Meertaligheid op school

Onze multiculturele samenleving heeft ontegensprekelijk een invloed op het onderwijs. Jarenlang werd in scholen vastgehouden aan het idee dat uitsluitend het gebruik van het Nederlands in de klas en op de speelplaats anderstalige leerlingen op de goede weg kon helpen. Maar stilaan lijkt die visie onder druk te komen staan.

In Vlaanderen wordt vijftien procent van de kinderen in de basisscholen en tien procent in het secundair thuis opgevoed in een andere taal dan het Nederlands, een grote uitdaging voor ons onderwijs. De oorspronkelijke redenering om daarop een antwoord te bieden was redelijk eenvoudig: hoe meer Nederlands, hoe beter. De thuistaal van anderstalige leerlingen werd uit de scholen verbannen en in de plaats daarvan kwam een intensief taalbad. “Anders leren ze het nooit”, was het credo.

Die focus blijkt echter geen garantie op succes. Om verder te bouwen op de metafoor van het taalbad, schreven docent van de vakgroep Taalkunde van de UGent Piet Van Avermaet en hoogleraar Taalkunde Stef Slembrouck vorig jaar in een essay dat we eerder moeten spreken over een taalzwembad. Sommige kinderen zullen namelijk wel het Nederlands opzuigen als een spons en zonder problemen kunnen zwemmen, maar bij anderen lukt dat niet. Die laatste groep is meer gebaat bij ‘watergewenning’ waarbij de thuistaal wordt ingezet om het ‘zwemmen’ vlotter te laten gaan. Het is bovendien ook nergens bewezen dat je constant de input van het Nederlands nodig hebt om de taal te leren. Een hele dag onderwijs krijgen in het Nederlands heeft bovendien ook negatieve effecten. Anderstaligen kunnen op die manier nooit tot rust komen in hun thuistaal en dreigen zo af te haken. En daarbovenop komt ook nog eens dat wie zijn moedertaal beter onder de knie heeft, sneller ook een tweede taal zal oppikken.

Projecten die inzetten op meertaligheid in het onderwijs zijn schaars, maar het Gentse stadsbestuur is er reeds enkele jaren actief mee bezig. Tussen 2008 en 2012 liep er een proefproject in twee initiatieven voor buitenschoolse opvang en in vier scholen netoverschrijdend: ‘Thuistaal binnen onderwijs en opvang’.

“Dat bestond uit twee delen”, legt pedagogisch begeleidster van het departement Onderwijs en Opvoeding van de Oost-Vlaamse provinciehoofdstad Sara Gielen uit. “Enerzijds wilden we de thuistaal van anderstalige leerlingen erkennen en zo het welbevinden van de kinderen verhogen. Anderzijds liep in twee van de vier betrokken scholen ook een deelproject waarbij Turkse leerlingen de mogelijkheid kregen te leren lezen en schrijven in hun eigen taal en zo linken te leggen naar het Nederlands.”

Op basis van de resultaten en de ervaringen van leerkrachten en begeleiders schreef Gielen samen met haar collega Ayşe Işçi het boek ‘Meertaligheid: een troef’. Een toepasselijke titel volgens de auteurs. “Vaak wordt meertaligheid op school als een probleem beschouwd, maar dat hoeft niet zo te zijn. Het thuistaalproject toonde aan dat het gebruik van de thuistaal helemaal geen negatief effect heeft op de taalvaardigheid in het Nederlands van de leerlingen. En het werd eveneens duidelijk dat de kinderen zich meer op hun gemak voelden in de klas.

Ook op de speelplaats was dat het geval, de scholen gaven aan dat het toelaten van de thuistaal niet gelijk staat aan kliekjesvorming en uitsluiting op de speelplaats. Zulke problemen vallen op te lossen met het maken van duidelijke taalafspraken. Als er bijvoorbeeld een kindje bij een groep komt staan die niet de taal spreekt, moet er worden overgeschakeld naar het gemeenschappelijke Nederlands.

De rol van de leerkracht en het team rond de school is daarbij belangrijk. “Je moet niet optreden als een politieagent”, legt Sara Gielen uit. “Het draait eerder om bewustwording creëren bij de kinderen. De boodschap aan hen is dat hun taal welkom is op school, we sluiten niet uit met taal. Met kleine veranderingen kan je als leerkracht al heel wat bereiken. Een familiemuur waarop de kinderen foto’s van thuis kunnen plakken is bijvoorbeeld een uitstekend voorbeeld dat vaak al wordt toegepast. Zo geef je de thuisidentiteit van het kind een plaats. Bovendien toonde het thuistaalproject ook aan dat de attitudes van de leerkracht tegenover de leerlingen veranderden. Ze hadden vaak een grotere waardering voor de meertaligheid van hun klas.”

Het Gentse proefproject wierp duidelijk zijn vruchten af. Toch kreeg het stevige kritiek te verduren. Zo spraken N-VA’ers Zuhal Demir en Peter De Roover over een feitelijke apartheid en ook partijgenoot Siegfried Bracke liet zich niet onbetuigd door te stellen dat er op wetenschappelijke basis achterstelling werd georganiseerd. “Het is jammer dat die kritiek vooral op het buikgevoel en clichés gebaseerd was”, reageert Sara Gielen daarop. “We zijn heel gevoelig als het over taal gaat. Het project had nochtans steeds als doel dat anderstalige kinderen aan het einde van de rit op een degelijk niveau het Nederlands onder de knie zouden hebben, nog steeds de standaard- en voertaal in onze samenleving. Zo mochten bijvoorbeeld leerlingen tijdens groepswerkjes hun thuistaal gebruiken, maar moest vervolgens de presentatie voor de klas wel in het Nederlands gebeuren. De thuistaal werd dus niet de ganse tijd toegelaten. Het werd als een opstapje gebruikt.”

Het proefproject is afgerond, maar dat betekent niet dat er geen verdere initiatieven worden genomen verzekert Gielen. “Het positief omgaan met meertaligheid is en blijft een actiepunt in de beleidsnota van Schepen van Onderwijs, Opvoeding en Jeugd Elke Decruynaere (Groen)”, licht ze toe. “We gaan er dus verder mee aan de slag in scholen en de buitenschoolse opvang door middel van begeleiding en ondersteuning, waarbij we ons boek dat bedoeld is voor leraren en de andere betrokken actoren als leidraad gebruiken. En verder focussen we onder meer op de ondersteuning van de pedagogische begeleiders van de verschillende netten en organiseren we collegagroepen voor leerkrachten en directies om ervaringen uit te wisselen en om de twee jaar een studiedag om het maatschappelijk draagvlak te vergroten. Ten slotte is er nog de actie samen met de Stedelijke Bibliotheek Gent om het aanbod anders- en meertalige boeken bekend te maken bij leerkrachten, ouders en kinderen. Een veelzijdige waaier aan initiatieven dus. Dat heeft ook belangstelling van buitenaf gewekt. Er bestaat bijvoorbeeld reeds interesse in ons project in Brussel en Antwerpen.”

Lees ook het korte interview met Jeroen Verhaert, een 31-jarige leerkracht, over de lokale stand van zaken.

Auteur: Thomas Lamm