Congres Samenleven en Identiteit 2020

“Er is nood aan meer ervaringsdeskundigen in de (bijzondere) jeugdzorg.”

 

Een ervaringsdeskundige heeft door zijn/haar levensloop enkele zaken meegekregen die hij/zij/x kan benutten om in het veld beter om te gaan met situaties van personen in gelijke situaties. Ervaringsdeskundigen bestaan in alle domeinen binnen het armoedespectrum. Een belangrijk onderdeel is leren hoe je jouw ervaring deelt met anderen en deze sterkte benutten. Belangrijk is dat je jouw ervaring ook kan vergelijken met beleidsbeslissingen, de ervaring die anderen in de situatie hebben en acties vanuit het sociaal werk of andere gerelateerde sectoren. Het meest lastige aspect is dat je bijvoorbeeld ook moet in staat zijn om ervaringen te visualiseren met mensen die er geen kennis van hebben. Je moet dus in staat zijn jou meest confronterende ervaringen zo levendig mogelijk te beschrijven en constructief het gesprek aangaan. Het is ook daarom dat de opleidingen voor zulke personen uitbreiden enorm belangrijk is. 

Het voorstel is om meer ervaringsdeskundigen aan te nemen in specifieke domeinen waarin het nut daarvan bewezen is. In het bijzonder heeft dit voorstel betrekking tot de bijzondere jeugdzorg. Elke jeugdinstelling zou er baat bij hebben om binnen het begeleidingstraject minstens één ervaringsdeskundige te betrekken. Om dit te kunnen bewerkstelligen moet de opleiding tot ervaringsdeskundige breder worden opengetrokken naar meer onderwijsinstellingen. Zodat in de toekomst meer mensen met ervaring in bepaalde situaties klaar zijn om anderen met hetzelfde verhaal te helpen en ondersteunen. 

Het is duidelijk dat er in de maatschappij vaak te traag geschakeld wordt. Het nut van vertrouwenspersonen met dezelfde achtergrond is wetenschappelijk bewezen. Door dit als standpunt naar voor te brengen binnen Jong Groen koester ik de hoop dat er een stroomversnelling kan komen om ervaringsdeskundigen ook als maatschappelijk relevant te zien.

“Opdat rokers niet meer zouden roken op het perron of aan bushaltes dient er aan elk station een aparte rokersruimte te worden voorzien.”

 

 

We weten allemaal dat roken nefaste gevolgen heeft voor de volksgezondheid. Met deze gedachte in het achterhoofd is het in mijn ogen heel onrespectvol van mensen om te roken op perrons of bushaltes. Dit zijn net plaatsen waar je lang moet staan wachten en een beetje 'gedwongen' bent om in deze kankerverwekkende rook te gaan staan. Als we logisch nadenken moet dit (het roken op deze plekken) gewoon verboden worden uit respect voor onze medemens en de volksgezondheid. met deze gedachte in het achterhoofd is het in mijn ogen heel onrespectvol van mensen om te roken op perrons, bushaltes en terrassen van restaurants en cafés.

Als jong groenen zijn we niet bang om standpunten in te nemen en zeker niet als deze de volksgezondheid ten goede komen.

“Het soft gebruik van drugs moet gelegaliseerd worden, het hard gebruik ervan moet worden gedecriminaliseerd.”

 

 

Het legaliseren van het softgebruik van drugs en het decriminaliseren van het hardgebruik van drugs zou de maatschappij alsook inclusiever maken, in de zin van het sociaal aanvaarden van deze zaken. Een repressief beleid en een war on drugs heeft de maatschappij steeds vaker ontwricht en maakt regio’s onveilig. Ook komt door deze drugsoorlog racisme bij te pas, dit bijvoorbeeld dat een groep allochtonen vaker als verdacht zal worden gekenmerkt. Ook zijn individuen uit een lagere sociale klasse vaak de dupe van het illegale circuit, mede gecreëerd door het criminaliseren van deze drugssoorten. Criminele bendes zoeken dergelijke individuen op omdat ze weten dat ze vatbaar zijn voor impulsen uit de drugswereld, met de gedachte dat ze hiermee geld kunnen verdienen. Het legaliseren van deze drugs meer geld ter beschikking stellen voor verschillende doeleinden. De overheid kan taksen leggen op de verkoop bij officiële winkels. Dit geldt kan dan weer ten dienste gesteld worden van de maatschappij. Ook wordt het probleem van de kwetsbaarheid van kansarme mensen opgelost door het decriminaliseren hiervan, want daardoor krijgen illegale circuits het moeilijker om hun product aan de man te brengen. Onderzoek toont aan dat alcohol schadelijker is in zijn geheel dan de meeste andere drugssoorten.

