Lokaal

VISIE

Het lokale niveau staat het dichtst bij de bevolking daarom is het ook zeer belangrijk om ervoor te zorgen dat niveau zo goed mogelijk kan werken en daarvoor dus ook de juiste middelen voor de lokale besturen voorzien. Enkel op deze manier kunnen de lokale besturen het best de bevolking ondersteunen. Ondersteunen is daarbij belangrijk want voor Jong Groen dient de bevolking een actieve rol op te nemen in hun eigen stad of gemeente. Daarom moeten lokale besturen ruimte maken voor onder andere wijkbudgetten, stadslabo’s en participatieambtenaren.

Naast een verhoogde burgerparticipatie dienen er voor Jong Groen ook enkele hervormingen te gebeuren in de lokale structuren. Zo moet bijvoorbeeld de administratie toegankelijker worden gemaakt en moet er een algemene en brede hervorming komen van de gemeente- en districtsraden om hun rol te versterken. We zien ook een nieuwe invulling voor de jeugdraad om deze een nieuw leven in te blazen en de jeugd op lokaal niveau zoveel mogelijk te betrekken, zij zijn immers de toekomst. Het zijn de lokale besturen die het dichtst bij de bevolking staan, het zijn dan ook deze lokale besturen die het goede voorbeeld moeten geven op verschillende vlakken. Ze moeten het goede voorbeeld geven wanneer het aankomt op duurzaamheid en inclusie en moeten lokale bioproducten ook maximaal steunen op de markt en in bredere zin ook de lokale handelaars die ze zoveel mogelijk ondersteunen en waarmee ze zoveel mogelijk in overleg gaan wanneer het aankomt op bijvoorbeeld infrastructuurwerken.

Het zijn de lokale besturen die het dichtst bij de bevolking staan, het zijn dan ook deze lokale besturen die het goede voorbeeld moeten geven op verschillende vlakken.

De lokale besturen moeten er tevens voor zorgen dat ze ook verschillende diensten zo dicht mogelijk bij de burgers brengen. Startende met hun eigen diensten en administratie maar ook door er bijvoorbeeld voor te zorgen dat mensen dicht aan huis hun afval op een ecologische manier kunnen afgeven en dat de winkels in het centrum van de stad optimaal gesteund worden.

 


ALLE STANDPUNTEN VAN JONG GROEN BINNEN HET THEMA 'LOKAAL':

  1. Jong Groen pleit voor het invoeren van wijkbudgetten die kansen creëren voor lokale creativiteit. Het dient er tevens voor te zorgen dat burgers uit verschillende wijken kunnen participeren.

    Niemand weet beter wat de noden van een wijk zijn dan de eigen bewoners. Geef hen de kans en een budget en ze laten hun buurt bruisen. Komt er een gemeenschappelijk initiatief voor energieopwekking, kinderopvang of een beveiligde fietsenstalling? Elke wijk kan binnen een kader zelf aan de slag met een vastgelegd budget.

    De inwoners van de wijk komen geregeld samen in een wijkraad met een door de raad zelf gekozen voorzitter. Iedereen uit de wijk is welkom en heeft stemrecht. Zij kunnen schepenen, ambtenaren en gemeenteraadsleden uitnodigen om een dossier uit te leggen of om een dossier op de agenda van de gemeenteraad te plaatsen. De participatieambtenaar ondersteunt de projecten. Ook kleinere, meer alledaagse zaken kunnen besproken worden.

    Goede afspraken voorkomen bijvoorbeeld ook burenruzies. Het wijkbudget kan zowel dienen voor projecten, zoals de aanleg van parken, speeltuinen of straatmeubilair, als voor bewoners die samen de handen in elkaar slaan om gemeenschappelijke diensten, zoals een klusjesdienst of kinderopvang, op te zetten.

    Het is de gemeenteraad die elk jaar het budget vastlegt voor deze wijkraden. Dit bedrag is afhankelijk van het aantal inwoners van die wijk. Kansarme wijken krijgen een hoger budget om aan de grotere vraag tegemoet te komen en worden extra ondersteund in dit proces.

  2. Jong Groen pleit voor een toegankelijke administratie. Opdat de administratie alle burgers bereikt moet de administratie meer om meer naar de burgers komen.

