Commons

Een wereld naast markt en staat

Hoe kan de economie het best ingericht worden? Diep­blauwe liberalen geloven dat alles best geregeld wordt via de ‘onzichtbare hand’ van de markt. In de praktijk zien we echter dat er grenzen zijn aan het marktmodel. Het samen­levingsmodel dat we na 1945 hebben opgebouwd, de wes­terse consumptiemaatschap­pij, kunnen we onmogelijk met de hele wereldbevolking delen omwille van de beperk­te ecologische draagkracht. Is er dan een alternatief mogelijk?

WAT IS EEN COMMON?

Voor dat alternatief komen we al snel uit bij de term ‘commons’ of gemeen­goed. Het omvat een veelheid aan goederen of hulpbronnen die gaan van de meest tastbare, bijvoorbeeld water, tot de meest virtuele, zoals kennis, in de vorm van open source software, met daartussenin bijvoorbeeld een stedelijk netwerk om fietsen te delen. Ze worden gekenmerkt door een diversiteit aan productiewijzen en beheersvormen waar nu eens een gemeenschap, dan weer de overheid of zelfs een gemengd bestuur voor instaat.

Essentieel is dat de commons col-lectieve actie teweegbrengen die uitgaat van een gemeenschap of een netwerk van burgers. De gebruikers ervan beslissen tegelijk mee over de productie- en beheerswijze ervan. Het doel dat aan de basis ligt van de commons is ecologische, sociale en economische duurzaamheid. De commonsbeweging is uitgegroeid tot een sociale en politieke beweging die gelooft dat het een cruciale sector van de economie en samenleving is en een bruikbaar platform om te overleggen welke goederen of hulpbronnen gedeeld zouden moeten worden.

OORSPRONG

Het begrip ‘commons’ vindt zijn oorsprong in het traditionele Engelse juridische begrip voor gemeenschap­pelijk land. De vroegste geschreven bronnen dateren uit de 13de eeuw, al wordt land in verschillende culturen en tijdperken gemeenschappelijk beheerd. Gemeenschappelijke gron­den waren het hele jaar ter beschik­king van een groep gebruiksgerech­tigden. Zij hadden het recht er hun vee te laten grazen, turf te steken, brand- of constructiehout te verza­melen, te vissen enz. De gebruikers moesten aan bepaalde voorwaarden voldoen om erkend te worden. Het aantal gronden nam echter af tijdens de industriële revolutie, onder invloed van het kapitalistische gedachtegoed. Kapitaal en land werd geprivatiseerd en kennis werd steeds nauwgezetter beschermd en afgeschermd.

Het fenomeen in de moderne betekenis van gedeeld goed werd vooral gepopulariseerd door de politi­cologe Elinor Ostrom (1933-2012). Bijna veertig jaar lang onderzocht de Amerikaanse hoe groepen individuen afspraken maken om beschikbare visgronden of bossen te verdelen en duurzaam te beheren. Deze vernieu­wende inzichten leverden Ostrom tegen het einde van haar loopbaan de Nobelprijs economie op.

ZELFREGULERING

Daar waar typisch ‘markt en staat’ als externe regulator optreden om samenwerkingen tussen mensen toe te wijzen en te controleren, ligt de kracht van commons in zelfregulering. Enkele afspraken onder gebruikers kunnen al voldoende zijn om een stuk grond in een plukboerderij te veran­deren. Plots is duurzame landbouw wél mogelijk, dankzij zelfregulering.

Zelfregulering is niet te verwarren met deregulering. Commons regu­leren zichzelf, maar zijn zeker niet ongereguleerd. Omdat ze draaien op vertrouwen, is er net al veel meer regulering (onder andere via sociale controle en afspraken) dan in andere systemen. Net daardoor is de nood aan extra externe controle veel lager. Zelfregulering gebeurt vaak grondiger, goedkoper en met meer kennis van de specifieke lokale context dan een markt of staat ooit zou kunnen. Dat plots allerlei alternatieve economi­sche wereldbeelden opduiken is geen toeval. Het bestaan van bijvoorbeeld van de online encyclopedie Wikipedia is niets minder dan een afwijking van ons klassieke economische denken. Het platform kent geen financiële stimuli en wordt niet van bovenaf gereguleerd. Toch slagen gebruikers erin om door zelfregulering hun indivi­duele arbeid collectief productief te maken in wat ondertussen de grootste, goedkoopste en meest geconsulteerde encyclopedie ter wereld is.

DIGITAL COMMONS

Communicatie is vandaag globaal geworden. Daardoor kunnen com­mons in principe opnieuw opduiken. Dat is wat er vandaag gebeurt met software als Wikipedia, Drupal en Linux. Een bruikbaar instrument bij het creëren van deze diensten zijn de Creative Commonslicenties die het mogelijk maken voor gewone mensen om vrijelijk hun creatief werk te delen, maar tegelijk copyrights te behouden voor commerciële doeleinden.

Denkers als Jeremy Rifkin en Michel Bauwens noemen het ‘collaborative commons’. Het zijn geen markten maar platformen die worden gere­guleerd door dezelfde mensen die ze gebruiken. Ze zijn de basis voor nieuwe visies op economie zoals collaboratieve economie, peer-to-peer economie en deeleconomie.

OFFLINE

De openbare bibliotheken en ‘land trusts’ zijn nabije en zeer effectieve vormen van commons. Meer en meer mensen beginnen zich te realiseren dat publieke ruimten als parken, gemeenschapstuinen, musea en evenementen ook belangrijk zijn voor de economische en sociale gezondheid van een gemeenschap.

Ook in België groeit de lijst van commons. Om enkele te noemen: initiatieven voor energievoorziening (bv. Ecopower), mobiliteit (Cambio), voedsel (Voedselteams), zorg (Toekomstfonds), onderwijs (Fyxxi), spullen (Peerby), plekken (Bright Futures), media (DeWereldMorgen.be, De Correspondent)…

SAMENWERKING ALS MOTOR

Is commonning de oplossing voor alle problemen in het huidige tijdperk? Elinor Ostrom die we reeds in het begin van het artikel aanhaalden stelde dat de wereld zich niet in simpele formules laat proppen. Er zijn twee traditionele voorschrif­ten: privatiseer de boel, of maak er een overheidsvehikel van met van bovenaf opgelegde uniforme regels. Maar dikwijls weten de betrokkenen beter hoe ze een optimaal beheer kunnen organiseren. Ostrom zocht een derde weg, de zo belangrijke 'ontbrekende schakel' in de economie: hoe kan je mensen op alle niveaus optimaal doen samenwerken? Cruciaal in haar bevindingen zijn een serie normen en regels, betrokken­heid en sociale controle. Iedereen trekt mee aan de kar, en degene die dat niet doet, moet opvallen. De titel van haar laatste boek vat het allemaal samen: 'Working Together'.

Dit uitgangspunt lijkt logisch: een samenleving die vooral gericht is op competitie en marktwerking leidt tot minder burgerzin en solidariteit. Terwijl mensen vooral zin vinden in een leven binnen een solidaire gemeenschap eerder dan in een competitieve race in functie van geld. Het belang van sociale controle en responsabilisering is vandaag ook heel actueel in het licht van de Panama Papersaffaire. Idealiter wordt het in de toekomst moeilijker om belastin­gen te ontwijken en vloeit er meer geld terug naar de gemeenschap.

In de praktijk zal een nieuwe invulling van welvaart een constante beweging vergen om met collectieve actie te experimenteren en ze te evalueren. Die beweging zal waarschijnlijk voortkomen uit een combinatie van praktijken uit de drie polen: commons, markt en staat. De tussenkomst van de staat zou bepalend kunnen zijn om de commons al hun potentieel te laten bereiken en zo bij te dragen aan de menselijke ontwikkeling, binnen de grenzen van de planeet.


Auteur: Steven Leysen