De drugs die in België mag worden geconsumeerd dient aan een aantal voorwaarden te voldoen. Hierbij dient rekening te worden gehouden met vanwaar de drugs komt. Drugs die gelinkt kan worden aan internationale criminaliteit moeten verboden worden.

“Er moet een strenger wettelijk kader komen voor ANPR-camera’s.”

 

 

Technologie dient niet als onuitputtelijk machtsmiddel om burgers voor onduidelijke doeleinden en zonder transparantie te surveilleren.

  • Opslag data ANPR-camera's gedurende één jaar is buitenproportioneel.
  • ANPR-camera's worden ingezet voor toepassingen die :
  1.   bij de goedkeuring op de gemeenteraad (als dat daar al ter goedkeuring lag) niet voorzien zijn
  2. op een andere minder invasieve manier ook kunnen bereikt worden.
  •  Slimme technologieën zijn geen doel op zich, maar komen ten goede van de burgers en burgers moeten te allen tijde controle hebben over de data die ze prijsgeven en weten
    wie ze kan consulteren, hoe lang ze bewaard blijven en tot welk hoger doel ze dienen.
    Camera's met gezichtsherkenning zijn een absolute no-go.
  • Technologische innovaties met betrekking tot slimme stadstoepassingen passeren eerst langs een ethische commissie die deze toetst aan criteria zoals duurzaamheid, gelijkheid en alle mensenrechten.
  • Deze commissie dient tevens na te gaan of de machine niet kan leren om te discrimineren

Technologie is geen natuurkracht. Technologie is niet goed of slecht. Technologie is een keuze. Een keuze die onze samenleving stuurt, beïnvloedt en vormt. Kortom, iets wat helemaal thuishoort op de agenda van een jonge progressieve partij die inzit met mensenrechten, duurzaamheid en sociale gelijkheid.

“Alle koppels hebben evenveel recht op een terugbetaling voor een IVF-behandeling.”

 

 

Een IVF-behandeling is een mooie, maar ook prijzige optie om mensen te helpen met hun kinderwens. Sinds 2003 wordt deze behandeling grotendeels vergoed door het ziekenfonds. Echter, enkel vrouwen worden vergoed. Inmiddels is dit dus een gedateerde visie op (het creëren van) leven, het is daarom tijd dat voor een nieuwe wet. Met Jong Groen pleiten voor een gelijke terugbetaling van IVF-behandeling ongeacht de gender en dit drie keer per persoon. Nu is het namelijk zo dat homokoppels geen recht hebben op terugbetaling en lesbische koppels maar liefst 12 keer vergoed kunnen worden. Wij pleiten voor om dit gelijk te trekken: geen benadeelde homokoppels of bevoordeelde lesbische koppels, maar iedereen die een eerlijke, gelijke kans op bevruchting heeft: drie keer per persoon. 

Een bijkomend voordeel is er voor single mannen, die nu helemaal niet vergoed kunnen worden, heterokoppels hebben nog altijd recht op zes behandelingen in totaal. Kortom, een standpunt dat perfect past binnen ons streven naar een gelijkwaardige, eerlijke en gezonde samenleving.

“Er moet een Europees sanctiemechanisme voor wereldwijde mensenrechtenschenders komen.” 

 

 

Van corruptie tot vervolging door de staat – overal ter wereld worden nog steeds mensenrechten flagrant geschonden. Klokkenluiders en journalisten die zulke onrecht in het daglicht stellen worden opgesloten, in levensgevaar gebracht of gewoon spoorloos verdwenen. België, en bij uitbreiding Europa, moet meer doen dan prijzen uitreiken en gemengde solidariteitsverklaringen uitspreken. Als jong groenen zijn we overtuigd dat een veilige wereld begint met de erkenning dat iedereen een menswaardig behandeling verdient ongeacht de huidskleur, religie, etniciteit of seksuele geaardheid; en de juiste handhaving daarvan. Daarom wordt er dubbel zo snel werk gemaakt van een Europees regelkader om schenders van mensenrechten wereldwijd te bestraffen. Zulke gerichte sancties kunnen voorkomen, onder anderen, in de vorm van een Europees reisverbod of bevriezing van alle financiële middelen die op dat moment in Europa zitten. Indien het niet lukt om tegen 2024 een eenduidig Europees kader op te stellen, gaat België een stap voor zetten en een eigen nationale sanctiewet opstellen dat eventueel aangepast kan worden in functie van de toekomstige Europese regels.

