Erin geloven is niet per se naïef zijn

Zonet stootte ik op een schitterende column van Tom Naegels in De Standaard van 12 februari met als titel ‘Dit volk is niet mislukt'. Tom schreef het stuk in de nasleep van het debat over het falend beleid van de "concentratiescholen".

Het gaat voor mij, net zoals voor Tom Naegels, niet om de problemen rond de sociale en etnische mix te ontkennen. Er zijn nu eenmaal scholen met een groot aantal kansarme leerlingen, met taalachterstand,... Het gaat mij om de toon van het debat, en bij uitbreiding om de toon van alle debatten waar elementen van de multiculturele samenleving ter discussie staan.

Wat is nu die toon bij de meerderheid van Vlaanderen? Wel, het gewoon niet willen geloven dat er oplossingen mogelijk zijn voor de meestal terecht aangehaalde problemen. Het gewoon niet willen geloven dat we kunnen samenleven. Het herleiden van iets, dat deels positief en deels negatief is, tot een compleet negatiefs iets. Het focussen op problemen en het voor het gemak weglaten van de troeven. Ik wil dit even vertalen naar iets waar ik persoonlijk door geraakt bent. Alhoewel ik mij oprecht betrokken voel bij kwaliteitsvol onderwijs, kan ik nog niet uit ervaring spreken omdat ik nog geen kinderen heb.

Tijdens de werkweek woon ik Antwerpen 2060 alias 't Noord. Dit is een etnisch enorm verscheiden wijk en volgens een krant, die zich naar deze stad noemt, de "beruchtste wijk van 't stad". Bovendien hoorde ik in veel debatten van het afgelopen jaar dezelfde toon terugkeren. "Chicago aan de Schelde", "Bronx van Antwerpen", "na vijf uur kan je er niet meer buitenkomen tenzij je geweld aanvaardt",.. Het zijn maar enkele van de vele titels die mijn wijk de laatste tijd al heeft gekregen, zelfs van gerespecteerde journalisten.

Ik vind hierin diezelfde toon terug waarover ik al sprak: het niet willen geloven dat deze wijk ook troeven heeft. Dat deze multiculturele wijk bij de levendigste stukken van de hele metropool mag gerekend worden. Dat mensen hier ook graag kunnen wonen, hier hun leven kunnen opbouwen. ‘Ahnee he, ge moet toch niet naiëf zijn he. Als student die nog in zijn idealen gelooft, tot daartoe, maar als gezin met kinderen?? Ho maar! Want wat ge er allemaal over hoort, meneer!'

Wat ge er allemaal over hoort, ja. Maar dat verwoordt Tom Naegels nu net zo mooi: "Wij, Vlamingen, hebben ons laten aanpraten dat we ons land, onze steden en dorpen, onze buren enkel in misprijzende termen mogen omschrijven. We hebben ons laten aanpraten dat problemen onoverkomelijk zijn, dat mislukken onvermijdelijk is, en dat het verstandig is om weg te lopen van het eigen volk."

Het feit dat er af en toe minder fraaie dingen gebeuren, en het feit dat er een paar structurele sociale problemen zijn, betekent voor de meerderheid blijkbaar: handen af en terugtrekken. Want tegenwoordig mag het inderdaad niet meer, geloven in een oplossing voor de sociale problemen. Tegenwoordig moeten we onze wereld blijkbaar scheiden in delen waar het allemaal zo goed en rustig is en delen waar het niet meer goed kan komen. Over het schrale, werkschuwe, criminele profitariaat dat daar woont, daar moeten we eens goed misprijzend over doen. Dan heb je nog die naïevelingen met de roze bril op die de realiteit maar blijven ontkennen. Een tussencategorie bestaat er blijkbaar niet. Iedereen die de problemen bij naam durft noemen en toch in de wijk blijft geloven, wordt automatisch bij de naïevelingen gerekend.

Ok goed, ieders persoonlijke keuze om erin te geloven of niet. Maar de mensen die er wél in geloven, die wel bereid zijn te springen in de onzekerheid en via hun ontdekkingen en hun persoonlijke kwaliteiten hun leven uit te bouwen in zogenaamde "probleemwijken" ook nog naiëf noemen?? Dat kan er bij mij echt niet in. En laat dat nu de grote ziekte zijn van het Vlaanderen van vandaag. Je mag niet meer geloven in het mooie van de maatschappij. Je wordt tegenwoordig opgevoed met angst. "Zie dat je dit leert, en die studie volgt, en dat soort werk zoekt, en lang thuis blijft wonen en daarna een huis met grote tuin en oprit, want anders...!!" Zo worden jongeren tegenwoordig groot gebracht. Erger nog, zo ziet het er bij een groot deel van de jongeren ook uit. Wie zich daar niet aan houdt, hoort er niet bij. Wie oprecht geïnteresseerd is in politiek en sociaal engagement bijvoorbeeld. Wie deelt in de vreugde wanneer er in de Arabische wereld na al die jaren revoluties uitbreken. Wie erin gelooft dat conflicten op een duurzame manier oplosbaar zijn. Wie vindt dat mensen in het Midden-Oosten zelf nu maar moeten uitmaken wie hen bestuurt, zonder de vrees voor een godsdienst die ons zogezegd alleen maar wil veroveren.

Wat Tom Naegels hier over Vlaanderen schrijft, geldt in mijn ogen voor de volledige Westerse wereld. Wanneer gaan wij ooit terug in staat zijn om op zo'n manier de straat op te komen, dat onze machthebbers in paniek raken? Wanneer hebben wij ooit de kracht om tegen een ons voortdurend tergende spoorwegmaatschappij bijvoorbeeld, te zeggen "Genoeg! Opstappen! Nu!"? Wanneer gaan wij ons niet meer laten leiden door horrorverhalen over de toekomst, maar door het geloof in een betere versie ervan? Wanneer gaan we ons laten leiden door een filosofie "Geloof in wat we wel kunnen" in plaats van te focussen op wat we niet kunnen? Wanneer gaan we zonder vrees onzekerheden en beslissingen tegemoet, onder de wetenschap "wat moet gebeuren, zal ook gebeuren, en wat we zelf willen veranderen, kunnen we ook veranderen"?

Ik hoop snel, want ik zie onze wereld compleet verlamd raken. Criminaliteit, ongelukken, overlast,.. het houdt veel mensen een pak meer bezig dan het geloof in eigen kunnen. En bovendien groeit er op deze manier een cultuur, een sociale norm van angst, die mensen maar naleven uit schrik anders uitgesloten te worden.

Ik geloof in onze toekomst. In die van 't Noord, van Antwerpen, van Vlaanderen/België/whatever, van de wereld. In het feit dat de mens niet fatalistisch moet zitten wachten op zijn einde, maar er iets van kan maken zolang er één iemand van de menselijke soort op de wereld woont.

Ik ben optimistisch en soms naïef. En daar ben ik fier op.

Dries Valgaeren