De kern van de zaak

Het is fantastisch: alle technologische evoluties, de razendsnelle vooruitgang. Als jongeren is het een boeiende uitdaging om mee te zijn met de nieuwste software of nieuwe systemen van upcycling te leren kennen. Dat we sterk zijn op vlak van innovatie is iets om trots op te zijn. Maar dat net op vlak van energie, een domein met enorme uitdagingen, de ontwikkelingen zo onder druk staan is frustrerend. De vervanging van een energiebron die al verschillende keren bijzonder gevaarlijk gebleken is en daarenboven afschuwelijk afval met zich meebrengt lijkt onmogelijk. Het doet de vraag rijzen of het geen kwestie van willen of politieke moed is.

Het telkens opnieuw in vraag stellen en uitstellen van de kernuitstap fnuikt nieuwe impulsen naar alternatieve energie. Maar als de lobby belt, moet blijkbaar alles wijken. Die lobby slaagt er wonderwel in om hun doelstelling om de zoveel tijd op tafel te leggen: stop de kernuitstap. Deze keer was het het Verbond van grote Belgische ondernemingen die de telefoon liet rinkelen. Onmiddellijk springt de grootste regeringspartij, N-VA, op de kar, terwijl Open Vld genuanceerd wilt reageren door te zeggen dat  ‘veilige’ kerncentrales open mogen blijven. Alsof die veiligheid, na alle incidenten in binnen- en buitenland, ooit een zekerheid kan zijn. De voormalige CEO van Belgoprocess (een bedrijf gespecialiseerd in de ontmanteling van nucleaire installaties) spreekt zelfs van onaanvaardbare risico’s die we nemen met onze verouderde kerncentrales.

En toch geeft de lobby niet op. Door goed getimede terugkerende aanvallen op de kernuitstap, werkt de lobby zelfs aan een self-fulfilling prophecy: met de steun van de regering zaaien ze twijfel over de kernuitstap. Hierdoor komt de incentive voor onderzoek en ontwikkeling naar alternatieve energie onder druk. Zo kan Electrabel-Suez hun cashmodel in stand houden.

Het moet gezegd worden, het is een bijzonder goed uitgekiende strategie van de kernenergie lobby.  Een strategie steeds gebaseerd op twee simpele zinnetjes: ‘het licht zal uitgaan’ en ‘onze afhankelijkheid van het buitenland zal te groot worden’. Twee zinnetjes die de regeringspartijen precies geven wat ze nodig hebben. Een drogreden om opnieuw de discussie te starten, om opnieuw te kiezen voor de multinationals. Maar het licht bleef wel degelijk branden toen scheurtjescentrales Doel 3 en Tihange 2 uitvielen in de winter van 2015. In een rapport schreef energieregulator CREG zelfs dat België nooit dichtbij een afschakeling was. Zelfs niet onder extreme weersomstandigheden. Duitsland, zonder kernenergie, is zelfs het meest betrouwbare land van Europa op vlak van energiebevoorrading, en vandaag al 30% groen stroom. Dreigen met een black-out is dan ook absolute nonsens. En toch bewandelt onze federale regering liever de weg van de grote multinationals als Electrabel-Suez. Het grote geld beschermen is blijkbaar een kerntaak van de overheid geworden.

Net dat is de kern van de zaak: het grote geld wint van wat nuttig is voor onze samenleving. Een kernuitstap zal een impuls geven aan nieuwe start-ups, vernieuwend onderzoek en jobs opleveren. De overheid moet daarin investeren, in die jobs, jobs, jobs. In de Verenigde Staten zien we dat de sector van alternatieve energie vandaag al meer mensen te werk stelt dan in de traditionele energiesector. In België spreekt het Federaal Planbureau van minstens 11.000 nieuwe jobs, en fors minder CO2, enkel en alleen al door een verdere decentralisatie van onze energieproductie. Daarnaast is wind- en/of zonne-energie veel democratischer dan kernenergie. De overheid kan investeren in participatie van burgers zodat een windmolen plaatsen niet in eindeloze procedures hervalt. Het moet dus gedaan zijn met het steeds in vraag stellen van de kernuitstap.

Kernenergie is het probleem, niet de oplossing. Ze hypothekeert onze toekomst. Onze schone toekomst, die wij, jongeren, ons niet laten afpakken. We moeten nu investeren in de transitie naar een écht duurzaam energiemodel. Niet eentje waardoor we over enkele decennia nog steeds nucleair afval zullen moeten opruimen of waarvoor een heel land jodiumpillen in huis moet halen.

Het is tijd voor onze regeringen om eindelijk keuzes te maken die rendabel zijn op lange termijn. Want laat ons wel wezen: investeren lijkt wel uit den boze in deze discussie. Terwijl net dat is wat we nodig hebben: investeringen in onderzoek en ontwikkeling, in nieuwe energievormen in plaats van geld over de balk smijten voor het oplappen van de oude kerncentrales. Het argument dat dit de prijs van onze energie zou opdrijven is niet aan de orde: Investeren in een toekomst met hernieuwbare energie zou 2 miljard euro aan subsidies goedkoper zijn dan een scenario waar fossiele brandstoffen de hoofdrol blijven spelen. Reken daar nog eens de kosten bij om de oude reactoren op te lappen, laat staan nieuwe te bouwen, bijkomende veiligheidsmaatregelen te implementeren,... Dit terwijl we daartegenover zien bij hernieuwbare energie dat de kosten blijven dalen door de technologische evoluties. De investeringskosten voor de bouw van windparken op zee bijvoorbeeld zijn sinds begin dit jaar al spectaculair gedaald. De som is snel gemaakt, de zoveelste drogreden ontkracht.

Aaron Ooms, voorzitter Jongsocialisten

Stefanie De Bock en Belinda Torres Leclercq, co-voorzitters Jong Groen