Van Hopenhagen naar Nopenhagen
Van 7 tot en met 18 december 2009 vond in de Deense hoofdstad Kopenhagen een grote klimaattop plaats. Jaarlijks is het verzamelen geblazen voor de 192 landen, die het Kyotoprotocol uit 1992 ondertekenden. Kopenhagen moest vooral de opvolger van Kyoto worden. Het protocol van 1992 verplichtte talrijke industrielanden om de uitstoot van hun broeikasgassen te verminderen met een vast aantal procent. De termijn van het Kyoto-protocol loopt echter af in 2012 en in Kopenhagen werd gezocht naar een degelijke opvolger. De klimaattop resulteerde echter in een ontgoocheling.
Het belang van Kopenhagen
Verschillende wetenschappers komen tot dezelfde conclusie: de aarde warmt op en de mens is hiervoor grotendeels verantwoordelijk. Kopenhagen was hét moment om voor een vooruitstrevend klimaatbeleid te kiezen. De uitdagingen voor de top waren dan ook niet van de minste. Tegen 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 50% verminderen in vergelijking met het niveau in 1990.
Verloop van de top
Op de top waren er de onderhandelaars, ministers en afgevaardigden die in naam van hun land spraken. Daarnaast waren er de internationale organisaties binnen het VN-systeem die vertegenwoordigers sturen. Zij probeerden als waarnemer op de onderhandelingen te wegen vanuit een internationaal perspectief. Ten derde was er een omvangrijke groep mensen aanwezig die een grote verscheidenheid aan ngo's en andere organisaties vertegenwoordigde. Deze lobbyisten kwamen zowel uit de groene hoek als uit de klassieke energiesector.
Nog voor het begin van de klimaattop in Kopenhagen hoorden we al onheilsberichten. Zo was voor de Amerikaanse topfunctionaris Michael Froman een juridisch bindend internationaal akkoord uitgesloten. Zowel Barack Obama als de Chinese premier Hu Jintao bevestigden in eerste instantie het bericht. Ook in België bereidde men zich voor op de klimaattop. Alle partijen in de Kamer vonden dat de industrielanden de CO2-uitstoot tegen 2020 met 25 tot 40 procent moeten verminderen. Dat vinden we terug in een voorstel van resolutie die de bevoegde commissie naar aanleiding van de klimaattop unaniem goedkeurde.
Toen de klimaattop halverwege was, konden we een eerste balans opmaken. De onderhandelingen leverden vooral veel ruzie op. De ontwikkelingslanden waren bijvoorbeeld bijzonder ontevreden met de Europese klimaatsteun voor hen. De Europese regeringsleiders beslisten namelijk om slechts met 7,2 miljard euro naar Kopenhagen te trekken. Een quote van Hugo Chavez (president van Venezuela) toont hoe groot het wantrouwen was: "Als het klimaat een kapitalistische bank was, dan was het al lang gered."
Daarna was alle hoop gericht op de regeringsleiders die in een laatste fase voor een politiek akkoord konden zorgen. De klimaattop raakte echter in tijdsnood, waardoor er slechts een deelakkoord uit de bus viel.
Wat houdt het deelakkoord in?
Kort samengevat houdt het deelakkoord van Kopenhagen de volgende punten in:
- De opwarming van de planeet moet beperkt blijven tot twee graden Celcius. In de tekst wordt niet gespecificeerd hoe dat doel bereikt moet worden.
- Op korte termijn wordt 30 miljard dollar vrijgemaakt. Tegen 2020 moet dat bedrag opgeklommen zijn tot 100 miljard dollar. Het geld is vooral bedoeld om de landen te helpen die het meest kwetsbaar zijn voor de klimaatverandering.
- In februari 2010 moeten alle landen hun toezeggingen voor het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen in 2020 op tafel leggen. De tekst zegt niets over de afdwingbaarheid van de toezeggingen of over de sancties voor landen die hun doelen niet halen.
- De reductiebeloftes van rijke landen komen onder ‘rigoreus, robuust en transparant' toezicht van het VN-klimaatbureau te staan. Ontwikkelingslanden zullen nationaal rapporteren.
- De bijlage van het akkoord stelt dat alle landen ernaar zullen streven de afspraken op de volgende klimaattop in december 2010 in Mexico te verwerken tot een juridisch bindend akkoord.
In 2010 naar een gedurfd beleid?
Kopenhagen heeft bewezen dat de strijd tegen de klimaatverandering slechts moeizaam tot het prioriteitenlijstje van politici doordringt. Jong Groen! blijft daarom ijveren voor een gedurfd en ambitieus klimaatbeleid. Het radicale klimaatbeleid richt zich op drie grote doelstellingen: een drastische reductie van de broeikasgassen, het realiseren van een ware energierevolutie en het vergroenen van onze economie.
Tegen 2050 moet de globale uitstoot van broeikasgassen immers worden gehalveerd. Voor de industrielanden betekent dit een reductie van maar liefst 80 à 90% ten opzichte van het uitstootniveau van 1990. Het 20-20-20-klimaatplan van de Europese Commissie ambieert voorlopig 20% minder uitstoot van broeikasgassen tegen 2020.
