Genetisch gewijzigd voedsel: tikkende tijdbom

Genetisch gewijzigd voedsel: een tikkende tijdbom
Waarom ggo's enkel het privébelang dienen

Hogere opbrengsten, voedselveiligheid, voedzamer, minder herbiciden en insecticiden, voordelig voor het milieu, een stabiele voedselvoorziening, ... De lijst met voordelen die producenten van genetisch gemodificeerde organismen (ggo's) op de consument afvuren oogt indrukwekkend. Langs de andere kant kunnen we er niet omheen dat winst hét leitmotiv blijft voor multinationals in de biotechnologische branche. Het loont daarom de moeite om ggo's aan een kritisch onderzoek te onderwerpen. In tegenstelling tot het publiek discours van Monsanto, Bayer, BASF en anderen kunnen immers heel wat vraagtekens geplaatst worden bij het gebruik van ggo's.

Wat zijn ggo's?

Ggo's zijn organismen waarvan het genoom is gewijzigd. In laboratoria worden eerst genen uit het DNA van virussen, bacteriën, planten en dieren geïsoleerd, vervolgens worden alle gewenste fragmenten in een drager verzameld en in de plant gebracht. Op die manier kan men de DNA blauwdruk van planten op ingrijpende wijze herprogrammeren. Zo ontstaan gewassen met geheel nieuwe eigenschappen zoals resistentie tegen herbiciden. Hoewel dit proces zich nooit in de vrije natuur zou voordoen, is de industrie er in geslaagd om ggo's aan dezelfde officiële standaarden te laten voldoen als natuurlijke kweekgewassen. Dit is totaal onverantwoord omdat het proces waarbij ggo's worden aangemaakt vrij onnauwkeurig is en aanleiding geeft tot talrijke onverwachte mutaties, die de DNA structuur van de plant grondig wijzigen. Die mutaties zorgen voor een geheel onvoorziene werking van de genen en kunnen mogelijk nadelige gevolgen hebben zoals slechtere opbrengsten, giftige effecten, allergische reacties en schade aan het milieu. Geneticus David Suzuki zegt dat "any scientist who tells you they know that GMOs are safe and not to worry about it, is either ignorant of the history of science or is deliberately lying. Nobody knows what the long-term effect will be."

Geen wetenschap maar politiek

Hoe heeft de industrie die gelijke behandeling dan voor elkaar gekregen? De meeste ggo's zijn afkomstig uit de Verenigde Staten. Het absolute vlaggenschip van de sector is Monsanto, vandaag marktleider in ggo's en verantwoordelijk voor de technologie achter 90% van alle ggo's wereldwijd. Om in de VS van de Food and Drug Administration (FDA) goedkeuring te krijgen voor chemische of andere additieven in voedsel, moet een additief onderworpen worden aan uitgebreid gepubliceerd onderzoek en aanvaard worden door een brede consensus in de wetenschappelijke wereld. Het wordt dan beschouwd als ‘Generally Recognized As Safe' (GRAS). Ggo's voldoen volstrekt niet aan deze twee criteria. Intens lobbyen van onder meer Monsanto heeft er voor gezorgd dat ggo's, die vaak veel ingrijpender gevolgen hebben dan bijvoorbeeld artificiële kleurstoffen, niet die langdradige testprocedures moeten doorlopen omdat ze geacht worden ‘zeer sterk te lijken' op natuurlijke planten. Dit wordt het ‘Principe van substantiële gelijkwaardigheid' genoemd. In de praktijk betekent het dat er dus geen aparte aanpak voor het testen van ggo's op poten is gezet, wat het vanzelfsprekend des te interessanter maakt om ggo's te ontwikkelen, aangezien men de omslachtige procedures en testen niet moet doorlopen die bij de ontwikkeling van traditionele methoden wel gelden.