Als we mensenrechten hoog in het vaandel houden, dan moeten we het ook serieus nemen als wij zakendoen met andere landen. Er wordt voor gerichte maatregelen gekozen die vooral staatsacteurs, andere persoonlijkheden of bedrijven straffen dan een heel land viseren, wat weer onrechtvaardig is. Nederland nam al het initiatief in 2018/2019, maar na1 een paar vergaderingen en principeakkoorden gaat het uitermate traag. Er wordt voor 2024 gekozen omdat rond die tijd nieuwe Europese verkiezingen worden gehouden in normale omstandigheden. Uiteraard kunnen we hierover geen zekerheid bieden, maar alleszins moet er een streefdatum komen om onze ambities niet verder te verwateren.

“Jong Groen pleit voor bijkomende, betaalbare, duurzame en centraal gelegen sociale woningen.”

 

 

Sociale woningen zijn een goed alternatief dat ter beschikking gesteld wordt voor de sociaal-zwakkeren in onze samenleving. Mensen die problemen ondervinden op de woonmarkt bij het vinden van een betaalbaar huis, kunnen gelukkig hier terecht.

Om zowel de strijd tegen klimaatverandering als de strijd tegen armoede aan te gaan pleit Jong Groen voor meer, energieneutrale, kwalitatieve, sociale woningen die centraal gelegen zijn in woonkernen. Deze worden gebouwd in stads- en dorpskernen zodat de huurders vlot gebruik kunnen maken van de diensten en voorzieningen die in de kern aanwezig zijn. Ook de toegang tot het openbaar vervoer en deelmobiliteit wordt hierdoor makkelijker. Om dit te realiseren zal de Vlaamse overheid niet alleen extra sociale woningen moeten bijbouwen, maar ook de bestaande renoveren. Nieuwe en gerenoveerde sociale woningen kunnen aangesloten worden op lokale energie initiatieven zoals warmtenetten, gemeenschappelijke warmtepompen en zonnepanelen. Een mooi voorbeeld is hoe de stad Wenen in Oostenrijk hieromtrent te werk gaat. Het doel van dit standpunt is om de sociale woningen niet meer in wijken te organiseren, maar deze te centraal te vestigen. Doordat een persoon in een sociale woonwijk woonachtig is, speelt dit psychologisch mee doorheen zijn leven. 

Hij zal zich door zijn woonplaats benadeeld worden, anders bekeken voelen en zich wat afgezonderd voelen van de “anderen” die niet in een sociale woonwijk wonen. Indien sociale woningen tussen particuliere woningen zouden staan, kunnen we hiervan een inclusief verhaal maken. Want mensen dienen zich niet anders of uitgesloten te voelen door het feit dat ze in een sociale woning wonen.

“Taal als middel, niet als doel. We maken meertaligheid overal mogelijk.”

 

 

De overheid moet het mogelijk maken om niet alleen in crisisperiodes, maar ook daarbuiten over overheidsinformatie te kunnen beschikken in de meest gesproken talen in ons land. Elke burger moet even goed geïnformeerd worden, ondanks zijn talenkennis. Daarnaast kan anderstalig communiceren geen basis zijn om te discrimineren. Zo zal het kennen van het Nederlands niet worden gekoppeld aan het toekennen van een subsidie, financiële of materiële steun van de overheid of het erkennen van een vereniging. De overheid zet in de plaats in op een actief en open talenbeleid waar ieders taal gerespecteerd wordt en het Nederlands als hulpmiddel en niet als straf gebruikt wordt.