    Heel wat mensen hebben toegang tot middelen om, zonder verplaatsing, de stadsdiensten te bereiken. Jong Groen moedigt deze evolutie aan. Het is efficiënt voor de burger en de stad en is bovendien goed voor het milieu.

    Sommige mensen zijn echter niet mobiel wanneer dat toch noodzakelijk is of kunnen de administratieve of technische trein niet volgen. Voor hen is het erg belangrijk dat alle diensten toegankelijk zijn. Daarom kunnen stadsdiensten naar de burger komen, bijvoorbeeld in de vorm van een mobiel loket.

  3. Om de participatie op lokaal vlak uit te bouwen moet voor Jong Groen elke gemeente met minstens 10 000 inwoners een participatieambtenaar hebben.

    De participatieambtenaar wordt de regisseur van alle participatieprocessen die zich in de gemeente afspelen. Diens werkterrein is dus niet beperkt zijn tot het jeugdbeleid of één bepaalde dienst.

  4. Jong Groen pleit voor een hervorming van de gemeente- en districtsraad. Op die manier bezorgen we deze een nieuwe dynamiek en versterken we de rol ervan.

    De gemeenteraden zijn aan vernieuwing toe. Weinigen beschouwen de gemeenteraad nog als hét forum van debat. De lokale politiek is geprofessionaliseerd, maar enkel het schepencollege en de functie van burgemeester werd versterkt. De kloof met de gemeenteraad is daarom nu gigantisch.

    Het is belangrijk de gemeenteraad een eigen dynamiek te geven, los van het dagelijks beleid dat het schepencollege moet voeren. Volgens Jong Groen mag de gemeente- of districtsraad niet langer automatisch worden voorgezeten door de burgemeester of een schepen. Deze rol moet worden ingevuld door een verkozen raadslid. Bij het aanduiden van de voorzitter moet er eerst gekeken worden naar de oppositie, en dan pas naar iemand vanuit de meerderheid. Ook voor de commissies vinden we dit de norm. Deze bepaalt de agenda dan samen met de gemeentesecretaris. We pleiten er tevens voor dat gemeenten, op basis van hun inwonersaantal, een verplicht aantal commissies moeten hebben.

    Voor de agenda van de gemeenteraad geldt ook het principe ‘less is more’. De gemeenteraad kan het kader schetsen, maar het is het schepencollege dat het uitvoerend orgaan moet zijn. Een beperkte agenda zorgt dat de gemeenteraad dieper kan ingaan op thema’s die er echt toe doen.

    De gemeenteraad moet een verlengde zijn van de samenleving. Discussies die leven in de gemeente moeten gemakkelijk op de agenda van de gemeenteraad geraken. Burgers moeten in een vragenuurtje ook de schepenen en burgemeester aan de tand kunnen voelen. In gemeenteraadscommissies kan de expertise van de gemeenteraadsleden beter naar voor komen en is er plaats voor diepgaand debat. Deze commissies moeten openbaar zijn en maximaal op zoek gaan naar uitwisseling met ambtenaren, experts uit het werkveld en burgers.

    Het is beter het aantal gemeenteraadsleden licht te verminderen.

  5. Gemeenteraadsleden hebben te weinig instrumenten om het schepencollege te controleren. Daarvoor is het belangrijk dat schepenen bij hun aantreden ontslag nemen als gemeenteraadslid. Een meerderheid van de gemeenteraadsleden kan een individuele schepen ontslaan.

  6. Jong Groen pleit voor een nieuwe invulling van de jeugdraad, om deze een nieuw leven in te blazen.

    Jong Groen vindt dat jeugdraden decretaal verplicht moeten blijven en georganiseerd worden volgens de lokale mogelijkheden.

    De jeugdraad past de brede jeugdreflex toe en staat in contact met andere adviesraden. De jeugdraad krijgt tijdig de juiste informatie en wordt actief betrokken over de grenzen van de beleidsdomeinen heen, door hen uit te nodigen voor algemene en bijzondere raadscommissies waarin zij spreekrecht hebben. Zij kunnen ook op eigen initiatief adviezen geven en krijgen een gemotiveerd antwoord op al hun adviezen.