Dit was geen wetenschappelijke maar een politieke beslissing. Gezien de enorme invloed van Monsanto op het hoogste niveau is dat niet verbazingwekkend. Zoals George Bush Sr. ooit zei tijdens een bezoek aan Monsanto's laboratoria: "Call me, we're in the ‘dereg' business", wat vrij letterlijk werd genomen. Michael Taylor bijvoorbeeld, hoofdauteur van de beleidsnota rond de deregulering van ggo's onder de regering van Bush Sr, was voordien juridisch adviseur voor Monsanto, Donald Rumsfeld was CEO van een dochtermaatschappij van Monsanto, rechter van het Hooggerechtshof Clarence Thomas werkte voordien voor Monsanto en ga zo maar door. Deze belangenvermenging heeft als resultaat dat ggo's niet correct getest worden vooraleer ze op de markt verschijnen.

Manipulatie, intimidatie en leugens

Voorbeelden van vervalst onderzoek van Monsanto zijn legio. In het onderzoek dat doorslaggevend was voor het gelijkstellen van ggo's en natuurlijke gewassen - en dus het commercialiseren van ggo's - is volgens de peer reviewers essentiële informatie achtergehouden door het bedrijf. Een ander staaltje bedrog kwam aan het licht door Richard Burroughs, een klokkenluider bij de FDA. Hij onthulde dat zijn collega's testresultaten over Posilac, een transgeen groeihormoon van Monsanto dat in koeien geïnjecteerd wordt en verboden is in elk ontwikkeld land behalve de VS, achtergehouden en gemanipuleerd hebben. Gelekte onderzoeksresultaten van Monsanto zelf tonen aan dat het bedrijf op de hoogte was van problemen met de voortplanting en ontsteking van de melkklieren (mastitis in medisch jargon). Dat heeft als gevolg dat etter veel vaker in de melk voorkomt. Om dat tegen te gaan moeten de koeien massaal behandeld worden met antibiotica. Een nog ernstiger effect is dat het niveau van insuline-achtige groeifactor (IGF) in de melk aanzienlijk hoger ligt. Dat is problematisch aangezien talloze studies een verband leggen tussen toenemende IGF waarden en borst-, darm- en prostaatkanker. Uiteraard zweeg Monsanto hierover in alle talen, terwijl Burroughs vanwege de affaire werd ontslagen.

Niet alleen critici binnen het FDA zelf worden geïntimideerd, besmeurd en het zwijgen opgelegd, ook daarbuiten komt het vaak voor. Monsanto gebruikt daarvoor PR bedrijven zoals ‘Burson-Marsteller' of de ‘Bivings Group', maar het heeft ook een lange politieke arm. Arpad Pusztai, de man die eind jaren '90 de intrede van ggo's in Groot-Brittanië moest onderzoeken, werd onder druk van Washington ontslagen nadat hij schadelijke effecten van genetisch gewijzigde aardappelen ontdekte bij ratten. Deze schandelijke praktijken hebben een lange voorgeschiedenis, zoals aangetoond door de affaire rond Agent Orange, het ontbladeringsmiddel dat massaal tijdens de oorlog in Vietnam werd rondgespoten. Het ‘bewijs' dat door Monsanto geproduceerde dioxine niet kankerverwekkend is heeft ertoe geleid dat duizenden Vietnamveteranen en miljoenen Vietnamezen nooit gecompenseerd zijn voor de vreselijke gevolgen van Agent Orange.

Vrij onderzoek: een fabeltje

Ook nadat ggo's op de markt gebracht zijn is het zeer moeilijk om na te gaan of ggo's wel presteren zoals de producenten beweren, omdat ggo's beschermd zijn door middel van een patent. Boeren tekenen een gebruikersovereenkomst waarin staat dat ze geen zaadreserves mogen aanleggen maar elk jaar hun zaad opnieuw moeten aankopen, wat hen zeer afhankelijk van de industrie maakt. Bovendien verbieden deze gebruikersovereenkomsten het gebruik van ggo's voor onafhankelijk onderzoek. Wetenschappers riskeren dus vervolging als ze ggo's willen testen om eventueel schadelijke effecten te ontdekken. Enkel studies die goedgekeurd of gesubsidieerd zijn door de zaadfabrikanten zien doorgaans het licht in een wetenschappelijk tijdschrift. In geen enkele sector zou dit door de beugel kunnen, maar als het om ggo's gaat klaarblijkelijk wel. Een bijkomende moeilijkheid is dat er in de VS geen verplichting bestaat om ggo's te labelen op de verpakking van eindproducten. Een rapport van de US Centers for Disease Control toont aan dat voedselgerelateerde ziektes 2 tot 10 maal zijn gestegen tussen '94 (net voor ggo's gecommercialiseerd werden) en '99. Is er een verband met ggo's? Niemand kan het met zekerheid zeggen, want studies op mensen zijn nog nooit uitgevoerd en niemand zal het dankzij het gebrek aan labeling ooit ten volle kunnen weten.