Jaren van constante druk vanuit het Vlaams-nationalisme heeft ervoor gezorgd dat een hele politieke klasse niet meer durft het status quo qua taalbeleid in vraag te stellen. Geen Nederlands kunnen of willen spreken is een misdaad tegen de mensheid geworden en informatie verspreiden in een andere taal buiten het Nederlands (raamaffiches, flyers, ...) wordt in sommige gemeenten bij politiebevel praktisch verboden gemaakt. Dat kan niet meer. Ja, taal is gemeenschapsvormend. Maar het is ook iets persoonlijk. Je leert het Nederlands niet omdat je moet, maar omdat je weet dat dat je verder helpt en jij wil communiceren met je medeburgers. Nederlands is geen voorwaarde om een Vlaamse en Belgische burger te zijn, maar het niet kunnen, kan burgers wel confronteren met discriminatie door informatietekort. Daarom is een stimulerend beleid gekoppeld aan meertalige overheidsinformatie noodzakelijk om die drempels weg te werken.

Jaren van constante druk vanuit het Vlaams-nationalisme heeft ervoor gezorgd dat een hele politieke klasse niet meer durft het status quo qua taalbeleid in vraag te stellen. Geen Nederlands kunnen of willen spreken is een misdaad tegen de mensheid geworden en informatie verspreiden in een andere taal buiten het Nederlands (raamaffiches, flyers, ...) wordt in sommige gemeenten bij politiebevel praktisch verboden gemaakt. Dat kan niet meer. Ja, taal is gemeenschapsvormend. Maar het is ook iets persoonlijk. Je leert het Nederlands niet omdat je moet, maar omdat je weet dat dat je verder helpt en jij wil communiceren met je medeburgers. Nederlands is geen voorwaarde om een Vlaamse en Belgische burger te zijn, maar het niet kunnen, kan burgers wel confronteren met discriminatie door informatietekort. Daarom is een stimulerend beleid gekoppeld aan meertalige overheidsinformatie noodzakelijk om die drempels weg te werken.

“Jong Groen staat voor menswaardige communicatie.”

 

 

Jong Groen gaat in zijn communicatie altijd uit van mensen. Hierdoor vermijden we een situatie op een persoon te plakken, alsof het een persoonskenmerk is. We passen dit breed toe, maar voorbeeld bij uitstek zijn mensen die zich in een situatie van dak- of thuisloosheid bevinden, we noemen hen dus niet meer dak- of thuislozen. 

 Als we de gedachte in de samenleving willen verspreiden dat mensen in armoede of dakloosheid geen individuele schuld treffen, is het belangrijk dat die situaties niet op die mensen plakken als persoonskenmerken. Woorden beïnvloeden ons denken en daarom is het van belang als Jong Groen respectvol te communiceren.

“We gaan voor universele huisvesting.”

 

 

Wonen is een basisrecht. Reeds in 1994 werd het recht op wonen opgenomen in artikel 23 van de grondwet: « Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden. Dit recht omvat het recht op een behoorlijke huisvesting». Ondanks de verankering van het recht op ‘behoorlijke huisvesting’ in de grondwet is de realiteit in Vlaanderen dat bijna 4 op de 10 woningen van ontoereikende kwaliteit is. Denk hierbij oa aan problemen met verwarming, elektriciteit en vocht en schimmel. Vooral huurwoningen zijn vaak van onvoldoende kwaliteit. Tot 47% van de private huurwoningen en 44% van de sociale huurwoningen voldoet niet aan de kwaliteitsvereisten. Daarenboven is er sprake van een forse ongelijkheid. Hoe lager het inkomen hoe groter de kans op een woning van gebrekkige 7 kwaliteit (Grote Woononderzoek, 2013). Naast een gebrekkige kwaliteit van vele woningen is er ook de grote kostprijs van wonen. Ruim de helt (52%) van de private huurders betaalt meer dan 30% van hun inkomen aan wonen. Bij sociale huurders gaat dit om 23% van de huurders. Tot 1 op de 3 huurders (zowel sociaal als privaat) houdt na de betaling van de huur onvoldoende middelen over om ‘menswaardig deel te nemen aan de samenleving’ (Steunpunt Wonen, 2018). Mensen met een laag inkomen wonen dus niet alleen vaker in woningen met een gebrekkige kwaliteit, ze betalen voor die woningen ook een zodanig deel van hun inkomen, dat er niet genoeg overblijft om menswaardig te leven. 