    De jeugdraad is niet enkel het gezicht van jeugdverenigingen, maar moet ook jongeren buiten het georganiseerd jeugdwerk actief aantrekken. Jeugdverenigingen hebben recht op een plaats in de jeugdraad, maar deelname mag geen voorwaarde zijn voor het ontvangen van subsidies. Een jeugdraad die zich openstelt, is misschien nog het belangrijkste communicatiemiddel om jongeren te bereiken. Te vaak nog worden met de jeugdraad enkel jongeren uit verenigingen bereikt. Als we die deuren kunnen openbreken en ook niet - verenigde jongeren actief aanspreken, wordt ook daar een brug geslagen.

    De schepen van jeugd heeft enkel een passieve rol, dit houdt in het beantwoorden van vragen en geven van mededeling. Jeugdraden kunnen agendapunten aanleveren aan de gemeenteraad alsook de districts- en provincieraad. De jeugdraad moet minstens betrokken worden bij de opmaak, uitvoering en evaluatie van het meerjarenplan van de gemeente.

  7. Jong Groen wil dat de gemeenten en steden middelen inzetten om de dialoog met jongeren te vergemakkelijken. Om dit te doen dienen de lokale overheden hun communicatiemiddelen en -platformen anders gaan gebruiken.

    Jongeren bereiken is niet altijd vanzelfsprekend. Jongeren lezen weinig regionaal nieuws en vinden vaak hun weg niet naar de onoverzichtelijke en stijve websites die de meeste gemeenten hebben.

    Nochtans heeft de gemeente er groot belang bij dat alle burgers mee zijn met wat er rondom hen gebeurt. Informatie is immers de basis voor participatie. Daarom moeten gemeenten anders gaan communiceren. De sociale media zijn laagdrempelig en veel sneller dan de traditionele media, maar vragen wel een actief communicatiebeleid en een gemeente die luistert en in discussie treedt met de inwoners.

    Een gemeente moet de sociale media dus op strategische wijze inzetten. Hun kracht is immers dat ze gemeenschappen helpen creëren. Dit maakt mogelijk dat jongeren gemakkelijk in discussie kunnen gaan met beleidsmakers. Het zorgt er ook voor dat meer mensen op de hoogte blijven van gemeentelijk nieuws. Activiteiten in de gemeente worden meer kenbaar gemaakt.

    De gemeentelijke website moet een aantrekkelijk medium worden waar een open dialoog mogelijk is. Burgers kunnen er erg gemakkelijk rechtstreeks aan de schepen of bevoegde diensten vragen stellen. Heel wat administratieve dienstverlening kan online via een e-loket gebeuren. Je kan er ook een afspraak maken met een bevoegde ambtenaar, zodat je niet in de rij hoeft te wachten.

    Jeugdraden en de kindergemeenteraad kunnen agendapunten op de gemeenteraad brengen. Eén vertegenwoordiger kan daar ook beperkt spreekrecht krijgen.

  8. Jong Groen pleit voor een ander veiligheidsbeleid. Politie agenten moeten meer op straat worden ingezet, er moet worden ingezet op preventie en buurtwerkers moeten worden ingezet als belangrijke actoren.

    Veiligheidsbeleid is meer dan het inzetten van politieagenten. Met boetes en gevangenisstraffen maak je je gemeente niet veiliger. Een integraal veiligheidsbeleid focust dus ook op preventie: gelijke onderwijskansen, werkgelegenheid, kwalitatieve huisvesting, sociale stadsvernieuwing en een actief jeugdbeleid.

    Structurele oorzaken voor onveiligheid moeten worden weggenomen. Door functies in de stad te mengen, bijvoorbeeld door het aanmoedigen van wonen in winkelstraten, voorkom je dat straten ’s avonds leeg zijn en het onveiligheidsgevoel hoogtij viert. Buurtwerkers hebben een even belangrijke rol als politieagenten. Soms werkt het om mensen constructief te helpen hun leven vorm te geven. Soms is echter ook een bestraffende aanpak nodig. Belangrijk is deze twee factoren samen als een geheel te zien binnen een veiligheidsbeleid.

