Kan voetbal de wereld redden?

Een hoogtepunt in de komende sportzomer moet het EK voetbal worden. Tussen tien juni en tien juli nemen de beste 24 Europese landenploegen het in Frankrijk tegen elkaar op. Naast het sportieve zal het economische belang van de sport ook duidelijk worden. Multinationals als McDonald’s en Coca-Cola hebben er maar al te graag miljoenen voor over om hun naam aan het populaire spelletje te verbinden. Maar kan dat spelletje ook iets positief toevoegen aan onze samenleving? Kan voetbal de wereld redden?

Na het overschouwen van boven­staande vraag is het goed mogelijk dat u als lezer nogal schamper reageert. De donkere kant van het voetbal is wel degelijk nog steeds prominent aanwezig in onze maatschappij. Het hooliganisme mag dan misschien wel grotendeels verdwenen zijn uit de stadions in West-Europa, dat betekent niet dat de harde kern nog steeds buiten die stadions afspreekt om een robbertje te vechten en in landen als Polen draaien wedstrijden tussen rivaliserende teams niet zelden uit op veldslagen. Neem daar nog eens bij dat racisme ondanks de campagnes van overheden en organisaties zoals de UEFA en de FIFA welig tiert en dat er nog steeds miljoenen euro’s verdiend worden met matchfixing en je krijgt helemaal een negatief beeld van de sport. Niet geheel onterecht trouwens.

To build a better future

De reden voor deze uitwassen? Vaak wordt de populariteit van het voetbal daarbij betrokken. Waar je ook komt, de kans dat je een voetbalfan ontmoet is niet gering. Het trekt veel mensen aan, ook met minder goede bedoelingen, en het is big business. Zie daar een gevaarlijke cocktail voor al wat minder fraai is in deze wereld.

Maar de populariteit van het voetbal kan evengoed in de andere richting gebruikt worden. Zoals de Engelse voetbalbond het in zijn slagzin zegt: “Using the power of football to build a better future”. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat in Groot-Brittannië de eerste zogenaamde community-programma’s in de jaren tachtig het levenslicht zagen waarbij ingezet wordt op de buurt en fanbasis rond de verschillende clubs. Voetbal is aan de andere kant van het Kanaal iets voor en met de gemeenschap. Elke profclub heeft er een jeugd- en sportmanager, een onderwijskracht en welzijnswer­ker. Daarnaast moeten spelers zich in hun vrije tijd verplicht inzetten voor de initiatieven die de club organiseert zoals workshops in scholen en liefdadigheidsevents. De middelen die daarvoor worden vrijgemaakt zijn best indrukwekkend. De Engelse voetbalploegen worden algemeen als de rijksten ter wereld beschouwd, maar daar staat ook tegenover dat ze 3,7 procent van hun inkomsten afstaan aan social responsibility-programma’s en jaarlijks gemiddeld 55 miljoen euro investeren in gemeenschapswerk en daarbij 18 miljoen mensen bereiken. Om even de vergelijking te maken: het budget waarop Anderlecht, de rijkste club in België, draait bedraagt ongeveer 45 miljoen euro.

Groot-Brittannië is bovendien geen alleenstaande case, ook in Duitsland is men al jaren geleden tot het inzicht gekomen dat voetbal meer is dan 22 spelers die achter een bal hollen. Centraal bij onze Oosterburen staat het concept ‘Fanprojekt’. Sinds 1993 werd er over gans het land bijna vijftig van dergelijke projecten op poten gezet door een nationaal coördina­tieteam bestaande uit vertegen­woordigers van de voetbalbond, de overkoepelende sportbond, de vereniging van steden en gemeenten en verschillende ministeries en de deelstaten. De inhoud van de projec­ten is heel verschillend: onder meer de bestrijding van rechts-radicalisme bij supporters, maar ook sociaal-psychologische begeleiding.

Beide voorbeelden hebben gemeen­schappelijk dat het om grootschalige projecten gaat, maar ook met kleinere ingrepen kan je een verschil maken. Nederland toont dat aan. Daar zet de voetbalbond zich samen met de plaatstelijke club en overheid via de Cruyff Courts in voor straatvoetbal om zo verwaarloosde buurten een nieuwe dynamiek te geven en mensen bij elkaar te brengen. “Op een voetbalveld is iedereen gelijk”, luidt de achterliggende filosofie.

Rode Duivels als rolmodellen

Hoe zit het dan in ons land? Ook de Belgische clubs en de Pro League zijn al een tijdje op de weg van de gemeen­schapswerking ingeslagen en vaak ook met mooie resultaten. Zo is er bij­voorbeeld in Gent ‘Voetbal in de Stad’ dat twee jaar geleden nog bekroond werd met de award voor beste gemeenschapswerking in ons land en onder andere inzet op het smeden van samenwerkingsverbanden met het Gentse maatschappelijke middenveld en supportersbetrokkenheid bij AA Gent en bij de gemeenschapswerking te verhogen. Maar de bovenstaande cases uit het buitenland tonen aan dat er nog heel wat groeimogelijkheden zijn en er voor een harmonieuzer geheel gezorgd kan worden.

Waarom niet bijvoorbeeld de Rode Duivels meer bij dit verhaal betrek­ken? Toegegeven: velen van hen hebben hun inkomsten veilig in Luxemburg ver weg van de Belgische fiscus geparkeerd en met de term ‘rolmodellen’ dient spaarzaam omge­sprongen te worden, maar Vincent Kompany – die zelf drie jaar geleden met BX Brussels een club uit de grond stampte die ook een pedagogisch project voor jongeren wil zijn - groeide bijvoorbeeld zelf op in de schaduw van het station van Brussel-Noord.Niet bepaald een buurt waar je met een voorsprong aan het leven start. Zij zijn het levende bewijs dat je via het voetbal een grote impact kan hebben op thema’s als integratie en sociale ontplooiing en hebben over gans het land – en ver daarbuiten – een uitstraling die kenmerken als afkomst en gender ver overstijgt. Een pact met de duivel(s) kan daardoor wel eens het ontbrekende puzzelstukje zijn om de sociale kracht van het voetbal ten volle in ons land te benutten. De wereld gaan we daar niet mee redden, maar het is alvast een mooie start.


Auteur: Thomas Lamm