Het klimaat is geen thermometer

Pleidooi voor een andere groene strategie

Klimaatpolitiek heeft zich laten gijzelen door cijfer-fetisjisme dat doel met middel verwart, de oorzaken verdoezelt, de ruimte voor debat beperkt, oplossingen op de lange baan schuift en de mensen koud laat. Door anders met klimaat-verandering om te gaan, komen we tot een ruimer en constructiever debat.

“Waanzin is altijd hetzelfde blijven doen en toch een ander resultaat verwachten”, zou Albert Einstein ooit hebben gezegd. Dat citaat lijkt van toepassing op de manier waarop we klimaatbeleid organiseren. Dit jaar krijgen we de zoveelste top van de laatste kans om de wereld te vrijwa­ren van de Apocalyps, maar de kans is groot dat ook editie 21 de hoge verwachtingen niet inlost. De interna­tionale klimaatonderhandelingen zijn tegenwoordig meer een rem dan een hefboom voor sociaal-ecologische vooruitgang. Toch hoeft niet alle hoop te vervliegen.

Het probleem van het klimaatbeleid wordt duidelijk wanneer we de vergelijking maken met het gezond­heidsbeleid. Onze levensverwachting is de afgelopen eeuw spectaculair toegenomen door geleidelijke, col­lectieve beslissingen die de oorzaken van vroegtijdige sterftes wegnemen (investeringen in onderzoek, toe­gankelijke gezondheidszorg, betere levensomstandigheden en hygiëne, enz). Bij het klimaatbeleid verwart men echter oorzaak en gevolg. Bij het opstellen van klimaatbeleid is er vanaf dag één voor gekozen om de emissies van broeikasgassen als hoogste doel te stellen en lijkt het klimaat een ther­mostaat die men zachter of harder kan zetten door een prijs op CO2 te plakken. Het broeikaseffect is echter wat complexer dan een centrale verwarmingsketel en emissies zijn net als levensverwachting een gevolg van ons handelen. De daling van emissies moet daarom ook het gevolg zijn en niet het doel van het beleid.

Het beperken van de klimaatopwar­ming tot 2 °C ten aanzien van het pre-industriële niveau als centrale objectief van het beleid is het summum van het omdraaien van doel, middel en gevolg. Het doel van pro­gressieve groene politiek moet niet zijn de mondiale temperatuur op het niveau van de 19de eeuw te houden, maar om iedereen gelijke toegang te geven tot degelijk onderwijs, gezond voedsel, schone energie, openbaar vervoer, energiezuinige woningen, openbare ruimte, enz. Omdat we ons blindstaren op die 2 °C verdoezelen we ook de oorzaken van het probleem: de beleidskeuzes die de macht van de fossiele brandstofindustrie, het groeimodel en het ongebreidelde kapitalisme in stand houden.

De focus op de 2 °C versterkt het idee dat er een akkoord moet komen rond een en dezelfde aanpak voor de hele wereld (bijvoorbeeld een mondiale koolstofmarkt), in plaats van een veel­heid aan verschillende strategieën en beleidsinstrumenten die grotere nationale en lokale legitimiteit genieten en vooral sneller ingevoerd kunnen worden. Het vooropstellen van de 2 °C-grens is ook een (mislukte) poging om het politieke debat over oplossingen te beëindigen door middel van wetenschap. De keuze voor deze of gene temperatuurdoelstelling is echter altijd politiek, net als de keuze voor een bepaald beleid om de opwarming te beperken.

De ideale temperatuur voor de aarde bepalen is nooit zuivere wetenschap. Een temperatuurdoel dreigt ook de verantwoordelijkheid op de lange baan te schuiven. Een politicus die in 2015 afspreekt dat er iets gebeurd moet zijn in 2100 (geen gevaarlijke klimaatopwarming) is eigenlijk bezig met de zaak door te schuiven naar zijn opvolgers om maar zelf geen concrete maatregelen te moeten nemen. Het is ook een beleidsdoel dat erg moeilijk te controleren valt. Ten laatste kan je ook moeilijk stellen dat de klimaat-opwarming tot 2 °C beperken een wervend project voor de toekomst inhoudt. Ook al getuigt het van flauwe humor of ronduit dommigheid, de meeste mensen denken bij een tem­peratuurstijging van enkele graden nog steeds meer aan de Provence dan aan hoge koorts.

Als Groen burgers wil mobiliseren om van België een klimaatkampioen te maken, dan moet het van strategie veranderen. Het klassieke verhaal dat we nu allemaal moeten samenwerken en in het heden wat soberder gaan leven om een ramp in de toekomst te vermijden, roept vooral meer onverschilligheid op. Een nieuw klimaatverhaal moet de klimaatcrisis als katalysator voor alternatieven gebruiken die een antwoord bieden op de dagelijkse bezorgdheden van mensen, maar ook de confrontatie durven aangaan met de actoren die zulke verandering verhinderen.

Laat me alvast eindigen met een suggestie voor het eerste hoofdstuk van dit nieuwe klimaatverhaal. Er zijn verbanden genoeg tussen klimaat-verandering en dé topprioriteit van de Vlaming: zijn pensioen. Verschillende recente studies tonen aan dat heel wat pensioenfondsen, onder het motto “spaar voor je pensioen en graaf je eigen graf”, volop in de verdere ontginning van fossiele brandstoffen blijven investeren. Al die investeringen kunnen leiden tot een zogenaamde ‘koolstofbubbel’ die uiteen dreigt te spatten indien besloten wordt tot een krachtig klimaatbeleid. Ofwel zal de lobby­machine op volle toeren draaien en verhinderen dat er een klimaatbeleid met die naam waardig komt, ofwel blijven al die fossiele brandstoffen onder de grond en worden al die investeringen waardeloos.

We kunnen deze knoop doorhakken door te kiezen voor een energiebeleid en pensioenpolitiek die elkaar aan­vullen in plaats van tegenwerken en zich niet onderwerpen aan de aprilse grillen van de markt. Dat kan door terug te investeren in plaats van te besparen op de eerste pensioenpeiler en de hernieuwbare energietransitie. Dat zijn keuzes die we kunnen maken zonder de medewerking van China of de VS. Zo’n keuzes zouden zelfs tot 60.000 bijkomende jobs in België kunnen creëren. Alle hoop is dus nog niet vervlogen.


Auteur: Yves Pepermans