    Blauw moet meer op straat zijn. Want een politieagent achter een bureau levert maar weinig bij tot de veiligheid op straat. Politieagenten moeten opnieuw aanspreekbaar zijn en tussen de mensen leven. Ze moeten snel weten wat er gebeurd. Het vertrouwen tussen politie en burger moet opnieuw opgebouwd worden. Politieagenten die in wagens patrouilleren missen veel van wat er op straat gebeurt. Een politieagent te voet of met de fiets is veel meer aanspreekbaar. Elke wijk heeft bovendien zijn wijkagent die er de vinger aan de pols houdt en problemen vroegtijdig detecteert, maar steeds met begrip voor de sociale context in de wijk. Om ervoor te zorgen dat politiediensten laagdrempeliger worden en mensen niet moeten twijfelen over of ze de politie al dan niet moeten contacteren rollen we de Blauwe Lijn (zoals vandaag gebruikt in Antwerpen) verder uit in andere steden en gemeenten.

    Straffen is soms nodig. Maar zorg voor straffen die werken. Investeer in voldoende mogelijkheden om alternatieve straffen uit te voeren en besteed aandacht aan herstel en bemiddeling. De bedoeling is niet dat iemand die een crimineel feit begaan heeft nog gefrustreerder geraakt, wel dat voorkomen wordt dat die persoon hierin verder gaat.

  9. Halt aan winkelcentra in de rand.

    Grote winkelcentra aan de rand van steden brengen heel wat ongewenste gevolgen met zich mee. De handelaars in de stadskern en omliggende gemeenten merken het aan hun omzet, met faillissementen, leegstand en stadsverloedering tot gevolg. In de VS heeft de honger naar meer "megamalls" in de voorbije decennia zelfs geleid tot ware spooksteden.

    Bovendien creëren grote winkelcentra heel wat extra verkeersstromen, en dat in gebieden die moeilijk bereikbaar zijn met de fiets en het openbaar vervoer.

    Jong Groen wil dat gemeenten prioritair inzetten op het versterken van de lokale economie in de kern en niet langer op het aantrekken van en het investeren in winkelcentra aan de rand. 

    Een gemeente die kiest voor de bouw van een groot winkelcentrum, moet dit doen in overleg met de buurgemeenten. 

    Bij studies omtrent de impact van winkelcentra op de lokale economie, de mobiliteit en de leefomgeving, krijgen ook de burgers en handelaars inspraak.

  10. Buurtbewoners zelf verantwoordelijk voor propere wijk.

    We moeten burgers zelf verantwoordelijk maken voor de netheid van hun eigen straat. Door burgers te responsabiliseren kan sluikstorten vermeden worden. Iedereen die weet hoe lastig het is om een straat proper te krijgen, zal ook minder snel andermans straten vuilmaken.

    Met gemeentelijke administratieve sancties wordt vervuilen en storten streng gecontroleerd en beboet. Deze middelen worden doorgestort naar de wijk waar het voorval gebeurde.

  11. Lokale besturen coördineren sociale economieprojecten.

    Niet iedereen vindt werk op de reguliere arbeidsmarkt. Sociale economie is een verzamelnaam voor bedrijven en initiatieven waar menselijke en maatschappelijke winst primeren op financiële winst. Binnen de sociale economie staat begeleid werken centraal. Dat is belangrijk voor mensen die het door hun omgeving of achtergrond moeilijk hebben om in het "normale" circuit mee te draaien of voor mensen met een fysieke of mentale beperking. 

    Het sociale economielandschap is vandaag de dag versnipperd. Vermits het echter vaak om lokaal verankerde initiatieven gaat, pleit Jong Groen voor een grotere betrokkenheid van de lokale besturen bij de plaatselijke sociale economie. Concreet ziet Jong Groen een regierol weggelegd voor het lokale bestuur. Lokale noden worden in kaart gebracht, waarna samenwerking wordt gestimuleerd en nieuwe initiatieven worden opgestart. Lokale besturen begeleiden deze initiatieven in de zoektocht naar fondsen en subsidies.

    Zo kan bijvoorbeeld in steden met een autovrij of autoluw centrum de distributie van goederen gebeuren d.m.v. fietskoeriers. Gemeenten met een oudere bevolking kunnen extra inzetten op ouderenzorg en klusjesdiensten terwijl, omgekeerd, gemeenten met veel jonge gezinnen meer aandacht kunnen schenken aan initiatieven voor kinderopvang.

    Ten slotte geven de gemeenten het goede voorbeeld en schakelen ze doelgroep werknemers in voor lokale evenementen (bv. catering) of voor het opknappen van gemeentelijke infrastructuur.