Het mag dan ook niet verbazen dat er elke week 232 huurders bedreigd worden met uithuiszetting (VVSG, 2019). Tot 155.000 gezinnen staan op de wachtlijst voor een sociale woning. Deze situatie is een welvarende regio als de onze onwaardig. Het recht op kwaliteitsvol wonen is fundamenteel en moet gelden voor alle lagen van de bevolking. Wij pleiten voor universele huisvesting. Wij ijveren voor een kwaliteitsvolle en betaalbare woning voor elke Vlaming. De prijs voor wonen dient in verhouding te staan tot het inkomen.

 

“Er moet meer aandacht komen voor logica en kritische zin in het basisonderwijs.”

 

Een redenering opbouwen en zien waar de denkfouten zitten in een redenering van een ander, zijn zeer nuttige kwaliteiten in het leven. Dit hoort zijn luxe te zijn voor de leerlingen die retoriek krijgen bij theoretische opleidingen in het middelbaar. Het is een basisvaardigheid die kinderen van jongs af aan moeten leren om later kritische burgers te worden die zelf hun stem durven/kunnen laten horen. Concreet betekent dit dat alle kinderen een hoofdstuk zouden moeten krijgen over de verschillende ‘drogredenen’ en de basis van syllogistiek: ‘Als A dan B, als B dan C dus Als A dan C’. Deze vaardigheden komen ook aan bod in het secundaire onderwijs.

Een redenering opbouwen en denkfouten kunnen opmerken zijn belangrijke vaardigheden in het leven. Indien we deze belangrijke vaardigheden al van in de basisschool aanleren, kunnen we ervoor zorgen dat drogredenen sneller worden ontmaskerd en zo het politiek debat verschuiven richting rationele argumentatie. 

“Er moeten genderquota komen voor docenten aan de Vlaamse hogescholen en universiteiten.”

 

 

Vrouwen en niet-mannen sijpelen topfuncties binnen, maar een volledig gelijke verdeling duurt op een organische manier nog minstens een generatie. Om een genderevenwicht in de Vlaamse hogescholen en universiteiten te bereiken volgen we het standpunt van Caroline Pauwels, de rector aan de VUB. Zij geeft de richtlijn om minstens ⅓ vrouwelijke* docenten als personeel aan te werven. Die richtlijn willen wij omzetten in een afdwingbare en algemene regel die geldt voor alle universiteiten en hogescholen.

Deze quota kunnen dwingend werken om verder te kijken dan de neus lang is, en bewust op zoek te gaan naar mensen buiten het eigen netwerk, of verder dan de ‘usual suspects’. Het einddoel is hier het automatisme doorbreken om zo een nieuwe - meer gebalanceerde- dynamiek op gang te brengen.

“De verplichte wachttijd van 6 dagen tussen de eerste consultatie in het abortuscentrum of ziekenhuis en de ingreep wordt verminderd naar 2 dagen.”

 

 

Als je je zwangerschap wilt afbreken, ga je hiervoor naar een abortuscentrum of ziekenhuis. De eerste consultatie bestaat uit een gesprek met een psychosociale medewerker en een medisch onderzoek. Alle bedenkingen en overwegingen kunnen aan bod komen. Het falen van de anticonceptie wordt besproken en er wordt gezocht naar het meest geschikte voorbehoedsmiddel voor de toekomst.

Je krijgt ook uitleg over de bestaande methodes van zwangerschapsafbreking. Pas 6 dagen hierna kunnen ze de procedure ook uitrollen. De meeste vrouwen die voor abortus kiezen, hebben die beslissing al gemaakt in hun hoofd nog voor ze een abortuscentrum binnenstappen. Voor die vrouwen is een wachttijd van 6 dagen lang en belastend.

“Termijn om de zwangerschap te kunnen afbreken, breiden we uit naar 18 weken na de bevruchting.”

 

 

Elk jaar worden er in België zo’n 17.257 zwangerschappen afgebroken. De laatste officiële cijfers dateren al van 2017. Ongeveer 9 op de 1.000 vruchtbare vrouwen* kiezen voor abortus. Elk jaar zijn er ongeveer 400 à 500 vrouwen* die naar het buitenland moeten om daar abortus te laten uitvoeren. 

