De onzin eruit filteren

Na omzwervingen bij enkele commerciële zenders is de immer bedaarde Tim Pauwels al anderhalf decennium een vast gezicht bij de nieuwsprogramma’s van de VRT. Sinds september vervangt hij Ivan De Vadder als presentator in De Zevende Dag. Hoe beziet deze ancien van de Wetstraatpers de Vlaamse journalistiek?

Heeft u graag bij VTM en VT4 gewerkt als journalist?

Ja, absoluut. Natuurlijk was er wel een verschil met de VRT – alleszins toen, vijftien jaar geleden. Toen ik bij de openbare omroep kwam, vond ik het wel een opluchting om iets minder te moeten berichten over “een ramp die op het nippertje werd vermeden”, dat hoefde hier niet.

Bij de VRT werd wel zéker even hard gewerkt, het tempo lag er toen zelfs iets hoger. Nu goed, overal in de Vlaamse pers werkt men ontzettend hard.

Het is wel prettiger, vind ik, om te werken voor ‘de samenleving’. Bij een andere zender kan je je soms toch afvragen of je werkt voor de democratie of voor het dividend van Christian Van Thillo (o.a. CEO van De Persgroep en bestuurder van ‘Medialaan’, het moederbedrijf van VTM & 2BE, red.). Al zeg ik daar meteen bij dat we heel blij mogen zijn dat iemand als mijnheer Van Thillo nog altijd in een journaal investeert op een commerciële Vlaamse zender.


In welke mate zijn journalisten bij de openbare omroep objectief?

Het woord dat wij gebruiken is ‘onpartijdig’. Objectief zijn is verschrikkelijk moeilijk: dat suggereert een soort van emotieloosheid, een stijl van verslaggeving die uitsluitend naakte feiten vaststelt. Maar alleen al in de selectie van die naakte feiten maak je een duidelijke keuze. Objectiviteit wekt de verwachting dat journalistiek bij wijze van spreken een wetenschappelijke analyse is, terwijl zelfs de wetenschap er niet helemaal in slaagt objectief te zijn.

Ook het woord ‘neutraal’ gebruik ik niet graag, omdat het kleurloosheid veronderstelt. Het is echter niet zo gek dat een journalist die met honger of geweld geconfronteerd wordt, daarvan aangedaan is. Dat is niet neutraal, maar wel onpartijdig: die journalist zou bij honger of geweld in een andere situatie, met andere partijen, immers evenzeer emotioneel betrokken zijn.

Welke opdracht van journalistiek is voor u de belangrijkste: die van waakhond of van informatieverstrekker?

Journalistiek is voor mij in de eerste plaats een filter. Internet laat de verspreiding van gelijk welke onzintoe, dus die filter wordt alleen maar belangrijker, hoe vreemd dat ook mag lijken in een wereld waarin almaar meer informatie rondgaat. De journalist heeft dus als taak die onzin eruit te filteren. Maar dat betekent ook dat al te snelle politieke uitspraken of dingen die gewoon fout zijn, een redelijke kans moeten hebben om gecorrigeerd te geraken. Dat is onze taak.

En dat is moeilijk genoeg, aangezien wij geen studiediensten hebben, geen kabinetten die voor ons allerlei zaken kunnen berekenen en uitpluizen. Dus het blijft altijd rijden en omzien.

Wanneer is een debat op De Zevende Dag voor u geslaagd?

Ik hoop – al lukt dat helaas niet altijd – op de sfeer van een gezin dat aan de keukentafel zit en voor een belangrijke beslissing staat: gaan we emigreren of niet? Gaan we verhuizen of niet? Gaan we een zaak opstarten of niet? Dat zijn kwesties die op mij een effect hebben, maar ook op de kinderen, op alle leden van het gezin. Wat gaan we doen?

Zo werkt het ook in onze democratie: we wonen in ons huis, België of Vlaanderen, en we moeten allerlei zaken samen doen, samen beslissingen nemen. Er zijn veel factoren waar we niets aan kunnen veranderen: internationale afspraken of regelgeving, het investeerdersklimaat, de economische situatie – noem maar op. Geconfronteerd met die context moeten wij iets doen. De democratie zou zo in mekaar moeten zitten, dat we daarover met z’n allen praten en dat uit dat gesprek de oplossing komt die het meeste draagvlak heeft. We gaan ervan uit dat die oplossing in een democratie ook een redelijk goede oplossing zal zijn. Of het de beste is, kan je op voorhand niet weten, maar we gaan er toch van uit dat we op die manier de grootste blunders kunnen vermijden.

Dat moet een debat dus uitstralen: we zijn het niet met elkaar eens, maar onze gezamenlijke beslissingen hebben wel een effect op ons allen.

Bent u als journalist dan lid van het gezin, of kijkt u als buitenstaander door het venster naar binnen?

Ik ben een moderator die ervoor zorgt dat het gesprek begrijpelijk  blijft voor de kijker en dat alle sprekers evenredig aan bod komen. In de mate van het mogelijke tracht ik ook een filter te zijn voor overdreven of onware uitspraken. Maar een ideaal debat is een debat waar ik helemaal niets hoef te zeggen omdat het een beschaafde uitwisseling van argumenten is.