  12. De gemeente moet initiatieven vanuit de gemeenschap kansen geven en aanmoedigen. Dat geldt zeker op het vlak van ondernemen. Lokale coöperatieven doen burgers samenwerken en zorgen voor een kleinschalige economie waarin iedereen zijn plaats kan vinden.

    Lokaal ondernemen dat ontstaat vanuit kleine ideeën heeft soms een extra duw nodig. Die steun moet de gemeentelijke overheid bieden. Administratieve ondersteuning, goedkope leningen en publicatieruimte zijn enkele middelen die het gemeentebestuur kan inzetten.

  13. Volgens Jong Groen moet de gemeente het goede voorbeeld geven met betrekking tot duurzaamheid en inclusie.

    De gemeente heeft een voorbeeldfunctie voor haar burgers. Duurzaamheid begint dus bij de gemeentelijke diensten en voorzieningen. De gemeente neemt verschillende initiatieven om het goede voorbeeld te geven. Het werkt aan energie efficiëntie en -reductie, de gemeente moedigt diens personeel aan om zich op een ecologische manier te verplaatsen en promoot een duurzame en eerlijke levensstijl.

  14. Lokale bioproducten steunen op de markt.

    In veel steden en gemeenten worden er wekelijkse markten georganiseerd. Ook in dit gebeuren kan een gemeente accenten leggen om de lokale economie te stimuleren. De prijzen die voor standplaatsen op die markten betaald moeten worden, moeten redelijk zijn. Ambachtslieden en producenten van streek- en bioproducten krijgen een zichtbare plaats op de markt.

    We pleiten voor het promoten van regelmatige lokale biomarkten en voedselcoöperatieven waarbij boeren uit de omgeving de kans krijgen om hun producten aan de man te brengen. Hierdoor worden lange voedselketens vermeden en wordt de band tussen producent en consument versterkt.

  15. Iedereen wordt elektriciteitsproducent.

    Elke gemeente moet ook een kleinschalige energieproducent worden door flexibeler en creatiever om te springen met vergunningen voor windenergieprojecten, systemen zoals rent-a-roof (waarbij een investeerder zonnepanelen op een dak van iemand legt en waarbij de bewoner mee de eerste afnemer wordt van deze goedkope groene stroom)...

    Jong Groen pleit bovendien voor collectieve verwarming, waarbij warmte uit industriële processen of afkomstig van grote koelsystemen, gebruikt wordt voor woningverwarming.

    Tevens wordt er een belasting ingevoerd op het verlies van energie bij industriële processen en grote koelsystemen. Jong Groen pleit voor de mogelijkheid tot collectieve verwarming door middel van wijk-WKK’s, warmte die onttrokken wordt van wegen... Maak ook ruimte voor proefprojecten waar biogas, afkomstig van het vergisten van GFT of rioolwater, in het aardgasnet wordt geïnjecteerd.

    Door bedrijventerreinen slim in te plannen kan de energie die door de ene geproduceerd wordt ook gebruik worden in processen van een ander bedrijf.

  16. Gemeenten moeten de lokale handelaars maximaal ondersteunen.

    Kmo's en zelfstandigen vormen de ruggengraat van de plaatselijke economie. Zij verdienen dan ook maximale ondersteuning. 

    Een strategische inplanning van winkels en bedrijfspanden kan grote mobiliteitsstromen vermijden. Een plan voor een nieuwe wijk voorziet ook ruimte voor handelszaken.

    Voor een startende onderneming moet het vanaf het begin duidelijk zijn welke belastingen er in een gemeente van toepassing zijn. Ook voor bestaande ondernemingen is dit vaak een probleem. Communicatie is hierbij van groot belang. De gemeente vermijdt 'pestbelastingen', die vaak een grotere administratieve kost hebben dan dat ze effectief opbrengen.

  17. De lokale besturen moeten bij infrastructuurwerken steeds overleggen met lokale handelaars om de hinder ervan te minimaliseren.

    Infrastructuurwerken zoals de her aanleg van straten en pleinen zijn nodig. Deze brengen vaak de nodige hinder met zich mee. De grootste ergernissen zijn meestal afkomstig van een gebrek aan communicatie. Werken moeten daarom steeds in overleg met de lokale ondernemers gebeuren, zodat deze zich kunnen voorbereiden en de nodige maatregelen kunnen treffen. Zo kan de hinder voor deze bedrijven tot een minimum beperkt blijven.

