Congres Food for Thought

De speech van voorzitter Céline Van Den Abeele op het einde van het congres Food for Thought kan je hier lezen. We werken vollop aan een volledige tekst met onze standpunten na het congres. Die vind je binnenkort op onze website.

Joke Schauvliege zegt steevast dat ze economie en ecologie probeert te verzoenen. Op vlak van landbouw, die door haarzelf en haar vrienden van de Boerenbond als een economische sector als een ander behandeld wordt, kiest ze echter consequent voor de verderzetting van het bestaande industriële landbouwmodel. Ondanks de enorm duidelijke milieu-impact. 24% van de broeikasgassen wereldwijd valt rechtstreeks toe te wijzen aan ons landbouwsysteem. Dat cijfer is bovendien onvolledig, omdat het enkel de milieu-impact in Vlaanderen berekent, terwijl onze landbouw ook sterk afhankelijk is van import van bijvoorbeeld veevoeder. Waar volgens ons Joke ecologie in dit hele verhaal komt kijken, is voor velen, ook voor mij, compleet onduidelijk. Zelf vindt ze dat niet erg, zij heeft haar job pas goed gedaan als iedereen kwaad is op haar. Wat? Ach, vraag het niet, ik weet ook niet hoe ze dat bedoelt.

Waar Joke Schauvliege niet in slaagt, daar slaagde Jong Groen vandaag wel in. Met onze congrestekst en onze congresvoorstellen slagen we er wel in onze landbouw nieuw leven in te blazen, toekomstgericht te maken én te verzoenen met de draagkracht van de aarde. Dat doen we door tegelijkertijd tussen te komen op verschillende aspecten van ons voedselsysteem.

Ten eerste verleggen we de focus van de productie: van exportgericht naar lokaal, van de boer voor de buur. Van een focus op grootschalige veeteelt naar kleinschalige voedselproductie. Van individuele bedrijven naar landbouwers die gaan samenwerken, om te evolueren van een lineaire naar een circulaire landbouweconomie. Van een industriële sector naar een 'inclusieve sector', een sector die ook instaat voor de natuur, en sociale zorgtaken op zich neemt. Naar een sector waar zaden, de basis van de landbouw, niet langer in privaat, maar in collectief bezit zijn. Een duurzame landbouwsector met andere woorden, met respect voor mens én milieu.

Met respect ook voor de landbouwer. De boer moet opnieuw centraal komen te staan in het productieproces van voedsel. Hij moet opnieuw in staat zijn om zijn eigen keuzes te maken. Hij moet opnieuw beter zelf de prijs van zijn producten kunnen bepalen. Ook de vraagprijs voor grondstoffen moet door de overheid gereguleerd worden om prijsafspraken en monopolies te voorkomen. Zo kan de boer eindelijk uit de wurggreep ontsnappen die hem nu al jarenlang, zowel aan vraag- als aan aanbodzijde, in de tang houdt. Verder moet de toegang tot grond, kennis en kapitaal verbeteren. Dat kan door een nieuwe pachtwetgeving te ontwikkelen, door coöperatieves meer en beter te ondersteunen. Via bijvoorbeeld renteloze leningen zal de landbouwer gemakkelijker de nodige investeringen kunnen doen. Tot slot moeten we een sterk en divers middenveld voor de landbouwsector aanmoedigen, waar kennis en ondersteuning toegankelijk is.

Vervolgens is het de beurt aan de volgende actoren in de voedselketen. België heeft een sterke voedselverwerkende industrie, we willen deze behouden en versterken door hem te verduurzamen.  Verder stimuleren we op verschillende manieren de lokale distributie: we zetten onverkort in op korte keten initiatieven en op lokale verkooppunten waar de boer rechtstreeks aan de consument kan verkopen. Steden en dorpen kunnen bevoorraad worden door slimme en strategische distributiehubs over heel Vlaanderen en Brussel. En ook supermarkten worden aangemoedigd om mee te stappen in dit korte keten-verhaal.

Een heel belangrijke rol in de transitie naar een duurzaam voedselsysteem is uiteraard weggelegd voor de consument. Iedereen eet tenslotte. En iedereen doet dat graag op een gezonde manier. Gezond, lokaal, duurzaam voedsel is vandaag echter niet de meest logische keuze: het is zoeken naar duurzaam, lokaal en seizoensgebonden eten. Daar brachten wij vandaag verandering in. Met een verlaging van het BTW tarief voor lokale producten en een duidelijke en uniforme etikettering van voedsel wordt lokaal, gezond en duurzaam voedsel automatisch de meest logische keuze voor consumenten. Rest hen enkel nog een correcte prijs te betalen, die de arbeidstijd en ecologische kost correct verrekend.

Het mag duidelijk zijn dat de overheid een belangrijke rol te spelen heeft in het inzetten en versnellen van deze transitie. Dat kan ze doen door onderzoek en opleiding over biolandbouw, agro-ecologie en ecologische distributie te stimuleren. Dat kan ze doen door aanbestedingsprocedures zo te veranderen dat er meer aandacht is voor lokaal en duurzaam geproduceerd voedsel. Een sterk draagvlak creëren ze door het beleid samen met een sterk en divers middenveld uit te tekenen.

Maar uiteraard is Vlaanderen slechts een kleine speler op een immense wereldmarkt. Daarom kijkt Jong Groen ook verder. We roepen de Europese Commissie op om het geweer van schouder te veranderen inzake het Gemeenschappelijke Landbouwbeleid. In plaats van schaalvergroting te promoten moet het GLB ten dienste staan van kleine en middelgrote boerderijen.

Voedsel is één van de fundamentele mensenrechten, en etenswaren kunnen dus niet zomaar als handelswaar beschouwd worden. Ons voedsel en onze boeren mogen niet langer onderworpen zijn aan de neoliberale logica die al zoveel schade heeft aangericht. Daarom zeggen we luid en duidelijk nee aan TTIP en andere gelijkaardige handelsverdragen.

En daarmee hebben we gedaan wat we moesten doen. We hebben problemen benoemd. Boeren kunnen vandaag de dag het hoofd nauwelijks boven water houden. Onze landbouw is verlieslatend en heeft een immense milieu-impact. Consumenten vinden niet gemakkelijk genoeg gezonde en duurzame voeding. De overheid is speelbal van allerlei belangengroepen en vergeet vaak het algemeen belang te dienen.

Daarna gaan we een stap verder dan onze ministers doorgaans doen. Na het benoemen van de problemen, hebben we vandaag oplossingen aangereikt. Oplossingen op verschillende niveaus en in verschillende stadia van de voedselketen, op maat van de verschillende betrokken actoren. Met als algemeen resultaat een kleinschalige, meer biologische landbouw, niet langer exportgericht en dus onafhankelijk van Russische of andere grillen. Boeren worden opnieuw hun eigen baas. Een landbouw die beter is voor het milieu, en de band tussen boer en consument opnieuw aanhaalt. Een landbouw die produceert op het ritme van de seizoenen, en gezond voedsel oplevert. Met andere woorden: een landbouw die onze planeet en de boerenstiel leefbaar houdt, en die het voor de boer opnieuw mogelijk maakt van zijn passie zijn beroep te maken. We sturen onze congrestekst met plezier naar Joke op. Ter inspiratie.