Wie vist er achter het net?
Al eeuwenlang jaagt de mens op vis om te voorzien in zijn dagelijkse eetbehoeften. Kleinschalige vissers hadden weinig of geen impact op de populatie, maar sinds de industriële revolutie worden vissersboten groter en sneller en hebben ze steeds meer hoogtechnologische snufjes aan boord. Vandaag zijn veel soorten met uitsterven bedreigd en gaat het slecht met de toestand van de oceanen. Miljoenen mensen zijn afhankelijk van de visvangst en voor meer dan één miljard mensen is het een noodzakelijk deel van hun voeding. Zijn de visbestanden in onze oceanen nog te redden? Peper trok op onderzoek.
Genoeg vissen in de zee?
De globalisering van de visserij begon in het midden van de vorige eeuw toen men op grote schaal begon te vissen buiten de eigen wateren. Uit alle delen van de wereld voeren grote vissersvloten naar de rijke visgebieden. Door de destructieve vismethoden, die vandaag de dag nog altijd gebruikt worden, zorgde dat voor grote problemen voor de biodiversiteit. Het ene visbestand na het andere stortte in en veel van deze soorten zijn, ondanks een visverbod, nog altijd niet hersteld. Sindsdien zijn er echter weinig lessen getrokken en vist men onverminderd verder. Als er geen drastische maatregelen worden getroffen om over te schakelen naar duurzame visserij, zullen de meeste commerciële vissen tegen 2050 verdwenen zijn.
Momenteel bedraagt de mondiale visvangst 100 miljoen ton per jaar en dat cijfer zit nog steeds in de lift. Naar schatting een kwart ervan wordt illegaal gevangen, maar het werkelijke cijfer ligt waarschijnlijk veel hoger. Wereldwijd wordt 30% van de visvoorraden overbevist en voor de populaire soorten is dat maar liefst 70%. In de Europese wateren loopt dat zelfs op tot bijna 90%, waardoor wetenschappers ernstige twijfels hebben of herstel nog mogelijk is. In de Noordzee bijvoorbeeld, zijn de aantallen kabeljauw en schelvis enorm gedaald. De Europese Unie heeft echter visquota opgelegd in combinatie met een verkleining van de vissersvloot, waardoor de visbestanden geen kritieke waarden meer kunnen bereiken. Vissoorten die in het Middellandse Zeegebied leven, zijn er echter veel slechter aan toe.
Vissen in dezelfde vijver
Wie Middellandse Zee zegt, zegt blauwvintonijn. Deze grote, majestueuze vis zwemt jammer genoeg op de rand van de afgrond. Jarenlang is de soort op grote schaal overbevist, met als gevolg dat de populatie een kritieke status heeft bereikt. De laatste 15 jaar is er 80% minder vangst en dat heeft verschillende oorzaken. De belangrijkste reden is dat de vissersvloot, in verhouding met het visbestand waarop men jaagt, te groot is. Grote aantallen hightech vissersvaartuigen worden vaak voorafgegaan door kleine verkenningsvliegtuigjes die vanuit de lucht op zoek gaan naar scholen vis.
Japan heeft een sleutelrol gespeeld in de teloorgang van deze vissoort. Op zoek naar nieuwe tonijngronden voor hun lucratieve sushimarkt, een miljoenenbusiness, kwamen ze al snel terecht in het Middellandse Zeegebied. De visvangst wordt echter door niemand grondig gecontroleerd. Het ICCAT, de Internationale Commissie voor het Behoud van de Atlantische Tonijn, is verantwoordelijk voor het opstellen van de vangstquota.
Paradoxaal genoeg gaat ze daarbij zelf in tegen de aanbevelingen van haar eigen wetenschappers en stelt ze hogere vangstquota op dan nodig is voor het herstel van de soort. Wetenschappers adviseren een vangst van 10000 ton per jaar om de soort te laten herstellen, maar de ICCAT staat dit jaar een vangst toe van 13 500 ton. In 2008 was dat zelfs nog 28500 ton. De werkelijke cijfers liggen echter nog veel hoger. Men schat dat 61000 ton werd gevangen in 2008, meer dan twee keer de toegelaten quota van dat jaar en meer dan zes keer het aantal om de soort te laten herstellen!
In maart van dit jaar werd op de Cites-conferentie (de conferentie van de Conventie voor de Internationale Handel in Bedreigde Diersoorten) in Doha het voorstel van Monaco, dat de handel in blauwvintonijn volledig wou verbieden, verworpen. De reden daarvoor is de politieke koehandel van Japan, dat veel stemmen heeft gekocht van Afrikaanse landen. Zo denkt ook Bas Eickhout, het Nederlandse Europarlementslid voor GroenLinks: "Japan wint dan wel deze stemming, maar ze doen zichzelf de das om: over een paar jaar is er geen blauwvintonijn meer: een pyrrusoverwinning."
Kapers op de kust
Voor de kusten van West-Afrika speelt zich een gelijkaardige tragedie af. Grote trawlerboten uit welvarende landen, waaronder Aziatische landen zoals China, maar ook landen uit de EU, schuimen de volledige westelijke kust af, van Marokko tot Angola, op zoek naar snelle, grote vangsten. De Europese Unie besteedt tientallen miljoenen euro's om vislicenties op te kopen bij de overheden van deze ontwikkelingslanden zodat Europese schepen hun slag kunnen slaan. De illegale handel is er veel groter dan de legale en in dertig jaar tijd zijn ze erin geslaagd het visbestand te halveren. Het grootste gevolg daarvan, namelijk minder vis, treft vooral de lokale bevolking die afhankelijk is geworden van bush meat, wat op zijn beurt nefast is voor de biodiversiteit van de regenwouden. Onze noorderburen waren dertig jaar geleden één van de voorlopers in deze wateren en vissen er nog steeds.
