Bruin-kool-mijn

Vijf jaar geleden hoorde ik voor het eerst over bruinkool toen ik bij een vriend in Berlijn logeerde. Zijn appartement lag aan een boule­vard op de vierde verdieping van een immens gebouw en was gigan­tisch. Elke ruimte werd verwarmd met een traditionele tegelkachel, gevoed met bruinkool. De bewoner vertrouwde me toe dat dit een lastig karwei was: de bruinkool moest via de trap naar boven gesjouwd worden, het vergde heel wat handigheid om de kachel aan te krijgen, het efficiënt verwarmen van een ruimte was geen sinecure en bovendien was het toch ook ‘niet zo goed voor het milieu’. Daarentegen was verwarmen met bruinkool best goedkoop en ook lekker nostalgisch, dus leek het hem voorlopig ok om op deze manier te blijven stoken.

Bruine kool

Bruinkool of ligniet bestaat uit resten van moerasplanten die in afwezigheid van zuurstof in de ondergrond onder toenemende druk zijn ingekoold. Bij verder inkolen zou het zich verhar­den tot steenkool, wat dus dieper ligt dan de bruinkool. Bruinkool vind je terug op dieptes van 300 à 400 meter. Het wordt dus, in tegenstelling tot steenkool, in open mijnen gedolven. De bovenste grondlaag (zand en klei) wordt weggenomen waardoor de bruinkoollaag vrij komt. Het gaat dus om dagbouw.

Het West-Europese bruinkoolbekken strekt zich uit over een totale opper-vlakte van ongeveer 2500 km2 van Aken tot Keulen in Duitsland en in het Nederlandse Zuid-Limburg. In België vinden we bruinkool zeer lokaal terug, bijvoorbeeld in het Kempens Bekken.

Ontginning

In België werd er tijdens de Tweede Wereldoorlog spriet, een zachte vorm van bruinkool, uit de grond gehaald in de regio van Mol. Omwille van de toen heersende steenkoolschaarste, besliste de gemeente over te gaan tot de ontginning van spriet om die tegen een lage prijs aan gezinnen in nood door te verkopen. Buiten dit soort occasionele ontginningen, is er nooit op grote schaal bruinkool ontgonnen in ons land.

In Nederland werd bruinkool wél industrieel ontgonnen. Vanaf 1917 was er een intensieve exploitatie van de bruinkoolvelden onder andere nabij Brunssum en Heerlen en dat tot in 1968 toen de laatste mijn de deuren sloot.

In Duitsland wordt sinds de 19de eeuw op grote schaal bruinkool opgegraven. Momenteel zijn er nog vier grote sites in gebruik: Inden, Fortuna / Bergheim, Garzweiler en Hambach. Duitsland beschikt over ongeveer 40 miljard ton aan exploiteerbare bruinkoolreserve. Daarvan is er al 6 miljard ton opgegra­ven aan een tempo van ongeveer 150 miljoen ton per jaar.

Fossiel

Mijn vriend in Berlijn benutte bruinkool als huishoudbrandstof voor zijn tegel­kachel, een typisch Duits gebruik dat steeds meer tot het verleden behoort. De energie-efficiëntie ervan is immers laag en er komt giftig zwavel vrij bij de verbranding. Toch vind je dit type kachels in heel wat huizen nog terug.

Momenteel wordt bruinkool echter hoofdzakelijk gebruikt om elektriciteit mee op te wekken in bruinkoolkracht­centrales. Niet enkel in Duitsland, maar ook in Oostenrijk, Polen, Tsjechië en Griekenland. Op Duitse bodem alleen al liggen er zo’n 60-tal.Vaak net naast de mijnen, om de transportaf­stand tussen mijn en centrale mini­maal te houden. Dit zorgt natuurlijk ook voor een dubbele impact op de omgeving.

Ontheemding

Laten we als voorbeeld de bruinkool­mijn in het Duitse Hambach nemen, waar in maart een dertigtal Jong Groenen op verkenning ging. Men begon met de exploitatie van het gebied in 1978. De mijn is momenteel ongeveer 370 meter diep en strekt zich uit over 85 km2. Ter vergelijking: dit is anderhalf keer de oppervlakte van Leuven. Per jaar wordt er zo’n 40 miljoen ton bruinkool gedolven. Nodeloos aan te halen dat er op die grote oppervlakte wel wat natuur en mens te vinden zijn - of beter: waren.

In naam van het ‘gemene goed’ werden hier de voorbije decennia heel wat mensen onteigend. Volledige dorpen werden leeggehaald en elders her­opgebouwd. De spookdorpjes aan de rand van het reeds ontgonnen gebied wachten de komst van de immense graafmachines af. De mensen die hier leefden, kregen een som van de over­heid om hun leven ergens anders herop te nemen. Sommigen aanvaardden het geld, sommigen vonden het te weinig, enkele oudere inwoners bleven koppig ter plekke.

De mortaliteit piekte; de psychosociale impact is reëel. De gemeentebesturen steken echter niet te veel stokken in de wielen van de ontginnende multinatio­nal, want ook zij bezitten aandelen van het bedrijf en willen hun dividenden uitgekeerd zien op het einde van het jaar. Bovendien is het bedrijf een van de grootste werkgevers in de regio.

Star wars on the woon

Naast de mens, lijdt ook de natuur. Het landschap wordt drastisch hertekend. Om het mogelijk te maken de bruinkoollagen te bereiken, graven dag en nacht de grootste machines ter wereld (220 meter lang, 96 meter hoog, 13 500 kilo) de aardbodem af. De grond die ze daarbij afgraven, wordt via immense transportbanden naar de ontgonnen delen gebracht om daar de mijnput terug op te vullen. Op deze manier schuift de mijn per jaar zo’n 300 meter op. Het bedrijf tekent mooie plannen uit om deze grond terug vruchtbaar te maken en er bossen op aan te leggen, maar tot op heden is daar nog bijzonder weinig van te merken.

Stoffig

Bij de ontginning komen er bovendien heel wat schadelijke stoffen vrij. Van tijd tot tijd bestuiven grote installaties verneveld water over de mijnput om de verspreiding van het fijnstof tegen te gaan. Door op grote diepte te graven, komt natuurlijke, radioactieve materie (voornamelijk Kalium-40) aan de oppervlakte te liggen. Het stof is dus niet alleen fijn, maar ook nog eens ver­hoogd radioactief. Daarnaast worden in de regio verhoogde concentraties arseen en lood gemeten. Deze komen vrij bij de verbranding van de bruinkool in de krachtcentrales.

Waterreserve

Om de ontginning tot op bijna 400 meter diepte mogelijk te maken, moet er constant grondwater – ongeveer 1200 miljoen m3/dag – opgepompt worden uit de site. Dit grondwater wordt op een tweetal kilometer buiten de perimeter via tapinstal­laties terug de grond ingepompt. Zo probeert de ontginner het grond-waterpeil niet al te veel te beïnvloe­den, maar studies wezen uit dat de impact van het pompen zich tot in Nederland laat voelen. De water-spiegel is er grondig verstoord.

Hambacher Forst bleibt

De enorme impact van de bruinkool­ontginning op mens en milieu laat heel wat mensen niet onberoerd. Zo besliste een groep jongeren in april 2012 om het Hambacher Forst te bezetten. Dit bos ligt in de exploi­tatieperimeter van de Hambachmijn en aan de rand van de tot op heden afgegraven mijnput. Met hun bezetting proberen de activisten de verdere uitbreiding van de mijn tegen te houden. Een harde kern leeft er sinds drie jaar in boomhutten, onder­grondse gangen en zelfgemaakte barakken in en rond het bos. Tot op heden is het de politie niet gelukt de kampementen definitief op te breken en zolang de bezetters blijven, kan de bezette oppervlakte niet afge­graven worden. In augustus willen de bosbewoners een van de gigantische graafmachines stilleggen. Ze nodigen iedereen uit om hier een handje te helpen bij deze massale actie van burgerlijke ongehoorzaamheid.

Ausgeco2hlt.de

De inwoners van Hambacher Forst wor­den gesteund door het bredere activis­tische Duitse netwerk AusgeCO2hlt. Deze groep kant zich tegen wat ze noe­men het ‘fossiel-nucleaire kapitalisme’ en eist de onmiddellijke stop van de bruinkoolontginning in heel Duitsland. Het geloof in een andere economie is volgens hen onlosmakelijk verbonden met het exclusief gebruik van groene energie. Elk jaar organiseren ze een klimaatkamp waarbij ze naast activistische trainingen, ook heel wat inhoudelijke input geven over de milieuproblematiek. Het klimaatkamp wordt druk bezocht door een 500-tal jongeren van over heel Europa en is een uitstekende plek om de groene banden aan te halen!

Auteur: Soetkin Hoessen