Klimaat-eisen Jong Groen en écolo j

De Belgische INDC moeten onder andere het volgende inhouden:

  • Beleidsprojecten die de energie-efficiënte maximaliseren. Een sterke inzet op isolatie en andere maatregelen om het energieverbruik te doen afnemen. Tegen 2030 willen we onze energie-efficiëntie met 40% doen toenemen.
  • Alle gebouwen van overheden, gaande van het federaal tot het sublokaal niveau, moeten tegen 2025 klimaatneutraal zijn. Zo geven de overheden het goede voorbeeld.
  • De resolute keuze voor progressieve belastingen op vervuiling in functie van de technologische mogelijkheden, als onderdeel van een tax shift. Hierbij is het doel is in de eerste plaats om een gedragswijziging tot stand te brengen, niet om een jarenlange stabiele bron van inkomsten te zijn.
  • De overheden maken in hun wetenschapsbeleid van ecologische innovatie een prioriteit. Klimaatrelevant onderzoek wordt gesubsidieerd en België en de regionale overheden zoeken actief naar internationale partners voor dat wetenschappelijk onderzoek.
  • In alle openbare aanbestedingen wordt de milieu impact een volwaardig criterium naast de kostprijs. Ook al biedt een bepaald bedrijf de dienst het goedkoopst aan, dan nog mag hij het project enkel uitvoeren als zijn aanpak voldoende ecologisch is.
  • De verschillende overheden zetten in hun energiebeleid volop in op hernieuwbare energie. Hernieuwbare energie wordt de standaard bij nieuwe projecten. Tegen 2030 stijgt ons aandeel energie uit hernieuwbare energiebronnen tot 45%. 
  • Alle Belgische overheden doven tegen 2020 de bestaande investeringen in fossiele brandstoffen en nucleaire energie uit. Er komen geen nieuwe investeringen. Als deze vervuilende en schadelijke energiebronnen nog niet eens zelfstandig concurrentieel kunnen zijn, hebben ze al helemaal geen bestaansrecht.
  • De regionale overheden binden hun steden en gemeenten ertoe tegen een te bepalen deadline in 2016 een meerjarenplan voor te leggen over hoe ze hun stad of gemeente klimaatneutraal gaan maken. Bottum-up initiatieven worden aangemoedigd en ondersteund. De regionale overheden leveren de steden en gemeenten bijstand.
  • De regionale overheden zorgen voor meer nature-based solutions, zoals de aanplanting van meer groen. Vooral in Vlaanderen en Brussel is daar nood aan.
  • In het licht van klimaatfinanciering wordt geen beroep gedaan op het reeds bestaande ontwikkelingssamenwerkingsbudget, maar wel nieuwe middelen specifiek voor de verschillende internationale klimaatfondsen aangeboord.
  • De overheden promoten duurzaam, lokaal geproduceerd voedsel. Het FAVV kan daar een belangrijke rol bij opnemen.
  • België kiest resoluut voor een internationale voorbeeldpositie inzake klimaatbeleid. We schroeven de algemene ambitie op. Tegen 2030 gaan we voor 60% broeikasgasreductie ten opzichte van 1990, tegen 2050 ijveren we ervoor volledig klimaatneutraal te zijn.

Deze maatregelen moeten voldoende in concrete projecten in de INDC's terug te vinden zijn. Enkel op die manier zullen we erin slagen een degelijke Belgische bijdrage te leveren om de opwarming van de aarde onder de 2°C te houden, de internationaal afgesproken en wetenschappelijk onderbouwde norm. Marghem moet de verantwoordelijkheid op zich nemen om het werk van de federale overheid en de deelstaten te coördineren. Samenwerking is noodzakelijk om de klimaatdoelstellingen te halen. Over verschillende maatregelen zullen de federale en regionale overheden een akkoord moeten sluiten.