Chantal Mouffe houdt vurig pleidooi voor links populisme

Chantal Mouffe geldt als een van de meest toonaangevende politieke denkers van onze tijd. Momenteel staat ze opnieuw in het centrum van de belangstelling omdat haar gedachtegoed de Griekse regering en het Spaanse Podemos inspireert. Maar haar doorbraak kwam al in 1985, toen ze samen met Ernesto Laclau de klassieker Hegemony and Socialist Strategyschreef. Volgens Mouffe moet er vandaag harder dan ooit gevochten worden voor een democratische en sociale politiek.

Waaruit bestaat voor u de moderne democratie?

Ik zie een combinatie van twee moeilijk verenigbare historische tra­dities: de eerste is de democratische traditie, met de nadruk op solidari­teit en het idee van machthebbers als ‘eerste onder gelijken’. De andere is de liberale traditie: vrijheid van het individu, pluralisme, respect voor de minderheid, rechtsstaat. Nu, opgelet: ik interpreteer de liberale traditie niet economisch maar politiek. Ik zeg dus niet dat democratie automatisch voortkomt uit kapitalisme. Verre van! Ten tweede: de combinatie van liberale en democratische tradities gaat niet over democratie op zich, maar over onze vorm van democratie, in het Westen. Het woord ‘democra­tie’ is afgeleid van demos en kratos: de macht van het volk. Maar dat idee kan verschillend worden ingevuld in verschillende historische contexten. We moeten dus zeker niet zeggen: “Voor democratie in Afrika of India moet je ons liberale democratische bestel toepassen”. De inbedding van democratie in de liberale traditie is specifiek voor de Westerse samen-leving en geschiedenis, ik pretendeer dus zeker niet dat deze combinatie overal zal werken.

Waarom beschrijft u onze huidige situatie als ‘post-democratisch’?

Van werkelijke democratie is nauwe­lijks nog sprake. Dat komt omdat een economische interpretatie van de liberale traditie de overhand heeft gekregen. De neoliberale interpreta­tie van de liberale traditie is gewoon erg problematisch. Ze is er gekomen als een doelbewuste politieke keuze, ingezet door Thatcher en Reagan eind jaren zeventig. Het is zeker niet alleen het gevolg van globalisering of technologische ontwikkelingen. Door verdedigers van neoliberale globalisering wordt het wel vaak zo voorgesteld. Precies daarom houden ze vol dat er geen alternatief is. Dat is wat ik in vraag stel.

In mijn ‘agonistische’ interpretatie van de liberale democratie ga ik ervan uit dat onze samenleving altijd deels het resultaat is van een zekere politieke hegemonie (overwicht) – maar ik stel ook dat totale hegemonie per definitie onmogelijk is. Politieke keuze is er dus altijd, en dat fundeert mijn pleidooi voor radicale democratie: we moeten ons richten op het terug-brengen van democratie in onze samenleving, en we kunnen dat doen door destabilisatie van de huidige neoliberale hegemonie, in de poging een nieuwe te vestigen.

U gelooft dat het benoemen van een gemeenschappelijke vijand de voorwaarde is voor politiek.

Om democratie en politieke betrok­kenheid terug te brengen moeten we inderdaad opnieuw over ’wij’ en ‘zij’ gaan spreken. Politiek engagement vereist altijd de constructie van een fundamenteel breekpunt tussen maatschappelijke projecten die elkaar de hegemonie betwisten. Ik noem dat breekpunt ook wel de frontier. Maar in het politieke midden is daar momen­teel geen sprake meer van: sinds de val van de Muur in 1989 is er in grote lijnen consensus onder de politieke elite. Kiezen tussen centrum-links en centrum-rechts is tegenwoordig als kiezen tussen Pepsi-Cola en Coca- Cola. Dat werkt natuurlijk niet erg motiverend!

De consensus in het midden heeft ervoor gezorgd dat veel mensen hun belangstelling voor verkiezingen hebben verloren. De samenleving is gedepolitiseerd geraakt, en dit schept natuurlijk een uitstekende voedings­bodem voor populistische bewegin­gen. Veel mensen hebben terecht het gevoel dat ze niet meer betrokken zijn bij de politieke besluitvorming. Als er dus een charismatisch leider opstaat die tegen de gevestigde orde ageert, heeft die heel wat kans van slagen. Als de politieke frontier tussen de centrum-linkse en centrum-rechtse elite wordt opgeheven, komt deze na verloop van tijd dus vanzelf terug als een tegenstelling tussen de ‘elite’ (de centrumpartijen) en het ‘volk’ (ieder­een die zich voelt buitengesloten).

Kan u daarvan een voorbeeld geven?

Laten we Frankrijk nemen: Marine Le Pen van Front National zegt dat het allemaal draait om ‘het volk’ versus ‘de UMPS’. Het UMP is centrum-rechts en PS centrum-links. Dergelijke uitspraken zijn alleen mogelijk als er eerst een zekere gelijkenis bestaat tussen de elites. Als Marine Le Pen ‘UMPS’ zegt, herkennen mensen dat. Het betekent dat er niet veel verschil is tussen Sarkozy en Hollande.

Maar in principe is er natuurlijk geen enkele reden waarom de populis­tische mobilisatie op rechts zou moeten gebeuren en niet op links. Dat is dus wat ik voorstel. De enige manier om het rechts-populisme de wind uit de zeilen te halen, is de ontwikkeling van populisme op links.

U zei dat tien jaar geleden al en heeft zich destijds vast niet populair gemaakt bij het linkse establishment.

Absoluut niet, nee! Het linkse esta­blishment is op dat vlak nog steeds nauwelijks in beweging te krijgen. De ontwikkeling van het links-populisme in Zuid-Europa is in feite nog maar juist begonnen.

Precies ja, het zuiden ... Kunt u misschien uitleggen waarom ze uw verhaal schijnbaar zo goed hebben begrepen in Zuid-Europa en niet in het noorden?

Volgens Íñigo Errejón Galván van de Spaanse partij Podemos is het linkse populisme in het zuiden vooral het gevolg van de economische situatie en de enorme besparingen in Spanje, Griekenland, Portugal – en in Ierland met Sinn Féin (nationalistisch-links georiënteerde partij). Galváns ver­klaring is dus vooral economisch, en er is inderdaad een situatie ontstaan die omschreven kan worden als een humanitaire crisis.

Maar de intellectuele ontwikkelingen zijn toch ook erg belangrijk. Neem nu Syriza. Deze partij is gegroeid uit een eurocommunistische partij die zichzelf al in 1968 losmaakte van Moskou. Na 1989 werd deze partij tot Synaspismós herdoopt, dat nu de kern vormt van Syriza. Dus voor Griekenland speelde niet alleen de bedroevende economische situatie mee, maar ook dat er al langer een politiek gedachtegoed bestond waarin actief werd nagedacht over het veroveren van de hegemonie.

In Spanje ligt dat anders, maar ook daar is politiek gedachtegoed heel belangrijk. Podemos werd opgericht door drie professoren van de Universidad Complutense in Madrid (UCM). Wat mensen als Pablo Iglesias en Juan Monedero proberen te doen is Hegemony and Socialist Strategy direct in de praktijk te brengen. Er is een directe en duidelijke invloed van onze ideeën in Spanje. De leiders zijn linkse intellectuelen, die zich gerealiseerd hebben dat het probleem met de M15- en Indignados-bewegingen de weigering was zich met het politieke establishment te bemoeien.

Er was een ongelooflijke mobilisatie, honderdduizenden verontwaardigde mensen in de straten. Toen volgden er verkiezingen en de rechtse Partido Popular won met absolute meerder­heid! Dat was de reden om te zeggen: “Wacht, dit is een groot probleem, we moeten iets doen.” Vervolgens zijn ze met Podemos gestart.

Bent u niet bang dat nieuwe partijen als Syriza of Podemos na verloop van tijd vanzelf zullen ‘bureaucratiseren’ en deel worden van de elite waar ze nu tegen vechten?

Natuurlijk is het een voortdurende strijd, maar ik geloof dat instellingen veranderd kunnen worden. We worden in het noorden van Europa geconfronteerd met de opkomst van rechts-populisme. Het enige dat daartegen te doen valt, is de ontwik­keling van populisme op links, daar ben ik absoluut van overtuigd.

Vorige week in Parijs werd me verteld dat ze aan de linkerflank nog steeds ellenlange discussies hebben over hoe om te gaan met Marine Le Pen. Dan denk ik: je moet begrijpen wat Marine Le Pen is. Er wordt in Frankrijk gezegd dat ze antisemitisch en racistisch is, net zoals haar vader. Dus men denkt haar nog steeds te kunnen bestrijden door middel van morele veroordeling. Daarbij wordt gesteld dat al degenen die voor Marine Le Pen hebben gestemd niet voldoende onderwijs hebben gekregen. Dergelijk elitisme is zeer gevaarlijk. De manier om Marine Le Pen te bestrijden, zegt men, is ‘onderwijs, onderwijs, onderwijs’ – maar dat is werkelijk een ridicule gedachte. Het enige waar Le Pen mee bestreden kan worden is met populisme op links. De oplossing is de constructie van een ander volk, dat immigranten en nieuwkomers verwelkomt, en tegen datgene dat Podemos zo treffend la Casta noemt.

In België zitten we natuurlijk met de N-VA opgescheept. De groe­nen hebben in Vlaanderen vaak de lijn aangenomen van ‘verbin­den’ tegen de ‘polarisering’ van de N-VA. Maar het lijkt erop alsof de N-VA met hun uitgesproken polariserende politiek u heel wat beter heeft begrepen. U vindt een discours van ‘verbinden’ waardeloos?

Mijn lijn is: verbinden is goed, con­strueer een ‘wij’, maar om dat te doen moet je ook een ‘zij’ construeren. Politiek bestaat uit polarisatie en al die tendensen richting consensus, daar heb ik niet veel mee. In België is de beweging Hart Boven Hard / Tout Autre Chose interessant. Het is het type organisatie dat ik erg kan waar­deren. Populisme op links kan nooit alleen een partij zijn, het is altijd een partij-beweging. Dat is ook wat er zo interessant is aan Syriza en Podemos: ze zien zichzelf als iets tussen partij en beweging in.

Wat te denken van de coalitie tussen Syriza en radicaal rechts? Ze valt goed te rechtvaardigen met uw theorie over een gemeen­schappelijke vijand, maar is het wel een gezonde coalitie?

Ik denk dat het slim was van Tsipras. Natuurlijk, het was beter geweest als Syriza de absolute meerderheid had gehaald, maar nu had Tsipras een bondgenoot nodig. Bovendien is ANEL geen extreem-rechts, het is een afgescheiden groep van het centrum-rechtse Nieuwe Democratie, en bestaat dus uit conservatieve nationalisten.

Sommigen zeiden dat Syriza een coa­litie had moeten vormen met POTAMI, maar dat was een erg slecht idee geweest. POTAMI is sterker dan ANEL, en had dus meer offers gevraagd. Daarnaast is POTAMI een sociaal-liberale pro-Europese partij, en heeft dus geen sterke visie tegen de besparingspolitiek. Ze hadden Tsipras ongetwijfeld al tijdens de formatie tot compromissen gedwongen. Maar ik geloof vooral dat het slim was omdat het Tsipras laat zeggen: niet alleen ‘wij, radicaal links’ zijn tegen bespa­ringen, maar ‘wij, het Griekse volk van links tot rechts’! Dat idee ‘radicaal links’ is natuurlijk sowieso al belache­lijk, want Syriza is niet extreem-links, zelfs al is de naam ‘partij van radicaal links’. Ze vertegenwoordigen eerder een vorm van sociale democratie in zijn originele betekenis.

Waar past een groene partij in uw ideeën van links populisme?

Groene vraagstukken moeten zonder enige twijfel onderdeel uitmaken van een linkse populistische beweging, maar ik ben geen voorstander van een politiek die zich uitsluitend op groene thema’s richt. Waar het mij uiteindelijk om draait is het veranderen van de huidige hegemonie. Groene kwesties moeten altijd breder worden getrok­ken, willen ze daadwerkelijke politieke betekenis krijgen. Maar ik zou zeker hetzelfde zeggen over feminisme. Ik denk dat het belangrijk is om een reeks groene en feministische kwesties uit te bouwen, en dus ben ik voorstander van wat ik radicale demo­cratie noem – en daarom beschouw ik links-populisme als het bredere politieke doel om deze kwesties in te bedden.


Auteur: Pepijn Van Eeden