Gezondheidsrisico's

Ondanks de moeilijkheden omtrent onderzoek en het discours van de bio-industrie bestaat er een uitgebreid en gestaag groeiend aantal studies dat op ernstige problemen met ggo's wijst. Ratten, muizen maar ook grotere dieren zoals schapen die met ggo's zoals maïs, erwten, aardappelen, tomaten, rapen en soja worden gevoederd, vertonen onder meer hogere gevallen van groeiproblemen, zweren, allergische reacties, lever- en nierproblemen, verminderde vruchtbaarheid, gezwellen die kunnen leiden tot kanker enzovoort. Kortom, als ggo's medicijnen waren zouden ze al lang verboden zijn.

Er bestaan bovendien geen commercieel beschikbare ggo's die voedzamer zijn dan traditionele varianten. In sommige gevallen zijn ze zelfs minder voedzaam en brengen ze toxische of allergische teweeg. In de late jaren '80 en vroege jaren '90 was de ggo Triptophan van het Japanse Showa Denko verantwoordelijk voor 37 doden en meer dan 1500 invaliden door een toxische ggo bacterie. Ggo soja heeft 12-14% minder kankerbestrijdende isoflavonen dan gewone soja. Bovendien bleek ggo soja genentransfers met darmbacteriën te veroorzaken. Dat is bijzonder gevaarlijk omdat de gewijzigde darmbacteriën immuun kunnen worden tegen antibiotica, of zelf het insecticide beginnen produceren dat in het DNA van de ggo soja is ingebracht. Bovendien bleken proefdieren in laboratoria potentieel slechte effecten te ondervinden van insecticiden die in dergelijke planten genetisch werden geherprogrammeerd.

Hogere opbrengsten: een mythe

Van ggo's wordt algemeen gedacht dat ze een hogere opbrengst opleveren. In werkelijkheid blijkt dit meestal niet zo te zijn. Talloze voorbeelden illustreren deze misvatting, en zelfs het US Department of Agriculture bevestigt in een rapport uit mei 2002 dat "GE crops available for commercial use do not increase the yield potential of a variety. In fact, yield may even decrease... Perhaps the biggest issue raised by these results is how to explain the rapid adoption of GE crops when farm financial impacts appear to be mixed or even negative." Dezelfde conclusie bereikt het VN IAASTD rapport uit 2008 over de toekomst van de landbouw, en een nog overtuigender bewijs werd in 2009 geleverd door Dr. Doug Gurian-Sherman. Hij bracht aan het licht dat de enige intrinsieke verbetering in ggo gewassen afkomstig is van verbeteringen in traditionele kweekmethoden.

Het is namelijk zo dat bedrijven conventionele methoden gebruiken om hun gewassen te verbeteren, alvorens een gen in te brengen dat de plant herbicide- of insectresistent maakt. Monsanto, BASF, Bayer en andere bedrijven maken met andere woorden winst door gebruik te maken van algemeen beschikbare technieken, alvorens ze de planten tot hun intellectuele eigendom maken via ggo technologie. Ze dragen dus helemaal niet bij tot enige toegevoegde waarde aan het product. Daardoor zijn veel ‘successen' toegeschreven aan ggo's in feite successen van de traditionele of biologische landbouw. Een succes dat met veel toeters en bellen werd rondgebazuind in de media is de genetisch gemodificeerde zoete aardappel in Kenia, waarvan beweerd werd dat het een verdubbeling in productie opleverde en dat later een leugen bleek te zijn. In buurland Uganda daarentegen, was men erin geslaagd een nieuwe virusresistente variëteit te produceren aan een veel lagere kost en op veel kortere tijd, met opbrengsten tot 100% groter dan het origineel.