  18. Stadslabo’s geven antwoorden op lokale noden.

    Niet iedereen kan zich ten volle ontplooien in zijn gemeente. Investeringen van de gemeente komen, ondanks goede bedoelingen, vaak niet ten goede van de inwoners zelf maar bv. enkel van vastgoedontwikkelaars. Jong Groen wil dat stadlabo's de noden van inwoners en bezoekers van de gemeente in kaart brengen en een centrale rol vervullen bij de uitvoering van nieuwe projecten.

    Stadslabo's krijgen hun informatie van basiswerkers (sociaal assistenten, leerkrachten, straathoekwerkers,...): zij komen immers als eerste in contact met de lokale problemen en noden. Een interdisciplinair team brengt alle nodige kennis wat betreft hardware (ruimtelijke ordening, mobiliteit, huisvesting) en software (lokale economie, verenigingen,...) samen en vormt zo een expertisecentrum voor bewoners en ontwikkelaars.

    De concrete output van een stadslabo zijn experimenten die een antwoord bieden op de uitdagingen waar de gemeente mee geconfronteerd wordt. Om los te komen van de platgetreden paden, en wetende dat er geen blauwdruk bestaat voor de ideale stad, pleit Jong Groen voor het "recht op experimenteren", zoals dat bestaat in Frankrijk ("droit à l'experimentation"). Op die manier krijgt de gemeente binnen een afgebakende ruimte en tijdspanne carte blanche van de hogere overheid en hoeft ze de bestaande regelgeving niet na te leven.

    Steden en gemeenten kunnen bv. experimenteren met verschillende functies voor openbare ruimte. Een park kan ook de plek zijn om van een optreden te genieten, te bezinnen, of om een barbecue te doen. Ook wat betreft nieuwe vormen van samenwonen kan er op basis van reële noden geëxperimenteerd worden.

  19. Een gemeente koestert haar vrijwilligers.

    Een organisatie zonder vrijwilligers bestaat niet. Willen we dat er meer beweegt in elke gemeente, dan heb je enthousiaste mensen nodig die graag hun handen uit de mouwen steken of hun schouders onder een project zetten.

    Elke gemeente moet een actief vrijwilligersbeleid voeren. Vrijwilligerswerk vormt immers de basis voor een warm verenigingsleven, is voor velen een kans op sociaal contact en maakt dat de zachtere sectoren in onze samenleving blijven functioneren. Een organisatie die vrijwilligerswerk in de gemeente coördineert, wordt door de gemeente ondersteund. Zij worden verantwoordelijk voor de ondersteuning van vrijwilligers.

    Vaak willen velen vrijwilligerswerk doen. Maar even vaak is het nodig om de vraag en het aanbod op elkaar af te stemmen.

    Een website die vraag en aanbod koppelt, kan een oplossing zijn voor vrijwilligerswerk. Vrijwilligers bieden via de website hun diensten aan. Organisaties plaatsen hun zoekertjes op dezelfde website. De gemeente organiseert ook jaarlijks een vrijwilligersbeurs, een ontmoetingsplaats voor vrijwilligers onderling en voor organisaties die vrijwilligers zoeken. Om deze beurs zo laagdrempelig mogelijk te maken moet er ook maximaal worden ingezet op digitale vormen zodat ook mensen die niet in staat zijn om ergens fysiek te geraken ook kunnen deelnemen.

    Vrijwilligers moeten ook gewaardeerd worden. Jaarlijks organiseert de gemeente dan ook een Feest van de Vrijwilliger, waarmee ze in de bloemetjes worden gezet. Door een fietsvergoeding toe te kennen aan vrijwilligers, geef je hen daarenboven een extra stimulans.

  20. Gebouwen voor lokale publieke voorzieningen moeten verschillende functies kunnen vervullen.

    Een school kan bijvoorbeeld na schooltijd fungeren als ontmoetingscentrum, sportzaal, vergaderzaal voor verenigingen, theaterzaal,... Gemengd gebruik is slechts één van de mogelijkheden. Toch moet het mogelijk zijn om de verenigingen een ‘eigen’ stek te kunnen bieden op dit soort plaatsen.

