De dreiging van TTIP

de liberalisering die zorgt voor minder vrijheid

Jong Groen is niet tegen het experimenteel verbeteren van zaden, gewassen en teelten. Jong Groen is wél tegen een wetgeving die het mogelijk maakt dat slechts enkelingen dit recht hebben. Deze afhankelijkheid van landbouwers brengt hun voedselsoevereiniteit én de biodiversiteit op onze planeet in gevaar. 

Al eeuwenlang wordt er aan zaden gesleuteld en daar is niks mis mee. Integendeel zelfs, oorspronkelijk leidde dat tot een enorme diversiteit aan teelten, waarbij elke landbouwer zelf kon experimenteren met de zaden, rassen en teelten die hij nodig had. Midden in de jaren zestig, onder invloed van het Europese Gemeenschappelijke Landbouwbeleid, de mondialisering en de technologische innovaties werden landbouwbedrijven echter steeds gespecialiseerder. Het ontwikkelen van zaaigoed gebeurde steeds meer in afzonderlijke, vaak lokale, gespecialiseerde landbouwbedrijven.

Met de intrede van het neoliberalisme in de jaren tachtig en het daarmee gepaard gaande opengooien van de internationale markten, werden die lokale bedrijven quasi allemaal opgekocht door vijf à zes grote spelers, waarvan Monsanto de meest bekende – en beruchte – is. Dankzij de Amerikaanse patent- en GGO wetgeving verwierf Monsanto op korte termijn een quasi-monopolie en vandaag controleert het bedrijf 90% van de Amerikaanse landbouwgewassen.

Het is dan ook geen toeval dat in de gelekte TTIP documenten een enorme druk vanuit de Amerikaanse lobby's valt waar te nemen om ook de Europese patent- en GGO regelgeving terug te schroeven. De grootindustrie hoopt om zo ook in Europa datzelfde monopolie te kunnen vestigen.

En daar knelt het schoentje. De naam 'vrijhandelsverdragen' suggereert dat de verdragen vrijhandel zouden stimuleren, een liberale marktwerking zouden ondersteunen, waar competitie zorgt voor een sterkere en meer innovatieve economie. In de praktijk dreigen de vrijhandelsverdragen monopolieposities te creëren of uit te breiden.

Problematisch is ook dat TTIP, net zoals haar voorgangers TTP en CETA, onttrokken zijn aan elk maatschappelijk debat. De deals worden gesloten in schimmige achterkamertjes waar zelfs de Europarlementariërs nauwelijks toegang toe hebben. Het is dan ook wraakroepend om vast te stellen dat de industriële lobby wél aan tafel zit, en zelfs de pen vasthoudt.

Maar het probleem is nog fundamenteler. De huidige wetgeving laat toe dat bedrijven grof geld verdienen met de privatisering van de bouwstenen van het leven. En op het moment dat private bedrijven de controle verwerven over zaden en voedsel, zullen zaden en voedsel ook de private belangen moeten dienen, in plaats van de algemene. De wereldwijde evolutie naar monocultuur is daar een eerste voorbeeld van. Zowat overal ter wereld worden boeren aangemoedigd/gedwongen slechts één gewas te telen, waarvan de zaden slechts bij één externe speler verkrijgbaar zijn. Sommige gewassen brengen geen nieuwe zaden meer voort, zodat boeren die elk jaar opnieuw moeten aankopen. Bovendien zijn deze monoculturen bijzonder kwetsbaar voor ziektes, resulteert dit in een erg lage biodiversiteit en verhinderen ze een gezonde en gevarieerde voeding voor de lokale boer.

Een tweede voorbeeld is zuiver statistisch: hoewel er volgens de FAO ongeveer 7000 soorten voedselgewassen zijn, gebruiken we voor 90% van de productie slechts 30 soorten. Dit in sterk contrast met het begin van de 20ste eeuw, waar iedere streek zijn eigen soort had. Met als resultaat dat niet alleen de biodiversiteit van landbouwgewassen, maar ook die van het omringende ecosysteem, sterk achteruitgaan.

Voor Jong Groen is het duidelijk: dit is voor ons een absolute no go. Biodiversiteit en voedselsoevereiniteit zijn geen loze begrippen, maar van fundamenteel belang voor het welzijn van onze planeet en van volkeren overal ter wereld. Ze moeten dan ook onder democratische controle gebracht of gehouden worden. Patenten op levende organismen, hun zaden, hun DNA kunnen voor ons niet in private handen liggen. Vrijhandelsakkoorden die dit via een achterkamerpolitiek proberen te bereiken, zijn fundamenteel ondemocratisch. Onze conclusie is dan ook duidelijk: Jong Groen verwerpt TTIP, en pleit voor een model waar lokale boeren met eigen inzicht, maar gesteund door wereldwijde kennis, hun eigen bedrijf en landbouwproductie kunnen organiseren. 

Céline Van Den Abeele