Zelfs wie niet zaait, zal oogsten

Een cruciaal aspect in de controverse rond ggo's is contaminatie. Voorstanders beweren dat traditionele gewassen en ggo's in elk gegeven land perfect naast elkaar kunnen bestaan, wat ze doorgaans ‘co-existensie' noemen. In de praktijk blijkt dat dit een flagrante leugen is. Voorbeelden van het tegendeel zijn opnieuw ruim voorradig: een test met ggo rijst in 2006 bleek de Amerikaanse rijstvoorraad van dat jaar in grote mate gecontamineerd te hebben, en werd zelfs teruggevonden in Afrika, Europa en Centraal-Amerika. In maart 2007 maakte Reuters bekend dat de rijstexport in de VS met 20% was gedaald door ggo contaminatie. In dat jaar alleen al waren er volgens Greenpeace 39 nieuwe gevallen van ggo contaminatie, en 216 gevallen sinds 2005.

In de VS heeft Monsanto al een quasi-monopolie. In soja heeft het bijvoorbeeld een marktaandeel van 90%. Het is voor boeren onmogelijk om te vermijden dat zaden van een naburig veld komen overgewaaid en kruisbestuiven met natuurlijke varianten. Als dat toch ontdekt wordt kunnen ze voor het gerecht gebracht worden voor diefstal. Monsanto heeft zelfs een eigen privé-dienst opgericht om dergelijke contaminaties op te sporen.

  • Ggo's: een zaak van groot belang?
    Tot de vele uitdagingen die de mensheid te wachten staat in de 21ste eeuw is de enorme bevolkingsgroei, volgens het US Census Bureau berekend op grofweg 9,2 miljard mensen tegen 2050. Daarenboven meten steeds meer mensen uit ontwikkelingslanden zoals China, Brazilië en andere opkomende economieën zich een westers consumptiepatroon aan. Zo schrijft Moisés Naím in het maart-aprilnummer 2008 van het vakblad Foreign Policy dat "terwijl de totale wereldbevolking van de planeet zal verhogen met 1 miljard mensen in de volgende twaalf jaar, de middenklasse zal aanzwellen met zoveel als 1,8 miljard." Dat is op zich goed nieuws, maar er is meer. Jared Diamond, auteur van Collapse en Guns, Germs & Steel, merkt in een opiniestuk in de New York Times op dat de relatieve per capita consumptiegraad van de 1 miljard mensen in ontwikkelde landen 32 bedraagt, terwijl de overige 5,5 miljard mensen daar ver onder zitten, meestal in de buurt van 1. Een van de voornaamste doelen van een land zoals China vandaag is het versterken van de lokale consumptiegraad, momenteel nog steeds 11 maal kleiner dan de westerse, om de eigen afhankelijkheid van export te verkleinen, sociale onrust te bezweren en het regime te legitimeren, dat in feite maar aan de macht blijft dankzij het economisch beleid dat miljoenen uit de armoede sleurt. Daarbij hoort bijvoorbeeld een grotere vleesconsumptie, die in China sinds 1980 met 150% per persoon is gestegen. Dat het gezamenlijk BBP van de groeilanden in 5 jaar met 40% is gestegen, terwijl dat van de industrielanden dankzij de economische crisis is teruggeworpen naar het peil van 2006, is eveneens een teken aan de wand dat deze evolutie zich doorzet en dat allicht zal blijven doen in de toekomst. De wereld moet zich dus voorbereiden op een hogere productiviteit in de voedselindustrie. De hamvraag is natuurlijk welke weg onze maatschappij wil inslaan om dat doel te bereiken.

De geglobaliseerde markt

De problematiek heeft een eveneens een enorme impact op de hele wereld. Geleidelijk aan worden arme boeren door dit proces verplicht om over te schakelen op zaden van Monsanto. Neem het voorbeeld van India, waar Monsanto praktisch de hele katoenmarkt in handen heeft. Ggo zaden zijn er 4 keer zo duur en leveren geen hogere opbrengsten, maar boeren moeten wel meer kunstmest gebruiken, en ze zijn verplicht Roundup aan te kopen, de bestverkopende herbicide van Monsanto waartegen de ggo's resistent zijn gemaakt. Al deze kosten lopen zo hoog op dat veel boeren moeten lenen bij woekeraars, en daardoor vaker risico lopen op faillissement.

