Leerlingen zijn bij ons de baas

Lora Hasenbroekx (17), voorzitster van de Vlaamse Scholieren-koepel (VSK), is ervan overtuigd dat jongeren een luide stem in de maatschappij moeten krijgen en dat ze mee betrokken moeten worden bij het beleid. Wij zaten met haar aan tafel om te praten over de rol van VSK in het huidige onderwijsdebat en haar toekomstplannen.

Ten eerste: wat is de Vlaamse Scholierenkoepel?

De VSK is de koepel van alle leer­lingenraden over heel Vlaanderen. Het is de spreekbuis van leerlingen tegenover de minister van Onderwijs (Hilde Crevits, nvdr). Onze doelstelling is drieledig: in de eerste plaats geeft VSK studenten een stem op school. Ten tweede zorgt VSK ervoor dat die stem sterk en coherent naar het beleid gaat. En het belangrijkste: leerlingen zijn bij ons de baas. Kort samengevat: VSK versterkt participa­tie van leerlingen en zorgt ervoor dat er effectief naar hen geluisterd wordt.

Hoe ben je ertoe gekomen om voorzitster te worden?

In het tweede middelbaar kwam ik voor het eerst in contact met VSK. De dochter van een vriendin van mijn mama zei me dat ik altijd maar praatte, zaagde en klaagde over het onderwijs en vroeg of ik geen zin had om me bij VSK aan te sluiten. Dat heb ik dan gedaan, eerst als gewone vrijwilliger. Daarna ben ik gegroeid van lid van de VSK-afvaardiging in de Vlaamse Onderwijsraad naar lid van de raad van bestuur.

In oktober 2014 werd ik verkozen als voorzitter. Meestal leren leerlingen VSK pas kennen in hun vijfde middelbaar. Ik heb het geluk gehad dat ik echt kon groeien naar die functie.

We kunnen ons voorstellen dat je al enorm veel hebt bijgeleerd, zonder daarvoor in de boeken te kruipen.

Inderdaad: ik leerde goede presenta­ties maken, professionele gesprekken voeren, medewerkers aanwerven, de financiën beheren, veel mediawijs­heid, communicatie, plannen en ook politiek (lacht). Ja, als je een minister op regelmatige basis ontmoet, leer je ook de politiek achter zijn of haar beleid kennen.

Wat is jouw visie op de huidige eindtermen van het secundair onderwijs?

Eindelijk is de discussie hierover begonnen, na 30 jaar! De wereld is grondig veranderd, zelfs de laatste 10 jaar, en de eindtermen moeten meegaan met de tijd. Ik vind dat er elk jaar gedebatteerd moet worden over de eindtermen.

De vraag van 1 miljoen is: wat moeten we leren op school? Ik vroeg op een bepaald moment aan mijn leerkracht: “Meneer, waarom moeten we dit nu leren? Het lijkt wel irrelevant.” Daarop werd ik uit de klas gezet. (lacht) Begrijp me niet verkeerd: ik vind niet dat de huidige eindtermen volledig overhoop gegooid moeten worden. De lessen moeten alleen meer gekoppeld worden aan de realiteit. Zo zou er in de lessen economie gerust aandacht mogen gaan naar de dag waarop je een huis zal kopen.

Als je voor een bepaald vak goed scoort, moet je de tijd krijgen om de vakken waarvoor je het minder goed doet bij te schaven. Ik vind ook dat er een vak maatschappelijke vorming moet komen: EHBO, een rijbewijs halen, een belastingaangifte doen … Dat is even essentieel als werken van 9 tot 5.

Wat vind je van het traject ‘Van leRensbelang?’ dat het ministerie van Onderwijs momenteel onderneemt om een maatschappelijk debat over de eindtermen te voeren?

Ik ben tevreden over de manier van werken, al kan de betrokkenheid groter. ‘Van leRensbelang?’ is een superinitiatief, maar de overheid moet nog veel meer zelf naar verschil­lende groepen mensen stappen.

De website over het project is oké, maar er moet meer actie op straat zijn om meer input te krijgen. Op de markt of in een winkelstraat kan je makkelijk 100 à 200 mensen in één dag berei­ken. Het is veel minder waarschijnlijk dat die mensen spontaan naar de website zullen surfen om hun mening te delen. En wat met de mening van minder geëngageerde leerlingen? Zij denken vaak dat het niets oplevert om hun mening te geven.

Wat is trouwens de precieze rol van VSK in dit traject?

Het Vlaams Parlement zei: “Wij willen scholieren betrekken.” Wij hebben meteen ideeën op tafel gelegd en advies gevraagd aan ons orgaan RADAR, dat is een open forum waar scholieren overleggen en discussiëren over onderwijsthema’s. Toen kwamen we met het plan van de ‘Dag van de 100’: op 24 februari stoomden we 100 leerlingen in het Vlaams parlement klaar om het debat over de eindter­men in hun eigen school aan te gaan.

VSK heeft ook een sterk team van tien leerlingen geselecteerd die het debat vanop de eerste rij zullen volgen en hun eigen ideeën en ervaringen toe­voegen. ‘De 10’ zijn het gezicht en de stem van leerlingen. Ook ondervraagt VSK meer dan 25.000 leerlingen. Tijdens de vijf provinciale ‘Nachten van het Onderwijs’ gaan we alle ideeën en adviezen bespreken met een breed publiek én met parlementsleden. Tot slot overhandigen we het resul­taat op 13 mei aan de minister tijdens het ‘Festival van het Onderwijs’, het meest intensieve evenement in het hele traject: een debat met zo’n 500 leerlingen.

Droom je ervan om in de toe­komst nog iets anders te ver­anderen aan ons huidige onder­wijssysteem in Vlaanderen?

Ik wil minister van Onderwijs worden, dus stem op mij. (lacht) Ik geloof dat iedereen gelijke kansen moet krijgen. Ik snap niet dat leerlingen het in school A moeilijker hebben dan in school B of school C, en dus van school moeten veranderen om een A-attest te behalen.


Auteurs: Asher Serrana en Caroline Robberechts