  21. De stad voorziet voldoende openbare sanitaire voorzieningen: toiletten, douches, waterkraantjes, etc.

  22. De ontwikkeling van de stad, het inplanten van verschillende functies (werk, wonen, spelen, rondhangen, ontmoeten, openbaar vervoer, winkelen,...), gebeurt langs een netwerk van knooppunten. Deze knooppunten zijn plaatsen waar verschillende sociale en openbare functies samen komen.

    Zo wordt rekening gehouden met de draagkracht van de inwoners en de wijken in de stad. Men zorgt er tevens voor dat functies bereikbaar en beschikbaar zijn voor de inwoners en gebruikers van de stad.

    Op één locatie (knooppunt) worden verschillende maatschappelijke functies gegroepeerd ten dienste van verschillende doelgroepen, zonder de centrale functie van een stadskern te verwaarlozen. Bijvoorbeeld een bibliotheek met digilab, werkwinkel en cultuurloket en een aangenaam pleintje. Hierbij moet ook ruimte zijn voor privé-initiatieven zoals een kleine supermarkt of een koffiebar.

  23. De inplanting van stedelijke functies in kwetsbare buurten gebeurt strategisch. Zo wordt de buurt opgewaardeerd en stimuleert men ontmoeting.

  24. In de voorbereiding en de uitvoering van het beleid moet een participatief traject worden uitgestippeld.

    Geïntegreerde ontwerpprocessen worden gebruikt bij nieuwe projecten. Een beleids- of ontwerpcyclus vertrekt met een signaal en eindigt bij de uitvoering en evaluatie. In elke fase van de cyclus is het belangrijk dat ideeën worden verzameld, afgetoetst en teruggekoppeld met bewoners, gebruikers en deskundigen. De beleidscyclus met participatiemomenten moet voor iedereen transparant zijn.

  25. De adviesraden moeten minder en minder het statuut hebben van 'de plaats en het moment waarop de participatie plaatsvindt'.

    Ze moeten fungeren als stuurgroep en reflectieorgaan voor participatieve processen. In deze processen moet voldoende oog zijn voor diversiteit en ondersteuning.

  26. Socio-culturele verenigingen moeten kunnen rekenen op financiële en logistieke ondersteuning. Dit mag echter niet ten koste gaan aan de leesbaarheid van subsidiedossiers.

    Belangrijke uitgangspunten bij subsidiëring zijn, naast het uitkeren van een basissubsidiebedrag: de mate van overeenstemming tussen de noden/behoeften van de doelgroep en het aanbod van verenigingen, de kansen voor groepen, het opzetten van experimenten, het bieden van leerkansen, het openbaar karakter van de vereniging en het gebruik van duurzaam materiaal.

  27. Naast containerparken, die vaak buiten de stad liggen en/of enkel met de auto bereikbaar zijn, komen er kleinere inzamelpunten voor afval dat niet onder restafval of de andere categorieën die regelmatig afgehaald worden valt of biedt zich op gezette tijden een ‘containerbus’ aan. Een voorbeeld van wat georganiseerd kan worden is een mobiel containerpark of een recyclagepunt zoals in Antwerpen.

 

 

Overzicht van alle standpunten van Jong Groen per thema:

armoedebestrijding en leefomstandighedendeMOcratie en staatsstructuureuropa en internationale politiekgender en diversiteitENergieLokaalMIgratiemilieu en klimaatonderwijs, jeugd en vrijetijdsbestedingvoedselsystemenwelzijn en samenlevenwerk en economiemobiliteitinterne richtlijnen

 

Check hier de standpuntenbundel met alle standpunten van Jong Groen.
(pdf, laatste update Amendementencongres 2021)


Word 'standpuntenliefhebber' bij Jong Groen

Als standpuntenliefhebber werk je mee aan het opstellen van nieuwe standpunten die ter goedkeuring worden voorgesteld aan leden. Je denkt mee na over wat we doen met de huidige standpunten of over hoe we leden meer kunnen betrekken bij het stemmen van onze standpunten via e-democracy. Je bent ook zeker welkom als je mee wil werken aan de voorbereiding van ons congres of gewoon heel wat wil opsteken over Jong Groen standpunten.

Check hier de vrijwilligersvacature en ... doe mee!

 

Contact

Kilian Vandenhirtz

bestuurslid Basisdemocratie & Standpuntenbepaling
[email protected]

 


Paola Travella

covoorzitster Jong Groen (perscontact)
[email protected]

#detoekomstisvanons