Is interviewen en modereren het liefste wat u doet als journalist?

Eerlijk? Eigenlijk niet. Het liefst leg ik dingen uit: goed voorbereid, in een studio, complexe zaken op een verstaanbare manier uitleggen.

Ik ben trouwens in de journalistiek gegaan om buitenlandcorrespondent te worden, iets wat me nog steeds fascineert. Maar de dingen lopen zoals ze lopen: vrij snel heeft Siegfried Bracke (lange tijd hoofdredacteur bij de VRT Nieuwsdienst, red.) mij hier gevraagd om politieke verslaggeving te doen. Ik heb dan gevraagd om nog een jaar te wachten, eerst andere ervaring op te doen, maar blijkbaar staat er uiteindelijk toch ‘politiek’ op mijn voorhoofd geschreven.

Stel dat u iets zou kunnen veranderen aan het Vlaamse mediabeleid. Wat zou dat zijn?

Ik zou vooral willen waarschuwen voor het ontmantelen van de openbare omroep. Niet omdat ik vind dat de VRT per se marktleider moet zijn, maar je kan een openbare omroep maar één keer kapotmaken. Een openbare omroep is de garantie dat de rest van het medialandschap een zekere kwaliteit en een Vlaamse verankering nastreeft.

Mijnheer Van Thillo investeert in een journaal om 19u. en ik ben hem daarzeer erkentelijk voor. Maar hij zou dat even goed niet kunnen doen: à la limite is er geen enkele garantie dat zo’n journaal op een commerciële zender blijft bestaan. Zoals VTM nu bijvoorbeeld al heeft gezegd: we schaffen ons laatavondjournaal af en ook duidingsprogramma’s zijn niet aan ons besteed. Niemand verplicht hen dan ook om dat te doen. Enkel een openbare omroep kan je dat verplichten, omdat je als samenleving zelf eigenaar bent.

Dat geldt overigens niet alleen voor het nieuws. De VRT blijft ook de garantie op Vlaamse fictie, op het zoeken naar nieuwe televisieformats in plaats van buitenlandse formats over te nemen, op een zender met maatschappelijke verantwoordelijkheid. En ik zeg, voor alle duidelijkheid, niet dat VTM dat allemaal niet doet, ik zeg alleen dat niets of niemand garandeert dat onze mediabedrijven binnen tien of twintig jaar niet geleid worden door een Chinees met hoofdkwartier in Londen die zegt dat dezelfde formats gelden voor al zijn West-Europese zenders. En dan kan je je als Vlaamse regering dubbelplooien: eigenlijk kan je daar niets aan doen. Daarom blijft het bestaan van een sterke openbare omroep dus zo belangrijk.

In ons medialandschap vandaag zal elke commerciële zender moeten zeggen: we kunnen maken wat we willen, maar we zullen op z’n minst in de buurt van het niveau van de VRT moeten komen, of niemand zal naar ons kijken. En is het resultaat dat zo’n zender dan betere programma’s maakt dan de VRT: des te beter, dan hebben wij onze rol vervuld. Maar als die openbare omroep er niet is om zo’n concurrentie te organiseren en een minimum aan kwaliteit te leveren, dan is er op de markt geen enkele garantie meer op kwaliteitsvolle programma’s – ook al hoeft dat niet te betekenen dat er alleen nog maar slechte programma’s zullen worden uitgezonden. In die zin zijn wij dus een bondgenoot van alle programmamakers, van álle zenders, die een kwaliteitsvol programma wensen te maken.


MEER MEDIA?

Kritische beschouwingen over de relatie tussen journalisten en politiek zijn, net als mediakritiek in het algemeen, niet dik gezaaid in mainstream media. Toch kan je her en der heel wat interessants lezen. Een selectie:

  • Tom Cochez, de meest productieve Vlaamse mediacriticus die zelf ook journalist is, laat in het dossier ‘Mediamacht’ partijvoorzitters voor een keer de pers met een kritisch oog bekijken: www.apache.be/mediamacht (2014)
  • Rob Wijnberg, hoofdredacteur van nieuwsplatform De Correspondent, schreef met De Nieuwsfabriek een vlotte introductie tot mediakritiek (2013)
  • een moderne klassieker voor mediacritici is Flat Earth News van Nick Davies (2009)
  • moraalfilosoof Bart Pattyn behandelt in Media en mentaliteit de manier waarop massamedia de publieke sfeer en een bepaalde groepsmentaliteit in de hand werken (2014)
  • in De witte media toont Katleen De Ridder aan hoe de pers in Vlaanderen zeer beperkt en oppervlakkig omgaat met etnisch-culturele diversiteit (2010)
  • de niet geheel onbesproken communicatiewetenschapper Frank Thevissen, ten slotte, bundelde tweemaal een verzameling bijwijlen boeiende mediaessays van de meest uiteenlopende auteurs: Media en journalistiek in Vlaanderen (2009) en De vierde onmacht (2010)

Wie vertrekt van deze boeken en van Apache.be, vindt makkelijk verwijzingen naar andere boeken, artikels en mediacritici.

Auteur: Simon Horsten