Woonbeleid met visie aub

Drie jaar lang schreeuwen om meer bevoegdheden. Ze uiteindelijk krijgen en in je schelp kruipen. Laten we het debat over het woonbeleid toch even open trekken. Weg van de centen, punten en komma's, maar over een visie voor het woonbeleid in Vlaanderen en Brussel.

De Vlaamse regeringspartijen zitten met een probleem. Ze krijgen een van de meest cruciale bevoegdheden volledig in handen met een aardig pak centen aan gekoppeld: het (fiscaal) woonbeleid. Ze zitten al direct met een verlammend dilemma. Welke bevoegdheid hebben ze nu eigenlijk gekregen? Voor de Vlaamse meerderheidspartijen moet je woning namelijk ook een deel van je pensioen waarborgen. Je ‘zekerheid voor de oude dag', de zogenaamde vierde pijler.

Als de Vlaamse regering blijft hangen in een woonbeleid als vierde pensioenpijler dan verandert er niets en kan Jong CD&V gerust zijn: we gaan Vlaanderen verder verkavelen tot elke millennial zijn eigen woning heeft. Hoeven ze ook hun degens niet meer te slijpen voor hun generatieclash, maar kunnen ze in hun veilige haven wachten op de volgende overstroming, klagen over die vuile steden waar ze elke dag, gestroomlijnd in de file, in moeten gaan werken, wachtend op hun volgende, alweer iets hogere, energierekening en mijmeren over hoe onze ouders het toch zoveel beter hadden.

Laten we eens gek doen en een echte visie ontwikkelen voor Vlaanderen en Brussel. Een woonbeleid ontwikkelen dat ons klaarstoomt voor de uitdagingen die op ons afkomen. En die zijn er zeker.

We zitten met twee grote demografische evoluties. Een eerste is de vergrijzing en een tweede is de vergroening van de steden. De vergrijzing zal ervoor zorgen dat er steeds meer hulpbehoevenden zullen zijn, die moeten gehuisvest en verzorgd worden. De vergroening is o.a. het gevolg van een stijging van het aantal geboortes in de steden, als door de aantrekkingskracht van onze steden op buitenlandse jonge mensen die hier hun geluk komen beproeven. Daarnaast zitten we met verregaande ecologische uitdagingen. We zullen antwoorden moeten bieden op onze honger naar energie en grondstoffen. Efficiënt omgaan met energie en verspilling tegengaan, moeten deel uitmaken van een toekomstgericht woonbeleid.

Als we deze uitdagingen naast elkaar leggen en daaraan de hedendaagse problemen van de steden koppelen - zoals de hogere armoede en werkloosheidsgraad, de hoge woonprijzen, de pollutie en levenskwaliteit - dan moet een visie op het woonbeleid vertrekken vanuit de steden in Vlaanderen en Brussel. Doen we dat niet dan glijden we af in sociale ongelijkheid, want het zullen de armen, de kwetsbare bevolkingsgroepen zijn die er het eerst onder zullen lijden.

Om deze problemen aan te pakken moeten we woningen in de stad kwalitatief verdichten. Dat wil zeggen dat we het aantal bouwlagen licht optrekken om op die manier meer gemeenschappelijke, open ruimte te creëren. We onze steden zo organiseren dat er knooppunten van voorzieningen ontstaan. Waar je in de buurt van je woning kan winkelen, werken, zorg kan genieten, naar school gaan en je op energiezuinige en niet vervuilende manier kan verplaatsen. We stappen af van de versnippering door de verkavelingsdrang en de lintbebouwing. Ruimtelijke ordening speelt hierin een belangrijke rol, maar met de middelen die de regio's krijgen, kunnen ze gezinnen stimulansen geven die ervoor zorgen dat het woonbeleid er niet alleen voor zorgt dat je een dak boven je hoofd hebt, maar kadert binnen een bredere strategie.

Zo kan nagedacht worden over een systeem van premies waarbij rekening gehouden wordt met de dichtheid en de voorzieningen van de buurt waar je iets koop of huurt. Hoe energiezuinig de woning is en of je bereid bent investeringen te doen die het energieverbruik terug dringen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat steunmaatregelen een blijvend effect hebben en niet enkel voor één gezin. Ook moet het eenvoudiger worden om te veranderen van woning. Buurten moeten een goede mix aan woningtypes hebben. Zo kan je naargelang je (zorg)behoeften intrekken in een ander type woning, maar hoef je niet noodzakelijk de buurt te verlaten. Gezinnen die dichter bij hun werk komen wonen, kunnen bvb. via een mobiliteitsbudget die hogere koop -of huurprijs compenseren. Maar daarnaast zal de overheid ook een actief sociaal aanbodbeleid moeten voeren al dan niet met externe partners om voldoende kapitaal te mobiliseren.

Het zou aangenaam zijn om als jongere te mogen horen dat onze beleidsmakers vooruit denken. De nodige creativiteit aan de dag brengen om een beleid te ontwikkelen dat ons klaarstoomt voor de toekomst. Niet alleen garanderen dat er wel nog evenveel centen in de portefeuille van hun kiezers zitten bij de volgende stemronde.

Bart Dhondt - voorzitter Jong Groen - 0484 40 26 90