Het gaat dan om een klein percentage mensen dat pas heel laat te weten komt dat ze zwanger zijn. Mensen kunnen vaak niet begrijpen hoe je zoiets niet kan weten, maar sommige vrouwen* zijn zwanger zonder dat ze iets merken of hebben een traumatische ervaring beleefd. Ze gebruiken een anticonceptiemiddel en hebben geen enkel symptoom dat op een zwangerschap duidt. Een abortus na 12 weken is inderdaad zwaarder, zowel medisch als psychologisch. Maar het alternatief voor diegenen: naar een ander land gaan om het uit te voeren, zonder terugbetaling, of heel de zwangerschap uitzitten en dan bevallen van een ongewenst kind is veel ingrijpender.

Onze visie op gelijke kansen en diversiteit

Diversiteit is een begrip dat onze samenleving typeert. We zien elke dag meer diversiteit optreden in de Belgische steden en gemeenten. Die diversiteit zorgt ervoor dat onze samenleving in beweging blijft en kan vooruitgaan. Elke partij, en dus ook iedere mens, moet keuzes maken in zijn omgang met die diversiteit. Willen we zorgen voor assimilatie? Willen we van de samenleving één homogeen gegeven maken? Willen we dat mensen hun cultuur en identiteit achterlaten eenmaal ze de Belgische grenzen betreden? Voor Jong Groen is dit niet de juiste manier om deel te  nemen aan de diversiteit in België en de wereld, We moeten ervoor zorgen dat er plaats is in onze samenleving voor de verschillende culturen en de daarbij horende identiteiten. Mensen hebben schrik van het onbekende, daarom dienen we het onbekende net bekend maken. Dat is de enige manier om mensen hun angst weg te halen. We moeten samenleven in plaats van te assimileren Toch zien we vandaag meer en meer een beleid dat gericht is op het achteruit stellen van mensen met een  andere cultuur, een andere taal, ... 

Aan de loketten wordt er enkel nog Nederlands gesproken in Vlaanderen, hoe kunnen mensen zich dan op een goede manier informeren? We pleiten vanuit Jong Groen daarom voor een systeem van actief pluralisme. Vanuit dit actief pluralisme gaan we bewust de kant op van meerdere stromingen. Dit gaat verder dan gewoon aanvaarden (wat je ook wel als ‘iets laten passeren’ zou kunnen zien). Dit maakt mensen mogelijk om mensen op basis van respect samen te laten leven in plaats van hen te scheiden. In onze samenleving zien we vandaag de dag tevens dat het om meer gaat dan elk etnisch racisme. We zitten in een samenleving waar we duidelijk zien dat intersectionaliteit optreedt. Mensen krijgen minder kansen niet enkel omdat ze een bepaalde etnische afkomst hebben, ze krijgen die kansen ook niet omwille van hun gender, klasse, geloof, seksuele oriëntatie, het al dan niet hebben van een beperking, ... We pleiten er vanuit Jong Groen dan ook voor om alle vormen van onderdrukking weg te werken. Jong Groen streeft tevens voor inclusieve universaliteit.

Daarmee wordt bedoeld dat mensenrechten pas universeel zijn als er op dezelfde wijze rekening wordt gehouden met de bekommernissen, noden en waarden van de minderheidsgroepen als met die van de dominante groepen. Schenders van die mensenrechten dienen tevens gestraft te worden, daarom pleiten we ook voor een Europees sanctiemechanisme. We pleiten er voluit voor om mensen alle kansen te geven en hen tevens te helpen bij het grijpen van die kansen. Daarom maken we komaf met taalbeperkingen in door de overheid georganiseerde instellingen, en roepen we een halt toe aan regels en praktijken die een wij-zij-denken in de hand werken.

Onze visie op armoedebestrijding

Geld maakt niet gelukkig, maar het is gemakkelijker gelukkig te zijn met geld. Dan hebben we het nog steeds over de laagst mogelijke marges om menswaardig door het leven te gaan. Armoede gaat om meer dan geld alleen, armoede kan ook cultureel of sociaal zijn. Men spreekt vaak van kansarmoede, wij zien dat als een armoede aan kansen. Daarom willen we de initiatieven die die drempels verlagen en kansen scheppen zoveel mogelijk ondersteund zien. De goedheid van de mensen is één ding, structurele steun maakt het mogelijk dat deze ook gedragen wordt en de impact kan hebben die ze verdient In België slaagt het beleid er al jarenlang niet in de armoede structureel te verminderen de de kinderarmoede wordt sinds 2005 zelfs elk jaar groter. Er is dus duidelijk ander beleid nodig, dat verder gaat dan meer middelen, al zijn die natuurlijk ook noodzakelijk. Jong Groen pleit in de eerste plaats voor een basisinkomen, door deze financiële basis kan iedereen op een menswaardige manier participeren aan de samenleving.

Armoede is een heel complex probleem, het kent veel verschillende oorzaken en uit zich ook op verschillende vlakken. Jong Groen wil daarom meer aandacht voor mensen die het moeilijk hebben, op vlak van wonen en onderwijs. Maar ook de zoektocht naar een job, een degelijk pensioen en degelijke betaalbare zorg. De veranderende economie en samenleving brengen ook nieuwe uitdagingen op vlak van duurzaamheid, het is zeker belangrijk om te zorgen dat dit niemand uitsluit of onverhoeds benadeelt. Hier zijn natuurlijk voldoende middelen voor nodig, daarom is het belangrijk werk te maken van echt rechtvaardige belastingen. 

Daarnaast wil Jong Groen meer oog voor de binnenkant van armoede. De samenleving moet het voor iedereen mogelijk maken een sociaal leven te hebben, met voldoende vriendschap, cultuur en sport. Er is ook meer aandacht nodig voor de mentale kwetsuren van mensen in (generatie)armoede. Pas met voldoende persoonlijke kracht bij mensen in armoede, kan de samenleving hen ook echt kansen bieden.

Ten slotte wil JG komaf maken met de visie dat mensen in armoede een individuele schuld treffen, wel gaat het om een gedeelde maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Onze visie op gendergelijkheid

Europa scoorde in 2019 gemiddeld 67,4 procent op de ‘Gender Equality Index’. Hier zien we als Jong Groen nog veel ruimte voor verbetering. Voornamelijk de verdeling van de macht tussen de verschillende genders is nog lang niet evenwichtig. In 2017 bedroeg het percentage vrouwelijke ministers over heel Europa een schamele 28,1 %. België lag met zijn 27,2 % zelfs onder dat percentage. Het aandeel vrouwelijke leden in de bestuursraden van de grootste Belgische bedrijven lag op 29,6 %. Deze getallen zijn veel te laag. Ook wetenschappelijk onderzoek stelt dat een proportionele representatie van de bevolking in machtsposities een democratische kwaliteit levert, zoals een hogere kiezersopkomst.

In België hebben we het geluk dat de basis voor gendergelijkheid, zoals educatie en toegang tot anticonceptie, grotendeels gedekt is. Een grote uitdaging waar onze maatschappij echter nog voor staat, is om ons minder te laten leiden door genderstereotypes en vooroordelen. Daardoor krijgen verschillende genders met veel meer obstakels te maken dan mannen tijdens de klim naar de top. 

Als vrouw* voluit voor je carrière gaan is niet zo eenvoudig, aangezien vrouwen in vergelijking met mannen gemiddeld 8,5 uur per week meer besteden aan onbetaald werk, zoals zorg voor kinderen en het huishouden. Feminisme is voor elk gender belangrijk. Uit een studie blijkt dat 62% van de Belgische mannen de gelijkheid tussen man en vrouw* persoonlijk belangrijk vindt. Samen werken we aan een rechtvaardigere wereld voor ieder gender.

Net zoals in zovele domeinen, geeft de jeugd ook op vlak van gendergelijkheid vorm aan de toekomst. Dat maakt onderwijs zo belangrijk. Het patriarchaal maatschappijbeeld wordt al van kinds af aan gevormd of gebroken.  De Vlaamse overheid gaat na hoe gender en seksualiteit vandaag in het onderwijs aan onze jeugd aangeleerd wordt en welke vooroordelen doorgegeven worden. Op basis daarvan stelt ze nieuwe richtlijnen op, die bijdragen aan een genderneutrale en respectvolle maatschappij, inclusief in het seksuele domein. In die richtlijnen wordt werken rond stereotypering vanaf de kleuterschool opgenomen.

Reacties

Please check your e-mail for a link to activate your account.
  • Jong Groen
    published this page in Standpunten 2020-07-24 09:09:55 +0200
#detoekomstisvanons