Ook de Oost-Afrikaanse kust en vooral de kust van Somalië, kreeg het hard te verduren. Na de ineenstorting van het land kregen Europese en Oost-Aziatische landen vrij spel in de Golf van Aden en plunderden ze de rijke visgronden. De situatie voor de vissers aan de kust werd daardoor onhoudbaar. Het geld dat de westerse landen betaalden voor de visrechten in deze wateren, kwam terecht bij lokale krijgsheren. Het werd gebruikt om de aankoop van wapens te financieren en de vissers ervan te voorzien. Voor die laatste was piraterij een uitweg voor hun situatie en veel lucratiever dan te blijven vissen.
Boter bij de vis
Een onderzoek van de Europese Rekenkamer uit 2007 legde een aantal pijnpunten in het Europese visserijbeleid bloot. Vooreerst is er het feit dat de vangstgegevens noch volledig noch betrouwbaar zijn. De inspectiemechanismen zijn geen garantie voor doeltreffende preventie en ontdekking van inbreuken in de sector. Ook kan niet worden aangetoond dat er voor elke overtreding een vervolging wordt ingesteld. Ten slotte wordt gesteld dat de overcapaciteit ten koste gaat van de rendabiliteit van de vissector zelf. Europarlementslid voor Groen! Bart Staes stelt dan ook het volgende op zijn website: "Het voortduren van deze situatie zou zware consequenties hebben, niet alleen voor het bestand, maar ook voor de toekomst van de visserijsector zelf en voor de gebieden die daarbij betrokken zijn." Hij voegt er ook een reeks aanbevelingen aan toe voor een duurzamere exploitatie van het visbestand waarvan we er hier enkele in verkorte versie opsommen:
• de kwaliteit van de vangstgegevens verbeteren door meer en betere controle
• een elektronisch registratie- en meldingssysteem voor gegevens over visserijactiviteiten invoeren
• lidstaten dienen bevoegde autoriteiten erop te wijzen dat zij afschrikwekkende sancties moeten opleggen
• druk op nalatige lidstaten vergroten
• de Commisie en de lidstaten proactieve maatregelen laten treffen om vangstcapaciteiten te beperken
Door de mazen van het net
Visbestanden lijden erg onder overbevissing, maar de manier waarop men vangt heeft ook ernstige gevolgen voor zowel de biodiversiteit als voor de algemene toestand van de wereldzeeën.
Met bijvangst wordt het ongewild vangen van vissen of andere diersoorten bedoeld. Bijvangst gaat meestal gewoon terug overboord en is in alle wereldzeeën een ernstig ecologisch probleem. Het aantal loopt op in de miljoenen tonnen vis die ieder jaar verspild worden door het teruggooien in zee. De mogelijke redenen daarvoor zijn onder andere te klein, beschadigd, beschermd, enz. Het overgrote deel echter, is gewoon commercieel oninteressant doordat ze moeilijk te verwerken of te verkopen zijn. Niet alleen gewone vis: ook honderdduizenden haaien, schildpadden, albatrossen en zelfs walvissen raken ieder jaar verstrikt in de netten en zijn ten dode opgeschreven. Het sterftecijfer van de dieren die terug in de zee worden gegooid, bedraagt meer dan 80%! De dieren die toch, letterlijk en figuurlijk, door de mazen van het net glippen, zijn er vaak zo erg aan toe dat ook zij geen kans meer maken.
Toch zijn er alternatieven voor de meest vervuilende vistechnieken. Staandwantnetten bijvoorbeeld slepen niet over de bodem, maar hangen in zee zodat vissen er zelf inzwemmen.
Een andere optie die veel van de bijvangst kan doen afnemen, is simpelweg het aanpassen van de netten, waardoor ongewilde soorten kunnen ontsnappen. De pulskor is nog een alternatief. Hij bevat elektrodendragers die elektrische pulsen naar de bodem zenden en waarmee vissen of garnalen worden opgeschrikt die zo in het net belanden. De bodem wordt minder verstoord en de andere dieren zouden er nauwelijks op reageren. Het lijkt een stap in de goede richting, maar er is nog bijkomend onderzoek nodig.
Als een vis in het water?
Een toepassing in de visserijsector die in vraag moet worden gesteld is de aquacultuur. Vissen die in het wild worden gevangen, worden gevoerd aan in gevangschap gekweekte soorten waaronder blauwvintonijn en zalm zodat welvarende landen kunnen blijven voorzien in hun favoriete vis. Deze paradox lost niets op aan het probleem van overbevissing en draagt er in de meeste gevallen toe bij. Het probleem wordt opgeschoven naar de kleinere vissen zoals sardines en ansjovis die fungeren als voer. Voor 1 kilo tonijn bijvoorbeeld, is ongeveer 10 kilo wilde vis nodig. Op deze manier evolueren we naar een oceaan met alleen nog maar wormen en kwallen. Een duurzamere vorm van aquacultuur dringt zich meer en meer op.
Vissen aan het einde van de lijn
Het ziet er nog niet naar uit dat de situatie van de visbestanden de komende jaren een drastische, laat staan duurzame wijziging zal ondergaan. Daarvoor zijn de financiële belangen van bepaalde landen en plaatselijke autoriteiten te groot. De Europese regelgeving kan en moet volgens Jong Groen! veel ambitieuzer en duurzamer zijn als we willen dat ook toekomstige generaties nog vis kunnen blijven eten. Een nieuwe wetgeving dringt zich op, want het huidige beleid stinkt naar rotte vis.
Auteur: Mike Vandeperre



Reacties
Nieuwe reactie inzenden