Met meer dan 150 verschillende variëteiten kan Oaxaca in Mexico zich als hartland van de maïs beschouwen. Hoewel ggo's verboden zijn in Mexico, zorgt het NAFTA vrijhandelsakkoord met de VS en Canada voor de invoer van zwaar gesubsidieerde maïs, waarvan 40% genetisch gemodificeerd, en tweemaal goedkoper dan lokale variëteiten. Aangezien contaminatie zo goed als onvermijdelijk is, vormt de ggo monocultuur op dit genetisch reservoir het gevaar op een verlies aan broodnodige biodiversiteit om plagen en mislukte oogsten op te vangen.

Paraguay zag zich verplicht om ggo's te legaliseren omdat hun akkers de facto met ggo's werden verbouwd dankzij illegale smokkel en contaminatie vanuit Argentinië, waar ggo's al eerder waren toegelaten. Daarmee opende het land zijn markt voor de EU, waar ggo's wel verplicht gelabeld moeten worden. Langs de andere kant profiteerde Monsanto als intellectueel eigenaar in één klap van een smak gloednieuwe royalties op Paraguayaanse soja. Sindsdien is ontbossing er ontspoord en worden kleine boeren van de markt verdreven. 70% van het akkerland is momenteel in handen van slechts 2% van de bevolking, en dankzij ggo's gaat dat aandeel pijlsnel omhoog. Bovendien is 3/4de van de sojateelt in handen van buitenlanders. Elk jaar vertrekken honderdduizend boeren naar sloppenwijken in de stad. Naar schatting 70% ervan zijn op de vlucht voor Monsanto's soja, dat enkel en alleen wordt geteeld voor de vleesproductie van koeien, kippen en varkens in het westen. Een nieuw economisch imperialisme doet aldus op sluipende manier zijn intrede in de geglobaliseerde wereld.

  • Europa in de clinch
    In tegenstelling tot Amerika is de verdeeldheid omtrent ggo's in Europa al geruime tijd bijzonder groot. Zo staan Nederland, Spanje en Slovakije als voorstanders met gekruiste degens tegenover Oostenrijk, Frankrijk en onder meer Italië, maar ook de regio's voeren een verschillend beleid, getuige daarvan de onenigheid tussen Vlaanderen en Wallonië. Terwijl Vlaanderen een ‘eerlijke' kans wil geven aan ggo's zonder risico voor leefmillieu en volksgezondheid, hebben Wallonië en het Brussels gewest zich aangesloten bij het Handvest van Firenze, een netwerk van meer dan 50 regio's in Europa dat een strikt kader voor ggo's bepleit volgens het voorzorgsprincipe.

    Er is evenwel beweging in het dossier. Jarenlang was de teelt van ggo's verboden, al mochten bepaalde buiten Europa geproduceerde ggo gewassen wel ingevoerd worden naar de EU. De VS had immers klacht neergelegd tegen de EU bij de Wereldhandelsorganisatie, omdat de Unie ‘ ongeoorloofde handelsbelemmeringen' had ingesteld tegenover Amerikaanse ggo's. Er zijn tot nu toe slechts twee uitzonderingen die wel geteeld mogen worden in de EU: de ggo-maïs ‘MON810' van Monsanto die vooral in Spanje wordt geteeld en al in 1998 veilig werd bevonden, ondanks studies die wijzen op negatieve effecten op de lokale fauna (en vooral insecten), en de Amflora aardappel van BASF die in februari 2010 werd toegelaten. Desondanks roepen verschillende lidstaten vrijwaringsmaatregelen in om de teelt van deze twee ggo's op hun grondgebied alsnog te verbieden.

