Weer verantwoordelijkheid voor consument

Mick Bremans, door Time Magazine in 2008 gehuldigd als ‘Hero of the environment', ontvangt ons in zijn kantoor in Malle. Ecover heeft er zijn thuisbasis voor de productie van ecologische schoonmaakproducten. Peper zocht Mick Bremans op voor een gesprek over ecologisch ondernemerschap en de bevoogding van de consument. In zijn boek ‘Ecologica' roept hij consument en ondernemer tot de orde: neem allen uw verantwoordelijkheid op!

Hoe kwam je op het idee om een boek te schrijven?

Om een tweetal redenen. Ten eerste zeggen vrienden en kennissen mij al jaar en dag om alles wat wij hier bij Ecover doen eens op te schrijven. Ten tweede, en dat is de belangrijkste reden, wil ik de consument graag waarschuwen: blijf bewust consumeren! We zijn nog steeds maar een heel klein deeltje in de markt, we staan nog niet ver, of althans nog niet ver genoeg.

In uw boek wordt de lezer, de consument, verteld dat hij de eerste stap moet zetten naar verandering. Bedrijven en politiek zullen erna volgen?

Vandaag dient de consument in de eerste plaats opgeleid of gevormd te worden. Zoals er werd opgeroepen om scholieren kennis bij te brengen over financiële producten na het uitbreken van de financiële crisis, meen ik dat jongeren vandaag dienen opgeleid te worden over hetgeen zij kopen en verbruiken. De consument is vaak onwetend over de oorsprong van wat zich in de winkelrekken bevindt. Sla ligt niet meer in kroppen in de winkel, maar klaargesneden en gekruid. De verantwoordelijkheid van de individuele consument moet terug aangewakkerd worden. Vandaag de dag is hij niet alleen onwetend: zijn verantwoordelijkheid om te oordelen werd hem bijna volledig ontnomen. Allerlei consumentenbelangenorganisaties en de overheid oefenen deze rol nu voor hem uit.

Toch zitten ecologisch verantwoorde producten sinds een tiental jaar in delift. Hebben we hier niet te maken met een groeiende beweging?

De algemene bewustwording en aandacht voor groene productenis vandaag zeker anders dan in de jaren tachtig. Toenwas er ook een golf van interesse voor ecologische productenen aandacht voor ecologie, maar die was van voorbijgaandeaard. Deze keer lijkt het mij om een blijvende verandering tegaan.

In de jaren tachtig ging het er bij Ecover om fosfaatvrije reinigingsmiddelen te produceren die we verkochten via natuurvoedingswinkels;tot men eind jaren tachtig aanvragen kreeg van supermarkten. Dat vereiste zware investeringen in productiecapaciteiten in het begin van de jaren negentig, maar het bedrijf en de markt waren er toen nog niet klaar voor.

Jij begon toen je loopbaan bij Ecover met een zware herstructurering.

Inderdaad, ik ging aan de slag eind 1992 en ik had meteen te maken met de moeilijkste periode die ik ooit heb meegemaakt. Ik heb ongeveer de helft van de mensen moeten laten gaan. Het was noodzakelijk voor Ecover om het hoofd boven water te kunnen houden. Maar herstructureren is niet moeilijk, dat kan iedereen, de moeilijkheid is om het nadien beter te maken. Wij maakten toen een ommezwaai: in plaats van ecologische producten die ook reinigen, gingen we doelbewust reinigingsmiddelen maken die ook ecologisch zijn. Toen hebben we voor onszelf deze duidelijke doelen omschreven. We zijn producten gaan maken die de consument wil, met zo gunstig mogelijke ecologische effecten. We zullen evenwel nooit een spotgoedkoop product kunnen maken omdat we zo hard werken aan innovatie.

Je maakt een onderscheid tussen ‘end-of-pipe-oplossingen' en consequent ecologisch ondernemen.

Het argument bij uitstek van voorstanders van end-of-pipeoplossingen is dat er waterzuivering mogelijk is. Maar wat als die (tijdelijk) niet meer werkt, zoals we onlangs jammer genoeg hebben meegemaakt in Brussel? Als je ernaar streeft om vanaf de bron met zo ecologisch mogelijke ingrediënten te werken, kan je op zijn minst vermijden dat er zich dergelijke drama's afspelen wanneer de waterzuiveringsinstallaties niet meer werken.

