Naomi Klein

Verander nu, voor het klimaat alles verandert

Naomi Klein is een begrip. Haar lezingen zijn steevast uitverkocht en de internationale pers hangt aan haar lippen. De Canadese activiste bezorgde de mondiale politieke, economische en anders-globalistische verzetsbeweging in 2007 een nieuw elan met haar bestseller The Shock Doctrine: The Rise of Disaster Capitalism. Zeven jaar later, in november 2014, stelde ze in de Koninklijke Vlaamse Schouwburg haar nieuw boek voor. This Changes Everything: Capitalism vs. The Climate is een turf die alleen al door de tegenstelling in de titel hoge ogen zal gooien. Jong Groen zat op de eerste rij!

Vijftien jaar geleden bracht Klein haar debuut uit: No Logo: Taking Aim at the Brand Bullies. Als late twintiger nam ze internationale ondernemingen zoals Nike, McDonald’s en Shell zwaar op de korrel, en dan met name hun marketingstrategieën. Ze toonde aan hoe branding zich na de crisis in de jaren tachtig ontwikkelde: van een simpel etiket met de naam van de fabrikant, tot een doelbewuste strategie die zich probeert te identificeren met allerlei aspecten van het dagelijks leven. Het proces van nudging loopt als rode draad doorheen het boek. Klein bedoelt hiermee de aanslag op de ziel van een persoon of gemeenschap door de beïnvloeding van het consumentengedrag, zonder dat de actor zich daarvan bewust is.

De auteur betrad echter pas het firmament met een 600 pagina’s dikke aanklacht tegen het rampenkapitalisme, een boek genaamd De Shockdoctrine. De term rampenkapitalisme gebruikt ze om aan te duiden dat de economische en politieke elite natuurlijke en/of door de mens veroorzaakte crises gebruikt of moedwillig creëert om een neoliberale agenda (lees: privatisering, marktwerking, belastingverlaging) door te voeren, onder het voorwendsel ‘beterschap voor allen’. Drastische ingrepen in de samenleving worden na een ramp zonder veel verzet aanvaard, omdat de bevolking nog in shock is. Enkel zo kunnen beleidsmakers hun (korte termijn) ‘projecten voor de toekomst’ verkopen. Op lange termijn blijkt dit echter te leiden tot toenemende ongelijkheid en een zichzelf versterkende verwevenheid tussen militaire, politieke en economische (f)actoren (het zogenaamde ‘militair-industrieel complex’). Klein verwijst hierbij naar de Irakoorlog en het Palestijns-Israëlisch conflict, maar ook naar natuurrampen als orkaan Katrina in New Orleans en de tsunami in Oost-Azië van 2004.

Het klimaat: nu of nooit

In haar derde boek This Changes Everything: Capitalism vs. The Climate of in de Nederlandse benaming No Time: verander nu, voor het klimaat alles verandert maakt Klein komaf met de mythes rond het klimaatdebat. Ze wijst op de ernst van de situatie en drukt ons allemaal met de neus op de feiten: de eindmeet die we niet willen halen, is in zicht. Als we het businessas- usual-scenario aanhouden, waarbij we met onze gemiddelde ecologische voetafdruk in theorie vier aardbollen nodig hebben, stevenen we af op een temperatuurstijging van vier tot zes graden in 2100. De gehele mensheid zal de gevolgen voelen: smeltende ijskappen, een stijgende zeespiegel, de teloorgang van zoet water en nog een ondenkbaar aantal factoren. Toch gebeurt er weinig.

‘We are all climate-deniers’

Een groot deel van het boek vormt een aanklacht tegen de manier waarop informatie over klimaatverandering wordt gebracht. In overheidskringen goochelt men voortdurend met statistieken en wat-als-scenario’s, maar volgens Klein raakt dat de mensen hun koude kleren niet, omdat we de directe consequenties niet ‘zien’ in de Westerse wereld én omdat we niet weten hoe te reageren. De mens is volgens haar niet onverschillig, maar zo bang dat hij de problematiek van zich wegschuift; we zien geen uitweg. Extreme weersomstandigheden, overstromingen, jaarlijks sneuvelende temperatuurrecords (negen van België’s tien warmste jaren, vonden na 2000 plaats), mislukte oogsten, ondergelopen eilanden, krachtige aardbevingen, etc. worden daarom bewust anders geïnterpreteerd. ‘We are all climate-deniers’, vuurt Klein op het publiek af.

