Betere jeugdwerkinfrastructuur
Het huidige beleid in een notendop
Wat betreft jeugdwerkinfrastructuur staat één ding vast: er wordt een gefragmenteerd beleid gevoerd dat niet effectief is en er nooit voor zal zorgen dat aan de noden van alle jeugdverenigingen zal voldaan zijn.
In een jeugdbeleidsplan kan een gemeente ervoor kiezen financiële middelen voor jeugdwerkinfrastructuur te voorzien. De meeste gemeenten doen dit door middel van een subsidie voor de lokale verenigingen of door zelf ruimtes ter beschikking te stellen.
Daarnaast is er de prioriteitenregeling in de jeugdbeleidsplannen. Gemeenten kunnen met hun jeugdbeleidsplan intekenen op de prioriteit ‘jeugdwerkinfrastructuur'. Zo verbinden ze zich ertoe bijkomende inspanningen te leveren onder andere door lokalen te bouwen, te verbouwen, te herinrichten of te verfraaien. Hiervoor krijgen ze dan extra financiële middelen gedurende de periode 2008-2010. Of deze prioriteit en de daaraan gekoppelde middelen zal blijven bestaan in de volgende planperiodes is nog niet bekend.
Tot slot kwam toenmalige minister Anciaux in 2008 met 2 miljoen euro op de proppen voor verenigingslokalen. Heel wat culturele, sport- en jeugdverenigingen dienden een aanvraag in, wat de grote noodzaak van deze middelen aantoont. Er waren echter heel wat voorwaarden verbonden aan het indienen van zo'n subsidieaanvraag. Jeugdverenigingen die nog geen uitgewerkte plannen hadden of op korte termijn geen plan konden voltooien, vielen onmiddellijk uit de boot. Bijgevolg bleven velen onder hen met lege handen achter.
Er zijn dus een drietal manieren waarmee de Vlaamse overheid nu stimulansen geeft om jeugdwerkinfrastructuur te verbeteren. Dit is echter niet voldoende en dat zal het ook nooit zijn, want:
- Jeugdverenigingen gebruiken hun lokalen zeer intensief waardoor de ruimtes onderhevig zijn aan slijtage. Regelmatig, zoniet jaarlijks, moeten er aanpassingen aan de infrastructuur gebeuren om de verschillende ruimtes comfortabel te houden.
- Normen voor hygiëne, energieverbruik en isolatie veranderen waardoor aanpassingen aan de lokalen regelmatig nodig zijn om in regel te blijven.
- De materialen waarmee goede lokalen worden opgetrokken, veranderen voortdurend. Het gebruik van deze nieuwe materialen is wenselijk om betere lokalen te bouwen en te verbouwen.
Waar wil Jong Groen! naartoe
De hierboven vermelde noden maken het noodzakelijk om een beleid te ontwikkelen dat voorziet in een structurele aanpak van alle jeugdwerkinfrastructuur. Hierbij moet bijzondere aandacht uitgaan naar de vergroening van de jeugdlokalen. Niet alleen in de gemeenten die daarvoor kiezen of bij de verenigingen die erin slagen om een ontvankelijk dossier in te dienen.
Hoe wil Jong Groen! dit realiseren?
Ten eerste willen we alle financiële stimuli die dienen voor jeugdwerkinfrastructuur samenbrengen. De middelen zijn gefragmenteerd en veel verenigingen die het nodig hebben kunnen er hierdoor niet van profiteren. Zowel de middelen die via het jeugdbeleidsplan, via de prioriteit als via het ‘fonds Anciaux' verdeeld worden schieten te kort.
Ten tweede moeten gemeenten blijvend gestimuleerd worden om aan de jeugdwerkinfrastructuur op hun grondgebied te werken. Dit kan door de samengevoegde middelen volledig op te nemen in de subsidiëring via de gemeentelijke jeugdbeleidsplannen . De hele subsidiepot wordt zo groter en elke vereniging kan ervan profiteren. Binnen de gemeenten kan er in het jeugdbeleidsplan afgesproken worden welke lokalen eventueel voorrang krijgen op anderen. De jeugdraad moet in dit proces een actieve rol krijgen.


