Beter later kiezen, later beter kiezen

Leerlingen worden bij ons al heel vroeg verplicht om te kiezen tussen verschillende onderwijsvormen. De eerste selectie gebeurt al op 12 jaar wanneer de leerlingen overstappen naar het middelbaar onderwijs. Kinderen met leermoeilijkheden komen dan al terecht in het ‘eerste leerjaar B', dat leidt naar het beroepsonderwijs. Ook in de A-stroom dienen leerlingen al meteen bepaalde keuzes te maken. De drastische selectie gebeurt vanaf het derde middelbaar wanneer men moet kiezen tussen ASO, BSO, TSO en KSO.

De snelle oriëntering, de manier waarop die tot stand komt en de hiërarchie tussen de verschillende onderwijsvormen hebben enkele kwalijke gevolgen. Zo blijkt de keuze tussen ASO enerzijds en TSO en BSO anderzijds sociaal bepaald. Jongeren uit lagere inkomensgroepen zijn oververtegenwoordigd in het BSO en ondervertegenwoordigd in het ASO, door velen nog steeds aanzien als the place to be voor alle jongeren. Door de keuze op jonge leeftijd zijn er maar weinig jongeren die echt kiezen op basis van hun interesses. Er schort ook iets aan de inhoud van de verschillende onderwijsvormen. Leerlingen in BSO en TSO oefenen erg specifieke vaardigheden en genieten daardoor te weinig algemene vorming, terwijl ASO-leerlingen enkel een algemene vorming en dus te weinig technische vorming krijgen.

Jong Groen! pleit daarom voor een hervorming van het secundair onderwijs. In het huidige systeem krijgen heel wat jongeren voortdurend met teleurstellingen te maken. Bovendien bestendigt het systeem de bestaande sociale verhoudingen. Er is nood aan een andere benadering waarbij de keuze veel minder sociaal gedetermineerd is en meer gebaseerd is op interesses en vaardigheden. Gelijke onderwijskansen en het opkrikken van het algemene onderwijsniveau zijn de doelstellingen van die hervorming.

Om dit alles te realiseren pleit Jong Groen! voor het uitstellen van de studiekeuze en de invoering van een comprehensieve middenschool (een ‘allesomvattende school') tot 14 jaar. In de tweejarige opleiding krijgen alle leerlingen zowel algemene, creatieve als technische vorming. Hoewel iedereen dezelfde opleiding volgt, is er ook binnen zo'n comprehensief onderwijssysteem ruimte voor keuzevakken. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld vier lesuren per week zelf invullen. Hierbij denken we aan toneel, initiatie van een extra taal, fotografie, websiteontwikkeling, labtechnieken, bijkomende uren sport, ... Die keuzes mogen echter niet bepalend zijn voor latere studiemogelijkheden. Pas vanaf het derde jaar kiezen leerlingen een richting die hen voorbereidt op hoger onderwijs of op een kwalificatie.

Over het volgende dient steeds gewaakt te worden: de organisatisorische aspecten van het schoolsysteem mogen het toepassen van de comprehensieve middenschool niet ondermijnen. In het verleden is immers gebleken dat middenscholen zich bijna uitsluitend richtten op de secundaire school waarmee ze samenwerken. Dit betekent dat de middenschool de leerlingen voorbereidde op een ASO-, een BSO- of een TSO-opleiding.

Twaalfjarigen wier startpositie niet toelaat om de tweejarige opleiding aan te vatten krijgen de kans om de comprehensieve middenschool af te leggen in drie jaar. Op die manier kunnen voor hen bepaalde vakken meer uitgewerkt worden, is er ruimte voor extra (individuele) begeleiding en is er tijd om leervaardigheden te ontwikkelen. Voor anderstaligen kan er ook moedertaalonderwijs worden aangeboden. De betrokken leerlingen studeren een jaar langer, maar via die weg is de opgedane kennis voor alle leerlingen wel gelijk. Zo hebben deze jongeren op 15 jaar weer alle keuzemogelijkheden. Om de jongeren te helpen bij de keuze na de comprehensieve middenschool wordt een oriëntatieproef georganiseerd. Deze proef is louter indicatief, maar een goed overleg tussen de ouders, de school en het CLB (Centrum voor Leerlingbegeleiding) is wel cruciaal. Op die leeftijd is al veel duidelijker welke weg jongeren uit willen.

Voor jongeren aan wie school niet besteed is, vragen we een goede opvang en begeleiding in een traject afwisselend leren en werken. De overheid kan hierin helpen door bedrijven te stimuleren om werkplaatsen te voorzien voor deeltijds lerende jongeren.

De uitgestelde keuze alleen is niet voldoende. De latere (her)oriëntering en de manier waarop die tot stand komt, moet ook anders. Het onderwijs van nu moet plaats ruimen voor een onderwijs dat oriënteert op basis van talenten, interesses en vaardigheden, eerder dan op tekortkomingen. Tussentijds is er ook nood aan nog meer individuele begeleiding. Via een nuttige invulling van studie- en springuren verkrijg je extra tijd om studieproblemen te verhelpen. Via graadoverschrijdende klassenraden en leerlingenportfolio's (liefst centraal georganiseerd) kunnen leerkrachten proactief optreden.

Ook bij de overgang naar het hoger onderwijs is een goede oriëntering belangrijk. Heel wat jongeren maken nu in eerste instantie een foute keuze, vaak op basis van foute criteria en door een gebrek aan informatie. Hier is een meer actieve rol weggelegd voor de scholen en de CLB's. Middelbare scholen kunnen jongeren beter inlichten via trajectbegeleiders en informatiepunten. Naast de traditionele brochures moeten de jongeren ook universiteiten en hogescholen bezoeken, colleges bijwonen en oud-studenten ontmoeten. In plaats van toekomstige studenten te overrompelen met informatie over de studentikoze activiteiten moeten onderwijsinstellingen vooral eerlijk en duidelijk communiceren over de verwachtingen bij bepaalde studierichtingen. Daarnaast kunnen er in het laatste jaar secundair onderwijs ook interessetests en oriënteringsproeven georganiseerd worden. Zulke proeven mogen geen bindend karakter hebben, maar kunnen jongeren wel wijzen op hun mogelijkheden en aandachtspunten.

Ook tijdens de opleiding is informatie en begeleiding cruciaal. Voor de meeste jongeren is flexibilisering een goede zaak, maar voor de minder sterke studenten houdt dit echter ook risico's in. Om te vermijden dat zij te veel studievertraging oplopen, is een snelle en actieve coaching dus noodzakelijk. Studenten moeten beloond worden als ze het vakkenpakket waarvoor ze zich hebben ingeschreven ook volledig afwerken. Hierbij denken we onder andere aan het opnieuw invoeren van deliberaties en compensatiemogelijkheden.

 

Thema: Onderwijs