Echter, concrete informatie maakt ons, volgens haar, weerbaar en ‘shockbestendig’. Dit stelt ze al in De Shockdoctrine, maar het is des te meer van toepassing op de dualiteit tussen kapitalisme en klimaatverandering. Hoe meer wordt gesensibiliseerd, hoe meer men in aanraking komt met directe gevolgen van klimaatverandering en hoe groter de pro-change beweging zal worden; change naar een duurzaam en sociaal rechtvaardig regime. De mentaliteitswijziging zal een permanent elan moeten kennen om structurele verandering teweeg te brengen. “Er zijn geen niet-radicale antwoorden meer”, claimt Klein krachtig.

Tweedelige crisis

De activiste ziet echter een kleine opening voor optimisme. Het neoliberalisme verkeert in een crisis. Kijk alleen al naar de media-aandacht voor betogingen, massaprotesten en de toenemende ongelijkheid. Het maatschappelijk draagvlak slinkt zienderogen en het besef groeit dat er een ander politiek-economisch bestel nodig is. De vraag is echter hoe het er dan wel moet uitzien en in hoeveel tijd dit realiseerbaar is. Hoe verander je bovendien de mindset van hen die de macht hebben om dingen te veranderen? Hoe ontbind je dat grijpgrage ’extractivisme’: het domineren van de aardbol om de grondstoffen en energiebronnen eruit te halen voor eigen profijt?

Klein werpt de klimaatverandering op als een deadline, als een sense of urgency. We hebben te maken met een tweeledige crisis van enerzijds de planeet en anderzijds de heersende politiek-economische ideologie. Tot spijt van wie het benijdt, de aarde en de heersende ideologie zijn niet compatibel: “ofwel redden we de aarde, ofwel het kapitalisme”, werd ze geciteerd in een interview met de Standaard op 26 november 2014. We leven in een maatschappelijke realiteit, die wordt geconditioneerd door een fysieke realiteit. Uiteindelijk kunnen we de natuurwetten niet aanpassen, dus zal de maatschappelijke realiteit haar duit in het zakje moeten doen.

De noodzakelijke gedrags- en actiewijzigingen zijn echter incompatibel met het vandaag vigerende mondiale systeem. Op kleinere (nationale) schaal zijn er wel al koolstofreducerende systemen, bijvoorbeeld de Duitse energiewende. Maar in België blijven overheidsacties uit en daar komen steeds meer middenveldinitiatieven tegen op. De Klimaatzaak in Vlaanderen, een collectief van (Bekende) Vlamingen, wil de Belgische overheden zelfs voor de rechter dagen wegens het uitblijven van concrete oplossingen. Dat de initiatiefnemers zelf ook ‘schuldig’ zouden zijn, zoals minister Schauvliege pareerde, slaat de bal natuurlijk volledig mis. De overheid dient een scheppend kader te creëren dat het de burgers mogelijk kan maken om zelf een steentje bij te dragen. Als men miljarden blijft pompen in bedrijfswagens en bespaart op het openbaar vervoer, dan kan je dat moeilijk als een goede stimulans beschouwen.

Theoretisch gezien kan technologie reeds vandaag het klimaat redden (cf. windmolens, zelfrijdende of hybride auto’s, fietsostrades, tegemoetkomingen voor missing links in het mobiliteitsvraagstuk). Het probleem blijkt dus dieper verankerd: het is er één van ideologie, van sociaal-culturele gewoonten en belangen, van de diepe inbedding van Thatcher’s en Reagan’s TINA-doctrine: There Is No Alternative. Groen en Jong Groen vechten dit aan, want #hetkananders.

Verenigt u!

Kortom, er is nood aan een design voor een rechtvaardige transitie en we moeten dat design eisen van onze beleidmakers. Nu is onze kans om in te grijpen, want het kapitalistisch systeem (in België) wankelt. Links moet zich verenigen, stelt Klein met klem. We hebben nieuwe grassroots bewegingen nodig, die boven de Big Green uitsteken (lees: gevestigde milieuorganisaties, die het bredere perspectief van de problematiek niet zien) en een progressief en vooruitstrevend radicaal antwoord bieden op het in de huidige mondiale ontwikkelingen niet meer aangepaste en bijgevolg falende kapitalisme. Dat is, althans volgens ondergetekenden, de kernboodschap die Naomi Klein ons wilde meegeven.


Auteurs: Nicolas Dewulf, Pepijn van Eeden, Sielke Eeckhout