De blokkade tegen succesvolle integratie

Meghi Dibra is een Belgisch meisje met Albanese roots. Ze is 16 jaar oud, geboren en getogen in Mortsel. Desondanks blijkt ook zij nog elke dag te worstelen met het wrange gevoel niet thuis te horen in België. “Van waar ben jij?” is een vraag die ik geregeld naar het hoofd geslingerd krijg. Blijkbaar is de perceptie van een Belg nog steeds een blanke persoon die Nederlands praat, altijd en overal.”

“Mijn beide ouders hebben een Albanese achtergrond, maar ook ik voel me vaak nog Albanese in plaats van Belgische.” Meghi wordt ook vaak beschouwd als Albanese, ondanks haar Belgische nationaliteit en bewustzijn. Wanneer ik haar vraag of ze een idee heeft hoe dat komt, vertelt ze me: “Met mijn moeder praat ik Albanees, ook als ik over straat wandel. Wanneer ik een winkel binnenstap en wil afrekenen, schrikken de mensen aan de kassa ervan dat ik Nederlands praat. Vaak krijg ik dan nog een compliment dat ik goed Nederlands praat. Er wordt meteen een label op mij geplakt: een buitenlander of niet-Belg. Of men spreekt mij meteen aan in het Engels, dat is nog erger. Ik ben Belg, maar Belgen maken me tot Albanese.”

 “Ik denk dat het komt door het culturele aanpassingsvermogen van vele Vlamingen,” gaat ze verder. “Men heeft blijkbaar vaak de neiging om meteen Engels te praten tegen toeristen, of om gewoontes aan te nemen van de persoon met wie men in contact staat. Dat wordt soms ten onrechte en op verkeerde momenten gebruikt. Maar ik neem niemand iets kwalijk, het is zeker goed bedoeld.”

Legt dit een aspect van onze cultuur bloot die een blokkade vormt tegen succesvolle integratie? Meghi is overtuigd van wel. We zijn er zelf blind voor, aangezien het een gewoonte is, het is ingebakken. Bijgevolg word je, ongeacht hoe goed je ingeburgerd of hoe gesocialiseerd je bent, als nieuwe Belg alsnog buitengesloten van je eigen gemeenschap.

Oordelen en labelen (mede) op basis van huidskleur en zichtbare roots is verkeerd en kwetsend, ondanks de culturele norm dat we personen met een andere huidskleur niet anders mogen behandelen. Etnische stereotypes zijn nog steeds al dan niet zichtbaar aanwezig in onze samenleving en daar moeten we ons bewust van zijn. Dat zou al een deel zijn van de oplossing.

Bovendien is de integratiepolitiek van vandaag helaas niet erg effectief. Het is te kort door de bocht om te denken dat enkel een cursus inburgering zou werken, zonder rekening te houden met het volledige plaatje. Het gevaarlijke gevolg van onder meer dat aanpassingsvermogen - en onze houding ten opzichte van migratie en de multiculturele samenleving - zou een identiteitscrisis kunnen zijn voor een Belg met een migratieachtergrond. Dan lonkt het pad naar een extremistisch maar identiteitsstabiel gedachtengoed. En dit is net wat men wil tegengaan met het integratiebeleid.

Een integratiebeleid op lokaal niveau zou effectiever zijn, omdat het dan op maat is van elk individu. Een algemene inburgeringscursus is geschikt om kennis en bewustzijn bij te brengen, maar dan moet er tegelijkertijd gesleuteld worden aan de houding van de ‘tegenpartij’: u en ik. Buddy-projecten op kleine schaal kunnen écht het verschil maken: burgers van je eigen gemeente of stad die zich vrijwillig inzetten om migranten te helpen integreren. We zouden allemaal verdraagzamer kunnen zijn. Als je rechtstreeks in contact komt met andere culturen en huidskleuren, zal je beeld van mensen in het algemeen zeker veranderen. Belangrijker nog: niemand wordt uitgesloten en sociale cohesie wordt op een natuurlijke wijze versterkt.

Tot slot heeft Meghi beslist om binnenkort haar studies verder te zetten in Albanië. “In Albanië word ik als Belgische beschouwd, omdat ik westers-denkend ben. Dat is minder erg dan op basis van je huidskleur beoordeeld te worden. We zien wel wat de toekomst mij te bieden heeft. Maar ik kom zeker terug.”

auteur: Brend Van Ransbeeck