macht komen. Maar de discussie zal wel altijd blijven: kan de strijd voor een echte verandering van de samenleving zich beperken tot het parlement? In die zin is het ook een opdracht van politici om de democratie uit te breiden, mee op straat te komen, naar de mensen te luisteren.

Je kan de vraag ook omdraaien: kan de strijd voor een echte verandering wel voorbijgaan aan het (partij)politieke werk?

Ik denk dat ik daarover duidelijk ben in mijn boek: je hebt altijd een hoger niveau nodig om een goed kader te scheppen voor grote veranderingen. Om lokale initiatieven in een stroom­versnelling terecht te laten komen. Als we moeten wachten tot iedereen een windmolen in z’n achtertuin heeft gebouwd, gaan we er niet komen. Om de klimaatverandering te beperken tot 2 of zelfs 1,5° C, moeten de emissies binnen twee à drie jaar hun piek bereiken om daarna te dalen. Dan heb je meer nodig dan lokale of individuele acties.

En plus, in Duitsland zien we dat de Energiewende heel erg van onderuit komt en dat de overheid die wel ondersteunt, maar anderzijds weigert de energiemultinationals de wacht aan te zeggen. En dus volgen die niet. De bevolking kan wel ‘ja’ zeggen tegen hernieuwbare energie, als de staat niet ‘neen’ zegt tegen bruin­koolcentrales, blijven de foute keuzes bepalend.

Als overheid beschik je over immense budgetten om een omslag te kunnen realiseren. Je hebt dat politieke niveau dus nodig voor de opdracht waarvoor we staan.

En tot slot, het belangrijkste: de transitie moet op een sociaal rechtvaardige manier gebeuren. Als ieder voor zich eraan begint, zonder breder kader, zal dat nooit lukken. Laat de transitie over aan de vrije markt, en je krijgt de huidige situatie. Wie kan zich vandaag een ecologische levensstijl permitteren? De rijke, blanke middenklasse. Dat is niet rechtvaardig.

INSTANT VOLDOENING

Zou je je voor een ander thema even intens kunnen engageren?

Ik ben hier in gerold. Tijdens mijn stu­dies moraalfilosofie heb ik een thesis gemaakt over internationale recht­vaardigheid en global governance. Dat interesseert me nog steeds ontzettend, maar het zijn thema’s die redelijk abstract blijven.

Daarnaast ben ik ook opgegroeid met een grote liefde voor de natuur. Onze ecosystemen zijn van zo’n ongrijpbare waarde, dat het waanzin is ermee te spelen zoals we nu doen. Als alpiniste kan ik geweldig genieten van het uitzicht op gletsjers en besneeuwde bergtoppen. Dat wil ik later kunnen delen met mijn kinderen.

Een veeleisende job combineren met een even inspannend engage­ment, daarvoor moet je wel heel overtuigd zijn. Twijfel je soms ook?

Goh, ik heb wel even getwijfeld aan mijn keuze voor geneeskunde. Ik ben na die opleiding gaan werken bij het Tropisch Instituut. Een toffe job, maar ik moest vier keer per jaar verre vliegreizen maken en dat is moeilijk verteerbaar voor een klimaatactiviste.

Als je vaak in het buitenland verblijft, ben je ook meestal een buitenstaander. Iets wezenlijks veranderen als burger kan je het best in je eigen land, waar je de taal spreekt en mensen en organisaties kent. Daar heb je de meeste impact.

Iedereen die me kent, dacht een paar jaar geleden nog dat ik ongetwijfeld bij Artsen Zonder Grenzen zou gaan werken, België achter me zou laten en met een Afghaan zou trouwen. Maar het verste dat ik geraakt ben, is West-Vlaanderen. Ook exotisch.

Nu goed, ook in België had ik natuurlijk voor een ngo kunnen gaan werken om me in te zetten voor het klimaat. Uiteindelijk heb ik echter beslist om spoedarts te worden. Het is soms zwaar en vermoeiend om die twee persoonlijkheden te onderhouden, maar het leuke is dat mijn job me tel­kens weer met de voeten op de grond plaatst. Heel wat collega’s en patiën­ten gaan met mij in discussie over het klimaat, kernenergie, bedrijfswagens of de vluchtelingencrisis. Voor mij is het van onschatbare waarde om voortdurend te worden uitgedaagd in je denken.

Bovendien: de strijd als klimaatacti­vist kan soms frustreren. Dan doet het al eens deugd om als arts te werken. Een patiënt komt met pijn aan op de spoed, je lapt hem op en twee uur later bedankt hij je en vertrekt. Dan voel je de instant voldoening waar iedereen af en toe nood aan heeft.


Auteur: Simon Horsten