De laatste weken en maanden heb ik opnieuw heel wat producten gezien die in grote letters beweren 100% biologisch afbreekbaar te zijn, of 100% organisch, met dan telkens een sterretje erbij om vervolgens in kleine lettertjes te duiden dat het om slechts één ingrediënt gaat. Uiteindelijk willen zij enkel de consumenten zand in de ogen strooien. Wij trachten informatie te geven en letten goed op met de termen die we gebruiken. Integriteit is voor ons essentieel. De ‘greenwashers' - bedrijven die zich een groen imago proberen aanmeten ondanks hun klassieke productiemethoden - creëren op de markt scepticisme rond biolabels en dat neem ik hen kwalijk. Zij tasten de geloofwaardigheid aan van zij die echt een verschil willen maken. De overheid mag op dit vlak wel wat actiever controleren.

Zie je niet steeds meer bedrijven integraal ecologisch ondernemen?

Ik denk dat er heel wat bedrijven oprecht streven naar integraal ecologisch ondernemen maar tegelijk is de praktijk van het greenwashen wel een feit. Er bestaan ook verschillende aanpakken tussen landen. In Scandinavië, bijvoorbeeld, is het perfect mogelijk om producten met fosfaten in de winkelrekken te vinden die een biolabel dragen. Hoe komt dat? Omdat de overheid het initiatief genomen heeft om in samenwerking met deze bedrijven de fosfaten uit het afvalwater te halen. Dit kan men een goed initiatief vinden, maar ik heb toch vragen bij de boodschap die aan de consument gegeven wordt. Hem wordt de indruk gegeven dat fosfaten dan toch geen probleem vormen.

Wat is volgens jou de rol van de individuele ondernemer in de noodzakelijke transitie?

In duurzaamheidsrapporten wordt vaak over alles gesproken behalve over de kernactiviteiten van het bedrijf. De ondernemer van vandaag moet volgens mij in de eerste plaats werken aan het duurzamer maken van zijn kernactiviteiten. Denk bijvoorbeeld aan de spotjes rond kernenergie die de wereld in gestuurd werden om de mensen te doen nadenken over de voor- en nadelen van kernenergie. Wat is het nut daarvan? Het maken van die spotjes kan je toch niet gaan plaatsen in het kader van een duurzaamheidsbeleid?

Ten tweede, moet de ondernemer een andere logica gaan volgen. De grootste drijfkracht van ondernemers vandaag is het verlagen van kosten. Er wordt alles aan gedaan om bovenal de kosten zo laag mogelijk te houden. Waar het zou moeten om gaan, is het optimaliseren van het maatschappelijk belang en de gedeelde maatschappelijke waarden. Wat de individuele ondernemer te doen staat, is rekening houden met alle betrokken stakeholders, hetgeen men een ‘shared value economy' noemt, in plaats van te blijven focussen op de kosten. Steeds goedkopere producten proberen te maken is eenvoudigweg onmogelijk.

Hoe vind je het evenwicht tussen zo ecologisch mogelijk produceren en het nog betaalbaar houden?

Dat evenwicht is zeer belangrijk en uiterst moeilijk. Wij zijn altijd onderweg naar duurzaamheid, maar we weten dat we er nooit zullen geraken. Onze activiteiten zullen nooit volledig duurzaam zijn, onze producten kunnen nooit letterlijk milieuvriendelijk zijn. We kunnen alleen maar onszelf zo veel mogelijk verbeteren door te investeren in onderzoek en innovatie. Ik heb daarom enorme twijfels bij rapporten van bedrijven die beweren ‘milieuvriendelijke' producten te maken. Soms vinden we enorme verbeteringen maar kosten die vier of vijf maal meer. Daarom is het zoeken naar een evenwicht tussen deze twee afwegingen essentieel voor ons. Het wordt een automatisme.

Als je een beleidsmaatregel mag kiezen voor een duurzame economie, welke is dat dan?

Investeren in opleiding en bewustmaking van jongeren rond consumptie, is wat ik zou aanbevelen. De volgende generaties zullen anders het slachtoffer worden van het huidige wanbeheer. Men kan via het onderwijs trachten aan duurzaamheid te werken door het belang van ecologie duidelijk te maken. Het zijn de volgende generaties die het zullen mogen oplossen, he.

Nu, pas op, ik ben optimistisch ingesteld. Er zijn veel ontwikkelingen op technologisch vlak die hoopgevend zijn voor een meer duurzame productie. Maar de manier waarop deze ontwikkelingen in de maatschappij gebracht en geëvalueerd worden, dat moet veranderen. Er mag niet systematisch gekozen worden voor de meest goedkope optie wanneer er misschien duurdere maar wel veel betere ecologische alternatieven zijn. De verschillende aspecten van duurzaamheid moeten correct naar de consumenten worden overgebracht.

Je pleit enthousiast voor een groene economie. Nooit gedacht om dat op het politieke toneel te doen?

Ach, de politiek, dat lijkt me geen gemakkelijke taak, en bovendien ondankbaar werk! Laat dat maar aan anderen over!


Auteur: An Van Raemdonck