Voor België betekent dit een reductie van 15%. Volgens Jong Groen! moet België zich ijveriger tonen: 30% minder broeikasgassen tegen 2020, 50% tegen 2030 en 90% tegen 2050, zoals het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) voorschrijft. Om dit te realiseren, pleit Jong Groen! voor een nationale klimaatwet. Zo'n klimaatwet legt duidelijke, bindende reductiedoelstellingen op korte, middellange en lange termijn vast.
We moeten kiezen voor een lager energieverbruik, minder energieverslindende productieprocessen en een meer gedecentraliseerde productie van energie en elektriciteit. Jong Groen! wil daarbij maximaal de kaart trekken van hernieuwbare energiebronnen zoals zon, wind en duurzame vormen van waterkracht en biomassa.
Een klimaatbeleid levert veel meer op dan alleen een gezond leefmilieu. Kiezen voor een ecologische economie is immers ook economisch interessant. Dankzij ecologische innovatie kan België belangrijke concurrentievoordelen opbouwen en extra jobs creëren. Bedrijven die investeren in ecologische vernieuwing of nieuwe groene jobs realiseren, moeten extra gestimuleerd en beloond worden.
Enkele concrete voorstellen op een rijtje:
Een complex probleem als de klimaatsverandering vraagt om een geïntegreerde oplossing. Een klimaatbeleid voeren betekent dus ingrijpen op alle sectoren van het maatschappelijk en economisch leven: energie, landbouw, huisvesting, transport, ... . Tal van maatregelen op alle niveaus zijn daarom noodzakelijk:
- Een nationale klimaatwet met bindende reductiedoelstelling op korte en lange termijn
- Fiscale stimuli voor ecologische innovatie en tewerkstelling
- Investeren in de energieprestatie van gebouwen, bijvoorbeeld door een belastingskrediet voor energiebesparende maatregelen en nieuwbouw in sociale huisvesting aan passiefhuisnormen
- Het realiseren van sociale ecowijken in onze grootsteden
- Strengere CO2-normen voor auto's en energiecentrales
- Ecofiscaliteit, bijvoorbeeld CO2 -en energietaks, een slimme kilometerheffing voor auto's en vrachtwagens en een kerosinetaks voor de luchtvaart
- Stimuleren van groene consumptie
- Werk maken van een duurzame mobiliteit door investeringen in openbaar vervoer, fietspaden en groene wagens
- Investeren in klimaatneutrale scholen en klimaateducatie op de schoolbanken
Enkele reacties op het akkoord:
Broederlijk Delen reageert bijzonder teleurgesteld op het resultaat van de klimaattop van Kopenhagen. "Dit is een zwak en moreel gezien onaanvaardbaar resultaat. Het is een regelrechte ramp voor miljoenen armen in het Zuiden" zegt Pol De Greve, directeur van Broederlijk Delen
11.11.11 omschrijft het akkoord als "een beschamende vertoning en de slechtst denkbare deal."
"Dit zijn de Verenigde Naties en deze naties zijn niet verenigd als een deal in het geheim wordt afgesloten" zegt Friends of the Earth. "De Verenigde Staten hebben tegen de wereld gelogen toen ze het een deal noemden en ze hebben honderden landen belogen toen ze beloofden naar hun vragen te luisteren."
Vlaams parlementslid Hermes Sanctorum (Groen!) keert met gemengde gevoelens terug uit Kopenhagen. Als milieudeskundige vertegenwoordigde hij er het Vlaams Parlement op de klimaatconferentie COP15.
Volgens Hermes stelt het aanvaarden van de twee graden Celsiusgrens niets voor als tegelijkertijd geen duidelijke doelstellingen worden vastgelegd met betrekking tot de reductie van broeikasgassen. Duidelijke doelstellingen zijn in de eindverklaring niet te vinden. Ook de steun voor ontwikkelingslanden is vaag. Alles wordt naar toekomstige vergaderingen doorgeschoven.
Tenslotte blikt Hermes Sanctorum vooruit en ziet hij een belangrijke rol weggelegd voor Vlaanderen: "Volgend jaar neemt België het Europees voorzitterschap op en zal de Vlaamse minister van Milieu de raad van milieuministers voorzitten. Vlaanderen heeft dus een cruciale rol te spelen. Het Vlaamse optreden in Kopenhagen voorspelt echter weinig goeds. Vlaanderen was in Kopenhagen tegenstander van een Europese reductie in broeikasgassen van 30% tegen 2020. Vlaanderen zal dus een ommezwaai moeten maken om haar eigen burgers en die in de ontwikkelingslanden te beschermen tegen de gevolgen van de klimaatopwarming. De tijd van palaveren is voorbij. We hebben nu nood aan daadkrachtig bestuur."
Ook Laurence Willemse, lid van écolo j, kijkt met ontgoocheling terug naar Kopenhagen. Ze vertrok nochtans optimistisch: "Overal in de straten van Kopenhagen vond je hoopgevende berichten en affiches. Kopenhagen was even Hopenhagen, om al snel Nopenhagen te worden." Laurence vraagt nu zich af bij wie de fout ligt. "Sommige ngo's wijzen enkel de politici met de vinger zonder enige zelfkritiek. De politici hebben inderdaad een grote verantwoordelijkheid voor het falen van de klimaattop. Maar laten we zelf aan de politici tonen hoe het moet. Ik blijf in elk geval positief ingesteld. Er is nog veel werk aan de winkel, maar 2010 is nog maar pas begonnen!"
Auteur: Elke Dierckens


