Dave Sinardet te gast

Veel is er het voorbije jaar gezegd en geschreven over de toekomst van België. Woorden als splitsing en onafhankelijkheid vielen met regelmaat. Vlaanderen is aan het radicaliseren, zo werd gezegd. Nochtans wijst degelijk onderzoek uit dat de meerderheid van de Vlamingen niet voor communautaire redenen heeft gestemd in juni. En dat het aantal separatisten een kleine minderheid blijft. Steeds herhaalde stellingen als ‘Vlamingen en Franstaligen groeien uit elkaar' werden echter stilaan een self-fulfilling prophecy.

Toch zijn er, voor wie ze wil zien, ook signalen in de andere richting. Hoewel media nog steeds vrij karikaturaal over de ‘andere' gemeenschap berichten, groeit er tegelijk ook meer openheid. Politiek ontstaat het bewustzijn dat we uiteindelijk verder moeten met België en dus beter nadenken over hoe we ons federaal systeem kunnen verbeteren. Het wordt steeds minder naïef om te denken dat de politieke crisis een katalysator kan worden voor - met een groot woord - een nieuw federaal pact.

Maar we zijn er nog niet.

De facto zitten er rond de onderhandelingstafel nog vooral Vlaamse en Franstalige onderhandelaars, die eigen belangen nastreven (of wat ze als dusdanig zien). Daartussen zoekt men dan compromissen en op zich is het een mooie zaak dat die steeds gevonden werden. Maar tegelijk heeft die benadering iets pervers. De voornaamste bekommernis is dan niet hoe we een goed werkend federaal systeem kunnen uitbouwen. Dat heeft ons opgezadeld met het onvolmaakte bouwwerk waar we nu mee zitten en waar we de voorbije maanden de prijs voor betalen.

De ware inzet ligt dus niet zozeer in het samenlopen van de Vlaamse en Franstalige weg naar een staatshervorming, wel in het gezamenlijk zoeken naar een ‘derde weg': een staatshervorming die niet in de steriele termen gevoerd wordt van minder of meer België, maar wel van een beter België. Daarvoor hebben we politieke actoren nodig die zich niet enkel afvragen wat het federale niveau voor hen kan doen, maar ook wat zij voor het federale niveau kunnen doen. Dat klinkt misschien evident, maar het vergt wel degelijk een belangrijke mentale omslag. Niet enkel bij Vlaamse, maar ook bij Franstalige onderhandelaars.

Daarbij zullen taboes moeten sneuvelen. Maar niet zoals dat vroeger en ook nu nog dikwijls begrepen wordt: het louter uitwisselen van een Vlaams tegen een Franstalig taboe. Zo stelde historicus Bruno De Wever onlangs voor de uitbreiding van Brussel in te ruilen tegen de splitsing van de sociale zekerheid. Dat is nu precies het soort benadering waar we vanaf moeten.
De Vlaamse en Franstalige taboes die wél moeten vallen zijn degene die in de weg staan van een goed werkend federalisme en de daarbij horende federale logica en loyauteit. Vanuit die optiek is het precies nefast om zowel het territorialiteitsprincipe als de interpersoonlijke solidariteit op de helling te zetten. Een meertalig federaal systeem vergt immers duidelijke afspraken over de bescherming van (de zwakkere) taal en cultuur, maar ook een nationale solidariteit tussen personen en niet tussen regio's.

Een soms onderschat probleem om tot zo een benadering te komen is dat het ons aan ruimtes ontbreekt om met Vlamingen én Franstaligen samen na te denken en te debatteren over de beste manier om tot een evenwichtig en volwaardig federalisme te komen. Zo'n ruimte is er bijvoorbeeld niet in de media, waardoor elke discussie over staatshervorming per definitie vertrekt vanuit een Vlaams of Franstalig uitgangspunt en dus vanuit de premisse van de verdediging van Vlaamse of Franstalige belangen. Voor de federale verkiezingen was er in de media bijvoorbeeld geen enkel écht federaal debat. Het is dan ook hoopvol dat Groen! en Ecolo de laatste maanden wel zo'n federale discussieruimtes creëren, via de gezamenlijke kamerfractie, het organiseren van gezamenlijke colloquia over staatshervorming of van gezamenlijke jongerenweekends.

Een instrument om ook op ruimere schaal dergelijke federale debatruimtes te krijgen, is een federale kieskring, waardoor Vlamingen ook op Franstalige politici kunnen stemmen en omgekeerd. Dat is één van de essentiële voorwaarden om ervoor te zorgen dat politici niet enkel rekening houden met de belangen van hun eigen gemeenschap, maar wel degelijk met die van de inwoners van het hele land. Zo kan de nieuwe benadering van staatshervorming waar we naar toe moeten een grondige duw in de rug krijgen.