Tussentijdse balans Vlaams cultuurbeleid

In het tropisch weertje van de eerste zomerweken ontmoet ik Bart Caron, Vlaams parlementslid en expert cultuurbeleid, en Patrick Allegaert, artistiek leider van het Gentse Dr. Guislainmuseum. Bij het naderen van het zomerreces maken we de balans op van een jaar Vlaams cultuurbeleid onder minister Joke Schauvliege. Caron en Allegaert komen elkaar wel vaker tegen. Zij werken beiden aan het Vlaams Cultuurbeleid maar vanuit verschillende banken. Caron vanuit de parlementaire commissie Media en Cultuur, Allegaert vanuit de beoordelingscommissie Kunsten en Erfgoed.

Zij vullen mekaar perfect aan. Als opposant is Caron mals noch karig met kritiek. Allegaert nuanceert en benadrukt de positieve punten. Caron's houding is wat je constructief kritisch kan noemen: oprecht over wat fout loopt maar bereid tot het formuleren van alternatieven. De passie en liefde voor de kunsten staan vooraan voor beide heren. Het beleid is slechts een glijmiddel dat talent laat bloeien. Beiden stemmen ermee in dat een goed cultuurbeleid ademruimte moet geven aan artiesten om het spel te spelen. "Het beleid hoort geen artistieke of ideologische keuzes te maken en dat hebben we intussen in Vlaanderen al een tijdje begrepen", stelt Allegaert.

Schauvliege en het lokale theater

Vlaanderen maakte kennis met Joke Schauvliege als de nieuwe minister met een hart voor lokaal amateurtheater. Na het beruchte interview reageerden een aantal cultuurtenoren bezorgd over haar kennelijk gebrekkige culturele interesse. Een te snelle reactie volgens Allegaert: "Men moest haar de tijd geven zich in te werken en zich waar te maken. Maar zo'n uitspraken achtervolgen je natuurlijk, net als de Marseillaise van Leterme en Anciaux die het had over "De Nachten" in plaats van de "De Avonden" van Reve." Caron vindt haar opstelling in dat eerste interview dubieus. "Misschien wou ze net een statement maken naar de verwaande, pretentieuze types uit het wereldje", stelt Caron. Nu, hoe deed ze het intussen?

Kunstendecreet

"Schauvliege gaat correct om met het Kunstendecreet. De geest van het decreet wordt gevolgd en meer en meer verwerkelijkt, vooral door het goede werk van de beoordelingscommissie", zegt Caron. Allegaert verklaart de bedoelingen van het Kunstendecreet als een schottenloos decreet. "Men wil de schotten tussen de verschillende takken als theater, beeldende kunsten en erfgoed opheffen en uitgaan van de gemeenschappelijkheden tussen de verschillende disciplines. Dat was een ambitieus project en deze minister houdt zich duidelijk aan deze lijn." Hij meent dat er mede hierdoor ook vanuit het terrein een meer volwassen houding aan het groeien is die deze benadering overneemt in plaats van het ieder voor zich denken.

Sociaal-culturele sector

Andere verdiensten zijn volgens Allegaert dat de minister de beoordelingscommissies hun werk laat doen en dat de voorgestelde rankings van projecten worden gerespecteerd. Toch herinneren we ons allemaal hoe Schauvliege sommige adviezen halstarrig naast zich neerlegt, zoals in het geval van de Liga van de Mensenrechten. Caron: "In de sociaal-culturele sector werden inderdaad een aantal organisaties, zoals de Liga voor de Mensenrechten, uitgesloten van subsidies ondanks een positief advies van de beroepscommissie. Het kan voor mij niet dat zij de adviezen van de beoordelings- en de beroepscommissie afwijst zonder grondige redenen." Voor Caron is het essentieel dat de administratie oordeelt over zakelijke aspecten en dat de mening van de experten gevolgd wordt voor inhoudelijke keuzes, tenzij men zeer grondige redenen heeft om hiervan af te wijken. Intussen won de Liga het beroep voor de Raad van State en zal de minister de procedure opnieuw laten doorgaan. "Hopelijk zal zij anders beginnen omgaan met de sociaal-culturele sector", besluit Caron. Van enige ideologische vooringenomenheid in het gedrag van Schauvliege is er volgens beide heren geen sprake. "In de laatste tien jaar is er heel veel gebeurd en ontstond er een zeker volwassenheid op dat vlak", stelt Allegaert.