    Als oplossing voor de extreme bron van verdeeldheid in de discussie stelde de Europese Commissie deze zomer voor om de bevoegdheid rond ggo's opnieuw over te laten aan de lidstaten, een vrij zeldzaam voorbeeld van hernationalisatie binnen de EU. Enerzijds kan elk land dankzij dit voorstel ggo's indien nodig verbieden, maar anderzijds vergroot het risico op een ongelijke behandeling van de verschillende gewassen op de Europese eenheidsmarkt. Bovendien zou het bijzonder moeilijk zijn om contaminatie te vermijden vanuit landen die hun ggo-areaal sterk vergroten. Dat deze regeling in feite in de kaart speelt van ggo-producenten blijkt uit het feit dat Spanje en VS hieromtrent nauw samenwerken. Volgens uitgelekte diplomatieke boodschappen op WikiLeaks verzocht de Spaanse Staatssecretaris Josep Puxeu Washington om druk uit te oefenen op de Europese Commissie om de vrije teelt van ggo's in de lidstaten te bevorderen. Uiteindelijk heeft een meerderheid van de Europese ministers van Milieu zich in oktober tegen het voorstel van de Commissie uitgesproken. Het laatste woord hierover is echter nog niet gesproken, daarvoor zijn de belangen immers te groot.

    Het laatste wapenfeit komt uit de koker van Greenpeace, dat in december via het nieuwe Europese ‘burgerinitiatief' een petitie van 1 miljoen handtekeningen uit 12 lidstaten overhandigde aan Eurocommissaris voor Gezondheid John Dalli. Via de petitie vraagt Greenpeace een verbod op de teelt van ggo's totdat een onafhankelijk wetenschappelijk en ethisch comité wordt opgericht om de impact van ggo's te onderzoeken. Greenpeace wijst erop dat de bestaande Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) niet aan deze eis kan voldoen wegens mogelijke partijdigheid van een van haar bestuursleden. In een vorig leven bezat Diana Banati van EFSA een mandaat bij ILSI, een lobby-organisatie die verschillende grote spelers uit de biotechnologie vertegenwoodigt. Aangezien de industrie pionnen heeft op heel wat invloedrijke posities, blijft het dus ontzettend belangrijk voor consumentenorganisaties en NGO's om nauwgezet een oogje in het zeil te houden.


Conclusie

In 2009 werd Monsanto door Forbes Magazine uitgeroepen tot bedrijf van het jaar. Een jaar later maakte het blad een bocht van 180°, omdat Monsanto inmiddels in slecht vaarwater was terechtgekomen: de nieuwe generatie ggo's bleken minder opbrengst bleken op te leveren dan gewone gewassen, rechtszaken werden tegen het bedrijf aangespannen en het wegvallen van het patent op hun succesvolste product ‘Roundup' zorgde voor zware verliezen. Bovendien duikt steeds vaker onkruid op dat Roundup weerstaat.

Doug Gurian-Sherman, auteur van de studie over de teleurstellende resultaten van ggo gewassen zegt dat "if we are going to make headway in combating hunger due to overpopulation and climate change, we will need to increase crop yields. Traditional breeding outperforms genetic engineering hands down." Africacorrespondent Daniel Howden schreef in de Independent dat "the climate crisis was used to boost biofuels, helping to create the food crisis, and now the food crisis is being used to revive the fortunes of the GM industry." Zelfs rapporten van de Wereldbank en de United Nations Food and Agriculture Organisation bevestigen dat biobrandstoffen een van de hoofdoorzaken van de huidige voedselcrisis zijn. Een ander rapport van de VN getiteld "Organic Agriculture and Food Security in Africa", toont daarentegen aan dat biologische landbouw een positieve impact heeft op armoede. En armoede is de belangrijkste reden van voedselonveiligheid in de wereld.

Laten we in de 21ste eeuw dus niet dezelfde fout maken. Laten we ons verzetten tegen de kwalijke evolutie naar een wereld waarin voedsel als instrument van de machtigen wordt gebruikt ten koste van de zwakkeren en waarin de zucht naar winst alles overheerst. Laat ons dus gebruik maken van biologische landbouw, en steun verlenen aan onderzoek naar conventionele en biotechnologische technieken die wel veilig zijn. Dat is op alle vlakken de enige duurzame oplossing.

Olivier Beys