Food for Thought

Voeding om je tanden op stuk te bijten

Het jaarthema van Jong Groen is dagelijkse kost voor ieder­een: ‘Food for Thought - naar een nieuw voedselsysteem’. De eerste drie activiteiten (een debat, een themadag en de actie 'Boeren verdienen beter') leidden tot heel wat inspirerende, maar ook verwarrende gedachten. Tijd om ze in een hapklaar dossier te ordenen!

“Oh oh ik heb zorgen”

De lijst met problemen in ons huidig voedselsysteem is ellenlang. Vooreerst zijn er steeds meer boeren die de ‘schop’ over de haag gooien: gemiddeld verdwijnen in België 25 boerderijen per week. In vergelijking met tien jaar geleden telt Vlaanderen 39% minder landbouwbedrijven. De kans bestaat dat er in 2030 geen landbouwbedrijven in België meer zijn, afgezien van grootschalige organisaties waarin het contact tus­sen de landbouwer en de consument onbestaande is. De redenen om de boerenstiel vaarwel te zeggen zijn begrijpelijk. Boeren maken amper winst met hun groenten, fruit, vlees, granen … soms verkopen ze zelfs met verlies.

Die precaire financiële situatie van landbouwbedrijven is deels te verklaren door de bikkelharde concur­rentiestrijd van supermarkten om de laagste prijs. Een tweede verklaring is het problematische lock-in systeem. Alle radertjes in het productie- en verkoopproces zijn strikt op mekaar afgestemd. Een landbouwer heeft amper de keuzevrijheid om daarvan af te wijken. Een voorbeeld daarvan is het Belgisch witblauw, een ras van vleeskoeien dat gekweekt wordt om superdik te worden. De meeste slagers kunnen geen ander vlees meer verwerken, waardoor alternatieve rassen niet meer worden gekweekt.

Het enthousiasme van Belgen die toch staan te popelen om te beginnen boe­ren, wordt bij aanvang al getemperd. Het is aartsmoeilijk om aan grond te geraken, landbouwgrond is immers schaars en duur. Weinig boeren hebben voldoende startkapitaal om grond te kopen. De beste oplossing? Zorgen dat je familieleden hebt die aan landbouw doen.

Een volgend heikel punt is overpro­ductie. Het oorspronkelijke idee van “Nooit meer honger” was vlak na de Tweede Wereldoorlog begrijpelijk. Het heeft echter overproductie in de hand gewerkt, boeren produceren nu meer dan ze verkopen. Bovendien gooien supermarkten en gezinnen veel eetbare overschotten weg. Absurd als je weet dat sommige mensen elke cent die naar eten gaat, twee keer moeten omdraaien.

Een laatste probleem is de zware druk die de landbouw uitoefent op het leefmilieu. Door op de foute manier om te gaan met onze landbouwgron­den, putten we de bodems volledig uit. Bovendien zijn de concentraties van bestrijdingsmiddelen in bodems en op gewassen te hoog. Deze chemische middelen zijn enorm schadelijk voor het milieu en de mens. De gezondheid van de boer lijdt daar trouwens het meest onder.

Fairtrade, ook voor onze boeren

Er is een groeiende groep consu­menten die wel belang hecht aan een eerlijke prijs voor de boer. Deze ‘eerlijke prijs’ betekent dat de landbouwer voldoende winst maakt met de verkoop van zijn producten om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. Maar tussen dromen en daden staat de werkelijkheid. 90% van onze aankopen gebeurt in supermark­ten. En daar zit het probleem. Om hun klanten toch maar de laatste prijs aan te bieden, zetten supermarkten land­bouwers onder druk om hun waren met verlies te verkopen. Boeren zijn prijsnemers geworden. De prijs die de supermarkten voorstellen is te nemen of te laten. Als een boer niet akkoord gaat met de voorgestelde prijs, vinden supermarkten hetzelfde product makkelijk ergens anders.

De oplossing lijkt voor de hand lig­gend: rechtstreeks bij de boer kopen. Korte keten-verkoop van landbouw­producten is in opmars. Sommige boerderijen hebben een winkel waar ze hun producten rechtstreeks aan klanten verkopen en een correcte prijs kunnen vragen. Een bijkomend voordeel is dat consumenten een beter zicht hebben op de herkomst van hun voeding en er bewuster mee omgaan.

Toch blijft de korte keten-verkoop voorlopig een nichemarkt. Praktische bezwaren staan in de weg. Ten eerste moet je investeren in een winkel­ruimte. Daarnaast vraagt het ook extra middelen om producten klaar te maken voor verkoop. Zo moet een melkboer niet alleen melk verkopen om rendabel te zijn, maar ook ijs, rijstpap, yoghurt … Het is niet voor elke landbouwonderneming haalbaar om daarvoor het nodige materiaal aan te schaffen. Ten slotte hebben boeren niet altijd de opslagcapaciteit om hun voedingswaren zelf te bewaren.

Gelukkig bestaan er ook andere manieren waarop boeren toch een eerlijke prijs voor hun producten kunnen krijgen. Zo kunnen ze zich verenigen in coöperatieven. Dat maakt het voor landbouwbedrijven mogelijk om samen dure machines aan te kopen. Ook staan de boeren in een coöperatieve sterker om aan supermarkten een eerlijke prijs te vragen voor hun producten.

Speler of speelbal van de wereldmarkt?

Of we nu willen of niet: landbouw is in de 21ste eeuw al lang geen lokaal fenomeen meer. Onze boeren spelen mee op de mondiale landbouwmarkt. En het spel is niet eenvoudig. Dat mondiale karakter zorgt in de eerste plaats voor oneerlijke concurrentie. Wie bijvoorbeeld in België tomaten kweekt, moet het in de prijzenstrijd opnemen tegen tomatenproducen­ten uit Zuid-Europese landen, waar de weersomstandigheden gunstiger zijn.

De vrije markt zorgt er daarnaast voor dat boeren, maar ook consumenten afhankelijk zijn van wat ergens anders wordt geproduceerd. Dat leidt tot absurde situaties. Zo kan je in ons land lang zoeken naar brood gemaakt van Belgisch graan. We gebruiken immers geïmporteerd graan uit Polen. Graan dat in België verbouwd wordt, dient als veevoer. Ook bij de campagne ‘Lekker van bij ons’ van het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) zijn kant­tekeningen te maken. Het VLAM prijst vlees aan van dieren ‘van bij ons’, maar verzwijgt dat onze dieren gevoed worden met soja uit Zuid-Amerika. De productie van die soja gaat ten koste van het regenwoud en zorgt voor een verregaande bodemuitputting.

Toch is de markt volgens sommigen nog niet vrij genoeg. De onderhande­laars van TTIP (Transatlantisch Trade and Investment Partenership) willen met hun verdrag de handel tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten stimuleren in de hoop economische groei te creëren. Ook de Boerenbond was er tijdens het debat van over­tuigd dat een goed handelsakkoord voordelig zou zijn voor onze boeren. Bioforum sprak zich niet uit tégen een handelsakkoord, op voorwaarde dat het niet raakt aan de strenge Europese normen. Bovendien stellen zij zich de vraag wie hier beter van zal worden. De boer … of eerder de retailindustrie?

België bio?

Biologische landbouw werkt vanuit respect voor mens, dier en milieu. Bodemvruchtbaarheid staat centraal: de bodem wordt gevoed en niet de plant. Dat kan onder andere door voldoende vruchtwisseling en diversiteit van teelten. Ook moeten bioboeren de kringloop sluiten op regionaal sectorniveau. Mest van biovee moet bijvoorbeeld afgezet worden op bioboerderijen in de buurt. Bestrijdingsmiddelen zijn uit den boze. Het is wel toegelaten om natuurlijke vijanden van planten in te zetten en mechanisch onkruid te wie­den. Ziektes worden voorkomen door resistente rassen te kiezen en teelten te diversifiëren. Controleorganen zien er op toe dat de biologische boerde­rijen deze Europese regels naleven.

Aangezien de biologische landbouw het natuurlijke groeiritme van dieren en planten respecteert, verloopt het productieproces trager en zijn de producten duurder. Toch is 5,8% van de Europese landbouw momenteel biologisch. De vraag overstijgt zelfs het aanbod. Met gemiddeld 0,8% biologische landbouw mist België echter de trein. Boeren voelen zich dus nog gehinderd om voluit voor bio te kiezen. Het feit dat er zo weinig biologische landbouwbedrijven zijn, vormt op zich al een probleem. Als een boer bijvoorbeeld biologisch vlees wil kweken, moet hij zijn vee laten slach­ten in een biologisch gecertificeerd slachthuis. Vaak moet hij daarvoor verder rijden dan een conventionele boer; niet erg praktisch en duurder.