Beleidsnota vs. besparingen

De verdeling tussen projectmiddelen en structurele subsidies door minister Schauvliege is een heikel punt. Op dit ogenblik moet nog afgewacht worden hoe deze verdeling verder zal gebeuren. In haar beleidsnota beloofde de minister de pot voor projectmiddelen groter te maken, maar in realiteit gebeurt nu het tegenovergestelde. Ook voor het internationaal cultuurbeleid dreigt een kaalslag, het budget wordt gehalveerd. Beloftes worden niet uitgevoerd. "We komen van een zeer laag budgetpercentage voorzien voor projectaanvragen. Onder Anciaux werd de pot voor projectmiddelen steeds kleiner tot het daalde tot 2% op het einde van zijn ministerschap. Schauvliege beloofde dit op te trekken tot 10%, maar in de realiteit gaat het de totaal andere richting uit", benadrukt Caron. Hier komt bovendien het effect bij van de besparingen. De kloof tussen de twee soorten subsidies wordt nog groter gemaakt door sterker op projecten te bezuinigen dan op de meerjarige subsidies. "Het is blijkbaar makkelijker om te beslissen geen ‘nieuw' geld meer uit te geven dan om bestaande geldstromen in te krimpen. Niet erg moedig.", zegt Caron.

Van nieuwe projecten tot kunstverval

Wat is er dan problematisch aan deze besparingslogica? "Bijkomende projectmiddelen zijn zeer belangrijk om nieuwe, jonge initiatieven te laten groeien", klinkt het eenstemmig. Hoewel er in de laatste jaren te veel organisaties subsidies kregen, is het toch belangrijk nieuwe middelen beschikbaar te houden. Tegelijk moet immers ook gesnoeid worden als niet langer aan bepaalde eisen voldaan is. Nieuwe projecten zouden niet langer vrijwel automatisch mogen doorschuiven naar structurele steun.
Caron: "Ik zeg soms ‘Het is makkelijker om subsidies te krijgen dan om ze te verliezen'." Het is een boutade om te zeggen dat cultuurbeleid naar conservatisme neigt. Je geraakt moeilijk aan subsidies, maar als je ze dreigt te verliezen, wordt politieke steun gezocht. Daarnaast zijn de deuren te wijd opengezet. Te veel gezelschappen, versnippering en te kleine budgetten. We moeten selectiever worden en de goede artiesten beter steunen. En jonge artiesten groeikansen geven. "Kunst is een evolutief gebeuren, het volgt een cyclische beweging van nieuw naar geconsacreerd tot verval. Projectgelden stimuleren nieuwe ideeën en laten ze toe zich verder te ontwikkelen. Tegelijk moeten we er rekening mee houden dat gevestigde waarden neigen naar verval", vindt Caron.

Waar moeten we naartoe?

"Tien jaar geleden kenden we een sleutelmoment, toen werd kunst en cultuur in Vlaanderen prioritair. Vandaag wordt er alleen geaarzeld en ingekrompen", zegt Allegaert. In de laatste tien jaar steeg het budget voor cultuur met meer dan honderd procent . Werd de kunstensector dan niet verwend? "Nee", benadrukt Caron "want het ging om een inhaalbeweging. Er werd in de eerste plaats ingezet op erfgoed, beeldende kunsten, letteren en lokaal cultuurbeleid. Maar we zijn nog helemaal niet thuis. Cultuur is nog steeds slechts 2% van de Vlaamse begroting!". Men is het erover eens dat Vlaanderen zich ontplooide als een artistiek bloeiende regio omdat er veel talent is en omdat er een intelligent beleid gevoerd werd. "Vandaag", zegt Caron, "plukken we de vruchten hiervan. Het is als een bloemenveld: met weinig bloemen is elke bloem de moeite waard. Vandaag is het veld zeer rijk aan bloemen en moeten we durven snoeien en een onderscheid maken tussen de mooie en minder mooie.."

Auteur: An Van Raemdonck

Reacties

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
Door gebruik van dit formulier accepteert u Mollom's privacybeleid.