Waarom een onderwijshervorming nodig is

Wim Van Den Broeck komt in DM 01/03 met een nieuwe analyse van de PISA-resultaten. "Kansarme scholieren zijn nergens beter af dan hier." Deze interpretatie doet verrassen omdat door politici, sociologen - en trouwens ook andere academici als professor Ides Nicaise en Marc Demeuse - op basis van de PISA-uitslagen het tegenovergestelde beweerd werd: "Vlaanderen slechtste leerling in gelijke kansen".

Beide strekkingen zijn het wel eens over de hoge gemiddelde score die Vlaanderen nog steeds in de top 10 plaatst van OESO-landen, zeker wat wiskunde betreft. Een pluim voor leerkrachten is hier op zijn plaats. Alsook bewondering voor onze vele milleniumjongeren die - ondanks de flitsmaatschappij, de inflatie aan prikkels- toch interesse en een grote inzet blijven tonen voor school.

We kunnen Wim Van den Broeck gelijk geven als hij stelt dat een hoger gemiddelde vaak impliceert dat de kloof tussen de hoogst scorende leerling en de laagst scorende leerling groter wordt. Wat we echter niet mogen aanvaarden is de voorspelbaarheid, puur op basis van de socio-economische achtergrond, of een kind tot de sterkst al dan zwakst scorenden zal behoren. Veel meer dan cognitieve intelligentie, dan inzet of talent, voorspelt het diploma van de moeder en de nationaliteit, de schoolloopbaan van een kind. Kinderen van laaggeschoolde moeders hebben tienmaal meer kans om in het 4de jaar BSO terecht te komen dan kinderen van hooggeschoolde moeders. Ook jongeren met Maghrebijnse achtergrond komen vaker in BSO terecht (70% in 4de jaar BSO) .

Bovendien ligt de ongediplomeerde uitval veel hoger dan de 8.7 procent die Wim Van Den Broeck vernoemt. In 2013 verliet in Vlaanderen 1 op 7 en in Antwerpen zelfs 1 op 4 jongeren de school zonder diploma. Onze Vlaamse wiskundekampioenen zullen snel tot de conclusie komen dat het hier om zorgwekkende percentages gaat.

Wie deze cijfers relativeert, aanvaardt eigenlijk dat we enorm veel talent gewoon weggooien, dat we dromen fnuiken - dromen van ouders dat hun kind het beter kan doen dan zij - dat we niet in staat zijn om kinderen met een gelijk IQ maar uit een andere sociale klasse hetzelfde toekomstperspectief te bieden.

Ons onderwijs blijkt niet aangepast aan de 21ste eeuw. Een onderwijshervorming - met een brede middenschool - is broodnodig en zal kansarme en kansrijke kinderen ten goede komen.

We gaan akkoord met Wim Van den Broeck als hij zegt dat het technisch en het beroepsonderwijs geherwaardeerd en opgekrikt moeten worden. Toch is dit niet voldoende. We kunnen niet verwachten dat twaalfjarigen een bewuste en weloverwogen studiekeuze maken zonder hen ten eerste goed te informeren over welke opties er mogelijk zijn, en ten tweede, hen te laten ondervinden waar hun interesses naar toe gaan en waarin ze uitblinken. Dit is waarom een brede middenschool ons onderwijs sterker kan maken.

Bovendien is ook de arbeidsmarkt vragende partij om meer jongeren warm te maken voor zorgkunde, wetenschap, techniek en informatica. Tegelijkertijd hebben álle jongeren baat bij een sterke algemeen vormende basis die hen versterkt als burgers. Onze maatschappij verandert dusdanig snel: de globalisering, de digitale revolutie, de vervagende privacygrenzen, de steeds complexere wetgeving,...hiervoor moeten we onze jongeren kritisch en weerbaar maken. Ook daarom is de keuze voor een brede middenschool een keuze voor beter.

Thema: