Hoger onderwijs: een elitaire bedoening?

Het hoger onderwijs dient extra te besparen. Dit laat zich zwaar voelen: besparingen op personeel, studenten- en sociale voorzieningen koten, resto's,... De meest in het oog springende maatregel is echter de drastische verhoging van het inschrijvingsgeld, van 620 naar 890 euro.

Kwaliteitsverlies?

Heel wat studenten, hoogleraars en rectoren trokken de laatste weken meerdere malen aan de alarmbel. Zo liet rector Torfs (KUL) onlangs optekenen: "Door het hoge aantal studenten en doctorandi zitten we al op ons tandvlees. Het personeelsbestand verder (?) doen dalen, zou ervoor zorgen dat kwalitatieve begeleiding onmogelijk wordt, wat op zijn beurt zal leiden tot lagere slaagcijfers." Meer doen met minder personeel, is onmogelijk.

Hoger inschrijvingsgeld ondergraaft democratisering onderwijs

Onderwijs moet iedereen de kans bieden om zijn talenten ten volle te ontplooien en te benutten op de arbeidsmarkt. De verhoging van het inschrijvingsgeld betekent meteen een hoge extra drempel voor de minder kapitaalkrachtige studenten. Mensen met een beperking, of werkstudenten spreiden hun studies snel over meerdere jaren. Zij zullen dan ook jaarlijks geconfronteerd worden met deze meerkost. Levenslang leren, het mantra van de Europese Unie, wordt op die manier een dure aangelegenheid.

Voorts is het nog erg onduidelijk wat er gaat gebeuren met het Aanmoedigingsfonds en andere vormen van doelgroepspecifieke begeleidingen, die de drempels verlagen bij jongeren die moeilijker hun weg vinden tot het hoger onderwijs.

Toegankelijk onderwijs moet een basisrecht zijn. Deze selectie op basis van financiële draagkracht herproduceert de sociale ongelijkheid, onderwijs verliest haar democratiserende functie. Men dient in te zetten op maatregelen die sociale ongelijkheid tegengaan, in plaats van deze te versterken.

Studieleningen

Als antwoord op deze besparingen wordt steeds vaker het idee van de studieleningen geopperd. Jongeren hebben het de eerste jaren sowieso al erg moeilijk op de arbeidsmarkt. Bovendien is het sowieso al een dure periode in iemands leven: zorgen voor een eigen stek, een gezin stichten, ... Een maandelijkse afbetaling van bijvoorbeeld €500 per maand betekent een grote financiële belemmering. Het vergroot enkel de kans op armoede, het versterkt de ongelijkheid en kan dan ook nooit een oplossing bieden.

Hoe zit het in de rest van Europa?

Vaak wordt het argument opgeworpen dat ons onderwijs veel kost in vergelijking met de rest van Europa. Dit hangt natuurlijk af met welke landen je België vergelijkt! In Denemarken, Noorwegen, IJsland, Finland, Slovenië, Duitsland, Zwitserland, Kroatië en Schotland dient er helemaal geen inschrijvingsgeld betaald te worden.

Volgens de OESO dreigt Vlaanderen achterop te hinken qua aantal hooggeschoolden ten opzichte van de rest van Europa. In een kenniseconomie is dit vrij problematisch. Nu besparen op onderwijs impliceert dat ons dit in de toekomst duur komt te staan.

Iedereen heeft recht op gelijke toegang tot hoger onderwijs en we moeten ons dan ook verzetten tegen de besparingen van de Vlaamse Overheid. We zijn niet alleen, de petitie tegen de verhoging van het inschrijvingsgeld heeft ondertussen al meer dan 20000 handtekeningen. 

Thema: