Boeren verdienen beter

Jong Groen voert vandaag actie in zeven Vlaamse steden voor eerlijke landbouwprijzen voor boeren. De jongerenorganisatie pleit voor een veerkrachtig voedselsysteem in evenwicht met het milieu waarin de boer zelf terug aan het roer staat van zijn landbouwbedrijf.

Het komende jaar krijgen varkensboeren 15 cent per kilo vlees extra. ‘Een eenmalige maatregel,’ roept de Waalse minister Borsus. ‘Een noodoplossing,’ zegt de Boerenbond. Nochtans stemt de noodzaak van deze maatregel tot nadenken.

De varkensindustrie was het slagschip van de Belgische veeteelt, de landbouwtak bij uitstek om winst te maken. Dat net dit kroonjuweel slagzij maakt, moet ons aanzetten om ons landbouwmodel en de bijhorende voedselketen heruit te vinden.

Geen boeren meer in 2030

Het is al langer geweten, het gaat niet goed met de landbouw in Vlaanderen. Jaar na jaar verdwijnen er boeren van hun hof, het totale landbouwareaal blijft dalen en het inkomen van de overblijvende boeren is ook niet rooskleurig.

“Tussen 2011 en 2013 moesten meer dan 15% van de landbouwers hun spaargeld aanspreken om te overleven.”

Tussen 2011 en 2013 moesten meer dan 15% van de landbouwers rondkomen met een negatief eigen vermogen, ze dienden dus hun spaargeld aan te spreken om te overleven. Gaan we aan dit tempo verder, dan hebben we in 2030 geen boeren meer in Vlaanderen.

Steeds meer is de landbouw in Vlaanderen de speelbal van externe partijen. Langs de inputzijde wordt de prijs van het zaad bepaald door grote multinationals genre Monsanto, het veevoeder wordt grotendeels ingevoerd vanuit de sojaplantages in Latijns-Amerika, kunstmest wordt aangeleverd door grote chemische concerns, dure en technologisch complexe machines zijn noodzakelijk om te profiteren van schaalvergroting en de grondprijs in Vlaanderen stijgt dramatisch snel.

Langs de outputzijde bepaalt de conventionele landbouwer niet langer zelf de prijs. Zijn lot ligt in handen van inkopers van grootwarenhuizen of de voedingsindustrie langs de ene kant en van de prijs op de wereldmarkt langs de andere kant. Daardoor moet de Belgische boer concurreren met zijn concullega’s uit Spanje en Polen, maar even goed uit Brazilië, Kenya en de VSA. Allerhande vrijhandelsakkoorden versterken die tendens nog en verzwakken de positie van de Belgische boer.

Door de druk langs zowel input als output kant, kan de boer zijn eigen prijs niet langer bepalen. En hoewel verkopen onder de productieprijs officieel verboden is, gebeurt het met de regelmaat van de klok. Zo was de productieprijs van een kilo witlof in november 2015 0,99 euro maar werd diezelfde kilo verkocht op de veiling voor 0,79 euro.

Schaalvergroting als antwoord?

Het klassieke antwoord van de liberale economen is schaalvergroting. Door zijn areaal te vergroten en productie op te drijven kan de boer met kleinere marges toch een voldoende inkomen verwerven. In de praktijk betekent schaalvergroting van de ene boer, echter het faillissement van de andere; grond is immers een schaars goed in België. Verder betekent schaalvergroting ook dat kleine verliezen per eenheid snel monsterverliezen worden door de enorme productie.

Dat laatste wordt nog versterkt door de tweede regel uit het groot handboek der liberale tovenarij: specialisatie. De boer die zich beperkt tot een klein aantal teelten kan daarin expertise opbouwen en zijn bedrijf efficiënt inrichten op die specifieke teelten. Dit betekent dan weer een lagere biodiversiteit, een snellere uitputting van de bodem en een verhoogde kwetsbaarheid voor diverse externe factoren zoals Russische boycots, varkens- en vogelpest, droogteperiodes en ga zo maar door.

Korte keten & boerenverstand

Jong Groen streeft naar een landbouwmodel dat wél veerkrachtig genoeg is om dergelijke externe schokken op te vangen. We willen een landbouwmodel waarin de boer zelf terug meester is over zijn bedrijf en zijn inkomsten. We willen een landbouwmodel dat de basis vormt van een Vlaams voedselsysteem dat smaakvolle producten levert, die niet ten koste gaan van onze waterlopen, bodem, fauna en flora.

We willen een herwaardering van het beroep en het in ere herstellen van de boer als expert op zijn bedrijf. We willen boeren die erkend worden voor hun rol bij het in stand houden van onze kostbare landbouwnatuur. We willen boeren die onafhankelijk zijn van multinationals en banken, die kwaliteit boven kwantiteit stellen en hier ook naar verloond worden.