Toch beweegt er iets in België. Zowel de Boerenbond als de Groene Kring erkennen het belang van duurzame landbouw. Al was het maar omdat minder waterverbruik, meststoffen en bestrijdingsmiddelen de kosten verminderen. Positief nieuws dus dat biologische technieken overgenomen worden in de gangbare landbouw.

Nog hoopvoller is dat sommige conventionele boeren de stap naar biologische landbouw wagen. Zo vertelde landbouwer Thierry Baucarne hoe hij langzamerhand aan het overschakelen is naar biologische landbouw, perceel per perceel. Op de vraag of dat rendabel is, antwoordde Baucarne dat hij de kost van bestrij­dingsmiddelen die wegvalt, kan aanwenden om onkruid mechanisch te wieden. Meer nog: de winst op zijn biologisch geteelde groenten is vaak groter. Biologische landbouw kan dus een weg zijn naar een eerlijke prijs voor de boer.

Beleid of burger aan zet?

Wie kan de pijnpunten uit ons voedselsysteem halen? Tijdens de activiteiten bleek dat het Belgische beleid geen duidelijke keuzes maakt om veranderingen teweeg te bren­gen. Zo zijn er te weinig middelen om de korte keten-verkoop en de biologische landbouw verder uit te bouwen. Joke Schauvliege verdeelt de budgetten op basis van de grootte van landbouwbedrijven. Biologische landbouw krijgt dus maar een luttele fractie omdat hun aandeel in de totale productie enorm klein is. Zo krijgen bioboeren geen eerlijke kans om zich verder te ontwikkelen. Tijdens het debat verklaarde de Boerenbond dan maar zelf middelen te voorzien voor biolandbouw.

Als het beleid achter blijft, is het aan de consumenten om keuzes te maken. Als zij voor streekgebonden, seizoens­gebonden en biologische landbouw­producten kiezen, zal de markt zichzelf ten dele reguleren. Daarnaast moeten klanten de mogelijkheid krijgen een eerlijke prijs te betalen aan de boer. Voedselteams zijn hier al volop mee bezig. Het zijn groepen mensen uit dezelfde buurt die samen hun produc­ten rechtstreeks bij de boer kopen, uit respect voor boer en milieu.

Ook om de discrepantie tussen overproductie en mensen die honger hebben weg te werken, worden pro­jecten op poten gezet. Op de thema­dag legde de verantwoordelijke van Foodact uit hoe het Kortrijkse OCMW te werk gaat. Vrijwilligers inventarise­ren enerzijds welke voedingswaren er telkens in de rekken blijven liggen en anderzijds wat de voedselbehoeften van mensen in armoede zijn. Deze twee inventarissen worden op elkaar afgestemd. Op die manier zorgen ze ervoor dat het eten dat anders in de vuilbak belandt, nu nog opgegeten wordt.

Zelfs op het tekort aan landbouw­grond kwam in april 2014 een antwoord van de coöperatie De Landgenoten. Zij kopen via de verkoop van aandelen, via schenkingen en erfenissen landbouwgrond en eventu­eel bijhorende gebouwen aan. Boeren kunnen daar op een duurzame manier gebruiksrechten van krijgen. Daar zijn twee voorwaarden aan verbonden: ze moeten biologisch gecertificeerd zijn en sterk lokaal georiënteerd zijn.

Manieren genoeg dus om stap voor stap te werken aan een beter voedselsysteem!

Op 12 november gingen de woordvoerster van Boerenbond en de directrice van BioForum met elkaar in debat. Ze waren het erover eens dat het huidige landbouwsysteem aan een grondige verandering toe is, maar op andere punten was het water nog te diep.

Vervolgens was er op 19 december een themadag in Kortrijk met ver­schillende sprekers: een vrijwil­ligster van De Landgenoten, een verantwoordelijke van Foodact, bioboer Thierry Baucarne en Sam Magnus, jonge witloofboer en ondervoorzitter van de Groene Kring.

Ten slotte voerde Jong Groen op 28 december in zeven Vlaamse steden actie met de slogan “Boeren verdienen beter!” Mensen op straat mochten raden hoeveel winst boeren maken. Dat landbouwproducten vaak met verlies worden verkocht, was voor het publiek een eyeopener.

Jong Groen is duidelijk voorbereid op het congres ‘Food for Thought’ op zaterdag 30 april. Kom jij ook?


Auteur: Caroline Robberechts