Laat ons een bloem

Weinig mensen weten dat de schoonheid van een roos in schril contrast staat met de manier waarop ze geproduceerd wordt. De bloem die wij geven als teken van liefde en vriendschap wordt vaak onder schrijnende arbeidsomstandigheden geteeld en heeft een omvangrijke impact op het milieu. Peper schijnt haar licht op die - relatief onbekende - industrie en de mogelijke alternatieven ervoor.

Verbloemende industrie

De omzet van de planten- en bloemenindustrie in ons land was in 2009 goed voor net geen half miljard euro. Meer dan ¹/3 de daarvan waren geïmporteerde snijbloemen. Die bloemen komen vaak uit het Zuiden, met name uit Oost-Afrikaanse landen zoals Kenia, Zimbabwe, Tanzania en Ethiopië. Maar ook uit Zuid-Amerikaanse, landen als Columbia en Ecuador. Een logisch gevolg van de globalisering: er heerst een gunstig klimaat, de arbeidskrachten zijn goedkoper en de milieuwetgeving is minder streng. Daarenboven zou men kunnen stellen dat dit een positief effect heeft op de lokale economie: de export stijgt net als de werkgelegenheid, vrouwen hebben een inkomen, enz.

Alleen maar rozengeur en maneschijn dus? Helaas, zoals zo vaak in het Zuiden, is er meestal een (sociaal-ecologische) keerzijde. In Kenia bijvoorbeeld zijn bloemen het tweede exportproduct na thee, maar de situatie voor de arbeiders en het milieu is van een erbarmelijk niveau. De minimumlonen voor de - veelal vrouwelijke - werknemers, vaak alleenstaande moeders, zijn ontoereikend. Vaste contracten krijgen de vrouwen niet en hun gezondheidstoestand is ronduit schrijnend. Door een gebrek aan beschermende kledij komen werknemers in direct contact met de pesticiden die gebruikt worden op de flower farms. Dat zorgt voor irritatie aan de luchtwegen, hoofdpijn, vruchtbaarheidsproblemen tot zelfs kanker! Controle van de overheid is hier onbestaande. Op de koop toe bestaan er geen vakbonden in de sector en heerst er een grote discriminatie tegenover vrouwen. Seksuele intimidatie wordt er als normaal bevonden door de mannelijke werknemers die hoger op de ladder staan in de farms. Bij zwangerschap wacht de vrouwen niets anders dan ontslag.

Bloemen in Business class

De flower farms nemen het ook niet zo nauw met het milieu. Naast het feit dat die industrie sowieso al een grote behoefte aan energie heeft, worden er veel meststoffen en pesticiden gebruikt en het afvalwater dat eruit voorvloeit, wordt niet gezuiverd wanneer het terug in de natuurlijke omgeving terechtkomt. In Kenia planten veel buitenlandse bedrijven uit de sector zich in langs meren zodat men altijd over water beschikt. Het gevolg: een daling van het grondwaterpeil van zowel de meren als dat van de bodem en een grootschalige verontreiniging ervan door het afvalwater. Daardoor is er een sterke daling van de biodiversiteit met verlies aan inkomen voor de lokale bevolking tot gevolg.

De bloemen die geproduceerd worden in de sector vragen een snel en koel transport naar hun grootste afnemers in Europa en worden daarom op het vliegtuig naar het Oude Continent gezet. In onze Lage Landen worden zelfs de bloemen uit Zuid-Europa aangevoerd per vliegtuig. Het is hoe dan ook zeer frappant dat de CO2-uitstoot daarvan maar liefst vijf keer lager ligt dan de bloemen die geteeld worden in Nederland! Belangrijk om te vermelden is dat de pesticiden die gebruikt worden in het Zuiden meereizen met de bloemen naar Europa. Over de gevolgen voor de bloemisten is nog maar weinig geweten, maar vast staat dat niet weinig van hen te kampen hebben met allergische reacties...

Eerlijk bloeit het langst

Gelukkig bestaan er ook alternatieven: Blije bloemen. Dat zijn bloemen geproduceerd met respect voor mens en milieu. Het kan gaan om seizoens- en/of lokale bloemen of bloemen met een label: biologische of fair trade-bloemen. In 1998 werd door verschillende NGO's en vakbonden de International Code of Conduct for the production of Cut Flowers (ICC) opgesteld. De ICC bestaat uit tien criteria rond onder meer vakbondsvrijheid, minimumlonen, gezondheid en veiligheid, milieubescherming, verantwoord gebruik van pesticiden en chemicaliën en een verbod op kinderarbeid/dwangarbeid.

Van Flower Label Program (FLP), Max Havelaar, Fair Flowers and Plants (FFP) is gekend dat zij de ICC-criteria volgen. Daarom behoren bloemen met die labels, samen met de biologische bloemen en de seizoensbloemen, tot de Blije Bloemen.


Auteurs: Stefanie Leekens en Mike Vandeperre