Om dat te bereiken streven we naar een model dat langs de outputzijde de boer dichter bij de consument brengt. Door korte keten verkoop kan de boer niet alleen zelf zijn prijs bepalen op een meer realistische wijze, de maatschappij komt terug in contact met de producent van voedsel, waardoor er meer betrokkenheid groeit en de bereidheid tot een hogere prijs vanzelfsprekend wordt. Initiatieven zoals onder meer voedselteams en de fermetisten leggen daarvoor nu al de eerste basis. Deze korte keten verkoop, tot stand gebracht op lokaal niveau, brengt met zich mee dat we de Vlaamse landbouw minder afhankelijk maken van de export.

Langs de inputzijde streven we ernaar het gezonde boerenverstand in ere te herstellen. Door afhankelijkheid van externe kennis en input krijgen boeren het gevoel hun stiel niet meer de hunne is. Niemand kent zijn of haar veld en product echter beter dan de boer. We streven hier naar low-input systemen, zowel op vlak van zaden, als meststoffen, gewasbescherming, mechanisatie, kennis en kapitaal.

“Niemand kent zijn of haar veld en product beter dan de boer.”

Het aangaan van monsterleningen is vandaag schering en inslag. Om een vlottere aanpassing van het bedrijf aan de marktwensen mogelijk te maken, is de onafhankelijkheid en vrijheid van bedrijven essentieel. Een beleid gebaseerd op persoonlijke ondersteuning en begeleiding in plaats van controle en sancties moet de boer terug in zijn positie als expert herstellen.

Deze omslag betekent een verandering voor de boer, die vandaag voornamelijk vertrouwt op de raad van verschillende erfbetreders, adviseurs die doorgaans multinationals vertegenwoordigen. Om hier kritisch mee om te kunnen gaan en boeren te wapenen om een ander pad te durven bewandelen, pleit Jong Groen er dan ook voor om in brede vorming en begeleiding op maat te voorzien vanuit de overheid.

Enerzijds is het essentieel dat boeren hun kosten bijhouden en zo een rechtvaardige kostprijs aanrekenen. Anderzijds wordt er in landbouwopleidingen geen of nauwelijks aandacht besteed aan alternatieven op de gangbare landbouw, zoals bv. biologische landbouw.

Zowel in de gangbare als de biologische landbouw is doorheen de jaren veel kennis opgebouwd, rond productie, bodembewerking, afzetmarkten, korstprijsberekening… Deze kennis vlotter uitwisselen, kan boeren helpen een gefundeerde keuze te maken voor een nieuwe koers van hun bedrijf. Dat beide productiesystemen vaak tegenover elkaar gepositioneerd worden gaat ten koste van de ontwikkeling van een duurzamer landbouwmodel.

Bewust consumeren

Daarnaast ligt er een grote verantwoordelijkheid bij de consument. Bewust kiezen voor producten die een eerlijke prijs garanderen voor de boer (bv. korte keten), kiezen voor kwaliteit boven kwantiteit, lokaal en seizoensgebonden consumeren, minder en beter vlees eten… Het is slechts een greep uit de mogelijkheden om als consument impact te hebben op de voedselketen.

“Het Europees subsidiebeleid moet grondig herzien worden.”

Om dit alles te sturen moet het Europees subsidiebeleid grondig herzien worden. Waar het nu gericht is op schaalvergroting en specialisatie, moeten andere factoren in rekening gebracht worden. Kleinschalige bedrijven, jonge landbouwers en alternatieve landbouwsystemen moeten ondersteund worden in hun zoektocht naar een duurzame voedselproductie.

Gigantische investeringen moeten afgeraden in plaats van aangemoedigd worden en diversifiëring zou de norm moeten zijn. De grote megabedrijven met dito winsten hebben geen nood aan subsidies, de kleine familiale bedrijfjes des te meer.

Daarnaast moet het plattelandsbeleid een echt beleid voor het platteland worden. Zowel de sociale functies als de ecologische functies worden vandaag ondermaats benut en erkend. Landbouwnatuur opwaarderen en opnieuw erkennen als potentiële topnatuur, en voor het onderhoud hiervan vertrouwen op de expertise van oudere boeren is een eerste stap naar herwaardering van het boerenberoep. Landbouwgrond moet gevrijwaard blijven voor landbouw, tegen aanvaardbare prijzen en met voldoende rechtszekerheid om de natuur hierop in ere te herstellen.

Aan de horizon kunnen we reeds de eerste sporen van verandering ontwaren. Steeds meer kiezen jonge boeren voor CSA-boerderijen (community supported agriculture), de bioteelt is aan een opmars bezig, zowel in Vlaanderen als in Europa. De consument wordt steeds kritischer en bewuster, grootwarenhuizen worden onder druk gezet om lokaal en kwaliteitsvol in te kopen.

Samen kunnen consument en producent de markt beïnvloeden of desnoods zelf in handen nemen om tot een beter landbouwmodel te komen, want boeren verdienen beter.

Dit bericht verscheen ook op MO*.